Lama (bron)

Bijna een jaar geleden behandelde ik de vicuña, die volgens de kenners op het wapen van Peru staat. In 1867 kwam echter de lama in beeld en dat is geen vicuña en ook geen alpaca. Nu hebben catalogi het in de beschrijving nog weleens mis, dus maar even checken of het inderdaad een lama. Nu inderdaad, het is een echte ‘lama glama’

Mi 14 uit 1867 (bron)

Mi 13 uit 1867 (bron)

Kun je van een alpaca wol halen, van een lama kan dat niet: het dier heeft geen vacht maar lange haren die een goede bescherming tegen de omstandigheden op de hoogvlakten van de Andes bieden. Een ander kenmerk zijn de oren, deze zijn bij de lama krom als een banaan.

Lama’s zijn in het algemeen geen prettige dieren in de omgang, maar werken kunnen ze wel. De lama wordt sinds mensenheugenis dus als lastdier gebruikt, iets wat je een alpaca of vicuña dan weer niet ziet doen, deze zijn daar absoluut niet voor gemaakt.

De postzegels van 1867 waren de eerste getande zegels in Peru. Daarna duurde het weer tot 1874 voor de volgende kwamen, na eerst enkele uitgiftes die weer ongetand waren. Ook nieuw was dat de nieuwe munteenheid gebruikt werd, de Centavo, waarvan er 100 in een Sol gaan. Het waren twee waardes, een steenrode 10 en een bruine 20. In 1895 werden dezelfde zegels uitgegeven in de kleuren oranje en ultramarijn *) Daarna eigenlijk nog maar weinig lama’s wereldwijd en dan alleen nog maar uit Peru en Bolivia.

Mi 1906 uit 2004 (bron)

Volgende keer horen we het Beieren in München.

Het martelaarschap van St. Ursula (P.P. Rubens, 1615, Kimbell Art Museum, Fort Worth. detail)

Ik was vroeger, toen ik nog in Haarlem woonde, gefascineerd door een steegje in de binnenstad met de naam Ursulastraat. Volgens de stadsoudheidkundige van weleer, mevrouw Gerda H. Kurtz, in haar veelgeprezen ‘De straat waarin wij wonen’ heette het straatje in 1488 ‘Ellefduysent Maechdenstraet’ naar het zich aldaar bevindende Klooster der Elfduizend Maagden. Een ander naam was het meer preutse St. Ursulaklooster, waar de tertiarissen, die hun naam ontleenden aan de Derde Orde van St. Franciscus, hun zielewerk verrichten. Het klooster werd, net als vele andere kloosters, waaronder ook de Amsterdamse versie, in de jaren 70 van de 16e eeuw opgeheven, verkocht, afgebroken en/of herbestemd. In Haarlem is er nu het Remonstrantse Hofje, zeer de moeite van een bezoek waard. In Amsterdam werden in de oude kloostergebouwen onder andere een spinhuis gesticht, waar nu nog de Spinhuissteeg, een rustig steegje in de overvolle binnenstad, aan herinnert. Nu is er het Compagnietheater in het in 1791 voor de Hersteld Evangelisch-Lutherse gemeente gebouwde kerk.

Aankomst van St. Ursula in Keulen (Vitorio Carpaccio, 1490, Gallerie del’Accademia, Venetië)

Wapen van de Britse Maagdeneilanden

11.000 maagden, toe maar. Hoe kwam die Ursula daaraan? En hoe kwam ze op de Maagdeneilanden terecht? Om met dat laatste te beginnen: door Columbus, die bij het ontdekken van de vele eilanden – het zijn er overigens slechts 32 – meteen dacht aan St. Ursula. Hij noemde het daarom Islas de Santa Úrsula y las Once Mil Virgines, kortweg las Virgines. In de volgende eeuwen waren de eilanden in gebruik als handelspost van Engelsen en Denen, terwijl tussen 1625 en 1680 ook de Hollanders een graantje meepikten: één van de eilanden heet Jost Van Dyke, genoemd naar de Nederlandse kaperkapitein Joost van Dyk die er in 1615 voor het eerst voet aan wal zette. Vooral het Deense eiland St. Thomas was een spil in het Trans-Caribische handelsverkeer. De Denen verkochten in 1917 hun bezittingen aan de Amerikanen, die het vanuit het nabijgelegen Puerto Rico besturen.

Maagdeneilanden Mi 1 (bron)

Ursula, die, net als de eerder besproken Gregorius, hoogstwaarschijnlijk niet bestaan heeft, heeft vooral in Keulen een naam op te houden, want ook daar is ze stadspatroon, omdat ze haar leven gaf om de stad te verlossen van de veroveringsdrang van Attila de Hun. Dat kwam zo: Ursula werd geboren als de bijzonder knappe dochter van een christelijke koning met de naam Dionotus, die heerste over wat nu Cornwall en Devon is *). Dat kwam de koning van Engeland ter ore die nog driftig op zoek was naar een verstandige vrouw voor zijn enige zoon Aetherius **). Aetherius was echter nog geen christen en Ursula stemde alleen toe als zij tien even mooie maagden ter beschikking kreeg, ieder vergezeld van duizend andere maagden. Ook voor haar zelf werden 1000 maagden besteld, zodat Ursula met elfduizend van deze schonen op bedevaart naar Rome kon, om daar bij de paus haar huwelijk met Aetherius te bepleiten. De jongeman zou zich bij die gelegenheid ook laten dopen.

Maagdeneilanden Mi 53 (1922)

Maagdeneilanden Mi 166-168 uit 1966 (3 uit serie van 4)

Ze reisden via Keulen en Basel en nadat alle verplichtingen in Rome waren uitgevoerd over dezelfde weg terug. Maar nu waren de hordes van Attila voor de poorten van Keulen gekomen en deze wrede veldheer maakte korte metten met de 11.000 maagden. Ursula spaarde hij om haar zelf tot echtgenote te nemen, maar de tegenstribbelende vrouw, inmiddels bijgestaan door haar verloofde Aetherius, besloot, samen met hem, haar leven te geven voor het behoud van de stad. En dat werkte, want Attila werd door een hemels legioen van 11.000 maagden verdreven en niemand heeft hem meer in de buurt van Keulen gezien. Tenminste, zo gaat het verhaal, want in werkelijkheid hield Attila, die in de eerste helft van de 5e eeuw leefde, flink huis in wat nu Duitsland en Frankrijk is en hij werd in 451 pas eerst verslagen door een coalitie van Franken en Romeinen in de buurt van Chalons.

Het verhaal van Ursula, ***) die als feestdag 21 oktober kreeg toegewezen, ging natuurlijk als een lopend vuurtje door de christelijke wereld en Columbus kende het uiteraard toen hij in 1493 op zijn tweede reis langs de eilanden zeilde. Bovendien had men in 1106 een Romeins graf gevonden in Keulen, waarvan gelijk het onbewezen gerucht ging dat het om de relieken van Ursula en haar 11.000 maagden ging. Er ontstond een levendige handel en in onder andere de Munsterkerk in Roermond heeft men beenresten uit het Romeinse graf gevonden. In 1535 werd in Brescia de Ursulinenorde gesticht.

De naam Maagdeneilanden bleef tot op de huidige dag bewaard en Ursula is zoals te verwachten de patroonheilige en staat centraal in het wapen van de eilanden, samen met 12 olielampjes, 1 die ze vasthoudt en 11 die ieder een duizendtal maagden verbeelden.

De eerste zes postzegels van de Britse Maagdeneilanden tonen St. Ursula in 4 verschillende ontwerpen met of zonder watermerk, ze kwamen uit een kleine drukkerij in Londen. Later, in 1887 verscheen een herdruk in andere kleuren en in 1899 een nieuwe serie Ursula’s. Zowel van George V als George VI verscheen een serie waarbij het koningshoofd geflankeerd werd door Ursula. Opmerkelijk is dat Duitsland nooit een zegel aan Ursula gewijd heeft, terwijl haar heiligheid te danken is aan haar vermeende optreden in Keulen.

Volgende keer gaat Zegelgek 1867 in.

 

*) Andere bronnen noemen de Bretonse koning Maurus
**) Ook wordt de Britse veldheer Conan Meriadoc in dit verband genoemd
***) Het verhaal van de heilige Cunera, onder andere patroonheilige van de stad Rhenen, gaat ongeveer op dezelfde wijze!

Maximiliaan van Mexico

Afgelopen 19 juni was het precies 150 jaar geleden dat er een einde kwam aan het Tweede en laatste Mexicaanse keizerrijk. De keizer kwam voor het vuurpeloton en de regering van voor zijn aantreden kwam weer aan de macht. Een schok ging door de wereld en niet in het minst in Frankrijk waar het kortstondige keizerrijk in scene was gezet.

Ferdinand Maximilian Joseph van Habsburg-Lotharingen werd op 6 juli 1832 geboren op het paleis van Schönbrunn bij Wenen als zoon van aartshertog Franz Karl en zijn vrouw Sophia van Beieren. Hij was kleinzoon van keizer Franz I, die in de nadagen van zijn keizerschap was en drie jaar later zou overlijden. Geen nood, Franz had een opvolger in zijn oudste zoon Ferdinand, maar aan diens keizerschap kwam in 1848 een einde toen hij – met de revolutionairen aan de voordeur – aftrad. Niet broer Franz Karl volgde de kinderloze keizer op, maar diens oudste zoon Franz Joseph. Dat bracht Maximiliaan in een heel andere situatie, maar vooralsnog kon hij rustige, ietwat flierefluitende leven voortzetten. Maximiliaan was gegrepen door schilderen en dichten en had een broertje dood aan het leger, maar als broer van de keizer moest hij ook als soldaat getraind zijn en met tegenzin hielp hij Franz Joseph dan ook bij het bestrijden van de revolutie in het rijk. Uiteindelijk koos hij voor de – in Oostenrijk tamelijk betekenisloze – marine en had het daar oprecht naar zijn zin.

Tijdens een bezoek aan Portugal werd hij op slag verliefd op Maria-Amalia, de halfzus van koningin Maria II. Helaas bleek de aanstaande verloofde aan tuberculose te lijden, waar ze op 21-jarige leeftijd aan overleed. Enkele jaren later trof hij een andere knappe prinses, Charlotte, dochter van koning Leopold I van België en zus van diens opvolger Leopold II. Met haar trouwde hij in 1857.

In 1857 werd Maximiliaan ook gouverneur-generaal van Lombardije en Venetië, toen nog onderdeel van Oostenrijk. Hij was een liberale leider, zeer tot ongenoegen van zijn conservatieve broer de keizer, die hem na 2 jaar ontsloeg. Maximiliaan en Charlotte trokken zich terug op kasteel Miramare, dat hij vanaf 1856 nabij Trieste had laten optrekken.

Hoe kwam Maximiliaan in Mexico terecht? Dat was als gevolg van een staaltje machtspolitiek van de Franse keizer Napoleon III. Mexico had schulden en de Mexicaanse president Benito Juárez voelde zich in zijn ambities voor zijn land beperkt door de aflossing daarvan. Het waren met name Europese geldschieters die hij te vriend moest houden, maar hij besloot op eigen houtje het terugbetalen van de leningen voor onbepaalde tijd te staken. Napoleon beraamde als voornaamste schuldeiser een coup tegen de weerbarstige president en kreeg steun van een harde kern van Mexicaanse monarchisten, die het liefst de dagen van Agustin Iturbide terug zagen keren. De tijden waren gunstig, de Amerikanen voerden nog hun burgeroorlog uit en een Frans leger kon begin 1863 met gemak Veracruz innemen. In juni van dat jaar werd Juárez verdreven en een Frans bestuur ingesteld. De monarchisten hadden in 1859 Maximiliaan al gepolst of hij keizer wilde worden, maar toen wilde hij nog niet. Toen in 1864 de Fransen het grootste deel van Mexico veroverd hadden hapte hij alsnog toe en landde in mei van dat jaar met Charlotte in Veracruz. Hij trachtte een verzoenende houding aan te nemen en beloofde Juárez zelfs de post van premier als hij zijn verzet staakte. Juárez weigerde. Maximiliaan was nu helemaal klaar met hem en vaardigde in oktober 1865 het Zwarte Decreet uit, waarin hij stelde dat iedere uiting van republikeinse rebellie tegen zijn regering met de dood bestraft diende te worden.

De laatste momenten van Maximiliaan door de Franse schilder Jean-Paul Laurens in 1882 gemaakt (Hermitage, Sint Petersburg)

In 1865 begonnen de kansen in het voordeel van Juárez te keren. Dat had ook te maken met het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog. Nu president Andrew Johnson, de opvolger van Abraham Lincoln, de handen vrij had ging hij Napoleon III op het ongepaste van zijn aanval op Mexico wijzen en de Franse keizer, die de bui al zag hangen, besloot zijn troepen in 1866 terug te trekken. Maximiliaan, die weigerde het land te verlaten, bleef eenzaam achter in een land dat grotendeels tegen hem was. In paniek stuurde hij Carlota, zoals Charlotte in Mexico genoemd werd, naar Europa om hulp te halen, maar het mocht niet baten. Met een klein leger getrouwen trachtte Maximiliaan de republikeinse legers af te houden, maar in mei 1867 werd hij gevangengenomen en voor de krijgsraad gebracht, die hem ter dood veroordeelde. Diverse staatshoofden en intellectuelen in Europa trachtten het vonnis nog te keren, maar Benito Juárez voelde zich, hoewel hij persoonlijk niet echt iets tegen Maximiliaan had, verplicht om de Mexicaanse gevallenen te wreken en zo kwam de gewezen keizer op 19 juni 1867 voor het vuurpeloton. Charlotte zou hem 60 jaar overleven, in paranoïde buien bleef ze geloven dat haar man nog in leven was. Haar broer, koning Leopold II, verzorgde haar en gaf haar een kasteeltje bij het Belgische Meise (sinds jaar en dag woonplaats van Eddy Merckx) waar ze haar laatste jaren sleet.

Mexico Mi 26 (bron)

Maximiliaan verscheen op postzegels in vier verschillende waardes, die in augustus in lithografie werden gedrukt. In november kwamen dezelfde 4 nog eens uit, maar dan gegraveerd en in plaatdruk. Na zijn dood is hij filatelistisch geheel vergeten. Mexico heeft nooit de behoefte gevoeld om deze periode te relativeren, maar ook Oostenrijk heeft nooit meer iets ter herinnering aan Maximilian gedaan, iets dat met Franz Joseph uiteindelijk anders is gegaan.

Elfduizend maagden, wie wil dat nu niet? Daarover de volgende keer.

Koning Carol I, ca 1890

Revoluties zijn er van alledag. Een kleine vond plaats op 22 februari 1866: vorst Alexander Cuza werd afgezet door een coalitie van conservatieve politici en landeigenaren en niet veel later het land uitgezet. Dit alles na een mislukte poging van Cuza om door een grootscheepse landhervorming de kleine boeren meer zeggenschap over het door hen bewerkte land te geven.

Roemenië Mi 14 uit 1866 (bron)

Maar wat nu? Roemenië was in 1862 dankzij de inzet van Cuza een zelfstandige staat binnen het Ottomaanse Rijk geworden en om niet terug te vallen tot de situatie van vroeger moest een nieuwe vorst aangetrokken worden. Deze keer ging men shoppen in het buitenland en zo kon op 20 april 1866 de op die dag juist 27 geworden Pruisische prins Karl van Hohenzollern-Sigmaringen gepresenteerd worden als de nieuwe domnitor van Roemenië.

Mi 39 uit 1872, grote gelijkenis met Franse zegels van voor 1870

Karl Eitel Friedrich Zephyrinus Ludwig van Hohenzollern-Sigmaringen werd geboren op 20 april 1839 op het oude stads- en familieslot van Sigmaringen *), nu in Baden-Württemberg, maar toen hoofdstad van het prinsdom Hohenzollern-Sigmaringen en vanaf 1850 een exclave van het koninkrijk Pruisen. Karl’s beide oma’s waren van Franse afkomst, de een was een Murat, de andere een de Beauharnais. De relatie met keizer Napoleon III was dan ook prima, wat Karl in 1866 goed te pas kwam.

Mi 67 uit 1885

Karl was een leergierige jongen die goed zijn talen sprak. Ook als militair in het Pruisische leger gold hij als goed en gedisciplineerd en hij vocht in 1864 tegen de Denen in de Tweede Sleeswijkse Oorlog. In 1866 wachtte hem de grote uitdaging: nadat de Belgische prins Filip, broer van koning Leopold II, afgezegd had werd hij, op voorspraak van Napoleon III, verkozen als de nieuwe leider van Roemenië. Dat had binnen Europa nog wel wat voeten in aarde, maar toen ook de Turken verzoend waren kon Karl naar Boekarest reizen. Dat moest incognito, want de oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk was nog gaande.

Op 22 mei werd hij uiteindelijk ingehuldigd als prins Carol I van Roemenië en later in het jaar werd in de grondwet vastgelegd dat het huis Hohenzollern-Sigmaringen het erfrecht zou hebben.

Mi 86 uit 1890

Carol nam zijn taak uiterst serieus, iets wat zijn vrouw, prinses Elisabeth von Wied, deed uitroepen dat hij zelfs in bed de kroon op had. Op de Roemenen kwam hij koud en afstandelijk over, maar dat dwong in tijden van nood ook weer respect af. En die tijden van nood kwamen er wel, want in 1877 brak de Russisch-Turkse oorlog uit en daarmee ook de vrijheidsoorlog van de Bulgaren en Roemenen. Carol leidde het Roemeense leger persoonlijk.

Mi 184 voor het 25-jarig bestaan van het koninkrijk in 1906

Na afloop van de oorlogen werd bij de Vrede van Berlijn een nieuwe status quo geregeld. Bulgarije verkreeg een autonomie zoals Roemenië die had en Roemenië zelf mocht zich geheel onafhankelijk noemen. In 1881 werd dat bezegeld met het koningschap voor Carol I. Toen werd meteen vastgelegd dat het kinderloze koningspaar opgevolgd zou worden door de oudste zoon van Carol’s broer Leopold **). Die zoon, Wilhelm, zou in 1886 zijn rechten overdoen aan zijn jongere broer Ferdinand.

Mi 418 uit 1931 met Carol II, Ferdinand en Carol I

Roemenië kende tijdens de regering van Carol niet alleen stabiliteit en vooruitgang, maar ook een groeiende corruptie en inefficiënt bestuur. Het probleem van de kleine boeren, die feitelijk alleen voor de landeigenaren werkten, werden niet aangepakt en opstanden werden door het leger gesmoord. Een ander probleem was dat in de aanloop van de Eerste Wereldoorlog Carol openlijk uitkwam voor de Centrale machten Duitsland en Oostenrijk. Zijn dood op 10 oktober 1914 voorkwam dat de Roemenen aan dat hachelijke avontuur zouden beginnen: Ferdinand koos voor de geallieerden en kon tot 1916 de oorlog buiten de deur houden.

Mi 580 uit 1939, bij de 100ste geboortedag

Gedurende de 48-jarige regering van Carol zijn talloze postzegels met zijn portret verschenen, sowieso iedere zegel tot en met 1902, zo’n 125 stuks, en daarna iets minder tot zijn dood, totaal ongeveer 150 zegels. De eerste (ongetande) zegels deden qua kader enigszins aan Franse zegels met het portret van Napoleon III denken. Hierop zien we Carol nog met de opvallende bakkebaarden, die tot de kin doorlopen. Vanaf 1871 zie je de baard als het ware groeien, vanaf 1872 zijn alle zegels getand. Tot dat jaar worden alle zegels, net als eerder die van Cuza ontworpen, gegraveerd en gedrukt bij de drukkerij van S. Sander & Co in Boekarest. In 1872 kwam er ook een serie uit gemaakt door de beroemde Albert Barre in de zo kenmerkende stijl, waarin hij en zijn vader de eerste 20 jaar Franse postzegels maakte, deze serie werd in Parijs gedrukt. Dit type werd vanaf 1876 in Boekarest gedrukt en deze zegels vallen op door de minder fijne druk en grovere tanding.

Na de dood van Carol werd hij alleen nog tijdens het koninkrijk herdacht, zoals in 1939 met een grote serie ter gelegenheid van zijn 100ste geboortedag.

Een ander –  niet al te vrolijk – avontuur van Napoleon III zien we de volgende keer.

 

 

 

 

 

*) Het slot is nog altijd in bezit van de familie en dient nu als museum. In 1944 werd het tijdelijk afgestaan aan het gevluchte Vichy-regime.

**) Leopold zelf had er geen trek in na de affaire waarin hij tegen de zin van Napoleon III in 1868 het koningschap van Spanje had aangeboden gekregen, iets wat indirect tot de Frans-Duitse Oorlog leidde.