27 Juli 1866 – Prins Carol I

Koning Carol I, ca 1890

Revoluties zijn er van alledag. Een kleine vond plaats op 22 februari 1866: vorst Alexander Cuza werd afgezet door een coalitie van conservatieve politici en landeigenaren en niet veel later het land uitgezet. Dit alles na een mislukte poging van Cuza om door een grootscheepse landhervorming de kleine boeren meer zeggenschap over het door hen bewerkte land te geven.

Roemenië Mi 14 uit 1866 (bron)

Maar wat nu? Roemenië was in 1862 dankzij de inzet van Cuza een zelfstandige staat binnen het Ottomaanse Rijk geworden en om niet terug te vallen tot de situatie van vroeger moest een nieuwe vorst aangetrokken worden. Deze keer ging men shoppen in het buitenland en zo kon op 20 april 1866 de op die dag juist 27 geworden Pruisische prins Karl van Hohenzollern-Sigmaringen gepresenteerd worden als de nieuwe domnitor van Roemenië.

Mi 39 uit 1872, grote gelijkenis met Franse zegels van voor 1870

Karl Eitel Friedrich Zephyrinus Ludwig van Hohenzollern-Sigmaringen werd geboren op 20 april 1839 op het oude stads- en familieslot van Sigmaringen *), nu in Baden-Württemberg, maar toen hoofdstad van het prinsdom Hohenzollern-Sigmaringen en vanaf 1850 een exclave van het koninkrijk Pruisen. Karl’s beide oma’s waren van Franse afkomst, de een was een Murat, de andere een de Beauharnais. De relatie met keizer Napoleon III was dan ook prima, wat Karl in 1866 goed te pas kwam.

Mi 67 uit 1885

Karl was een leergierige jongen die goed zijn talen sprak. Ook als militair in het Pruisische leger gold hij als goed en gedisciplineerd en hij vocht in 1864 tegen de Denen in de Tweede Sleeswijkse Oorlog. In 1866 wachtte hem de grote uitdaging: nadat de Belgische prins Filip, broer van koning Leopold II, afgezegd had werd hij, op voorspraak van Napoleon III, verkozen als de nieuwe leider van Roemenië. Dat had binnen Europa nog wel wat voeten in aarde, maar toen ook de Turken verzoend waren kon Karl naar Boekarest reizen. Dat moest incognito, want de oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk was nog gaande.

Op 22 mei werd hij uiteindelijk ingehuldigd als prins Carol I van Roemenië en later in het jaar werd in de grondwet vastgelegd dat het huis Hohenzollern-Sigmaringen het erfrecht zou hebben.

Mi 86 uit 1890

Carol nam zijn taak uiterst serieus, iets wat zijn vrouw, prinses Elisabeth von Wied, deed uitroepen dat hij zelfs in bed de kroon op had. Op de Roemenen kwam hij koud en afstandelijk over, maar dat dwong in tijden van nood ook weer respect af. En die tijden van nood kwamen er wel, want in 1877 brak de Russisch-Turkse oorlog uit en daarmee ook de vrijheidsoorlog van de Bulgaren en Roemenen. Carol leidde het Roemeense leger persoonlijk.

Mi 184 voor het 25-jarig bestaan van het koninkrijk in 1906

Na afloop van de oorlogen werd bij de Vrede van Berlijn een nieuwe status quo geregeld. Bulgarije verkreeg een autonomie zoals Roemenië die had en Roemenië zelf mocht zich geheel onafhankelijk noemen. In 1881 werd dat bezegeld met het koningschap voor Carol I. Toen werd meteen vastgelegd dat het kinderloze koningspaar opgevolgd zou worden door de oudste zoon van Carol’s broer Leopold **). Die zoon, Wilhelm, zou in 1886 zijn rechten overdoen aan zijn jongere broer Ferdinand.

Mi 418 uit 1931 met Carol II, Ferdinand en Carol I

Roemenië kende tijdens de regering van Carol niet alleen stabiliteit en vooruitgang, maar ook een groeiende corruptie en inefficiënt bestuur. Het probleem van de kleine boeren, die feitelijk alleen voor de landeigenaren werkten, werden niet aangepakt en opstanden werden door het leger gesmoord. Een ander probleem was dat in de aanloop van de Eerste Wereldoorlog Carol openlijk uitkwam voor de Centrale machten Duitsland en Oostenrijk. Zijn dood op 10 oktober 1914 voorkwam dat de Roemenen aan dat hachelijke avontuur zouden beginnen: Ferdinand koos voor de geallieerden en kon tot 1916 de oorlog buiten de deur houden.

Mi 580 uit 1939, bij de 100ste geboortedag

Gedurende de 48-jarige regering van Carol zijn talloze postzegels met zijn portret verschenen, sowieso iedere zegel tot en met 1902, zo’n 125 stuks, en daarna iets minder tot zijn dood, totaal ongeveer 150 zegels. De eerste (ongetande) zegels deden qua kader enigszins aan Franse zegels met het portret van Napoleon III denken. Hierop zien we Carol nog met de opvallende bakkebaarden, die tot de kin doorlopen. Vanaf 1871 zie je de baard als het ware groeien, vanaf 1872 zijn alle zegels getand. Tot dat jaar worden alle zegels, net als eerder die van Cuza ontworpen, gegraveerd en gedrukt bij de drukkerij van S. Sander & Co in Boekarest. In 1872 kwam er ook een serie uit gemaakt door de beroemde Albert Barre in de zo kenmerkende stijl, waarin hij en zijn vader de eerste 20 jaar Franse postzegels maakte, deze serie werd in Parijs gedrukt. Dit type werd vanaf 1876 in Boekarest gedrukt en deze zegels vallen op door de minder fijne druk en grovere tanding.

Na de dood van Carol werd hij alleen nog tijdens het koninkrijk herdacht, zoals in 1939 met een grote serie ter gelegenheid van zijn 100ste geboortedag.

Een ander –  niet al te vrolijk – avontuur van Napoleon III zien we de volgende keer.

 

 

 

 

 

*) Het slot is nog altijd in bezit van de familie en dient nu als museum. In 1944 werd het tijdelijk afgestaan aan het gevluchte Vichy-regime.

**) Leopold zelf had er geen trek in na de affaire waarin hij tegen de zin van Napoleon III in 1868 het koningschap van Spanje had aangeboden gekregen, iets wat indirect tot de Frans-Duitse Oorlog leidde.