Tugra van sultan Abdulaziz

In 1861 was in Constantinopel de hervormingsgezinde sultan Abdülaziz aan de macht gekomen. Hij was de 32ste sultan van het Ottomaanse Rijk, nazaat van de eerste sultan, Osman I, die in 1281 heerser werd over het land rond de plaatsjes Domaniç en Söğüt. Bij zijn dood in 1321 was zijn grondgebied al uitgebreid tot aan steden als Bursa en Nicaea, toen nog vast in handen van het Byzantijnse Rijk, maar dat laatste zou niet lang duren: nog in de 14e eeuw konden de opvolgers van Osman al een groot deel van Anatolië en zelfs delen van Roemelië en Bulgarije al tot hun domeinen rekenen. In 1453 viel ten slotte ook Constantinopel en tot in de 17e eeuw groeide het rijk gestaag, tot in Algiers, Aden en Boedapest. Pas in 1693 wist de Poolse koning Jan Sobieski de Turken weg te jagen van de poorten van Wenen. Vanaf dat moment begon de langzame teloorgang van het rijk en dat proces begon in de 19e eeuw te versnellen, toen nationalistische bewegingen in afhankelijke gebieden als Griekenland, Egypte, Wallachije en Moldavië (samen later Roemenië) en Servië zich nadrukkelijker begonnen te roeren.

Turkije Mi 1

Turkije Mi 103, met de tugra van Abdulhamid II, uit 1901

Het werd dus tijd om het tij te keren en hiervoor werd in 1839 de Tanẓīmāt in het leven geroepen: hervormingen moesten ervoor zorgen dat het Ottomaanse Rijk mee kon blijven spelen op het wereldtoneel, waarbij tegelijkertijd de dissidente gebieden binnen boord gehouden moesten worden. Dit was geen onverdeeld succes, maar een aantal hervormingen zoals een modernere grondwet, toegankelijker onderwijs en afschaffing van slavernij vertraagden het proces van het uiteenvallen van het rijk in grote mate.

Abdülaziz was een westersgezinde hervormer. Hij was de eerste sultan die zich persoonlijk op de hoogte ging stellen hoe men het in Frankrijk en Engeland deed en werd in 1867 vriendelijk door koningin Victoria ontvangen. Onder zijn leiding werden de hervormingen van de Tanẓīmāt in een hoog tempo doorgezet, maar het rendement werd steeds kleiner: met het verlies van voorbeeldland Frankrijk in de oorlog tegen Pruisen begon de aftakeling die met de Tanẓīmāt gekeerd had moeten worden weer toe te nemen. Misoogsten, een te hoog bestedingspatroon met als gevolg oplopende schulden en de steeds geringere invloed van het rijk op de Balkan waren er tenslotte de oorzaak van dat op 30 mei 1876 Abdülaziz zijn biezen moest pakken. Vijf dagen later was de gewezen sultan dood en recent onderzoek heeft aangetoond dat hij hoogstwaarschijnlijk vermoord is.

Turkije Mi 151 uit 1908

Mi 632 uit 1917, met een monument voor vrijheidshelden en de tugra van Mehmet V

Een van de wel succesvolle daden van Abdülaziz was de modernisering van de postdienst. Op 1 januari 1863 leidde dit tot de eerste postzegels, met het monogram van de sultan, ook wel tugra. De islam stond immers, volgens de geestelijkheid, niet toe dat mens of dier op een openbare afbeelding kwam te staan. Pas in de nadagen van het rijk kwam daar verandering in, tot het door Atatürk geheel afgeschaft werd. De tugra mocht echter wel en dit is dan ook op vele Ottomaanse zegels terug te vinden.

Een tugra is een ingewikkeld ding. Als je er oppervlakkig naar kijkt zou je er een soort mythische vogel in kunnen zien, maar in feite is het een ineenstrengeling van Arabische tekst die aangeeft hoe de sultan heet, van wie hij een zoon is en wat de voornaamste deugd van hem is. In dit geval luidt de tekst altijd ‘muzaffer daima’ ofwel ‘altijd overwinnend’. Je leest hem van rechtsonder naar linksboven.

In de periode van Abdülaziz toonden alleen de eerste zegels (en portzegels!) een tugra, daarna verschenen ze pas weer in 1892, tijdens het bewind van Abdulhamid II. Tot en met 1921 komt op bijna iedere zegel er wel een voor. Was het daarmee afgelopen voor de tugra? Nee, nog niet, want in onder andere Afghanistan en Saoedi-Arabië zijn ze tot in de jaren 40 nog gesignaleerd:

Saoedi-Arabië Mi 16 uit 1934 (bron)

Volgende keer een stukje over de eerste president van Argentinië.

 

Het wapen van Nicaragua (bron)

Vier bergen in een nogal vreemd aandoend landschap. Eén ervan, de voorste, lijkt wel een molshoop, die een schaduw werpt op een bergrug met een boom. De achterste, aan de linkerkant ziet eruit als een echte berg, waar de zon net achter op komt. De andere twee vallen een beetje in het niet bij de bergrug vanwege het vreemde perspectief. Eén daarvan is getooid met een phrygische muts. Allerlei elementen van het wapen van Nicaragua zijn daar, maar dan als een merkwaardig maar geromantiseerd plaatje.

Nicaragua Mi 1

De uitgifte van de eerste Nicaraguaanse postzegels aan het eind van 1862 was het eerste teken van stabiliteit sinds jaren. In 1821 was de onafhankelijkheid van Spanje uitgeroepen als onderdeel van het Mexicaanse rijk, in 1823 scheidden Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica zich af en vormden de Federale republiek van Centraal-Amerika. Gebrek aan eenheid en haantjesgedrag van de leiders, in het bijzonder de Hondurees Francisco Morazán, maakte dat deze unie tussen 1838 en 1840 uiteenviel. Na de executie van Morazán in 1842 werden er nog wel enkele pogingen ondernomen om de federatie nieuw leven in te blazen, maar Costa Rica wilde sowieso er niets meer mee te maken hebben en de andere voormalige lidstaten kwamen ook niet meer tot een overeenkomst.

Tomás Martínez, president van Nicaragua van 1857 tot 1867

Voor Nicaragua betekende de onafhankelijkheid vooral een gang van burgeroorlog naar burgeroorlog. De twee belangrijkste steden van het land, voordat het nog kleine plaatsje Managua in 1852 tot hoofdstad werd gekozen, waren het conservatieve Granada en het liberale Léon. Deze stonden elkaar voortdurend naar het leven. In 1855 trokken de liberalen de Amerikaans avonturier William Walker aan om de conservatieven een lesje te leren, maar Walker trok de macht naar zich toe en was van 1856 tot 1857 zelfverklaard president, de enige Amerikaan die het zover geschopt heeft. Hij lokte militaire interventie van de voormalige bondgenoten uit en werd teruggestuurd naar New York. In 1860 kwam hij voor het vuurpeloton in Honduras na een volgend avontuurtje.

De liberalen hadden voorlopig niets meer te zeggen, de conservatieven hadden de macht stevig in handen, er kwam een op conservatieve leest geschoeide grondwet en in 1859 werd Tomás Martinez op basis daarvan de eerste gekozen president. Deze situatie duurde tot 1893 toen de liberale generaal Jose Santos Zelaya via een staatsgreep aan de macht kwam.

Nicaragua Mi 4451 uit 2011

In dit klimaat kwamen dus de eerste postzegels van Nicaragua uit: een blauwe 2 en een zwarte 5 centavos op gelig papier. Deze werden in 1869 pas eerst gevolgd door dezelfde zegels op wit papier, aangevuld met waardes van 1, 10 en 25 centavos. De eerste 7 zegels waren getand, maar in 1877 kwam hetzelfde setje nog eens uit, maar dan met roulettedoorsteek: in plaats van naalden worden dan kleine mesjes gebruikt om een scheurlijn te maken. Vanaf 1882 waren er nieuwe postzegels die beter herkenbaar waren als het wapen van Nicaragua, vijf bergpieken met een vrijheidsmuts, gevat in een driehoek. Deze bergen stonden en staan nog steeds voor de vijf leden van de vroegere Centraal-Amerikaanse federatie. El Salvador heeft een vergelijkbaar wapen.

In 1991 werd het door de oude leden van de federatie een nieuw samenwerkingsverband gesticht: het Centraal-Amerikaanse Parlement, met als doel economische, democratische en militaire samenwerking tussen Nicaragua, Honduras, El Salvador, Guatemala, Panama en, sinds 2010, de Dominicaanse Republiek. Nog steeds wil Costa Rica er niets mee te maken hebben. In 2011 werd het 20-jarig bestaan in Nicaragua gevierd met een postzegel, die het embleem van de organisatie toont, ontleend aan het wapen, met vijf bergpiekjes in een driehoek.

Volgende keer ga ik het hebben over de eerste Turkse postzegels.

Koning Luis I van Portugal (Augusto Bobone, detail)

Koning Pedro V van Portugal overleed, net 24 jaar oud, op 11 november 1861 aan tyfus of cholera, samen met zijn broers Fernando en João. Hij was op 16-jarige leeftijd op de troon gekomen bij het overlijden van Maria II. Pedro, die ondanks zijn jonge leeftijd al drie jaar weduwnaar was, had geen kinderen, dus de troon ging over naar zijn jongere broer Luis.

Luis was net 23 geworden en had het geluk niet ziek te worden in die zwarte novembermaand van 1861. Hij was niet bepaald voorbereid op het koningschap en straalde dat ook uit. Hij was veel liever met zijn passies muziek, poëzie en wetenschap, met name oceanografie, bezig dan met leiding te geven aan het land. Geen wonder dat het Portugal niet voor de wind ging: de koning versleet in 28 jaar 16 eerste ministers die afwisselend conservatief liberaal en gematigd hervormingsgezind waren en waarmee het land geen stap vooruitgang boekte. Bij Luis’ overlijden was de schatkist dan ook leeg.

De eerste zegels met portret van Luis I (Mi 12-14)

Luis werd op 31 oktober 1838 geboren op het Palacio das Necessidades, een voormalig klooster in Lissabon. Hij was na Pedro de tweede zoon van koningin Maria II en Ferdinand van Saksen-Coburg-Gotha-Koháry, uit de schatrijke Oostenrijkse tak van de Coburgs. Als tweede zoon kreeg hij dezelfde opleiding als Pedro, maar waar de eerste koning moest worden, werd Luis geacht het leger in te gaan. Nog maar 8 jaar oud werd hij aangesteld bij het arsenaal van de Portugese marine en maakte een geslaagde carrière door tot hij in 1857 de Pedro Nunes onder commando kreeg.

Op 11 november 1861 werd hij koning van Portugal, de kroning vond plaats op 22 december. Luis was toen nog ongetrouwd, maar ook dat veranderde snel, 9 maanden later vond zijn huwelijk plaats met Maria Pia van Savoye, dochter van de kersverse Italiaanse koning Victor Emanuel II. Zij was toen 14… Zij zouden twee kinderen krijgen, de latere troonopvolger Carlos, en Afonso, die hertog van Porto werd en in 1920 te Napels, waar hij met Maria Pia in ballingschap was gegaan, overleed. Voor zover bekend was het een vrij goed huwelijk, waarin de koningin uitblonk door haar hulp aan de armen, maar ook door haar grote persoonlijke uitgaven uit de schatkist. De oppositie die daar vragen over stelde kreeg te horen: “Als je een koningin wilt moet je er ook voor betalen.” Dit soort uitspraken waren natuurlijk koren op de molen van de republikeinen, die zich vanaf 1880 steeds sterker begonnen te roeren.

Mi 80 met PROVISORIO opdruk

Mi 57 met sterdoorslag bedoeld voor telegrammen

Luis ondertussen moest dus het land bij elkaar houden, maar de wijze waarop hij dat deed was weinig effectief. In 1867 brak er al een opstand uit toen de regering een belasting op consumptiegoederen wilde instellen (een soort BTW) en de regering haalde bakzeil. In 1870 was er een conservatieve staatsgreep die later dat jaar door een tegencoup teniet werd gedaan, wat de politieke stabiliteit natuurlijk niet ten goede kwam. In zijn nadagen kreeg hij te maken met de Portugese belangen bij de verdeling van Afrika: de Portugezen wilden op de Conferentie van Berlijn een verbinding over land tussen Angola en Mozambique in de wacht slepen, maar de Engelsen waren daar mordicus tegen en scheepten Portugal in 1890 met een ultimatum op, toen ze daar werk van wilden maken. Die brand moest geblust worden door de inmiddels aangetreden koning Carlos. Luis was immers plotseling overleden op het zomerverblijf Cascais, op 19 oktober 1889, net geen 51 jaar oud. Zijn echtgenote zou hem 22 jaar overleven.

Angola Mi 20

Van Luis I zijn er talloze postzegels, in Portugal alleen al verschenen er tijdens zijn regering zo’n 50 stuks met zijn portret, en bij gebrek aan geld voor nieuwe postzegels werden tijdens de regering van Carlos oude voorraden overdrukt met de tekst ‘PROVISORIO’. Ook de koloniën lieten zich niet onbetuigd: alle toenmalige overzeese gebieden gaven in 1886 en 1887 een serie uit, deze werden eveneens veelvuldig overdrukt, enkele nog wel tot in 1920, maar dan met de tekst REPUBLICA.

In 1989 gaf Portugal nog een serietje van 2 zegels uit, gewijd aan Luis I, bij zijn 100ste sterfdag. In Porto zijn de 2 Eiffelbruggen over de Douro vernoemd naar Luis en Maria Pia, die voor de koning werd gebouwd door Eiffels medewerker, de Belg Théophile Seyrig.

Volgende keer gaan we naar de bergen van Nicaragua!