Een welbekend portret van Jackson door Thomas Sully (1783-1872)

Propaganda is een raar ding. In 1862 verschenen er nieuwe postzegels van de Confederate States en naast de portretten van Jefferson Davis en Thomas Jefferson werd dit keer gekozen voor de 7e president van de Verenigde Staten, Andrew Jackson. Ruim een jaar later, op 1 juli 1863, nog steeds in volle oorlogstijd, kwam er in noordelijke staten ook een nieuwe zegel uit, met het portret van, jawel… Andrew Jackson. Bovendien in dezelfde waarde van 2 cents. Een tweede versie van de ‘zuidelijke’ Jacksonzegel, van 3 mei 1863, had zelfs dezelfde beeltenis, naar een portret van Miner Kilbourne Kellogg uit ongeveer 1840. De ‘noordelijke’ zegel wordt vanwege zijn kleur zwart wel ‘Black Jack’ genoemd en vanwege de beeldvullende kop van Jackson ook wel ‘Big Head’.

USA Mi 17, Black Jack oftewel Big Head

Confederate States Mi 3

Andrew Jackson werd op 15 maart 1767 geboren ongeveer op de grens tussen North- en South-Carolina, in een gebied dat The Waxhaws genoemd wordt, maar de precieze plek is niet meer te achterhalen. Andrew was derde en laatste kind van het gezin, zijn oudere broers waren in Noord-Ierland geboren, waar hun ouders Andrew Jackson Sr. en zijn vrouw Elisabeth Hutchinson in 1765 vandaan emigreerden. De familie was oorspronkelijk afkomstig uit Schotland en Yorkshire, waar de mannelijke lijn terugvoert op Sir William de Lascelles, ook wel Jackson genoemd, die in de 13e eeuw leefde en ook voorvader is van prinses Diana.

Jackson’s vader kwam 2 weken voor de geboorte van zijn derde zoon om het leven bij een ongeluk, zijn moeder stierf aan cholera toen hij 14 was. Zijn broer Hugh kwam op 16-jarige leeftijd in 1779 om tijdens de Slag bij Stono Ferry in de Onafhankelijkheidsoorlog, hijzelf ging op zijn 13e het leger in als koerier en werd in 1781 krijgsgevangen gemaakt, samen met zijn andere broer Robert. Deze overleed aan de pokken. Toen hij vrijkwam stond hij er dus alleen voor en werd verder grootgebracht door zijn ooms. Dat stond hem niet in de weg om op 20-jarige leeftijd aan een juristencarrière te beginnen. Dat was zo succesvol dat hij al een jaar later wat land kon kopen en ten slotte, in 1804 wist hij het landgoed te verwerven dat bekend werd als een van de beroemde presidentiële residenties (naast Washington’s Mount Vernon en Jefferson’s Monticello): The Hermitage, nabij Nashville. Een plantage werd gestart met 9 slaven en op het hoogtepunt hield Jackson er 110. Afgezien van het gebrek aan vrijheid, hadden ze op de plantage een redelijk goed leven, Jackson zorgde bijvoorbeeld voor materiaal waarmee ze konden jagen en vissen. Na zijn dood werd The Hermitage door zijn aangenomen zoon langzamerhand en gedreven door schulden afgebouwd. In 1893 verliet de laatste Jackson het landgoed, sindsdien is het een museum. In 1998 ontsnapte het aan verwoesting door een langstrekkende tornado.

Confederate States Mi 8

The Hermitage, USA Mi 658

Pas op latere leeftijd begon Andrew Jackson aan een tweede carrière, namelijk in het leger. Hoewel hij als onervaren werd aangemerkt speelde hij een grote rol in de Oorlog van 1812 tegen de Britten. Deze hadden, om te voorkomen dat de Verenigde Staten zich zouden inlaten met handel op Fransgezinde landen, een blokkade van de havens opgericht. De Amerikanen reageerden woedend en dreigden Canada te veroveren, wat uiteindelijk niet lukte. De blokkade werd wel opgeheven, maar toen was de situatie in Europa inmiddels alweer drastisch veranderd. De Vrede van Gent, die in 1814 tussen de strijdende partijen werd gesloten, bevestigde de situatie van voor de oorlog.

Na de Oorlog van 1812 stortten de Amerikanen zich op de Indiaanse bevolking in de Eerste Seminole Oorlog. Tijdens dit conflict veroverde Jackson Florida, dat toen nog onder Spaans bestuur stond. In 1819 kwam dit gebied onder Amerikaans bestuur, voordat het tot staat gepromoveerd werd in 1845. Jackson werd de eerste militaire gouverneur. Vanwege zijn kwaliteiten als generaal verwierf hij de bijnaam Old Hickory.

USA Mi 816

Na al dit succes en zijn politieke ervaring in Tennessee kon een gooi naar het presidentschap natuurlijk niet uitblijven. In 1824 moest er echter een beslissing van het Huis van Afgevaardigden komen om Jackson van het presidentschap af te houden. In die dagen verzamelde je namelijk niet alleen kiesmannen, maar ook afgevaardigden achter je en na telling had John Quincy Adams net meer dan Jackson. Overigens waren ze partijgenoten en deelden zelfs hun running mate…

In 1828 ging de strijd weer tussen de twee, maar Adams had zichzelf van de Democraten afgescheiden en noemde zich National Republican. Hij was dus een echte tegenstander van de Jackson geworden. Adams’ ondertekening van een tariefwet eerder in 1828 berokkende de meeste staten zoveel schade dat Jackson een eenvoudige zege boekte, ook in staten die normaal gesproken Adams gekozen zouden hebben.

USA Mi 917

Andrew Jackson bleef 8 jaar president en gaf in 1837 het stokje over aan zijn vicepresident Martin Van Buren. Hij wordt in het algemeen gezien als een bovengemiddelde president die in de rankings vergeleken kan worden met Kennedy en Eisenhower en van de 44 presidenten voor Donald Trump ongeveer een 10e plaats inneemt. Hij wist in zijn tijd de brandjes te blussen die gedurende 8 jaar optraden. Slavernij was in die dagen nog geen belangrijk item, wel was dat de verplaatsing van de indianen naar andere delen van het land, waarin Jackson een belangrijke rol speelde en wat in het algemeen als de grootste smet op zijn blazoen geldt. Hij was in ieder geval populair genoeg om lange tijd het bankbiljet van $20 te sieren, maar in april 2016 is besloten dat zijn portret zal vervangen worden door dat van de anti-slavernij-strijdster Harriet Tubman. Vanaf 2020 is het de bedoeling dat de biljetten in omloop komen.

Andrew Jackson overleed op 8 juni 1845 op The Hermitage, als gevolg van tuberculose en een hartkwaal, die onder andere ook waterzucht veroorzaakt had. Hij was 78.

Na een korte regeringsperiode werd in Portugal Pedro V vervangen door Luis I. Over hem de volgende keer.

Presidentsportret van Jefferson Davis door Mathew Brady (1822-1896)

Het is in de meeste landen niet gebruikelijk nog levende personen op postzegels af te beelden en bij velen is het zelfs ‘bij wet’ vastgelegd dat het niet gebeurt. Voor staatshoofden wordt nog wel eens een uitzondering gemaakt, meestal in koninkrijken. Nederland hoorde bijvoorbeeld tot 1986 bij de landen waar alleen leden van het Koninklijk Huis bij leven mochten worden afgebeeld, maar toen werd Willem Drees 100 jaar en was hij de eerste van een inmiddels bescheiden stoet anderen (meest sportlieden, maar ook mensen als Mies Bouwman en de onlangs overleden Dick Bruna).

Levende presidenten komen ook voor, maar minder dan staatshoofden van koninklijke bloede. Er  zijn echter tal van landen waar het absoluut niet zal gebeuren, een levende persoon, staatshoofd of niet. Zoals in Frankrijk, waar keizer Napoleon III het enige en tot op heden laatste levende wezen op een postzegel is, en in de Verenigde Staten. En daar staat de teller zelfs nog op nul, als je de Geconfedereerde Staten niet meerekent.

Confederated States Mi 1

Na een hoop geëxperimenteer in tientallen plaatsen aan de zuidelijke kant van de frontlijn werd in de zomer van 1861 besloten postzegels voor het hele betwiste gebied te gaan drukken. Het duurde nog tot oktober tot ze klaar waren, want de dienstdoende postmeester-generaal, de Texaan John H. Reagan (1818-1905), moest het postsysteem nog van de grond af opbouwen, iets wat hij overigens met verve deed: hij wist zelfs ervaren ambtenaren uit het noorden voor zijn zaak te winnen en bovendien was zijn organisatie winstgevend.

Confederated States Mi 7 uit 1862

Na het sluiten van de inschrijvingen was het de kleine drukkerij van Hoyer & Ludwig in Richmond (Virginia) die ze mocht ontwerpen en drukken. Vennoot Charles Ludwig nam de portretten van president Davis en founding father Thomas Jefferson onder handen voor de waardes van 5 en 10 cents, voor post tot, dan wel verder dan 500 mijl. Jefferson Davis was daarmee de eerste en ook enige levende persoon op een Amerikaanse postzegel.

Jefferson Finis Davis werd op 3 juni 1808 geboren in het dorpje Fairview in de staat Kentucky. Dit plaatsje was door Davis’ vader Samuel gesticht in 1793. Samuel en zijn vrouw Jane Simpson hadden samen 10 kinderen in 24 jaar tijd. Jefferson, genoemd naar de president van dat moment, was de jongste. Hij was letterlijk een tijdgenoot van de al eerder genoemde Napoleon III, want slechts 6 weken jonger dan de Franse keizer. Ook zijn latere opponent Abraham Lincoln was maar een jaar jonger en kwam bovendien ook uit Kentucky.

Zijn eerste roeping lag bij het leger, in 1824 schreef hij zich in bij West Point. Na het behalen van zijn diploma diende hij een tijdje onder Zachary Taylor, later generaal in de oorlog tegen Mexico en vervolgens kortstondig president (hij overleed kort na zijn ambtsaanvaarding). Hij werd verliefd op diens dochter Sarah en in 1835 trouwden ze. Het werd een bijzonder kort huwelijk, want na drie maanden liep het jonge echtpaar malaria op en Sarah overleed eraan, Jefferson overleefde de ziekte ternauwernood. Hij hertrouwde pas in 1844, nu met Varina Howell.

In 1840 kwam hij in contact met de politiek, na het bezoeken van een bijeenkomst van de Democratische partij en een paar jaar later had hij een afgevaardigdenzetel in Mississippi. Hij verliet die tijdelijk om als kolonel te dienen in de oorlog tegen Mexico, die de Amerikanen een enorme territoriale uitbreiding opleverden. Na terugkeer in de politiek werd hij in 1848 tot senator van de staat Mississippi gekozen. Onder president Franklin Pierce was hij minister van oorlog. Terug in de Senaat, na de nederlaag van Pierce in de verkiezingen van 1856, bleek hij een warm pleitbezorger van het behoud van de Unie, want de tegenstellingen tussen noordelijke en zuidelijke staten groeiden met de dag. Het mocht allemaal niet baten, want de verkiezing van Lincoln deed South-Carolina besluiten zich af te scheiden, Mississippi volgde 3 weken later. Een gedesillusioneerde Davis keerde terug naar zijn thuisstaat, maar hij zette al gauw zijn zorgen opzij en besloot zich in dienst te stellen van de Geconfedereerden.

Dankzij zijn inmiddels lange ervaring in de politiek werd Davis met afstand de belangrijkste kandidaat voor het presidentschap en op 18 februari 1861 werd hij ingezworen bij het Alabama State Capitol in Montgomery.

USA Mi 2588 uit 1995, uit een serie van 20 zegels met de belangrijkste personen uit de burgeroorlog (bron)

Zijn belangrijkste besluit was de aanstelling van Robert E. Lee als leider van zuidelijke legers. De noordelijken hadden immers betere bewapening en vooral veel meer soldaten om in te zetten. Lee was daarentegen de meest ervaren generaal in het hele land en wist stand te houden tot de uiteindelijke overgave in 1865. Het was pas in 1864 dat Lincoln een gelijkwaardige generaal vond in Ulysses S. Grant (later ook president) en daarmee werd het pleit alsnog beslecht.

De obelisk voor Jefferson Davis in Fairview, Kentucky

Na 4 jaar strijd werden de Geconfedereerde Staten in mei 1865 opgeheven. Lincoln was toen al vermoord door John Wilkes Booth. Zijn opvolger Andrew Johnson maakte korte metten met ex-president Davis en sloot hem op. In 1867 kwam hij op borgtocht vrij en werd president van een verzekeringsmaatschappij in Tennessee. Hij zag dat tot 1870 alle opstandige staten weer aangenomen werden door de Unie, maar maakte er verder geen woorden meer aan vuil. In zijn laatste jaren beschreef hij in enkele boeken de staatkundige geschiedenis van de Confederate States. Op 5 december 1889 overleed hij als gevolg van bronchitis in New Orleans. In 1978 ondertekende president Carter een wet die de burgerrechten van Davis postuum herstelden.

In de zuidelijke staten herinneren nog tal van monumenten aan Davis, hoewel deze in toenemende mate ter discussie staan. Het belangrijkste is dat in zijn geboorteplaats Fairview, dat beheerst wordt door een maar liefst 107 meter hoge obelisk te zijner ere. Ook in Richmond, de officieuze hoofdstad, zijn – naast een groot ruiterstandbeeld voor generaal Lee – nog een aantal monumenten te vinden, waaronder één speciaal voor Davis.

Het laatste deel van dit geconfedereerde vierluik gaat over een andere oud-president: Andrew Jackson.

Fredericksburg Mi 1

Fredericksburg

Fredericksburg bestaat in Texas, maar ook in Virginia, 50 kilometer zuidelijk van Washington. Op 12 april 1861, toen Fort Sumter onder vuur kwam van de opstandige milities in Charleston, South Carolina, had het stadje van toen 4000 inwoners groot een heel ander probleem: de lokale rivier Rappahannock, een rivier die parallel aan de Potomac naar Chesapeake Bay stroomt, was buiten zijn oevers getreden en dat was even belangrijker dan de oorlogsdreiging. Een ander nieuwsbericht dat aandacht vroeg was de herbenoeming van de inmiddels 78-jarige postmeester Reuben Triplett Thom (1782-1868), die al sinds 1840 het ambt bekleedde. Abraham Lincoln besliste positief, maar de oude man, opgegroeid in de tijd dat slavernij nog heel gewoon was, stond vierkant achter de zuidelijken en was een vurig pleitbezorger voor aansluiting bij de geconfedereerden. In september liet Thom ook postzegels maken, een vierkant zegeltje met de naam van de stad (Frederickb’g), de naam van de postmeester (R.T. Thom) en de waarde. Er waren een 5 en een 10 cents, die hoogstwaarschijnlijk werden gedrukt door Robert B. Alexander van de Democratic Recorder and Recorder Job Office. Ongebruikt zijn de zegels niet heel zeldzaam. Op brief schijnen er nog een 40-tal te zijn allemaal in de waarde van 5 cents.

Frederickburg lag gedurende de burgeroorlog letterlijk in de vuurlinie en werd in totaal 11 keer ver-  en heroverd. De stad moest na de oorlog vrijwel compleet herbouwd worden. Ook Thom en zijn gezin hadden erg te lijden van de bombardementen op de stad.

Danville

Danville Mi 1

Danville, eveneens in Virginia, is een grensstadje met North Carolina. In september 1860 was William D. Coleman aangesteld als postmeester. In maart 1861 werd hij vervangen door William B. Payne en ging het leger in. Payne voldeed echter niet – hij heeft wel enkele (zeldzame) postwaardestukken met zijn naam erop achtergelaten – en in augustus was Coleman weer op zijn post. Ook zijn naam komen we op een postzegel tegen. In de loop der tijden zijn er 9 van terug gevonden, grotendeels met stempels van oktober 1861.

Gonzales

Gonzales in Texas is een klein stadje ergens tussen San Antonio en Houston. Op 2 oktober 1835 werd er een veldslag uitgevochten tussen Mexico, toen nog eigenaar van Texas, en opstandige Amerikaanse pioniers. In 1861 voerde John B. Law de scepter over de lokale posterijen en hij was het die postzegels ging produceren toen er niets anders was om te plakken.

Nu was Law niet alleen postmeester, hij was ook mede-eigenaar van de boekhandel en drogisterij van Coleman & Law. Het was in die dagen al gebruikelijk om reclamestickertjes in een boek te plakken om aan te geven waar je het had gekocht. John Law kreeg gelijk een idee. Als je deze stickertjes op een envelop zou plakken dan kon je deze als brief versturen. De kleur bepaalde wat voor een zegel het was, maar in principe hadden ze de waarde van 5 cents in 1861. In 1864 zouden er ook zegeltjes van 10 cents gekomen zijn, anders gekleurde stickertjes van Coleman & Law Booksellers. Om ze als postzegel te herkennen werd er vooraf een stempel over gezet, een label zonder dit stempel is in principe niets waard, maar er bestaan enveloppen met niet tevoren gestempelde zegels. Het eerste, niet aangetoonde, gebruik was in juni 1861.

Goliad

Goliad Mi 2

Net als in Gonzales werd ook in het 80 kilometer zuidelijker gelegen Goliad in 1835 – op 10 oktober – een slag uitgevochten in de Texaanse revolutie. In 1861 was de postmeester John A. Clarke. Hij liet zegels drukken bij de Goliad Messenger, eigendom van de plaatselijke dominee Alexander F. Cox. De drukpersen van deze krant drukten ook de zegels van Helena, een gehucht ten noordwesten van Goliad.

De eerste zegels tonen alleen een kader met tekst en het was de bedoeling dat Clarke in iedere zegel zijn eigen paraaf zette. In een tweede oplage kwamen er zegels waarin de naam van Clarke meegedrukt was.

Port Lavaca

Op de hoogte van Goliad, maar dan aan de Golf van Mexico ligt het havenstadje Port Lavaca. Hier geen postmeester die zijn naam graag vereeuwigd wilde zien op een postzegel, maar een echte Mississippi-rivierboot. Wetende dat de Mississippidelta zeker 600 kilometer verderop ligt wel een eigenaardige verschijning. Er lijkt maar 1 brief te bestaan met zo’n zegeltje en daar is geen afbeelding van te vinden. De Mississippiboot komt te zijner tijd nog wel eens aan bod.

Volgende keer blijven we in dit roerige oorlogsgebied en bespreken de president ervan.

 

 

Afbeeldingen van de zegels komen van Siegel Auctions

De aanval op Fort Sumter in de haven van Charleston, 12 april 1861

Een nieuwe ‘postzegelstaat’ ontstond in 1861 bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog: de Geconfedereerde Staten van Amerika (Confederate States of America).

Het begon allemaal in South Carolina op 20 december 1860. In november van dat jaar was Abraham Lincoln gekozen als president van de Unie. Zijn grootste belofte als kandidaat was een einde te maken aan de slavernij, iets waar voorgaande presidenten hun handen niet aan wilden branden. De Democraat James Buchanan, Lincolns voorganger, was in principe wel voor een geleidelijke afbouw, maar zijn verdere besluiteloosheid leidde alleen maar tot een splitsing in zijn partij, waar Lincoln met gemak van profiteerde.

In de zuidelijke staten dreef de economie op slavenarbeid en daar waren ze dus op zijn minst ‘not amused’. Al gauw begon de oppositie tegen het vanuit Washington op de leggen beleid. Op 20 december besloot South Carolina zich officieel af te scheiden en nog voor dat Lincoln geïnstalleerd was als president – toen gebeurde dat nog op 4 maart – hadden zes andere staten zich aangesloten: Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. Zij stelden in februari een eigen voorlopige grondwet op, die een jaar later, in februari 1862, door alle deelnemende staten bekrachtigd was.

Dat het oorlog zou worden was toen nog niet duidelijk, maar op 12 april 1861 startten de geconfedereerden met een provocerende daad: ze vielen Fort Sumter aan met het doel deze vooruitgeschoven post van de noordelijken in de haven van Charleston, South Carolina, te veroveren. De zuidelijken wonnen en daarmee was het geduld van Lincoln op en de oorlog was begonnen. Virginia, Arkansas, North Carolina en Tennessee sloten zich bij de 7 wegbereiders aan en toen waren er 11. Kentucky bleef min of meer neutraal en binnen Virginia was er zoveel onenigheid dat het westen zich in 1863 afscheidde en weer bij de Unie aansloot als de staat West Virginia.

De nieuwe confederatie van 11 staten moest nog wel georganiseerd worden. Op 22 februari 1861 werd Jefferson Davis gekozen als president – hij zou de enige levende persoon, afgebeeld op een Amerikaanse postzegel, worden – en ook de rest van de bestuursstructuur moest heringericht worden, veel plaatsen kregen een nieuwe postmeester. En net als in de tijd van de Mail Carriers, waarvan er nog enkele functioneerden tot 1863, gaven talloze plaatsen weer hun eigen meestal provisorische postzegels uit. Vandaag bespreek ik er drie.

Athens Mi 1

In Athens in Georgia functioneerde Thomas Crawford sinds 1859 als postmeester en werd in juli 1861 herbevestigd onder het nieuw bestuur. In 1862 werd hij ontslagen, maar in de herfst van 1861 had hij wel zijn eigen postzegel gekregen, een violet zegeltje met daarin twee ovalen. Tussen de ovalen boven zijn naam T. CRAWFORD P.M. en beneden ATHENS, GA. Binnen de ovalen de tekst PAID 5, gescheiden door een breuklijn. De zegels werden gemaakt bij de regionale krant The Southern Watchman (later The Banner Watchman en tegenwoordig The Athens Banner-Herald geheten) en werden per twee getekend, zodat ieder horizontaal paar uit twee verschillende types bestaat, waarbij vooral het woord PAID opvalt: op de ene veel groter dan de andere. Bovendien werd de drukplaat zo gemaakt dat de zegels horizontaal en verticaal in keerdruk voorkomen, dus paren komen voor met de ene zegel rechtop en de andere met kopstaande afbeelding.

Knoxville Mi 1

In 1862 kwam er een tweede oplage in rood in dezelfde typeverdeling, maar deze zijn veel zeldzamer. Ook zijn er zegels van 10 cents op de markt gekomen, maar dit zijn zonder meer vervalsingen.

Nashville Mi 1

Interessant is dat in het 250 kilometer noordelijker gelegen Knoxville in Tennessee vrijwel hetzelfde plaatje gebruikt werd, maar dan met de eigen stadsnaam en de naam van Postmaster C.H. Charlton. Dit was Charles W. Charlton (1825-1889), naast postmeester ook methodistisch dominee en uitgever van de lokale krant. Ook in Nashville zien we hetzelfde ontwerp, maar dan met postmeester William D. McNish in het voetlicht. Zowel in Knoxville als Nashville waren er ook zegels van 10 cents. In Nashville wordt 19 juli 1861 als uitgiftedatum genoemd. Dit zou betekenen dat Knoxville kort daarna met zijn zegels kwam, want Charlton en McNish waren goed bevriend. Tennessee werd eind februari 1862 alweer heroverd door de legers van Lincoln, waardoor de zegels een vrij korte looptijd hadden. Georgia viel vanaf mei 1864.

Volgende keer kijken we naar Gonzales en Goliad in Texas, Fredericksburg en Danville in Virginia.

 

Afbeeldingen van de zegels komen van Siegel Auctions