13 maart 1870 – Amerikaanse staatslieden (II)

Henry Clay en Daniel Webster

Ik vervolg het drieluik met portretten van twee eminente Amerikaanse staatslieden.

Op de 10 cents was Thomas Jefferson te vinden, dus gaan we naar:

12 cents – Henry Clay

USA Mi 42

Henry Clay was een jurist die maar liefst vijfmaal president hoopte te worden. Driemaal was hij inderdaad de uitdager, twee andere keren haalde hij de nominatie niet.

Clay werd geboren op 12 april 1777 in de staat Virginia, het ‘broedgebied’ van de eerste presidenten van Amerika. Hij was een planterszoon en zijn vader hield, zoals gebruikelijk was in die tijd, ruim 20 slaven, wat hem in de middenklasse van de planters bracht. Daarnaast was hij dominee. Hij overleed toen Henry net 4 was en liet de jongen twee van zijn slaven na. Dat maakte dat Henry net als zijn vader planter zou worden, en daarnaast studeerde hij rechten en stichtte een bloeiende juridische praktijk in Kentucky, waar hij in 1797 naartoe verhuisd was. Als planter was hij ook zeer succesvol, als we het aflezen aan de 60 slaven die hij op zeker moment aan het werk had.

Veel juristen lonkten naar de politiek en Henry Clay was geen uitzondering. Al in 1799 zette hij de eerste schreden op het politieke pad, hoewel hij toen nog te jong was om verkozen te worden. Maar zijn politieke loopbaan ging evengoed razendsnel en in 1806 werd hij tot senator voor Kentucky gekozen. Hij was het slechts enkele maanden, maar zijn politieke loopbaan was nu echt van start. In 1807 werd hij voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van de staat Kentucky. In 1810 werd hij weer naar Washington geroepen en nu zelfs als voorzitter van het federale Huis van Afgevaardigden. In die rol was hij instrumenteel in de oorlogsverklaring aan de Britten die leidde tot de Oorlog van 1812. Hij was in 1814 ook een van de onderhandelaars bij de Vrede van Gent.

Hoewel Clay een slavenhouder was, was hij er ook van overtuigd dat slaven niet de toekomst waren. Hij was in 1816 dan ook een van de founding fathers van de American Colonization Society, die zou leiden tot de oprichting van de staat Liberia.

In 1824 deed Clay een eerste gooi naar het presidentschap, hij was een van de 4 kandidaten van de Democratisch-Republikeinse partij, de enige die toen meedeed. Clay werd vierde, waarbij de strijd om de macht uiteindelijk ging tussen Andrew Jackson en John Quincy Adams. Hoewel de eerste ruim de meeste stemmen had, had hij geen absolute meerderheid en besliste het Huis van Afgevaardigden, waarbij Clay zich achter Adams schaarde en deze dus president werd. Als beloning werd Henry Clay minister van Buitenlandse zaken, maar zijn actie om Adams te steunen werd hem niet in dank afgenomen. Bij de volgende verkiezingen, in 1828 werd Adams met een enorme marge verslagen door Jackson, die zelfs Clay’s thuisstaat Kentucky won. Clay werd een fervent tegenstander van Jackson, wat leidde tot zijn aansluiting bij de nieuwe partij van de Nationale Republikeinen, die hem nomineerde voor de verkiezingen van 1832. De populaire Andrew Jackson behaalde zo nodig een nog grotere overwinning dan in 1828. Deze keer won Clay wel in Kentucky.

In 1834 vormde de oppositie van Jackson uit de Nationale Republikeinen en wat kleinere partijtjes de Whigpartij naar Brits voorbeeld. Een eerste poging om aan de macht te komen mislukte, want de Democraat Martin van Buren werd president, maar in 1840 was de partij wel succesvol. Clay verloor de nominatie van William H. Harrison, die de verkiezingen met grote cijfers won, maar al na een maand in het Witte Huis overleed, wat zijn running mate John Tyler aan de macht bracht.

Tyler wenste zich niet herkiesbaar te stellen, dus in 1844 schoven de Whigs Clay voor de derde maal naar voren. Hoewel hij het zeker goed deed en 11 van de 26 toenmalige staten binnenhaalde werd de Democraat James K. Polk de nieuwe president.

In 1848 deed Clay nog eenmaal een poging, maar in de nominaties legde hij het af tegen de held van de Mexicaanse Oorlog, Zachary Taylor.

Hoewel Henry Clay inmiddels in de 70 was, moest zijn politieke hoogtepunt nog komen. Dat had alles met de slavernij te maken. Ook in die jaren was dit al een heet hangijzer, maar dankzij Clay werd het Compromis van 1850 gesloten, waarin de handel in slaven aan banden werd gelegd en waarin vastgelegd werd waar slaven nog wel en waar niet meer gehouden mochten worden.

Henry Clay overleed op 29 juni 1852 aan de gevolgen van tuberculose. De slaven die hij nog had werden bij testament vrijgelaten.

Een geheel ander verhaal over Henry Clay was dat hij een achterneef had, geheten Cassius Marcellus Clay (1810-1903), een bekend Republikein en voorvechter van afschaffing van de slavernij. Dat vond een heel andere naamgenoot, een voormalige slaaf genaamd Herman Heaton Clay, zo bijzonder dat hij zijn zoon, 9 jaar na de dood van de stokoud geworden Cassius, ook Cassius Marcellus noemde en die op zijn beurt zijn zoon naar zichzelf: in 1942 werd de grootste bokser aller tijden geboren.

15 cents – Daniel Webster

USA Mi 43

Een politieke medestander en tijdgenoot van Henry Clay was Daniel Webster. In veel opzichten kan het hierboven staande verhaal dus herverteld worden.

Webster werd geboren op 17 januari 1782 in het dorpje Salisbury in New Hampshire in het uiterste noordoosten van het land. Hij groeide op met zijn 9 broers en zussen op de boerderij van zijn ouders. Hij zou een goedlopende praktijk als jurist opbouwen, wiens naam al gauw ook in Washington bekend was: in 1812 sprak hij zich openlijk uit tegen de Oorlog van 1812 en de politiek van president James Madison. In 1813 werd hij in het Huis van Afgevaardigden voor New Hampshire gekozen, later vertegenwoordigde hij Massachusetts, voor welke staat hij in 1827 senator werd, met een kleine onderbreking tot 1850. Hij was een fervent voorstander van het behoud van de Unie, die ook in zijn tijd al scheurtjes vertoonde, en daar is hij wellicht het meest bekend mee geworden.

In 1825 werd hij lid van de Nationale Republikeinen, de partij van Henry Clay en John Quincy Adams. Deze ging in 1834 op in de Whig partij. In deze tijd voerde Webster scherpe debatten tegen de economische politiek van Andrew Jackson.

In 1836 was hij voor het eerst kandidaat voor het presidentschap en één van de 4 kandidaten namens de Whigs. Hij wist slechts 1 staat te veroveren, namelijk zijn thuisbasis Massachusetts. In 1840 deed hij niet mee al bood William Harrison hem wel het vice-presidentschap aan, wat hij weigerde. Het zou een gemiste kans voor het hoogste ambt worden, want Harrison overleed al een maand na zijn inauguratie. In later jaren werd hij niet meer genomineerd. Wel werd hij minister van Buitenlandse Zaken onder Harrison en Tyler en zou dat weer worden onder Millard Fillmore, die Zachary Taylor opvolgde bij diens overlijden.

Toen had hij zich al vierkant geschaard achter het Compromis van 1850 met betrekking tot de slavernij, met name de door abolitionisten gehate ‘Gevluchte Slavenwet‘, die erin voorzag dat in de staten waar slavernij nog was toegestaan, de slavenhouders het recht hadden gevluchte en teruggebrachte slaven ter verantwoording te roepen, werd door Webster vurig verdedigd. Dit deed zijn reputatie geen goed.

In 1852 deed Webster een laatste vergeefse poging genomineerd te worden voor het presidentschap, maar hij werd kansloos verslagen door generaal Winfield Scott, die het op zijn beurt zou afleggen tegen de Democraat Franklin Pierce. In alle haast deed de Know Nothing Party, een obscuur anti-katholiek en xenofoob gezelschap, een poging Webster in te lijven als presidentskandidaat, maar hoewel hij zich niet voor hun karretje liet spannen zou hij ook de verkiezing niet mee gaan maken: op 24 oktober 1852 overleed Daniel Webster als gevolg van de val van zijn paard, waardoor hij hersenletsel opliep, uitmondend in een herseninfarct. Hij was 70 jaar oud

In het laatste deel Winfield Scott, Alexander Hamilton en Oliver Hazard Perry.