Piramide van Cheops (Adrie Steenbrink, 1989)

De beroemde Egyptische piramides, en vooral die bij Gizeh, enig overblijfsel van de Zeven Wereldwonderen uit de Oudheid, waren recent weer in het nieuws: in de piramide van Cheops is een geheime ruimte ontdekt met nieuwe technologie. In 2016 was er al een groot vermoeden, nu blijkt het aangetoond. Het is de laatste van diverse ontdekkingen van de laatste 20 jaar omtrent het bouwproces.

Hoe het begon…

Rond het jaar 3100 v.Chr werden Opper- en Neder-Egypte verenigd en ontstond de voorloper van het Oude Koninkrijk Egypte langs de Nijl tot waar nu Assoean ligt. De eerste koning of farao zou Narmer zijn die in Memphis zijn hoofdstad bouwde. Hij wordt beschouwd als de eerste farao van de Eerste Dynastie. Dit rijk zou zo’n 2800 jaar en 31 dynastieën duren, totdat Alexander de Grote het in 332 v.Chr veroverde en zijn opvolger Ptolemeus Soter een nieuw door Grieken bestuurd rijk stichtte.

Van de eerste farao’s is nog altijd niet veel bekend, hoewel er de afgelopen eeuwen wel steeds meer geschreven materiaal (hiëroglyfen) ontdekt is, waarmee een reconstructie gemaakt kon worden.

Egypte Mi 989 toont Djoser’s piramide in Saqqara

Na ruim 200 jaar werd de Eerste Dynastie vervangen door de Tweede. Hierover is minder bekend dan van de Eerste, maar de duur was eveneens ruim 200 jaar tot het jaar 2686 v.Chr. De eerste farao van de Derde Dynastie is gelijk ook degene waarover veel meer bekend is: Djoser.

Djoser was de zoon van de (waarschijnlijk) laatste farao van de Tweede dynastie, Khasekhemwy. Zijn bekendheid dankt hij met name aan de Hongerstèle, die verhaalt over farao Djoser die een verloren gegane tempel herbouwde en daarmee de gunst van de goden wist te winnen en zodoende een hongersnood kon stoppen. Zijn vizier Imhotep was zo nodig nog bekender. Hij was de rechterhand en bouwmeester van Djoser en na diens overlijden gaf hij opdracht voor de bouw van een grafmonument. Dit groeide uit tot de oudst bekende piramide: de trappiramide van Saqqara. Deze nog vrij rudimentaire piramide zou als voorbeeld dienen voor de veel grotere en beter gebouwde exemplaren voor de navolgers van Djoser: in de volgende 500 jaar zouden de bekendste piramides gebouwd worden.

Op een aantal zegels, zoals deze uit 1957 (Mi 522), zie je de piramides als beeldmerk

De techniek van de piramidebouw

Men geloofde dat de overleden farao makkelijker in het hiernamaals opgenomen zou worden wanneer er een passend grafmonument voor hem zou worden gebouwd dat hem het hemelse in zou leiden. Een puntvorm op een vierkant grondvlak lag daarmee voor de hand, mede ingegeven door het mythologische verhaal van de Benben. Het geloof schreef ook voor dat de ingang exact op het noorden moest liggen. De Egyptenaren leerden zonder dat het kompas was uitgevonden al waar ze het noorden moesten vinden en de eerste die inderdaad op de graad nauwkeurig op het noorden georiënteerd werd was de Knikpiramide bij Dahshur, gebouwd voor farao Snerefu van de Vierde Dynastie. Deze piramide werd heel ambitieus opgezet met een helling van wel 54 graden, maar omdat het grondvlak niet goed geconstrueerd was moest men halverwege de bouw een andere hellingshoek kiezen om een totale instorting te voorkomen: het bovenste deel heeft daarom een helling van maar 43 graden.

Een foto uit 1872 met het gezelschap van de Braziliaanse keizer Pedro II bij Gizeh

Met de ervaring van de Knikpiramide in het achterhoofd werd in ongeveer 2580 v.Chr begonnen aan een piramide voor de regerende farao Khufu, de opvolger van Snerefu van wie hij de zoon of stiefzoon was. Khufu kennen we vooral door zijn meer bekende naam Cheops, die in Hellenistische geschriften genoemd wordt. Hoewel Khufu niet de bekendste van de farao’s is regeerde hij wel in de hoogtijdagen van het Oude Koninkrijk. Middelen waren er derhalve genoeg om een groots opgezet grafmonument te bouwen en Khufu’s vizier Hemiunu was een kundig man die op de hoogte was van de laatste wiskundige foefjes. Hij berekende het noorden op de juiste wijze en legde een voor die tijd buitengewoon precies vlak en vierkant grondvlak aan van 230 meter en 34 centimeter lang en breed.

Egypte Mi 319 met portret van koning Faroek en de piramides

Gedurende de volgende 20 jaar werkten vele tienduizenden goed opgeleide arbeiders aan de piramide. Het is nog altijd speculeren hoe ze het voor elkaar kregen om de grote kalkstenen blokken op hun plaats te brengen en meer bijzonder nog hoe ze de granieten blokken van de koningskamer in exact passende vorm kregen, waar letterlijk geen speld tussen te krijgen is. Men neemt aan dat de Egyptenaren vooral van koperen gereedschappen gebruik maakten. Weliswaar is koper een zacht metaal, maar je kunt er uitstekend mee beitelen. Ook vermoeden Egyptologen dat ze een koperen zaag hadden zonder tanden, maar die met zand en veel geduld graniet in vorm kon brengen.

De piramides van Chefren (voorop) en Cheops. Hoewel Chefren een paar meter kleiner is blijkt daar uit de foto niets van! (Adrie Steenbrink, 1989)

De piramide werd ruim 146 meter hoog. Men berekende dat, om de stenen met niet al te veel moeite op hoogte te krijgen er een helling met een hoek van hooguit 7 graden gebouwd moest worden. Dat is volstrekt onvoldoende om bijna 150 meter hoog te bouwen en dat leidde bij de Franse architect Jean-Pierre Houdin tot het vermoeden dat er van een soort inwendig spiraalsysteem van gangen gebruik gemaakt moest zijn. In 2008 rondde hij zijn onderzoek, dat 10 jaar geduurd had, positief af: er werden inderdaad resten van een deels volgestort gangenstelsel ontdekt. En onlangs kwam er weer nieuws, er is met geavanceerde röntgentechniek een corridor bóven die naar de koningskamer ontdekt.

Egypte Mi 1263 toont de formatie van Gizeh vanuit het noordoosten

Hoe het verder ging

Cheops was zeker niet de laatste piramide. Vlak achter de grote piramide kwam die van Chefren, de zoon van Khufu. Deze iets kleinere piramide lijkt ‘bewaakt’ te worden door de leeuw met mensenkop die we kennen als de Sfinx (waarover in deel 2). De derde piramide van het complex is die van de volgende farao Menkaure, zoon van Chefren. Deze is nog maar 105 meter hoog en dit is de laatste van de goed bewaarde piramides. Latere piramides zijn in veel slechtere staat achtergebleven dan de drie van Gizeh. De laatste piramide werd nabij Abydos gebouwd voor farao Amhose in ongeveer 1500 v.Chr, maar hier is niet veel meer van over.

Plattegrond van het Plateau van Gizeh (bron)

Tijdens het Middenrijk (ca 2000-1800 v.Chr) werden veel tempels piramides ontmanteld en de materialen voor eigen bouwprojecten gebruikt, maar in het Nieuwe Rijk (ca 1550-1070 v.Chr) werden al de eerste pogingen tot behoud gedaan. Met name farao Ramses II (1279-1213 v.Chr) en zijn zoon Kwaemweset hadden grote belangstelling voor Gizeh en de laatste wordt dankzij zijn inspanningen wel eens de eerste Egyptoloog genoemd. Totdat de Romeinen Egypte veroverden op de laatste Ptolemeërs in 30 v.Chr, werd de necropolis Gizeh nog af en toe wel gebruikt ook om doden te begraven.

Equatoriaal-Guinea Mi 1166 uit 1974, een reproductie van een schilderij van Antoine-Jean Gros (1771-1835)

De volgende 1800 jaar gebeurde er eigenlijk niets bijzonders. Weliswaar werden er door de tijd heen wel eens vroege toeristen gespot, die ook toen al de nodige souvenirs meenamen, maar met Napoleon’s campagne in Egypte (1798-1801) kwam de belangstelling voor de kolossale bouwwerken pas goed op gang. De aankomende keizer had een leger van wetenschappers en archeologen meegenomen, die kennis moesten vergaren over het Egyptische erfgoed. Zo vond men bijvoorbeeld tijdens de werkzaamheden aan een fort de welbekende Steen van Rosetta, waarmee eindelijk de hiëroglyfen konden worden ontcijferd. De campagne mislukte, maar de belangstelling voor Egypte bleef. Tussen 1812 en 1819 reisde de door Engeland gesponsorde Italiaan Giovanni Battista Belzoni (1778-1823) langs de Nijl en deed daar diverse opgravingen. Ook was hij de eerste buitenstaander die de piramide van Chefren van binnen zag en toonde zo aan dat deze niet massief was zoals werd verondersteld.

Bulgarije Mi 1020 uit 1957 geeft aandacht aan de wielerronde van Egypte, een amateurkoers die nog altijd verreden wordt.

Een andere naam die blijvend aan Gizeh kleeft was William Flinders Petrie (1853-1942), die als landmeter al op jonge leeftijd bij Stonehenge te vinden was en in 1880 zijn metingen in Egypte voortzette. Van hem komt de moderne basiskennis van de piramides en ook was hij een warm pleitbezorger van het stoppen van de vernietiging van (Egyptisch) erfgoed zoals die tot in de vroege 20ste eeuw nog plaats vond.

Van de huidige Egyptologen is met name de Egyptenaar Zahi Hawass (1947-) bekend. In een van de films in bijlage is hij dan ook vaak aan het woord.

Volgende keer ga ik in op de Sfinx en op de postzegels die vanaf 1 augustus 1867 het licht zagen.

 

Interessante video’s over de piramidebouw:

https://www.youtube.com/watch?v=ZB-MOGw0RMo (2008)

https://www.youtube.com/watch?v=Do3oFnaoYCM (2005)

Wapen van Beieren tussen 1835 en 1918 (bron)

De Duitse wereld was in 1867 flink aan het veranderen. In het voorgaande jaar was de eerste daadwerkelijke stap naar eenwording gezet door het verslaan van Oostenrijk in de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog. De aanleiding van die oorlog lag eigenlijk maar in een relatief kleine gebeurtenis: Pruisen had in 1864 Denemarken verslagen in de oorlog om Sleeswijk-Holstein. Toen de kruitdampen waren opgetrokken werd in de Vrede van Wenen vastgelegd dat de nieuw veroverde gebieden onder gezamenlijk bestuur van Pruisen en Oostenrijk zouden komen en in het Verdrag van Gastein uit 1865 werd bepaald dat Oostenrijk het bestuur van Holstein op zich zou nemen. De spanningen namen hierdoor echter alleen maar toe aangezien de Pruisische kanselier Otto von Bismarck verregaande plannen had om een bom onder de in 1815 opgerichte Duitse Bond te leggen en met Pruisen en sympathiserende staten een nieuw Duits Rijk zónder Oostenrijk te stichten.

Mi 14 uit 1867

De aartsdiplomaat Von Bismarck wist handig gebruik te maken van de financiële crisis die in Oostenrijk was uitgebroken. Hij wist zo bijvoorbeeld Italië, dat het onder Oostenrijks bestuur staande gebied rond Venetië graag wilde inlijven, aan zich te binden. Daarnaast maakte hij afspraken met Rusland en het Verenigd Koninkrijk dat zij zich nergens mee zouden bemoeien. Oostenrijk kon alleen nog maar vertrouwen op Frankrijk en wist Napoleon te paaien met delen van het Rijnland.

Zo stonden in het voorjaar van 1866 twee coalities tegenover elkaar: de Pruisische, met een groot deel van de Noord Duitse staten en die met de restanten van de Duitse Bond onder leiding van Oostenrijk. De koninkrijken Hannover, Saksen, Württemberg en Beieren hoorden daar ook bij. Hannover werd het eerste slachtoffer: het capituleerde al na twee dagen en werd geannexeerd door Pruisen. Saksen werd zonder slag of stoot veroverd maar zou het lot van Hannover niet delen. Ook voor Württemberg, Beieren en Oostenrijk zelf was er geen houden aan. Oostenrijk had Italië weliswaar verslagen bij Custozza, maar de Pruisische legers waren oppermachtig en op 3 juli werd de beslissende strijd bij Königgrätz (het huidige Sadova op 100 kilometer ten oosten van Praag) uitgevochten.

Mi 57 uit 1888

In augustus werden de vredesverdragen getekend. Oostenrijk moest de Pruisische overheersing in Noord-Duitsland erkennen en verloor het bestuur over Holstein. Het koninkrijk Hannover, keurvorstendom Hessen, hertogdom Nassau en de vrije stad Frankfurt am Main werden geannexeerd. Het koninkrijk Saksen sloot zich aan bij de Noord-Duitse Bond. De koninkrijken Beieren en Württemberg bleven vooralsnog zelfstandig en moesten herstelbetalingen doen. In 1867 was de kaart van Europa dus al flink veranderd.

Op postaal gebied veranderde er ook iets: alle Noord-Duitse staten en de postdienst van Thurn und Taxis gingen op in de Noord-Duitse postadministratie, dat enkele doodsaaie cijferzegels uitgaf. Beieren en Württemberg bleven postaal zelfstandig, met name omdat ze toen nog een andere, aan Oostenrijk gelieerde munteenheid hadden. Deze situatie zou in 1871, toen de beide koninkrijken opgenomen werden in het Duitse Rijk, blijven bestaan. Württemberg zou in 1902 de gewone postdienst overdragen aan die van het Duitse Rijk, maar bleef voor dienstpost wel eigen zegels uitgeven, Beieren handhaafde tot 1920 zijn eigen posterijen.

Alle zegels van Beieren van 1867 tot 1910 tonen het wapen van het koninkrijk in reliëfdruk. Eerst tot 1875 in Kreuzer, waarvan er 60 in een Gulden gingen, daarna zoals overal in het Duitse Rijk in Pfennige en Marke. Het was aanvankelijk de bedoeling om de sinds 1849 gebruikte cijferzegels van Haseney te vervangen door een portret van koning Maximilian II, maar zowel Haseney als de koning bliezen in de jaren 60 hun laatste adem uit en de verantwoordelijke voor de eerste 13 zegels werd opgevolgd door een zekere J-P Riess. Deze kreeg aanvankelijk nog wel een opdracht om de nieuwe koning Ludwig II op een postzegel te vereeuwigen, maar de omstandigheden waren niet gelukkig en de koning, die zich het meest prettig voelde in een zelfgecreëerde sprookjeswereld, al helemaal niet. Als alternatief werd de veilige wapentekening bedacht.

BRD Mi 1587 uit 1992 met het moderne wapen van de Vrijstaat Beieren.

Wie goed kijkt ziet het hele wapen van Beieren, bestaande uit 5 deelschilden. Links bovenin de gouden leeuw in een zwart veld van de Pfalz, een gebied ten westen van de Rijn aan de zuidkant begrensd door Frankrijk. De eerste heersers waren leden van het huis Wittelsbach, dat tot 1918 in Beieren heerste. Recht bovenin de ‘Frankisch hark’. Frankenland ligt in het noorden van Beieren en bestrijkt tegenwoordig ook een deel van Hessen. Links onderin sinds 1918 de blauwe panter die ingebracht is door de graaf van Ortenburg, leider van een graafschapje aan de Donau bij Passau. Tijdens het koninkrijk was dit een wapen van rood en witte horizontale banden, doorsneden door een verticale witte balk, afkomstig van het graafschap Burgau. Recht onderin zien we nu drie zwarte leeuwen op een gouden veld, die van Schwaben komt, een landstreek aan de westkant van Beieren, begrensd met Baden-Württemberg en Zwitserland. Tussen 1835 en 1918 stond hier echter een blauwe leeuw in een wit veld, afkomstig van het graafschap Veldenz.

En dan is er nog het hartschild, het meest herkenbare op de postzegel en het meest verwant aan het Huis Wittelsbach. Het bestaat uit afwisselende naar links hangende blauwe en witte ruiten. Dit wapen komt oorspronkelijk van de bij Straubing gevestigde graven van Bogen. In 1242 verloren deze door uitsterving hun macht aan de hertogen van Beieren, die zich sinds halverwege de 12e eeuw Wittelsbachers noemden naar hun stamslot ten noordoosten van Augsburg. Het Huis Wittelsbach is een van de oudste vorstenhuizen ter wereld en wordt tegenwoordig geleid door de nu 84-jarige Franz von Bayern.

Volgende keer plaatst Zegelgek vier gelijkbenige driehoeken op een vierkant grondvlak.