15 november 1869 – Leopold II van België

Leopold II ca. 1900

Koningin Leopold I was inmiddels al 4 jaar overleden, maar toch duurde het tot einde 1869 dat zijn opvolger Leopold II voor het eerst op een postzegel verscheen. Wat daar de reden van was heb ik niet gevonden, maar het meest waarschijnlijk lijkt me het feit dat in 1865, het sterfjaar van Leopold I er net een nieuwe serie met zijn portret op de drukpersen lag en men die niet zomaar af wilde danken. Vandaar dus pas in 1869 voor het eerst het portret van België’s waarschijnlijk meest controversiële koning.

Leopold Lodewijk Filips Maria Victor werd op 9 april 1835 geboren in het Koninklijk Paleis van Brussel, dat tussen 1820 en 1826 in opdracht van koning Willem I was gebouwd aan de oostkant van het centrum. Hij was de tweede zoon van koning Leopold I en Louise-Marie d’Orléans, maar zijn in 1833 geboren oudere broer Lodewijk Filips was al na ruim 9 maanden overleden aan een slijmvliesontsteking. Zodoende was Leopold al vanaf zijn geboorte de troonopvolger, wat in 1840 met de nog steeds gebruikte titel Hertog van Brabant werd geformaliseerd. Verder had Leopold een jongere broer Filips, de vader van koning Albert I en een zusje Charlotte, die de geschiedenis in zou gaan als keizerin Carlota van Mexico.

Mi 31 uit 1870

Op 18-jarige leeftijd werd Leopold gekoppeld aan de Oostenrijkse aartshertogin Marie Henriëtte, een achternicht van keizer Franz Josef. Dit was aanvankelijk een redelijk huwelijk, dat drie dochters en een zoon opleverde. Deze, kroonprins Leopold, liep in januari 1869 een fatale longontsteking op, zodat in dat jaar het land weer kroonprinsloos was en België nog niet aan de vrouw als koningin wilde. Het overlijden van de troonopvolger had een slechte invloed op het huwelijk en Maria Henriëtte verbleef het merendeel van haar tijd op haar eigen residentie in Spa, terwijl Leopold zijn heil zocht bij zijn projecten en minnaressen.

Marie-Henriëtte alias Maria-Hendrika op een zegel uit 1962 (Mi 1294)

Al op jonge leeftijd ontwikkelde Leopold een niet te stillen honger naar dingen die (ver) buiten België lagen. Niet alleen was hij een geducht reiziger, die onder andere in Egypte en Zuidoost-Azië geweest was, ook dichterbij had zijn belangstelling: in de jaren 50 scheen hij zelfs een plan te hebben om de noorderburen aan te vallen en Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant en Limburg in te lijven en ook was zijn oog gevallen op Borneo, dat op dat moment een verliesgevend deel van Nederlands-Oost-Indië was. Omdat hij geen enkele steun kreeg van Frankrijk of Pruissen ging dit plan niet door, maar Leopold bleef zinnen op een koloniaal rijk à la het Nederlandse. In jaren 70 van de 19e eeuw, toen hij al min of meer van tafel en bed van zijn vrouw gescheiden was, kreeg hij steeds meer belangstelling voor Afrika, dat toen, afgezien van de kusten, een groot terra incognita was. Dit ging zover dat hij de Britse avonturier en ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, meest bekend van zijn ontmoeting in 1871 met de vermiste David Livingstone (‘Doctor Livingstone, I presume?’), in 1878 inhuurde om het gebied dat nu bekend staat als Congo-Kinshasa voor hem te verkennen en in bezit te nemen. Stanley stichtte in 1881 ter ere van Leopold de nederzetting Leopoldstad, dat later de hoofdstad van Belgisch Congo werd en nu Kinshasa heet.

Mi 38 uit 1883

Toen een en ander in gang was gezet was Leopold niet meer te stoppen. Aan het einde van 1884 had hij Otto von Bismarck zover gekregen dat die een Europese conferentie bijeenbracht om Afrika te verdelen en waarbij de Congo Vrijstaat officieel erkend zou worden. Von Bismarck hapte gretig toe, want hij hoopte dat Engeland en Frankrijk ruzie zouden krijgen over de verdeling om zo zelf meer macht te krijgen, maar dat gebeurde niet. Engeland zou voornamelijk in Zuidelijk Afrika gaan heersen, Frankrijk in West- en Noord-Afrika en de Congo werd een mooie buffer waarin Leopold vrije investering van alle deelnemende partijen toestond.

Dat laatste daar zou echter niets van komen. Leopold beschouwde vanaf het begin Congo als zijn persoonlijk wingewest. Hij had zich immers diep in de schulden gestoken om van het project een succes te maken en wilde daar de baten van zien. Dat dit niet helemaal goed ging bleek al gauw:  voor de buitenwereld was Leopold een monarch die het beste voor had met de bevolking en een verklaard tegenstander was van de doodstraf, maar in werkelijkheid was zijn bestuur een ramp voor het gebied, waarin slavernij en lijfstraffen aan de orde van de dag waren. Men heeft becijferd dat in 25 jaar tijd mogelijk 10 miljoen doden vielen als gevolg van de wandaden van Leopolds koloniale ambtenaren. Toen in 1904 de eerste berichten daarvan binnenkwamen startte de koning een onderzoek, met als gevolg dat in 1908 de Vrijstaat werd opgeheven en aan de Belgische staat werd overgedaan. Kroonprins Albert I, die in 1909 een bezoek bracht aan de kolonie, was de eerste die het beleid van de koning veroordeelde.

Mi 42 uit 1884

Leopold bouwde dankzij de opbrengsten van Congolese rubber een aanzienlijk fortuin op, dat hij inzette voor de verfraaiing van steden als Brussel, Oostende en Antwerpen, waar het station en de ernaast liggende vermaarde dierentuin werden gebouwd.

In 1908 zag Leopold zijn einde naderen. Hij had bij zijn Parijse maîtresse Blanche Delacroix, die hij in 1899 of 1900 ontmoet had inmiddels twee zonen verwekt, die uiteraard niet op de troon mochten komen. Desondanks bleven ze goed verzorgd achter, zeer tot ongenoegen van zijn drie overlevende dochters. Op 17 december 1909 blies Leopold, 74 jaar oud, zijn laatste adem uit, vijf dagen daarvoor was hij met Blanche voor de kerk getrouwd.

Mi 67 uit 1900

In de periode van 1869 tot 1907 verschenen er 72 postzegels in Belgie, waarvan er 34 het portret van Leopold II droegen. Hij wordt op 3 verschillende leeftijden afgebeeld steeds naar links kijkend. In 1905 is het hoofd van de 70-jarige monarch iets meer naar de kijker gewend, maar het was Albert I die er de gewoonte van maakte ‘en face’ afgebeeld te willen worden.

De zegels van 1869, en later die van 1883 en 1884, werden ontworpen door de Brusselse historieschilder Henri Hendrickx (1817-1894), die zijn atelier had in Sint-Joost-ten-Node. Deze was in 1869 ook verantwoordelijk voor de eerste echte bankbiljetten en in 1886 kreeg hij een eervolle opdracht voor een nieuw te ontwikkelen Griekse serie met Hermeskopjes, als opvolger van de in 1861 geïntroduceerde plaatjes. In de Belgische serie van 1869 en de Griekse serie werkte hij samen met Albert Doms die de houtgravures maakte. De zegels werden in boekdruk geproduceerd.

Griekenland Mi 90, ontworpen door Hendrickx en Doms

De latere uitgiftes vanaf 1893 hebben allemaal het bekende ‘Ne pas livrer le Dimanche/Niet bestellen op Zondag’ strookje, dat in de Eerste wereldoorlog afgeschaft werd.

Na zijn overlijden bleef Leopold II nog regelmatig afgebeeld worden, zoals ieder lid van het Koninklijk Huis in het algemeen nog zeer koningsgezinde België zich in een ruime belangstelling mag verheugen voor wat betreft aantallen zegels: bijna 15% van alle Belgische zegels toont een staatshoofd, ex-staatshoofd of directe familieleden. In Nederland is dit ‘slechts’ 12%.

Volgende keer volg ik de nieuwste ontwikkelingen in Spanje.