1 Januari 1866 – Arabesken

Vier tegels met arabesk-versieringen uit de 16e eeuw (Louvre)

Cirkels, bloemmotieven, ruiten, repeterende geometrische en vaak ook symmetrische vormen, de wiskundige is er gek op en de Arabische wereld met zijn afkeer van het afbeelden van mensenportretten was en is het paradijs voor de liefhebbers van deze versieringen.

De oudst bekende arabesken stammen uit de vroegchristelijke tijd: in Byzantium werden ze al toegepast. Toen in de 8ste eeuw de islam oprukte werden de arabesken vooral een door moslims toegepaste kunstvorm, maar de westerse boekilluminaties kun je ook als een afgeleide vorm beschouwen.

Islamitische landen waren vrij laat met het uitgeven van postzegels, maar erg veel zelfstandige moslimlanden waren er ook niet. De meeste lagen in de 19e eeuw in de invloedssfeer van een of andere koloniale macht en als dat nog niet zo was dan zou dat tussen 1880 en 1900 nog wel veranderen met de verdeling van de laatste restjes nog onontgonnen stukken Afrika en Azië. Nee, zo bleven alleen het Ottomaanse en het Perzische Rijk over.

Het Ottomaanse Rijk begon in 1863 dus en het Perzische Rijk startte in 1865 met een proefdruk met het veel herdrukte thema van de leeuw met kromzwaard en zon, waarna in 1868 de eerste officiële postzegels kwamen. Daar zat nog één moslimland, formeel nog afhankelijk van Constantinopel, tussen en dat was Egypte.

Nadat een Engels-Ottomaanse troepenmacht het leger van Napoleon in 1801 uit Egypte had verdreven nam een van de aanvoerders, Mohammed (of Mehmet) Ali, in 1805 het heft in eigen handen. Drie jaar later besloot de sultan hem tot wali, een soort van gouverneur, te verheffen, waarmee Egypte een semi-autonome staat werd. Mohammed Ali was een sterke leider, die geen oppositie duldde, maar die het land wel naar westers voorbeeld hervormde. Toen hij in 1848 overleed was het aan zijn kinderen en kleinkinderen om dat beleid voort te zetten, maar omdat de bodem van de schatkist in zicht was, werd, met name onder invloed van kleinzoon Ismail Pasha,  bijna alles met vooral Brits en Frans geld opgezet en deze grootmachten wilden daar natuurlijk wel wat voor terug zien. De Britten trokken uiteindelijk aan het langste eind en vanaf 1882 was Egypte een verkapte Britse kolonie, wat het land tot 1952 zou blijven. Ook hadden diverse andere landen handelskantoren in Egypte, zoals Frankrijk in Alexandrië en Port Said.

Egypte Mi 1 uit 1866 (bron)

Een van de nieuwigheden was de postzegel en het land, dat inmiddels van spoorwegen en het Suezkanaal voorzien was, was daar wel aan toe. Het eerste ontwerp waren de arabesken, die in aantal moslimgebieden naderhand nagevolgd werden, maar niet in Egypte zelf. Dat stapte in 1867 over op de sfinx en de piramides van Gizeh, waarover later. De eerste zegels werden niet in Egypte gedrukt, maar bij de drukkerij van de gebroeders Pellas in Genua. Doorgaans zijn ze van beroerde kwaliteit, wat vooral te wijten schijnt aan het slechte papier, dat de drukker uit Turijn betrok. Toch zijn er ook betere exemplaren te vinden als je daarvoor wilt betalen. De zegels kwamen in 7 waardes, van 5 paras tot 10 piaster, in evenzovele verschillende ontwerpen.

Turkse dienstzegels Mi 131 en 136 uit 1972 en 1974

Alle principes ten spijt werden de arabesken niet vaak meer gebruikt. Turkije had wat met maansikkels, Perzië ging aan de slag met de leeuw en zijn kromzwaard en verving die door een portret van de sjah in 1879 (hij wel!), en Egypte zoals gezegd toonde de komende tientallen jaren de piramides van Gizeh, al of niet met sfinx. Het enige land dat tegenwoordig nog wel eens arabeskachtige plaatjes uitbrengt is Turkije en wel op zijn dienstzegels.

Volgende keer weer terug naar Honolulu.