1 Juli 1866 – Keizer Pedro II

Pedro II in 1887, door Alphonse Liébert (1827-1913)

Keizerrijken zijn altijd vrij dun gezaaid geweest. Op het ogenblik is alleen Japan nog een keizerrijk, in 1866 waren het er ook niet zoveel: Rusland, Frankrijk, China, Japan, Korea, Ethiopië, Oostenrijk-Hongarije, Perzië, Annam (Vietnam) en… Brazilië. Oké, er was er in 1866 nog eentje, waar ik het binnenkort nog over heb, maar dat duurde maar 3 jaar en het Duitse keizerrijk stond in 1866 nog in de steigers en zou in 1871 uitgeroepen worden.

Het Braziliaanse keizerrijk bestond van 1822 tot 1889, ook niet zo’n heel lange periode. Waar het grootste deel van Zuid-Amerika republiek werd, bleef Brazilië onder leiding staan van een lid van het Huis Bragança, waaronder het land al sinds 1640 viel. In 1807 was koningin Maria I met de hele hofhouding verhuisd naar Rio de Janeiro om te ontsnappen aan de Napoleontische oorlogen. Zij overleed in 1816 en werd opgevolgd door haar enig overlevende zoon João VI. Hoewel hij het geen bezwaar zou vinden om vanuit Brazilië te regeren keerde hij in 1821 toch terug naar Portugal en stelde zijn zoon Pedro aan als regent, maar in het kielzog van de revoluties overal op het continent besloot die Brazilië de onafhankelijkheid te schenken en er zelf keizer van te worden.

Mi 26 (1866)

In 1826 overleed João VI en hij had geen opvolger aangewezen, aangezien zijn beide zonen uit de gratie waren geraakt. Pedro regeerde formeel 6 weken over Portugal en stelde toen zijn dochter Maria II als koningin aan, onder de voorwaarde dat die met haar oom Miguel zou trouwen. Miguel had echter andere plannen, eiste het koningschap van Portugal op en stelde Pedro voor een dilemma. In 1831 besloot hij voor Portugal te kiezen om de troon van zijn dochter te verdedigen. Hij zou nooit meer terugkeren naar Rio, want in 1834 overleed hij aan de gevolgen van tuberculose, 36 jaar oud.

Mi 28 (1866)

Pedro had in 1831 zijn nog maar 5 jaar oude zoontje Pedro junior als regent op de troon van Brazilië gezet. Hij werd op 2 december 1825 geboren in het Sint Christoffelpaleis (Paço de São Cristóvão) in Rio de Janeiro, een in 1803 gebouwd landhuis, dat in 1807 door de rijke koopman Elias António Lopes ter beschikking was gesteld aan kroonprins João. Deze had het in 1819 laten verbouwen tot koninklijk paleis. Na het afschaffen van het keizerrijk werd het paleis in 1892 bestemd tot Nationaal Museum en dat is het nog steeds.

Mi 37 (1878)

Tot zijn meerderjarigverklaring in op 23 juli 1840 stond Pedro onder toezicht van een bonte verzameling regenten van divers politiek allooi, die geen richting kon geven aan het bestuur van het land. Bijna een jaar later, op 18 juli 1841, volgde de kroning. Het afschaffen van het regentschap was een zegen voor Brazilië, het volk en ook de meeste politici hadden gezag voor de keizer, ook al was hij nog maar jong. Een periode van rust en voorspoed brak dan ook aan.

Nog voor zijn 18e verjaardag was hij getrouwd met de Napolitaanse prinses Teresia Cristina, dochter van Francesco I van de Twee Siciliën. Het was een gearrangeerd huwelijk en Pedro was aanvankelijk niet erg blij met zijn kleine, licht gezette en zeker niet knappe bruid. Later werd de verstandhouding beter, maar wat belangrijker was, de Brazilianen waren gek op haar. Ze kregen samen 4 kinderen waarvan de dochters Isabel en Leopoldina de volwassen leeftijd behaalden. Isabel werd later regent voor haar vader bij zijn afwezigheid – hij reisde veel – en schafte in zijn naam de slavernij af. Het proces van de geleidelijke emancipatie van de slaven was overigens pas in 1888 voltooid.

Mi 42 (1877)

Pedro was, net als zijn vrouw, zeer populair bij het volk. Hij was net zo min een liberaal als een autocraat, werkte goed samen met de politici van dienst, ook al stonden ze soms zijn plannen met Brazilië in de weg. Hierom verwierf hij zich de bijnaam ‘o Magnânimo’ (‘de goedmoedige’).

Naast zijn rol als staatshoofd had Pedro bijzonder veel plezier in cultuur en wetenschap. Zijn boekenverzameling was enorm, zijn talenkennis groot: hij schreef en sprak 12 talen waaronder het Zuid-Franse Occitaans en de indianentaal Guarani. Hij was de eerste fotograaf van Brazilië met een in 1840 aangekochte camera en correspondeerde met vele bekende schrijvers en wetenschappers als Friedrich Nietzsche, Louis Pasteur en Victor Hugo. In de voetsporen van Peter de Grote en Napoleon werd hij tot lid benoemd van de Franse Academie van Wetenschappen.

Mi 48 (1881)

In 1864 raakte Brazilië in oorlog met Paraguay. Dit land was uitgegroeid tot een zelfverklaarde belangrijke macht en wilde gebruik maken van de eeuwige ruzie tussen Brazilië en Argentinië over Uruguay. Dictator Solano López hoopte Uruguay aan zijn kant te krijgen om via dat land concessies te krijgen voor een eigen zeehaven en zodoende Argentinië en Brazilië tegen elkaar uit te spelen. Een mislukt plan, want Uruguay kreeg een regering die vrede met zijn buurlanden nastreefde en als gevolg daarvan kwam Paraguay tegenover een coalitie van drie landen te staan. Op zich was Paraguay een militair sterk land, maar tegen deze overmacht was geen kruid gewassen. In 1870 werd de vrede getekend en Paraguay als een verwoeste natie achtergelaten. Pedro kwam zich in 1866 hoogstpersoonlijk aan het front melden, wat zijn populariteit alleen nog maar vergrootte.

Na alle gloriejaren kwam na 1881 het verval. De toen 56-jarige keizer begon in toenemende mate te twijfelen over hoe het verder moest met Brazilië. Een mannelijke opvolger had hij niet en hij vond zijn enige nog levende dochter Isabel niet geschikt om het grote rijk te leiden. Bovendien liet zijn gezondheid hem in toenemende mate in de steek, maakte hij een vermoeide en overwerkte indruk en liet steeds vaker doorschemeren dat hij zijn kroon aan de wilgen wilde hangen. Dit was natuurlijk koren op de molen van de republikeinse beweging die rond 1870 was ontstaan. Tot dan toe waren ze geen factor van betekenis, maar in 1884 wisten ze voor het eerst een paar zetels in Braziliaanse Huis van Afgevaardigden te veroveren.

In 1889 klapte het keizerrijk in elkaar. De republikeinse beweging, hoewel niet betrokken bij de actieve politiek, bleek groter te zijn dan gedacht. Daar hadden zich namelijk ook invloedrijke koffieboeren bij aangesloten, nog steeds woedend over de afschaffing van de slavernij. Delen van het leger waren ook aangetast en op 15 november 1889, kort na terugkeer van een reis door Europa, merendeels om artsen te raadplegen en vrienden en kennissen te bezoeken, werd de staatsgreep gepleegd die van Brazilië een republiek maakte. De keizer deed geen moeite om zijn troon terug te nemen.

Mi 510 (1939)

Pedro, Teresa, een deel van de hofhouding en wat naaste vrienden gingen in goed overleg naar hun verbanningsoord Porto, waar Teresa kort na kerst overleed. Pedro zelf woonde de laatste jaren van zijn leven in Parijs, waar hij nog altijd een graag geziene gast met veel vrienden was. Eind november 1891 liep hij na een rijtoer door de stad een longontsteking op. Hij overleed 3 dagen na zijn 66ste verjaardag, op 5 december. Hij werd bijgezet in het familiegraf nabij Lissabon. In Brazilië kwam het volk in opstand na het horen van het nieuws. De nieuwe republikeinse regering had immers een aantal vrijheden die Pedro had ingesteld, zoals de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, weer ingetrokken. Door in ieder geval hun best te doen de monarchisten niet tegen zich in het harnas te jagen wist de regering de rust voor enige tijd te bewaren. Sommige republikeinen wilden Pedro zelfs hun grote voorbeeld maken. Uiteindelijk, in 1921, leidde dit sentiment ertoe dat de resten van Teresa en Pedro terug naar Brazilië werden gehaald. Ze zijn bijgezet in de kathedraal van het naar Pedro I en II vernoemde Petrópolis, waar het paar een zomerverblijf had.

Na 23 jaar van uitsluitend cijferzegels was het middenin de Paraguayaanse Oorlog dat er voor het eerst postzegels met het portret van Pedro kwamen. Er waren twee soorten van, een in halfprofiel, waarbij de dan 40-jarige keizer nog een zwarte baard heeft en een in profiel, waarbij dat niet te zien is. Deze zegels kwamen uit New York, net zoals alle uitgiftes voor 1881. Tot 1884 waren alle zegels voorzien van zijn portret, daarna ging het meer variëren.

Als zeer gewaardeerde persoonlijkheid is Pedro II ook in de republiek nog met enige regelmaat afgebeeld, net als zijn vader, die als bevrijder wordt gezien.

De postzegel-puzzelstukjes van de Balkan worden langzamerhand aangelegd, daarover de volgende keer.