Zachary Taylor (l) en Edwin Stanton

Na het gedoe rond de slecht ontvangen frankeerzegels van 1869 werd in alle haast gewerkt aan een nieuwe serie, waarin alleen nog maar kopjes van staatslieden voorkwamen en bovendien in een gebruikswaarde die hun populariteit het beste weerspiegelde. Geen poespas meer met gebeurtenissen en dat zou het beeld blijven tot 1885 toen de Verenigde Staten hun eerste expressezegel uitbrachten voorstellende een hardlopende ijlbode (later kreeg die de beschikking over een fiets en vervolgens een motorfiets). In 1893 werd middels een grote tentoonstelling in Chicago aandacht besteed aan de 400ste herdenkingsdag van de ontdekking van Amerika door Columbus en daar hoorde ook een serie van maar liefst 16 postzegels bij.

Men had in 1870 de behoefte aan 12 verschillende waardes, waarvoor 13 zegels geproduceerd werden, de 2 cents, oorspronkelijk in bruin, kwam later in de kleur vermiljoen uit. Later in de jaren 80 van de 19e eeuw volgden nog enkele nieuwe waardes en zegels in andere kleuren, onder andere met het portret van de vermoorde president Garfield.

De zegels werden in eerste instantie gedrukt bij de National Bank Note Company, maar vanaf 1873 door de Continental Bank Note Company en na de fusie in 1879 door de American Bank Note Company. Voor de portretten werd als vanouds gebruik gemaakt van bekende schilderijen of beelden. De gravures waren van de hand van een drietal graveurs: de Franse immigrant Joseph P. Ourdan (1803-1874) voor de 3, 6, 7, 24 en 30 cents, Joseph I. Pease (1809-1883) voor de 1 cent en de Italiaan Luigi (Louis) Delnoce (overleden 1888) voor de 2, 10, 12, 15, 90. Wie de 5 graveerde is onbekend.

De 1, 2 en 3 cents kregen de portretten van Benjamin Franklin, Andrew Jackson en George Washington. De 5 cents, die pas eerst in 1875 uitkwam geeft het eerste nieuw te bepreken portret.

5 cents – Zachary Taylor

USA Mi 48

Van de nieuwe portretten in de originele serie is dit de enige oud-president en bovendien de enige die ons aankijkt, waar alle anderen naar links lijken. Deze kwam pas in 1875 uit toen er behoefte aan een zegel in het lange tijd niet gebruikte tarief van 5 cents zegel kwam.

Zachary Taylor werd geboren op 24 november 1784 in Barboursville in Virginia als derde zoon van een gezin met 5 andere jongens en 3 meisjes. Zijn familie was een plantersfamilie die in de 17e eeuw uit Engeland geïmmigreerd waren. Enkele jaren na Taylors geboorte verhuisde het gezin naar Kentucky.

Zachary was een gemiddeld intelligente jongen die al gauw droomde van een carrière in het leger. Daar werd hij dan ook in 1808 aangenomen. In de eerste jaren vocht hij met zijn regiment tegen indianen, maar daarna kwam er een serieuze klus: de oorlog van 1812, die tegen de Britten werd uitgevochten. Deze oorlog werd gevoerd om de voormalige kolonisator een hak te zetten. Door de handelsblokkade van Napoleon wilde men in Londen koste wat kost voorkomen dat andere landen wel met Frankrijk konden handelen en men besloot de belangrijkste Amerikaanse havens te blokkeren. President Thomas Jefferson was woedend en verklaarde de oorlog waarin hij bezwoer Canada te veroveren. Na allerlei schermutselingen werd in Gent in 1814 de vrede getekend en de situatie van voor de oorlog min of meer hersteld.

Na het tekenen van de vrede ging het weer zoals vanouds: knokken tegen de indianen, maar de volgende uitdaging, die de geleidelijk tot generaal gepromoveerde Taylor kreeg en die hem vrijwel eeuwige roem verschafte, was in 1845. In 1836 had Texas zich afgescheiden van Mexico en zichzelf tot republiek uitgeroepen. Het land stond echter wel open voor eventuele aansluiting bij de Verenigde Staten, waar de meeste bewoners, veelal Engelstalige pioniers, zich veel meer thuis bij voelden dan dat bij Mexico ooit het geval zou zijn geweest. Het was bovendien een stokpaardje van president John Tyler, die door een annexatie een herverkiezing in de wacht hoopte te kunnen slepen.

In 1845 was het zover, Tyler werd weliswaar niet herkozen, maar kon in de laatste dagen van zijn ambtstermijn wel het annexatieverdrag tekenen. Mexico, die Texas nog altijd als een afvallige provincie beschouwde, was in rep en roer en trok zijn legers samen aan de grenzen. De Amerikanen bleken oppermachtig en in mei 1848 moesten de Mexicanen de ongunstige vrede van Guadelupe Hidalgo, nu een wijk van Mexico-City, tekenen, waarbij ze niet alleen Texas voorgoed verloren, maar ook Californië en delen van onder andere Arizona, Nevada en Utah aan de VS zouden komen.

Hoewel het succes tijdens de regering van Democraat James K. Polk had plaats gevonden had die al bij zijn verkiezing in 1844 aangegeven slechts één termijn te willen dienen. In 1848 werd Lewis Cass op de nationale conventie gekozen als de Democratische kandidaat, maar interne spanningen binnen de partij maakten dat die weinig kans had. De Whigs, voorlopers van de huidige Republikeinen, schoven Zack Taylor, die tot 1846 in het geheel niet naar een politieke functie taalde, naar voren en deze werd met ruime meerderheid gekozen tot president.

Lang duurde zijn presidentschap niet. Na 16 maanden in het Witte Huis gezeten te hebben overleed hij op 9 juli 1850 als gevolg van dysenterie, na het eten van ondeugdelijk fruit. Veel had hij niet voor elkaar kunnen krijgen en een aantal dingen die op de plank lagen, werden door vice-president en opvolger Millard Fillmore afgehandeld.

De 6 cents van de serie toonde Abraham Lincoln, dus kom ik bij de nieuwe waarde van…

7 cents – Edwin McMasters Stanton

USA Mi 40

Tussen alle grootheden uit de bijna 100-jarige geschiedenis van het land die in deze serie geëerd worden is Stanton een absoluut buitenbeentje. Deze postzegel is de enige die ooit met zijn portret (naar een schilderij van Francis B. Carpenter) is verschenen, zeer waarschijnlijk als eerbetoon aan de oud-minister, die met kerstmis 1869 was overleden en die een behoorlijke pijler was geweest in de Burgeroorlog en de carrière van president en oud-generaal Ulysses S. Grant.

Edwin Stanton werd in 1814 in Steubenville in Ohio geboren. Hij studeerde rechten en werkte zich op tot advocaat-generaal aan het Hooggerechtshof. In die functie wist hij in de kijker van de Democraten te komen. In 1857, bij het aantreden van James Buchanan als president werd aanvankelijk Jeremiah S. Black gekozen tot minister van Justitie. Deze zou naam maken met een aantal belangrijke juridische besluiten omtrent het nieuw verworven Californië en Stanton was degene die de zaken ter plekke regelde. Toen minister van Buitenlandse zaken Lewis Cass (de eerder genoemde presidentskandidaat van 1848) zijn ontslag nam wegens onenigheid met de president werd Black zijn opvolger en een logische keuze voor de openvallende post van minister van Justitie was dus Stanton.

Ook deze had, als Noordelijke Democraat, een moeizame relatie met Buchanan, met name omdat die niets deed aan de slavernij, waar Stanton een verklaard tegenstander van was. Toen Abraham Lincoln aan de macht kwam was Stanton dan ook een van de eersten die zich aansloot bij het beleid van de nieuwe president. Die beloonde hem met een ministerschap in zijn kabinet en wel dat waarmee hij het bekendst is geworden: dat van Oorlog. Als zodanig zette hij zijn stempel op het verloop van de Burgeroorlog, die in 1861 uitbrak.

In de eerste plaats zorgde hij dat de relatie van zijn departement met het Congres genormaliseerd werd. Daarna besloot hij dat alle militaire middelen in Amerika geproduceerd dienden te worden en zorgde hij voor een verbeterd communicatienetwerk. Dit alles zou van beslissende aard zijn voor het verloop van de oorlog. In het begin waren de resultaten niet erg om naar huis te schrijven, maar nadat Lincoln met zijn rechterhand Stanton enige personele veranderingen hadden aangebracht in het militaire apparaat kwam de overwinning in zicht.

Stanton was uiteindelijk door Lincoln uitgenodigd om met hem naar het Ford Theatre te gaan, maar bescheiden als hij was had hij geweigerd. Het kwam als een enorme schok voor hem dat zijn ‘baas’ was neergeschoten en was een van de laatsten die hem op zijn sterfbed zagen. Het was Stanton die het hele politieapparaat mobiliseerde dat uiteindelijk John Wilkes Booth zou weten te arresteren.

Onder Andrew Johnson bleef Stanton minister van Oorlog, met als voornaamste taak hetdemobiliseren van het leger. Omdat de mannen elkaar niet lagen besloot Johnson, ondanks tegenwerking van Seward en Grant, zijn minister van Oorlog te ontslaan. De Senaat was daar niet blij mee en trachtte de president zelfs te impeachen, maar uiteindelijk kwam daar niets van.

Edwin Stanton overleed op 24 december 1869 als gevolg van ademhalingsproblemen veroorzaakt door zijn astma.

Volgende keer in dit drieluik Henry Clay en Daniel Webster.

Hispania op het gebouw van de nationale bibliotheek van Spanje in Madrid

De jaren 1870 en 1871 waren chaotische jaren in Europa. De aanleiding lag in het jaar 1868, want op 30 september van dat jaar werd de Spaanse koningin Isabella gedwongen haar land te verlaten, waarna ze haar toevlucht zocht in Parijs. In juni 1869 verklaarde de voorlopige regering onder leiding van de generaals Francisco Serrano en Juan Prim haar titel vacant en de eerste nam het regentschap waar.

Ze hadden niet de bedoeling de monarchie af te schaffen, dus werd de zoektocht naar een nieuwe koning gestart. De eerste kandidaat die in aanmerking kwam was de Duitse prins Leopold van Hohenzollern-Sigmaringen, vader van de latere koning Ferdinand van Roemenië. Deze had daar eigenlijk niet heel veel zin in, maar de Pruisische kanselier Otto von Bismarck, de grote manipulator van die dagen, moedigde Leopold aan om het ambt aan te nemen. Von Bismarck hoopte hierdoor een oorlog met Frankrijk uit te lokken en die zou hij ook krijgen… Toen Leopold uiteindelijk er toch maar van af zag was het al te laat, want de Franse keizer Napoleon III was toen al met open ogen in de val van de sluwe kanselier getrapt. Hij had weliswaar op diplomatieke wijze zijn Pruisische collega, koning Wilhelm I, getracht van het voornemen van Leopold af te houden en hoewel Wilhelm dat zeker toejuichte, wist Von Bismarck de situatie zo te manipuleren dat Napoleon geen andere keus had dan Pruissen de oorlog te verklaren. Hoe die afliep is bekend: binnen enkele maanden werden de Fransen verslagen bij het Noord-Franse Sedan, moest Napoleon op zijn beurt aftreden, werd Frankrijk een republiek en kwam Parijs onder een zwaar beleg. Toen in mei 1871 de vrede werd getekend had Bismarck het Duitse Rijk uitgeroepen in de Spiegelzaal van het paleis van Versailles, was daarop de Parijse Commune uitgebroken en nadat die verslagen was kon Frankrijk eindelijk zijn wonden gaan likken.

Spanje Mi 101 uit 1870

Serrano en Prim hadden ondertussen andere problemen aan hun hoofd, want hoe moesten ze een nieuwe koning vinden? Deze werd uiteindelijk in november 1870 aangesteld in de persoon van Amadeo van Savoye, zoon van de Italiaanse koning Victor Emanuel II. Daarover binnenkort.

In de periode vanaf 1868 bleven postzegels met het portret van Isabella II nog wel geldig, maar op 1 januari 1870 werd een nieuwe serie van 12 waardes geïntroduceerd in Spanje en dezelfde beeltenis in kleinere series in de koloniën, West-Indië (Ultramar) en de Filippijnen. Deze toonde het zinnebeeld Hispania, naar analogie van Britannia, Helvetia en Italia (die pas eerst in 1953 op een postzegel stond).

Spaans West-Indië (Cuba en Puerto Rico) Mi 46 uit 1871

Hispania werd verzonnen tijdens de Romeinse Republiek en in Spanje verschenen de eerste munten met haar portret in het jaar 81 v.Chr. en diverse varianten bleven in gebruik zolang de Romeinen heersten. Een van de kenmerken was de muurkroon, die als republikeins symbool gold. Vandaar dat in 1870 Hispania met de muurkroon weer van stal gehaald werd, hoewel formeel Spanje nog gewoon een koninkrijk was. Een latere versie, vanaf 1871, tijdens en na het bewind van Amadeo, toont een zittende Hispania met als attributen een lauwertak en een staf (of speer) en aan haar zijde het Spaanse wapen. Daarna, eind 1874, werd Isabella’s zoon Alfonso tot koning gekroond en was Spanje tot 1931 weer officieel een koninkrijk. In de korte periode van de Tweede Spaanse republiek, van 1931 tot 1939, kwam Hispania niet meer terug. Franco schafte de republiek af en stelde de Estado Español in, sinds zijn dood is Spanje weer koninkrijk.

Volgende keer een groepje verse Amerikanen.

 

Afbeelding van Hispania (BNE) : De Luis García, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=4912735

Leopold II ca. 1900

Koningin Leopold I was inmiddels al 4 jaar overleden, maar toch duurde het tot einde 1869 dat zijn opvolger Leopold II voor het eerst op een postzegel verscheen. Wat daar de reden van was heb ik niet gevonden, maar het meest waarschijnlijk lijkt me het feit dat in 1865, het sterfjaar van Leopold I er net een nieuwe serie met zijn portret op de drukpersen lag en men die niet zomaar af wilde danken. Vandaar dus pas in 1869 voor het eerst het portret van België’s waarschijnlijk meest controversiële koning.

Leopold Lodewijk Filips Maria Victor werd op 9 april 1835 geboren in het Koninklijk Paleis van Brussel, dat tussen 1820 en 1826 in opdracht van koning Willem I was gebouwd aan de oostkant van het centrum. Hij was de tweede zoon van koning Leopold I en Louise-Marie d’Orléans, maar zijn in 1833 geboren oudere broer Lodewijk Filips was al na ruim 9 maanden overleden aan een slijmvliesontsteking. Zodoende was Leopold al vanaf zijn geboorte de troonopvolger, wat in 1840 met de nog steeds gebruikte titel Hertog van Brabant werd geformaliseerd. Verder had Leopold een jongere broer Filips, de vader van koning Albert I en een zusje Charlotte, die de geschiedenis in zou gaan als keizerin Carlota van Mexico.

Mi 31 uit 1870

Op 18-jarige leeftijd werd Leopold gekoppeld aan de Oostenrijkse aartshertogin Marie Henriëtte, een achternicht van keizer Franz Josef. Dit was aanvankelijk een redelijk huwelijk, dat drie dochters en een zoon opleverde. Deze, kroonprins Leopold, liep in januari 1869 een fatale longontsteking op, zodat in dat jaar het land weer kroonprinsloos was en België nog niet aan de vrouw als koningin wilde. Het overlijden van de troonopvolger had een slechte invloed op het huwelijk en Maria Henriëtte verbleef het merendeel van haar tijd op haar eigen residentie in Spa, terwijl Leopold zijn heil zocht bij zijn projecten en minnaressen.

Marie-Henriëtte alias Maria-Hendrika op een zegel uit 1962 (Mi 1294)

Al op jonge leeftijd ontwikkelde Leopold een niet te stillen honger naar dingen die (ver) buiten België lagen. Niet alleen was hij een geducht reiziger, die onder andere in Egypte en Zuidoost-Azië geweest was, ook dichterbij had zijn belangstelling: in de jaren 50 scheen hij zelfs een plan te hebben om de noorderburen aan te vallen en Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant en Limburg in te lijven en ook was zijn oog gevallen op Borneo, dat op dat moment een verliesgevend deel van Nederlands-Oost-Indië was. Omdat hij geen enkele steun kreeg van Frankrijk of Pruissen ging dit plan niet door, maar Leopold bleef zinnen op een koloniaal rijk à la het Nederlandse. In jaren 70 van de 19e eeuw, toen hij al min of meer van tafel en bed van zijn vrouw gescheiden was, kreeg hij steeds meer belangstelling voor Afrika, dat toen, afgezien van de kusten, een groot terra incognita was. Dit ging zover dat hij de Britse avonturier en ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley, meest bekend van zijn ontmoeting in 1871 met de vermiste David Livingstone (‘Doctor Livingstone, I presume?’), in 1878 inhuurde om het gebied dat nu bekend staat als Congo-Kinshasa voor hem te verkennen en in bezit te nemen. Stanley stichtte in 1881 ter ere van Leopold de nederzetting Leopoldstad, dat later de hoofdstad van Belgisch Congo werd en nu Kinshasa heet.

Mi 38 uit 1883

Toen een en ander in gang was gezet was Leopold niet meer te stoppen. Aan het einde van 1884 had hij Otto von Bismarck zover gekregen dat die een Europese conferentie bijeenbracht om Afrika te verdelen en waarbij de Congo Vrijstaat officieel erkend zou worden. Von Bismarck hapte gretig toe, want hij hoopte dat Engeland en Frankrijk ruzie zouden krijgen over de verdeling om zo zelf meer macht te krijgen, maar dat gebeurde niet. Engeland zou voornamelijk in Zuidelijk Afrika gaan heersen, Frankrijk in West- en Noord-Afrika en de Congo werd een mooie buffer waarin Leopold vrije investering van alle deelnemende partijen toestond.

Dat laatste daar zou echter niets van komen. Leopold beschouwde vanaf het begin Congo als zijn persoonlijk wingewest. Hij had zich immers diep in de schulden gestoken om van het project een succes te maken en wilde daar de baten van zien. Dat dit niet helemaal goed ging bleek al gauw:  voor de buitenwereld was Leopold een monarch die het beste voor had met de bevolking en een verklaard tegenstander was van de doodstraf, maar in werkelijkheid was zijn bestuur een ramp voor het gebied, waarin slavernij en lijfstraffen aan de orde van de dag waren. Men heeft becijferd dat in 25 jaar tijd mogelijk 10 miljoen doden vielen als gevolg van de wandaden van Leopolds koloniale ambtenaren. Toen in 1904 de eerste berichten daarvan binnenkwamen startte de koning een onderzoek, met als gevolg dat in 1908 de Vrijstaat werd opgeheven en aan de Belgische staat werd overgedaan. Kroonprins Albert I, die in 1909 een bezoek bracht aan de kolonie, was de eerste die het beleid van de koning veroordeelde.

Mi 42 uit 1884

Leopold bouwde dankzij de opbrengsten van Congolese rubber een aanzienlijk fortuin op, dat hij inzette voor de verfraaiing van steden als Brussel, Oostende en Antwerpen, waar het station en de ernaast liggende vermaarde dierentuin werden gebouwd.

In 1908 zag Leopold zijn einde naderen. Hij had bij zijn Parijse maîtresse Blanche Delacroix, die hij in 1899 of 1900 ontmoet had inmiddels twee zonen verwekt, die uiteraard niet op de troon mochten komen. Desondanks bleven ze goed verzorgd achter, zeer tot ongenoegen van zijn drie overlevende dochters. Op 17 december 1909 blies Leopold, 74 jaar oud, zijn laatste adem uit, vijf dagen daarvoor was hij met Blanche voor de kerk getrouwd.

Mi 67 uit 1900

In de periode van 1869 tot 1907 verschenen er 72 postzegels in Belgie, waarvan er 34 het portret van Leopold II droegen. Hij wordt op 3 verschillende leeftijden afgebeeld steeds naar links kijkend. In 1905 is het hoofd van de 70-jarige monarch iets meer naar de kijker gewend, maar het was Albert I die er de gewoonte van maakte ‘en face’ afgebeeld te willen worden.

De zegels van 1869, en later die van 1883 en 1884, werden ontworpen door de Brusselse historieschilder Henri Hendrickx (1817-1894), die zijn atelier had in Sint-Joost-ten-Node. Deze was in 1869 ook verantwoordelijk voor de eerste echte bankbiljetten en in 1886 kreeg hij een eervolle opdracht voor een nieuw te ontwikkelen Griekse serie met Hermeskopjes, als opvolger van de in 1861 geïntroduceerde plaatjes. In de Belgische serie van 1869 en de Griekse serie werkte hij samen met Albert Doms die de houtgravures maakte. De zegels werden in boekdruk geproduceerd.

Griekenland Mi 90, ontworpen door Hendrickx en Doms

De latere uitgiftes vanaf 1893 hebben allemaal het bekende ‘Ne pas livrer le Dimanche/Niet bestellen op Zondag’ strookje, dat in de Eerste wereldoorlog afgeschaft werd.

Na zijn overlijden bleef Leopold II nog regelmatig afgebeeld worden, zoals ieder lid van het Koninklijk Huis in het algemeen nog zeer koningsgezinde België zich in een ruime belangstelling mag verheugen voor wat betreft aantallen zegels: bijna 15% van alle Belgische zegels toont een staatshoofd, ex-staatshoofd of directe familieleden. In Nederland is dit ‘slechts’ 12%.

Volgende keer volg ik de nieuwste ontwikkelingen in Spanje.