Simón Bolivar

Verreweg de meest afgebeelde persoon op met name Zuid-Amerikaanse en dan in het bijzonder Venezolaanse postzegels is Simón Bolivar, die in het algemeen als de belangrijkste bevrijder van het Spaanse juk wordt beschouwd in het noordwestelijk deel van het continent. Het begon ‘pas’ in 1871 en dat was, vergeleken met de Mexicaanse bevrijder Hidalgo, wel wat aan de late kant. Bovendien waren het geen gewone postzegels, maar fiscaalzegels, die overigens in Venezuela altijd postaal gebruikt konden worden: er zijn er honderden, die alle netjes in de diverse catalogi staan. In het geval van de zegels van 1871 en later: deze hadden als bijbedoeling een fiscale bijdrage aan het onderwijs te geven, vandaar de term Escuelas. Diverse lokale drukkerijtjes in Caracas produceerden de zegels, ze werden voorzien van een controle-opdruk om het doel nog eens extra te onderstrepen. Dat de zegels nauwelijks gestempeld voorkomen komt vooral door het feit dat veel gebieden niet eens een stempel hadden.

Venezuela fiscaal Mi 15 uit 1871

Maar nu over het onderwerp van de zegel, Simón Bolivar. Geboren in Caracas op 24 juli 1783 als Simón José Antonio de la Santisima Trinidad Bolivar Palacios Ponte y Blanco, als zoon uit een creools aristocratisch geslacht dat zich in 1589 in Caracas gevestigd had. De stamvader in deze was ook een Simón de Bolivar, geboren in 1532 in het Baskenland en afkomstig uit het plaatsje Bolibar, dat uit het Baskisch vertaald letterlijk Molendal heet. In 1927 werd op initiatief van de Venezolaanse regering een monument onthuld ter ere van Simón Bolivar.

Mi 30 (1882)

De vader van Simón, Juan Vicente, een hoge jurist in Caracas, was pas op 47-jarige leeftijd getrouwd met de 15-jarige Maria de la Concepción Palacios y Blanco. Voor die tijd (en vast ook wel daarna) stond hij bekend als een rokkenjager. Juan Vicente en Maria zouden 5 kinderen samen hebben, waarvan Simón de vierde was.

Na ruim 11 jaar huwelijk overleed Juan Vicente begin 1786 en liet een flinke erfenis na aan vrouw en kinderen. Maria zou in 1792 overlijden, slechts 33 jaar oud. Simón was dus op 9-jarige leeftijd al wees, maar wel een rijke. Maria’s vader, Feliciano Palacios, nam de verantwoordelijkheid voor de vier overlevende kinderen op zich, Simon kwam daarna bij zijn oom te wonen.

Fiscaal Mi 81 (1901)

Na het afronden van zijn schoolopleiding in Caracas vertrok hij in 1799 naar Spanje om daar verder te studeren in Bilbao en Madrid. In de Spaanse hoofdstad ontmoette hij Maria Tereza Rodriguez en in 1802 trouwde hij met de 2 jaar oudere vrouw. Kort na de aankomst van het paar in Caracas overleed Maria echter, waarschijnlijk aan gele koorts of malaria. Simón zwoer nooit meer te zullen trouwen en hield woord. Wel had hij meerdere vriendinnen waarvan Manuela Sáenz de bekendste is en die hem de laatste 8 jaar van zijn leven bij zou staan.

Mi 241 (1938)

Nog in 1803 vertrok hij naar Parijs en kwam daar in aanraking met de gevolgen van de Franse Revolutie en het keizerschap van Napoleon, wat een onuitwisbare indruk op hem maakte. Vanaf dat moment en mede om afleiding te hebben na het overlijden van zijn vrouw ging hij zich inzetten voor de bevrijding van Venezuela. In 1806 sloot hij zich aan bij de nog jonge revolutionaire beweging in Caracas. De gebeurtenissen in Spanje, waar in mei 1808 Napoleon de macht greep, leidden tot een stroomversnelling in de revolutionaire carrière van Bolivar. Toch duurde het nog even voor Venezuela echt vrij was. Op 19 april 1810 werd de door de Spaanse regering van Joseph Bonaparte aangestelde kapitein-generaal afgezet en verklaarde men alleen onder koning Ferdinand VII te willen dienen. Bolivar werd naar Londen gezonden om de Engelsen achter de coup te krijgen. Op 5 juli 1811 werd, toen er voldoende steun was, de eerste republiek Venezuela uitgeroepen.

Deze eerste republiek werd een mislukking, al na een jaar had Spanje de macht terug en Bolivar koos Curaçao als tijdelijk verbanningsoord en broedde op nieuwe plannen. In de loop van 1813 wist hij aan de leiding te komen van een leger in Nieuw Granada, het huidige Colombia, en daarmee stak hij op 24 mei 1813 de grens over en veroverde binnen enkele maanden bijna geheel Venezuela. In 1814 volgde ook Colombia, maar aan het eind van het liedje trok Spanje toch weer aan het langste eind: in juli 1814 hadden ze de macht weer terug. Bolivar vluchtte via Jamaica naar Haïti, waar hij bevriend raakte met de rebellerende president Alexandre Pétion, die hem in de volgende campagne van dienst zou zijn.

Mi 2504 (1987)

In 1816 keerde Bolivar terug naar Venezuela om met wisselend succes zijn geboorteland terug te veroveren. Voor de derde keer wordt, in 1817, de republiek uitgeroepen en in 1819 is het eindelijk zover: de Spanjaarden zijn definitief verslagen en keren niet meer terug. Om meer slagkracht te hebben gaan Nieuw Granada en Venezuela samen verder onder de naam Groot Colombia, een republiek waarvan Simón Bolivar president wordt tot zijn dood in 1830. In 1822 wordt ook het tegenwoordige Ecuador veroverd, bevrijd van de Spanjaarden en toegevoegd aan Groot Colombia. Hier trad een ander bekende generaal op de voorgrond, Antonio José de Sucre, Bolivar’s 12 jaar jongere landgenoot. Samen zouden ze oprukken naar Peru en Bolivia. Peru zou in 1824 definitief onafhankelijk zijn, Bolivar was tot 1827 de leider van het land. Bolivia, dat deel uitgemaakt had van her onderkoningschap van Peru, werd in 1825 van dat land losgeweekt en naar zijn bevrijder genoemd, terwijl de medebevrijder Sucre zijn naam gaf aan de hoofdstad van het land die tot die tijd Cuidad de la Plata (Zilverstad) had geheten.

Hongarije Mi 3621 (1983)

Je kunt met gemak stellen dat Simón Bolivar in de jaren 20 van de 19e eeuw op het hoogtepunt van zijn carrière stond, maar dat eiste wel zijn tol, want de oppositie verweet hem dictatoriale neigingen te hebben. Bolivar kwam dit nooit meer te boven en nam in april 1830 afscheid van het presidentschap, waarbij Groot Colombia uiteenviel in de landen waaruit het opgebouwd werd. Ondanks alle kritiek zouden de opvolgers niet of nauwelijks beter hun zaakjes op orde hebben, wat leidde tot grote instabiliteit in veel van de nieuwe republieken, sommige zouden dat houden tot ver in de 20e eeuw en zelfs tot op de dag van vandaag, zoals de door Hugo Chaves gestichte Bolivariaanse Republiek Venezuela, waar inmiddels chaos aan de orde van de dag is.

Sovjetunie Mi 5276 (1983)

Bolivar, die leed aan tuberculose, wilde na zijn presidentschap rust en genezing zoeken in Europa, maar zover is het niet meer gekomen: op 17 december 1830 overleed hij in het stadje Santa Marta in het huidige Colombia. van waar hij zou vertrekken.

Hoewel de waardering voor Simón Bolivar niet onverdeeld positief was – met name Karl Marx vond hem een boef! – zijn er overal ter wereld monumenten voor hem opgericht en is hij de enige Zuid-Amerikaan van zijn tijd die in vele landen buiten Zuid- en Midden-Amerika op postzegels is verschenen, namelijk Bulgarije, de DDR, Egypte, Hongarije, India, Palau, de Sovjet-Unie, Spanje, Togo, Tsjaad en de USA. Ook de Nederlandse Antillen deden mee om te herdenken dat hij korte tijd op Curaçao verbleef.

Nederlandse Antillen NVPH 871-874 (1987)

Het eerste land dat zo’n beetje de hele koninklijke familie op postzegels bracht was Hawaii, daarover de volgende keer.

 

Charles Anthony Johnson Brooke (1829-1917)

Na een regering van 27 jaar overleed de eerste ‘witte radja’ van Sarawak, James Brooke, in zijn Engelse huis in het huidige nationale park Dartmoor. Het was 11 juni 1868. Brooke had geen wettige kinderen. Een dochter Fatima was verwekt bij Fatima Bolkiah, lid van de sultansfamilie van Brunei, een zoon Reuben bij een vrouw die de achternaam Walker droeg, maar waarvan verder niets bekend was. Reuben was net als zijn vader een avonturier en kwam op 23 juni 1874 om bij een schipbreuk met het schip de British Admiral voor de kust van King’s Island, een steenpuist aan de noordwestkant van Tasmanië. Ondanks dat was hij niet verkiesbaar om zijn vader op te volgen. Daarvoor werd een neef gevonden. Deze was Charles Johnson, zoon van James’ zus Emma, die getrouwd was met de dominee Francis Charles Johnson.

Charles Anthony werd als tweede zoon van het gezin geboren op 3 juni 1829 in Burnham-on-Sea aan de kust van de brede Severnmond, niet ver van Bristol en Bath, waar de familie Brooke sinds enkele generaties woonde. Hij had een oudere broer John.

Sarawak Mi 2 uit 1871, in de hoeken de initialen C(harles) B(rooke, ) R(ajah of)  S(arawak)

Charles ging op 12-jarige leeftijd al naar zee, zoals dat toen wel vaker gebeurde, en net als zijn oom James raakte hij (letterlijk) verzeild in de wateren tussen China en Borneo en nam deel aan de gevechten tegen de autochtone bevolking, meest leden van de Dayak-stam. Ook John was daar te vinden. Deze werd benoemd tot ‘troonopvolger’ van James, die inmiddels de eerste witte radja van Sarawak was geworden. Charles kwam als tweede in lijn.

Toen James zich in 1859 in terugtrok op zijn Engelse buiten in Dartmoor, kreeg John de dagelijkse leiding van Sarawak en werd daarbij gesteund door Charles. Doordat John in onmin raakte met oom James werd hij in 1863 onterfd en verviel ook zijn recht op de troon, waardoor nu de leiding in handen van Charles kwam. John Brooke zou net als zijn oom in 1868 overlijden.

Op 3 augustus 1868 werd Charles Johnson Brooke aldus de tweede radja van Sarawak en hij zou dat tot zijn dood in 1917 blijven. In die tijd zette hij de autocratische politiek van James Brooke voort. Hij werd gezien als een geliefd vorst, die zelfs op goede voet stond met de Dayaks die hij eerder bestreden had. Net als zijn voorganger waren de hoofdpunten van zijn agenda het bestrijden van piraterij en het afschaffen van het barbaarse koppensnellen en slavernij.

Economisch gezien was Charles Brooke eerder een conservatief dan een liberaal. Hij gruwde van de praktijken van de Nederlanders in het aangrenzende Nederlands-Indië en ook waren de nadelen van  het schrikbewind van koning Leopold II in Congo hem ter ore gekomen. Uitbuiting van zijn bevolking zou dan ook niet aan de orde zijn. Wel stond Brooke immigratie vanuit China toe en sloot verdragen met zijn vaderland over bescherming in militair en economisch opzicht zonder dat Sarawak een formeel Brits protectoraat werd. Pas tegen het eind van zijn regering gaf hij concessies uit voor de winning van rubber en olie, producten die met de Eerste Wereldoorlog in het verschiet, van levensbelang waren voor de geallieerden. Sarawak zou nooit een rijk land worden, omdat de radja van mening was dat het volk liever arm en toch gelukkig was en dat verregaande economische groei maar tot uitwassen en revolutie zouden leiden.

Mi 13 uit 1888. Dat de zegels uit Engeland kwamen is te zien aan het kader, een afgeleide van het zgn. Seycellentype.

Anders dan zijn oom was Charles Johnson Brooke ‘netjes’ getrouwd, in het bijzonder om de dynastie veilig te stellen. In 1869 trouwde hij met zijn 20 jaar jongere en uit Parijs afkomstige achternichtje Margaret de Windt (1849-1936), nazate van zowel de Nederlandse families De Windt als Roosevelt, welke laatste zoals bekend twee Amerikaanse presidenten leverde. De familie De Windt had zijn fortuin vooral gemaakt op St. Croix (deel van de nu Amerikaanse Maagdeneilanden) en St. Eustatius. Samen met Margaret had Charles 6 kinderen waarvan de oudste overlevende zoon, Charles Vyner, de derde en laatste witte radja van Sarawak zou worden. Het huwelijk was verder niet goed, na vijftien jaar huwelijk leefden Charles en Margaret, die in het geheel niet kon wennen aan het tropische klimaat, gescheiden van tafel en bed. Zij zou laatste 60 jaar van haar leven een bekend socialite in Londen zijn.

Charles overleed aan de gevolgen van longontsteking op 17 mei 1917 in zijn Engelse huis nabij Cirencester, waar hij op latere leeftijd ieder jaar minstens enkele maanden verbleef. Hij was bijna 88 jaar. Hij werd, net als zijn oom en zoon begraven bij het kerkje van Sheepstor in Dartmoor.

Alle 45 postzegels van Sarawak tussen 1871 en 1902 dragen het portret van Charles Johnson Brooke, waarvan enkele met nieuwe waardes overdrukt. In de laatste 15 jaar van zijn leven en regering verschenen er in het geheel geen postzegels in het land.

Volgende keer een biografie van de met afstand grootste vrijheidsstrijder van Zuid-Amerika, Simon Bolivar.