Cameron Scheepspost Mi 12 (bron)

Al in het verhaal van Brits-Guyana kon je lezen dat de noordkust van Zuid-Amerika een actieve handelsrelatie had met het Caribisch gebied, waar Britten, Fransen, Denen, Spanjaarden en Nederlanders hun diverse koloniale bezittingen hadden. Venezuela, dat sinds 1859 postzegels had uitgegeven, wilde hier ook wel gebruik van maken. Het land was in 1863 na een burgeroorlog omgevormd tot de Estados Unidos (EEUU) de Venezuela, waar nog een hoop geregeld moest worden, zoals het buitenlands postverkeer.

In november 1863 werd er een contract gesloten met de scheepvaartmaatschappij Cameron Macauly, die een tweewekelijkse post- en pakketdienst zou ondernemen van de Venezolaanse havens La Guaira en Porto Cabello met St. Thomas, een van de Deense Maagdeneilanden (sinds 1917 Amerikaans) en tevens het centrale knooppunt in het Caribisch gebied voor postcontacten met Europa. *) Om van deze dienst gebruik te maken verschenen er vanaf juli 1864 postzegels, aanvankelijk zwart op gekleurd papier en ongetand, nog in hetzelfde jaar in kleur op wit papier en getand. In totaal gaat het om 20 zegels, die uit de steendrukkerij van Felix Rasco in Caracas kwamen, terwijl een ander deel in Londen bij Waterloo & Sons werd geproduceerd. In 1867 ging het contract over op de joodse ondernemer Jacob Abraham Jesurun (1806-1875), wiens bedrijf al bijna 40 jaar ervaring had met het vervoer van pakketten en brieven tussen Curaçao en Nederland. Ook Jesurun gaf postzegels uit, twee stuks, met de rederijnaam (J.A.J.&Z), in 1869. Van bijna alle zegels zijn vele vervalsingen bekend, maar deze zijn in het algemeen goed gedocumenteerd.

Alle zegels tonen een scheepje en de Cameron-versie heeft een naam, de Robert Todd. Dit schip is relatief kort in de vaart geweest, van 1864 tot 1867, toen het tijdens een orkaan voor de haven op St. Thomas op de klippen liep. Het werd in Liverpool gebouwd in opdracht van de kapitein die de dienst zou gaan onderhouden, ene Robert Todd (sic). Jesurun nam zoals gezegd de dienst na het vergaan van de Robert Todd over met eigen schepen. Daar moest de reder in 1870 mee stoppen, toen Venezolaanse opstandelingen één ervan aan de ketting legden. Jesurun stapte vervolgens uit de markt en zijn dienst, die mede ten doel had het postverkeer tussen Nederland en Curaçao aan te sluiten op de La Guaira post, werd overgenomen door de Nederlandse overheid, die in 1873 zegels met het portret van koning Willem III in Willemstad liet bezorgen. Van na 1870 zijn er nog wel Venezolaanse uitgiftes bekend in een cijfertype, maar deze zijn verder niet door de internationale catalogi opgenomen. Tot 1880 werden er Britse zegels gebruikt voor postvervoer tussen Venezuela en St. Thomas en Franse voor hun eigen lijndienst op Martinique. Hierna werd Venezuela lid van de Wereldpostvereniging, werden de Britse en Franse vrachtkantoortjes opgeheven en kwamen Venezolaanse zegels in gebruik.

Een ander particulier initiatief was er in India, daarover de volgende keer.

 

*) In andere bronnen gaat het in eerste instantie over de Hamburgse maatschappij Blohm, Nolting & Co., later komt Macauly Cameron pas in beeld, wanneer ook J.A. Jesurun & Zoon een contract heeft. Op de ‘Cameron’-zegels staat geen maatschappijnaam, of Todd in dienst was van een van de maatschappijen is niet bekend.

Bronnen:
http://www.postzegelblog.nl/2016/05/23/vier-typen-eerste-emissie-j-a-jesurun/
http://www.postzegelblog.nl/2012/02/21/la-guaira-scheepspostzegels/
http://www.mostlyclassics.net/philatelic/StThomasEtcShipLocalStamps.pdf

Meer over J.A. Jesurun: http://www.nationalarchives.cw/eid/2923

 

Koning Kamehameha IV van Hawaii, ca. 1860

Het is nu een jaar geleden dat ik over Kamehameha III schreef. Deze was in 1855 overleden en opgevolgd door zijn neef Alexander Liholiho, die als Kamehameha IV ging regeren. In 1861 verscheen de enige postzegel van de koning bij leven, een mysterieus exemplaar zonder landsnaam, maar met een grote gelijkenis met bovenstaande foto. In 1864 kwam er nog één, maar toen was hij al een half jaar dood… *)

Michel 11 uit 1861 (bron)

Alexander ‘Iolani Liholiho werd op 9 februari 1834 geboren, zoon van Kekuanao’a, die afstamde van de stamhoofden van het eiland Oahu, het op 2 na grootste eiland van de Hawaii-archipel, waarop hoofdstad Honolulu ligt. De leiders van Oahu waren verwant aan koning Kamehameha I, de stichter van het verenigde koninkrijk Hawaii, en zodoende was Liholiho ook van koninklijken bloede.

Zijn voorganger, Kamehameha III, was een onverbeterlijke alcoholist, die op 41-jarige leeftijd overleed. Hij had wel twee kinderen, maar deze hadden hun eerste maand niet overleefd en er was dus geen opvolger. Liholiho werd als neef van de koning een aangenomen zoon en nam begin 1855 het stokje over. Hij was nog geen 21 jaar oud, maar om zich te verdiepen in zijn komende taak had hij al wel wat van de wereld gezien: hij was, samen met zijn oudere broer, in de VS, Engeland, Frankrijk, Jamaica en Panama geweest.

Michel 12 uit 1864 (Ebay)

In 1856 trouwde hij met Emma Rooke, kleindochter van de Britse adviseur van Kamehameha I, John Young. Op de trouwdag vergat hij de ringen mee te nemen, waarop hij die van de opperrechter even leende. Of dit van invloed was op het huwelijksgeluk weet ik niet, maar de in 1857 geboren kroonprins Albert Edward, vernoemd naar de Britse kroonprins, werd ook weer niet ouder dan 4 jaar en overleed waarschijnlijk aan meningitis. Andere kinderen kwamen er niet.

Kamehameha leefde gezonder dan zijn aangenomen vader, maar leed op zijn beurt aan astma, een ziekte die nog niet afdoende behandeld kon worden en die de koning al op 29-jarige leeftijd deed overlijden. Zijn oudere broer hield als Kamehameha V de dynastie nog even gaande, maar de invloed van de Verenigde Staten nam hand over hand toe en leidde uiteindelijk tot wat Kamehameha tijdens zijn regering probeerde te voorkomen: de definitieve annexatie in 1898. Koningin-weduwe Emma probeerde in 1874 vergeefs zelf staatshoofd te worden, maar werd in de georganiseerde verkiezingen verslagen.

Volgende keer gaat het over de scheepspost in het Caribisch gebied.

 

*) Voor de continuïteit houd ik 1864 als jaar aan, in 1861 heb ik Kamehameha IV over het hoofd gezien…

Het huidige wapen van Mexico, in wezen niet anders dan in 1821

1864 was de voorlopige afsluiting van een roerige periode in Mexico. Het land had zich in 1821 na een elf jaar durende onafhankelijkheidsoorlog definitief vrijgevochten van de Spaanse overheersing en een instabiel keizerrijk werd gesticht onder Agustín de Iturbide. Deze had, ondanks zijn rol in de oorlog, weinig steun onder de bevolking en al in 1823 moest de keizer zijn heil in Europa gaan zoeken en werd Mexico een republiek: van 1824 tot 1835 een federale, tot 1846 een centralistische en vervolgens weer een federale republiek.

In 1857 kwam de liberaal Benito Juarez aan de macht en hij was een man van daden, hij vond dat Mexico maar even een tijdje geen rente op Europese leningen moest betalen, zodat het land economisch kon groeien, maar daar was Mexico’s grootste financier, de Franse keizer Napoleon III, het niet helemaal mee eens en hij besloot, gesteund door Engeland en Spanje en handig gebruik makend van de Amerikaanse Burgeroorlog, een legereenheid naar havenstad Veracruz te sturen om Juarez de rentebetalingen te laten hervatten. In 1863 hadden de Franse troepen de Mexicaanse op de knieën en Napoleon installeerde Maximiliaan van Habsburg-Lotharingen, jongere broer van keizer Franz-Joseph, op de troon als keizer. In april 1864 vertrok hij uit Triest, waar in de buurt hij het kasteeltje Miramare bewoonde en op 21 mei landde hij in Veracruz, waar hij een koele ontvangst kreeg, de stad was immers op de hand van Juarez.

Mexico Mi 19 (bron)

Na een regering van ruim drie jaar werd de keizer afgezet door Juarez, die zich intussen gesteund wist door de Verenigde Staten, waar in 1865 de Burgeroorlog beëindigd was. In plaats van hem naar Europa terug te sturen kwam hij als een regelrechte verrader voor het vuurpeloton.

Nog tijdens zijn reis naar Mexico kwamen postzegels uit met het wapen van Mexico, het eerste nieuwe ontwerp na 8 jaar en 32 zegels met het portret van Miguel Hidalgo.

Mexico Mi 24 uit 1865 (bron)

Het wapen van Mexico laat een adelaar zien die in zijn bek een spartelende slang heeft. Het beest staat op een cactus. Dit alles grijpt terug op stichting van Mexico-Stad door de Azteken. De eerste stad, Tenochtitlan. werd op een eilandje gebouwd in een van de meren in de Mexicaanse Vallei. Het was de Aztekengod Huitzilopochtli die de plaats aanwees. De adelaar – na diepgaand onderzoek bleek het een vaker in Mexico voorkomende valkensoort te zijn – staat symbool voor Huitzilopochtli. De slang staat voor een andere Azteekse godheid, Quetzalcoatl. Dat de slang, in nieuwere versies een ratelslang, in de bek van de adelaar zit heeft te maken met een verkeerde vertaling van oude geschriften en in plaats van de symbolisering van een godheid staat het nu voor het kwaad, dat door de ‘goede’ adelaar uitgeroeid moet worden. De cactus tenslotte, identificeerbaar als de welbekende en veelvoorkomende schijfcactus, staat voor het eiland Tenochtitlan.

Het wapen heeft, sinds de herintroductie in 1821 door keizer Agustin Iturbide, vele gedaanteveranderingen ondergaan, maar de basis is dezelfde gebleven. In de tijd van keizer Maximiliaan wordt het wapen ondersteund door phoenixen en bekroond door de keizerskroon.

Het wapen van Mexico is al met al niet vaak op postzegels verschenen. Er waren in de 19e eeuw maar een paar series, daarna een enkele zegel als onderdeel van een serie met meerdere onderwerpen en na de jaren 30 droogt het zelfs vrijwel helemaal op.

Volgende keer een biografie van een al gestorven koning.

Bernardino Rivadavia in Londen (detail)

Zuid-Amerikaanse landen hebben wel wat met hun presidenten. Vele landen hebben eindeloze series met portretten van hun leiders en andere staatslieden uitgegeven. Natuurlijk, de Verenigde Staten waren er mee begonnen, met Washington, Franklin, Jefferson en Jackson en in Zuid-Amerika begon men meestal ‘bescheiden’ met een wapentekening, maar in 1864 zette Argentinië de toon met een eigen oud-president op een postzegel. En wel de eerste officiële: Bernardino Rivadavia.

Argentinië Mi 10 uit 1864

Bernardino de la Trinidad González Rivadavia y Rivadavia werd op 20 mei 1780 geboren in Buenos Aires als zoon van een welgestelde Spaanse jurist. Al op jonge leeftijd was hij betrokken bij de onafhankelijkheidsbeweging in Argentinië, net zoals elders mede gestimuleerd door de activiteiten van Napoleon in Europa, die een steeds dikkere vinger in de Spaanse politieke pap kreeg met alle gevolgen van dien in de koloniën. Eén van die gevolgen was een Britse poging tot overname van de Spaanse gebieden aan de Rio de la Plata in 1806, die door de Argentijnen met succes afgeslagen werd.

In mei 1810 brak ten slotte de revolutie uit en werd de laatste Spaanse onderkoning, Baltasar Hidalgo de Cisneros, afgezet. Een junta met als eerste president Cornelio Saavedra regeerde de eerste anderhalf jaar over het gebied, daarna brak een periode van triumviraten aan, waarin Rivadavia geen uitvoerende rol had wegens ‘te Spaans’. Van 1814 tot 1826 was de provincie Buenos Aires de formele vertegenwoordiger van alle provincies die later Argentinië zouden vormen, de gouverneur fungeerde als een soort van president en Rivadavia vervulde rollen als diplomaat en minister. Vooral in de periode vanaf 1821 tot 1824 was hij de invloedrijkste politicus in Buenos Aires, die de gouverneur vrijwel alle taken uit handen nam.

Argentinië Mi 412 uit 1942

In 1825 kwam de noodzakelijkheid van een andere organisatie van de regering aan het licht. Dit kwam door de oorlog met Brazilië om het gebied dat nu Uruguay is. Er werd in allerijl een constitutie geschreven en er kwamen presidentsverkiezingen. Rivadavia, die een paar jaar in Londen was gestationeerd, werd tot president van de Verenigde Provincies van Rio de la Plata verkozen. Hoewel Saavedra als eerste president van Argentinië wordt beschouwd, was Rivadavia de eerste die gekozen volgens een grondwet aan de macht kwam. Zijn grootste verdienste als president was dat hij Buenos Aires tot hoofdstad uitriep, maar daarmee joeg hij wel de federalisten tegen zich in het harnas.

Erg succesvol was het presidentschap van Rivadavia niet. Het gevolg van de oorlog was dat Uruguay zich onafhankelijk verklaarde en de strijd ‘zomaar’ tot een einde kwam, waarmee de republiek Rio de la Plata op losse schroeven kwam te staan. In 1827 keerde men weer terug tot de oude federatief georganiseerde provinciestaat, die wel in een chronische staat van burgeroorlog bleef, tot in 1861 Bartolomé Mitre alsnog een centrale regering vanuit Buenos Aires stichtte. Rivadavia vertrok naar Spanje waar hij in ballingschap ging. Een poging, in 1834, om terug te keren naar zijn geboorteland mislukte en na enige jaren verblijf in Uruguay en Brazilië keerde hij weer terug naar Spanje en vestigde zich in Cadiz. Daar overleed hij op 2 september 1845.

Op 17 april 1864 verschenen de eerste zegels met het portret van Rivadavia. Tot 1867 kwamen er waardes van 5, 10 en 15 centavos uit, al of niet getand en al of niet met watermerk. Daarna kreeg hij gezelschap van andere staatslieden, waarover ik het te zijner tijd zal hebben.

Rivadavia is als persoon het laatst herdacht in 1980 bij zijn 200ste geboortedag, maar daarna verschenen er nog postzegels voor het natuurhistorisch museum van Buenos Aires dat naar hem is vernoemd. De havenstad Comodoro Rivadavia in Patagonië, die ook af en toe op postzegels figureert, is vernoemd naar Martín (1852-1901), een kleinzoon van Bernardino.

Argentinië Mi 1460 uit 1980 herdacht de 200ste geboortedag van Rivadavia

Cactussen en ratelslangen op je pad mannetje…, maar dat is de volgende keer.