1 augustus 1867 – De sfinx van Gizeh

De sfinx met de piramide van Chefren (Adrie Steenbrink, 1989)

Van de piramides is inmiddels vrij veel bekend. Voor wie ze gebouwd zijn en waarom, door wie en waarmee, het is goed te plaatsen en voor te stellen.

De sfinx in 1867 (Félix Bonfils)

Anders is het met de sfinx. Dit mysterieuze wezen is veel lastiger te duiden. Ook over de ouderdom gaan wilde discussies tussen egyptologen, archeologen en vooral geologen.

Wie of wat is de sfinx? Een mensenkop op een leeuwenlijf en dan van enorme afmetingen, 73 meter lang, 20 meter hoog en zes meter breed. Wat breder dan een gemiddelde eengezinswoning zoals waar Zegelgek in woont, maar dan wel ook twee keer zo hoog en zeven keer zo lang.

Mi 11 uit 1867

De sfinx ligt voor de piramide van Chefren, naast de daarbij horende dodentempel. Het leeuwenlichaam is, maar het zich laat aanzien, gevormd uit een al duizenden jaren eerder gevormde rotspartij. Volgens sommigen, zoals met name John Anthony West *), zou de sfinx al zo’n 12.000 jaar geleden uitgehouwen zijn door vroeg Egyptische beschavingen. West ging hierbij uit van de verticale groeven in de steen, die volgens hem gevormd waren door langdurige regenval in die periode. Of deze beschavingen zich al van de mythologie bedienden van de farao’s en hun onderdanen lijkt echter wel twijfelachtig, dus de vorming van de beeltenis zoals hij nu is kan het beste toegeschreven worden aan de tijdgenoten van farao Chefren.

Mi 17 en 15 uit 1872

De meeste egyptologen gaan ervan uit dat de mensenkop opdrachtgever Chefren voorstelt, maar bewijzen hiervoor zijn niet te vinden. Anders dan bij de veelvuldig in hiëroglyfen beschreven piramides is er van de sfinx namelijk geen enkele geschreven bron uit die tijd. Alles is dus giswerk, ook over hoe het enorme beeld gemaakt is. Het uithouwen van het tamelijk precies geproportioneerde hoofd met de primitieve gereedschappen van toen moet welhaast vele jaren geduurd hebben. Wel lijkt het zo te zijn dat tot in de Romeinse tijd er beschermende steenlagen zijn aangebracht om de simpele reden dat toen ook al bekend was dat kalksteen makkelijk erodeert.

De sfinx vanuit het noorden gezien (Adrie Steenbrink, 1989)

Nadat de Romeinen Egypte verlaten hadden bleven de piramides en de sfinx alleen achter. Tot ver in de 19e eeuw was alleen de kop zichtbaar. Pas zo’n 140 jaar geleden werden de eerste uitgravingen gedaan van de steenmassa en de tempelstructuren die we nu kennen. Toen was de neus van de sfinx allang verdwenen. Deze zou in de 14e eeuw door een moslimfundamentalist afgehakt zijn toen hij merkte dat lokale boeren zich tot het beeld richten voor een goede oogst. Alle bekende afbeeldingen van vroege reizigers geven een neusloos beeld.

Mi 38 uit 1888

De eerste postzegels met de sfinx en een piramide kwamen op 1 augustus 1867 uit en laten een tamelijk getrouwe beeltenis van de grote kop zien. Het lijkt wel een gecomponeerd beeld te zijn, want de plaatsing van de piramide is vreemd en stelt zeker niet die van Chefren voor (deze heeft een ‘hoedje’), maar waarschijnlijk Cheops. Wie de zegels ontworpen en gedrukt heeft is niet bekend, maar vermoedelijk is er een Europese (Italiaanse) drukker betrokken geweest. Dat is wel anders bij de tweede uitgifte uit 1872. Deze toont een geografisch betere plaatsing van de sfinx en de piramide van Cheops, maar de druk komt duidelijk uit Egypte zelf, een eerste oplage in steendruk werd gemaakt bij drukkerij V. Penasson in Alexandrië, een tweede oplage in boekdruk kwam van Bulaq in Cairo. Vanaf 1879 komen er nieuwe zegels uit met een gemodificeerd plaatje, gebaseerd op de zegels van 1872. Hierin heeft de sfinx een echt menselijk gezicht gekregen met duidelijke ogen en een neus, mogelijk naar aanleiding van de uit- en opgravingen in die jaren, waarbij ook de eerste speculaties werden gedaan hoe de sfinx er 4300 jaar eerder uitgezien zou kunnen hebben.

Fujeira Mi 52 uit 1966

Mi 48 uit 1914

Tot 1914 bleef deze afbeelding gemeengoed. In dat jaar verscheen een nieuwe serie waarin ook andere Egyptische monumenten een plaats kregen. In deze serie zien we de sfinx voor het eerst zonder piramides, zoals hij later nog vele malen is afgebeeld.

Piramides en sfinxen, ze hebben samen met de andere grote werken in Egypte, voor een belangrijk deel de aantrekkelijkheid van Egyptische postzegels bepaald. Nog regelmatig komen nieuwe zegels uit, zoals in 2015 nog een zegel voor de 150ste verjaardag van de ITU waarop het drietal (zonder sfinx) te ziens is. De laatste sfinxzegel is uit 2012, wel samen met de piramides, maar dan met het beeld achter die van Menkaure.

De volgende keer gaan we 1868 in.

Zegels uit 1993 en 1994 (vlnr Mi 1783, 1818, 1758)

 

*) West was naast geoloog en auteur van fictie en non-fictie ook nog astroloog en werkte samen met Jan Gerhard Toonder, met wie hij in 1970 Het astrologisch argument uitbracht.