De Nevis Badge, ooit het onofficiële wapen van Nevis.

Veel van de eilanden en eilandjes in het Caribisch gebied waren in 1861 al aan de postzegel, een aantal nog aan de hand van het moederland, zoals de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique of de Nederlandse waar pas in 1873 de eerste postzegels verschenen en tot die tijd er alleen nog baarfrankering was.

De Britse bezittingen gingen rond 1860 een voor een over op postzegels, de meeste met een portret van koningin Victoria, Trinidad en Barbados met de Britannia en Nevis met een eigen ontwerp, de zogenaamde ‘Nevis Badge’, bestaande uit een medicinale bron waaromheen drie vrouwenfiguren.

Nevis is een klein vulkaaneiland in de Caribische Zee en hoort tot de Bovenwindse eilanden. Het ligt welgeteld 3 kilometer van St. Christopher, beter bekend als St. Kitts. Aan de andere kant van St. Kitts, 10 en 25 kilometer verderop, liggen St. Eustatius en Saba, onderdelen van Caribisch Nederland.

De eerste zegel van Nevis uit 1861 (bron)

Nevis was als eerste met postzegels van de twee naast elkaar gelegen eilanden, St. Kitts volgde pas in 1870. Van 1890 tot 1903 gebruikten beide eilanden zegels van de Leeward Islands, daarna, tot 1950, gaven ze samen zegels uit onder de naam ‘St. Kitts-Nevis’. Het ten noorden van St. Maarten gelegen Anguilla, dat al sinds 1883 onder bestuur stond van St.Kitts en Nevis, kwam er toen ook bij en deze band bleef, hoewel Anguilla vanaf 1967 zelfstandig postzegels uitgeeft en in 1971 uit de eilandenband stapte, in stand tot 1980. Toen ging ieder definitief zijns weegs, hoewel staatkundig St. Kitts en Nevis nog steeds één (federale) republiek vormen. Sinds 1983 om precies te zijn.

Met name Nevis wordt beschouwd als een ‘bananenrepubliek’ onder de postzegels uitgevende landen, met een gemiddelde productie van een kleine 100 zegels per jaar sinds 1990, en dat voor een eilandje met slechts 11.000 inwoners op een oppervlakte van 93 km²!

Het Bath Hotel (bron)

In de periode van 1861 tot 1884 gaf Nevis 24 postzegels uit, vanaf 1879 met Victoria als beeltenis, daarvoor van het genoemde groepje vrouwenfiguren aan een bron. Je ziet duidelijk dat eentje hulp nodig heeft, dat de tweede die hulp geregeld heeft bij de derde, die een kan met genezend water uitschenkt. En dat is allemaal heel goed mogelijk op de hellingen van de Nevis Peak. Deze 965 meter hoge berg is namelijk een ‘laag actieve’ vulkaan, die waarschijnlijk voor het laatst in de prehistorie is uitgebarsten. De lage activiteit bestaat uit onder andere uit de aanwezigheid van warmwaterbronnen. Tot op de dag van vandaag is de bron in het dorpje Bath een van de grootste publiekstrekkers op het eiland. In 1778 werd er ook een hotel bij gebouwd, volgens insiders het oudste hotel van het Caribisch gebied. Naast vele rijke Europeanen ontving het ook de later beroemde vice-admiraal Horatio Nelson, die in 1787 op Nevis met de jonge weduwe Frances Nisbet trouwde. Op het eiland is ook een klein museum gewijd aan de held van de Slag bij Trafalgar. Net als voor de eerste minister van financiën van de Verenigde Staten, Alexander Hamilton, die in 1755 of 1757 – afhankelijk van de bron – op Nevis geboren werd.

Met het hotel ging het niet goed. Een jaar of 60 na de opening ging het failliet, daarna was het nog geopend tussen 1912 en 1940. De laatste officiële bewoners waren de ambtenaren van het eilandbestuur.

Op 12 april 1861 gebeurde, wat al een tijdje gevreesd werd: de Amerikaanse Burgeroorlog brak uit. Wat dat voor de postzegels voor gevolgen had komt de volgende keer aan bod.

Liberia Mi 2 (bron, hierop veel technische informatie voor de liefhebbers)

Allegorieën op de verdiensten van een land of kolonie hebben we al vaker gezien. Het begon met de Sydney Views in 1850, vanaf 1851 kwam de Britannia in beeld op de door de Britten bestuurde eilanden Trinidad, Barbados en Mauritius en in 1854 debuteerde de Helvetia als symbool van Zwitserland. De Liberia was dus niet nieuw, maar wel een beetje knip- en plakwerk van genoemde en andere uitgiftes met vrijheidssymbolen.

1860 was de vooravond van de Amerikaanse Burgeroorlog: in Washington was Abraham Lincoln verkozen als president en hij was een groot tegenstander van slavernij. Zuidelijke staten waren van mening dat ze zonder slavernij niet konden bestaan en dit leidde tot een vier jaar durend conflict tussen de zelfverkozen president Jefferson Davis en Lincoln, een strijd die ten slotte door de laatste gewonnen werd.

Slavernij was echter niet voor het eerst een bron van discussie, al vanaf de oprichting van de Verenigde Staten nam bijna iedere president zich voor om op zijn minst met minder slavernij te eindigen dan aan het begin van de ambtsperiode. James Madison, president van 1809 tot 1817 had daar een oplossing voor: hij steunde het project van de predikant Robert Finley, die in 1816 de ACS (American Colonization Society) had opgericht, met als doel om zwarte en gekleurde mensen (terug) naar Afrika te sturen om daar hun eigen land te gaan runnen. Zo gezegd, zo gedaan en in 1820 voeren de eerste vrije slaven naar de westkust van het continent en stichtten er de nederzetting die naar de inmiddels aangetreden president James Monroe Monrovia genoemd werd. Om bestuurlijke ervaring op te doen kwamen er wat blanke Amerikanen mee om ze te scholen, maar die trokken zich na verloop van tijd terug. Het land kreeg de naam Liberia, geleid door een elite van goed opgeleide ex-slaven. De democratische principes van het ‘moederland’ werden niet erg nageleefd, maar de staat, pas eerst onafhankelijk geworden in 1847, functioneerde en doet dat nog steeds. Na de burgeroorlogen van het eind van de vorige eeuw is het land in rustiger vaarwater gekomen en wordt sinds 2006 geleid door het eerste vrouwelijke staatshoofd in heel Afrika: Ellen Johnson Sirleaf.

In 1860 was Stephen Allen Benson (1816-1865), afkomstig uit Maryland en al in 1822 met zijn ouders naar Afrika gekomen, de tweede president van Liberia. Onder zijn bewind werden diplomatieke betrekkingen met de VS – toen pas! – en België gesmeed. Verder deed hij verwoede pogingen om de moeizaam lopende economie van het land draaiende te houden. Eén van de activiteiten om dat te realiseren was het uitbreiden van het postsysteem en de uitgifte van postzegels. In 1852 werden de eerste vier postkantoren al opgericht, postzegels kwamen in 1860. Omdat Liberia in 1850 al een postverdrag met Engeland had gesloten, was het een logische stap dat daar de opdracht ook naartoe ging. De zegels kwamen uit de steendrukkerij van Dando, Todhunter & Smith in Londen. De zegels waren getand en daarmee was Liberia niet alleen een van de eerste op de wereld, maar ook de eerste in Afrika. Dit type werd tot 1880 met kleine verschillen en andere kleuren uitgebracht, totaal 14 stuks in 5 verschillende waardes.

Daar zat ze dan, de Liberia, op een kist als de dame van de Sydney Views, achter een schild, en met een piek in de rechterhand en een frygische muts op het hoofd. In de verte een zeilschip dat alle goeds brengt naar en haalt van het land. Bekende thema’s inmiddels en de Liberia werd wijd en zijd met de Britannia vergeleken zoals die op de keerzijde van een Britse penny-munt en op de postzegels stond.

Sommige Britse koloniën hadden heel eigen symboliek. Volgende keer halen we bronwater van het eilandje Nevis.

Griffioen uit ‘Het Schouw-toneel der Aertsche Schepselen (Nylant en Van Hextor, 1672)

Na acht zegels met cijfertekening uitgegeven te hebben, besloot het groothertogdom Baden in 1860 met een nieuw plaatje te komen: het wapenschild. Dat was een eenvoudig geel schild met een rode band van linksboven naar rechtsonder en is zeker sinds 1243 in gebruik geweest door de markgraven van Baden uit het huis van Zähringen. In 1528 voegde markgraaf Philipp I er de wapendragers aan toe: twee griffioenen. Zij droegen het wapen tot 1945. Daarna, in 1952, fuseerde Baden met Württemberg tot de nu nog bekende bondstaat.

Een ‘vriendelijke’ griffioen uit Armenië (USSR 1978, Mi 4768)

De griffioen komt, net als de leeuw, uit het oosten. Hoewel de verschijningsvorm nogal varieert is het in principe een leeuw met een adelaarskop en dat maakt het beest nog vervaarlijker dan de losse onderdelen. De eerste griffioenen werden aangetroffen bij de Scythen, een oud-perzisch volk dat het zuiden van Rusland en Oekraïne alsmede de huidige republieken Georgië, Azerbeidzjan, Armenië, Turkmenistan en Kazachstan bevolkte in de periode tussen ongeveer de 9de eeuw voor en de eerste eeuw na Christus. Ook in het oude Griekenland werden al griffioenen afgebeeld. In de middeleeuwen kwamen ze met de adelaars en leeuwen naar West-Europa om daar de grootsheid van de leiders ter plaatse te onderschrijven. En om het volk respect af te dwingen, niet onbelangrijk, stel je voor dat de lokale despoot die beesten echt in zijn bezit had…

De griffioen als symbool van de jonge republiek Polen (Mi 129 uit 1919)

Een beroemd voorbeeld was de griffioen van de Engelse koning Edward III, die er een in zijn eigen grootzegel zette. Hoewel door niemand na hem herhaald, hoort de griffioen wel tot de zogenaamde Queen’s Beasts, de heraldische dieren die de afkomst van Elisabeth uitbeelden.

De griffioen van Edward III (rechts) op GB Mi 1734 uit 1998)

In de Duitse taal is er ook iets opmerkelijks te zien. De benaming van wat wij een roofvogel noemen is daar een Greifvogel. Greif is ook de Duitse vertaling van griffioen. In Duitsland is iedere roofvogel dus etymologisch nauw verwant aan de griffioen.

Griffioenen komen niet alleen in Baden voor, maar ook in Pommeren, en opmerkelijk genoeg ook hier en daar in Nederland. Zo is de griffioen het beeldmerk van de VU, maar ook in het dorp waar Zegelgek is opgegroeid zijn het de wapendragers…

Het wapen van Heemstede, gedragen door twee griffioenen

De Badense postzegels van 1860 werden ontworpen door ene C.A. Weber, die de opdracht in 1859 gekregen had. Omdat met cijferzegels niet meer van ‘deze’ tijd beschouwde, was men al eerder op het idee gekomen om het staatswapen uit te werken. Eind 1859 was het ontwerp klaar en kon het naar de drukker, Friedrich Wilhelm Hasper in Karlsruhe. Na het een en ander aan heen- en weercorresponderen waren drukker en autoriteiten het er in maart 1860 over eens welke waarden en kleuren gebruikt zouden worden. De officiële uitgiftedatum werd vastgesteld op 1 juni 1860, maar van de 3 Kreuzer, de meestgebruikte waarde, is er een exemplaar bekend dat al twee dagen eerder gebruikt is. De 1, 6 en 9 Kreuzer kwamen in de loop van 1860 en 1861 uit.

Baden Mi 9

Toch was men nog steeds niet helemaal tevreden over de kleuren en de tanding, vandaar dat in 1862 er een nieuwe oplage in gewijzigde kleuren en een andere tanding kwam. Voor de 3 Kreuzer kwam er zelfs een gewijzigd type, met het wapen op een witte achtergrond, niet veel later gevolgd door de andere waardes en aangevuld met hogere waarden van 18 en 30 Kreuzer die echter nauwelijks afgenomen werden (een gebruikte 30 Kr is volgens de Michelcatalogus 80 keer zoveel waard als een ongebruikte).

In 1868 kwamen de laatste 3 waardes uit als aanpassing aan de in 1866 opgerichte Noordduitse  postadministratie.

Plagiaat was al bekend, ook Liberia maakte zich er enigszins schuldig aan, maar dat leverde toch aardige plaatjes op. Daarover volgende keer.

Prins Edward van Wales

Albert Edward, circa 1870, met onafscheidelijke sigaar. (foto Paul Popper)

Het was een groot succes, het bezoek van vier maanden door prins Edward, de oudste zoon van koningin Victoria, aan Canada en de Verenigde Staten in de zomer van 1860. Hij was de eerste troonopvolger ooit die de oversteek maakte, maar eerlijk gezegd kwamen Britse monarchen überhaupt nooit ver buiten de eilanden. Edward was in ieder geval een geziene gast en werd als buitengewoon vriendelijk en goedgehumeurd omschreven. Hij had een druk programma: Hij legde onder andere de eerste steen van het huidige regeringscentrum van Canada, Parliament Hill in Ottawa, en was voor enige dagen te gast bij de Amerikaanse president James Buchanan.

Albert Edward werd als tweede kind en eerste zoon van koningin Victoria en prins Albert geboren op Buckingham Palace op 9 november 1841 en was vanaf het begin de troonopvolger, een rol die hij ruim 59 jaar zou uitvoeren, grotendeels ver in de schaduw van zijn moeder. Tamelijk plichtmatig doorliep hij het onderwijs, hij was niet bijzonder intelligent en begon pas enige lol in studeren te krijgen op Christ Church in Oxford en Trinity College in Cambridge.

New Brunswick Mi 9 met de 18-jarige kroonprins

In 1863 trouwde hij met prinses Alexandra van Denemarken, een huwelijk dat volledig gearrangeerd werd door zijn moeder en oudere zus Victoria.  Het werd, ondanks alle buitenechtelijke affaires van Edward, een vrij goed huwelijk. In de periode van 7 jaar werden er 6 kinderen geboren, waarvan de laatste slechts 1 dag oud werd, maar verder haalden vier van de vijf de jaren 30 van de volgende eeuw, zoals troonopvolger George (V) en prinses Maud, die koningin van Noorwegen werd.

Edward was verwant met z’n beetje ieder gezien koningshuis in Europa. Zijn oomzeggende nichtje Alix trouwde met de toekomstige tsaar Nicolaas II. Victoria Jr. was de moeder van de toekomstige keizer Wilhelm II. Daarnaast was hij verwant aan de koninghuizen van Spanje, België, Noorwegen, Zweden, Roemenië, Griekenland, Bulgarije en Portugal. Tijdens zijn koningschap werd hij dan ook Oom van Europa genoemd.

Dat koningschap begon dus pas toen hij 59 was, op 22 januari 1901. Zoals gebruikelijk vond de kroning een jaar later plaats, in het geval van Edward pas op 9 augustus 1902. De oorzaak daarvan was dat hij plots last kreeg van een blindedarmontsteking. In die tijd was dat bijna altijd dodelijk, maar door het optreden van ‘eerste lijfarts’ Frederick Treves overleefde de koning.

Het koningschap van Edward VII verliep tamelijk rustig en vreedzaam. Hij deed er alles aan om dat zo te houden. Hij kreeg de erfenis van de Tweede Boerenoorlog mee, die in mei 1902 besloten werd door de verzoenende Vrede van Vereeniging, en sloot in 1904 de Entente Cordiale met Frankrijk, waarin het Verenigd Koninkrijk de Fransen onder andere militaire bijstand beloofde voor het geval deze aangevallen werden en tevens beide landen de neutraliteit van België garandeerden. Edward heeft altijd gehoopt dat dit de vrede voor lange tijd zou bewaren, maar hij had weinig vertrouwen in neef Wilhelm en dat zou nog blijken…

Was Edward als kroonprins al een geducht reiziger, als koning bezocht hij nog diverse landen. In 1906 bezocht hij bijvoorbeeld Rusland en de Scandinavische landen. Daarnaast vierde hij ieder jaar vakanties in Biarritz en het Boheemse Marienbad. De zware, regelmatig door bronchitis geplaagde roker Edward werd in de Franse badplaats in maart 1910 terminaal ziek en ondanks de politieke problemen van die dagen in Londen kon hij pas 27 april naar Buckingham Palace terugkeren. Ruim een week later, op 6 mei, overleed hij er in het bijzijn van Alexandra, die juist de dag tevoren uit van Korfoe was teruggekeerd, en kroonprins George, die de volgende 26 jaar als George V regeerde.

Edward werd herinnerd als The Peacemaker, maar kon niet voorkomen dat ruim vier jaar later de Eerste Wereldoorlog zou uitbreken.

Een kleine selectie zegels met portret van Edward VII (UK Mi 103, Maagdeneilanden Mi 26, St. Lucia Mi 40, Hongkong Mi 82, Malta Mi 25 en Brits-Indië Mi 70)

De griffioen als wapendier komt aan volgende keer aan bod.

 

Postzegel met portret van Charles Connell (New Brunswick Mi I)

Een van de meest opmerkelijke personen die er in postzegelland anno 1860 rondliepen was Charles Connell.

Connell was een kind uit een familie van zogenaamde loyalisten, Amerikaanse kolonisten die ten gevolge van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog naar Canada waren geëmigreerd. De Connells vestigden zich in Northampton in de Britse kolonie New Brunswick. Charles, geboren in 1810, was voorbestemd om de politiek in te gaan en al op 36-jarige leeftijd had hij een zetel te pakken, overgenomen van een oudere halfbroer. Nu hij in de volksvertegenwoordiging zat kon hij zich een mooi huis in het plaatsje Woodstock veroorloven en daar omringde hij zich met kunstvoorwerpen van allerlei aard.

In 1858 kreeg hij een eervolle positie aangeboden, die van postmeester-generaal van New Brunswick, met als hoofdtaak de overgang naar een decimaal muntstelsel in het postwezen verder te begeleiden. Daar hoorden natuurlijk ook nieuwe postzegels bij en Connell besloot te rade te gaan bij de zojuist uit fusies ontstane American Bank Note Company in New York. Er moesten zegels komen in de waardes van 1, 5, 10 en 12 ½ cent, iets later gevolgd door een 17 cent voor op post naar onder andere Engeland.

Het Chalonportret van Victoria (Mi 7. in 1851 al in gebruik in Canada zelf)

Hij had wel wat ideetjes over wat er op de postzegels moest komen te staan: op de 1 zou het een stoomlocomotief worden, op de 10 een al in andere koloniën gebruikte afbeelding van koningin Victoria naar het beroemde portret door de Zwitser Alfred Chalon (1780–1860) en op de 12 ½ een stoomschip. De 17 zou prins Edward van Wales moeten tonen. Tot zover een paar unieke plaatjes, alleen over de 5 waren ze er nog niet uit, toen, naar men zegt, Connell overhaast terug moest naar Woodstock.

Toen in april 1860 de gedrukte postzegels in de koloniale hoofdstad Fredericton aankwamen bleek echter één en ander mis te zijn. Niet met de plaatjes van de locomotief, de koningin of het stoomschip overigens en ook de 18-jarige prins werd wel gewaardeerd, – hij zou in augustus komen kennismaken – maar de 5 cent die kon echt niet: wat bleek: hier stond Charles Connell zelf op. De luitenant-gouverneur van New Brunswick, John Manners-Sutton (1814-1877) was ‘not amused’. Hij betichtte Connell van extreme ijdeltuiterij en gaf hem te verstaan de zegels onmiddellijk te vernietigen of zijn ontslag in te dienen. Dat laatste gebeurde, de zegels, 500.000 stuks zouden later op de brandstapel gaan. Er werd aan de inderhaast als nieuwe postmeester aangestelde James Steadman (1818-1913) de opdracht gegeven om nieuwe 5-cents zegels aan te laten maken en wel gewoon met het portret van Victoria. Zo geschiede en in juli konden deze verkocht worden.

Het is nooit duidelijk geworden wat er nou precies gebeurd is. Heeft Charles Connell zelf opdracht gegeven de zegels met zijn portret te laten maken of is er door een balorige vriend of een medewerker van de ABNC een grap met hem uitgehaald. Getuigenverslagen uit die tijd brengen ook geen helder licht op de zaak. Connell overleed in 1873 en nam zijn geheim mee het graf in.

Maar zoals gezegd, de andere zegels mochten er zijn…

De stoomlocomotief

Mi 4 met de eerste stoomlocomotief op postzegels (bron)

Een stoomlocomotief op een postzegel was de eerste in zijn soort ter wereld. Na de ‘uitvinding’ van de locomotief (‘Puffing Devil’) door Robert Trevithick in 1804 en de verbeterde versies die George Stephenson zo’n 20 jaar later ontwierp, zoals The Rocket, ging het hard. De eerste trein reed in 1825 in Engeland, in 1835 reden ze in België en Beieren, in 1837 in Frankrijk en in 1839 in Nederland. In Canada werd de eerste trein in 1836 gesignaleerd, maar New Brunswick werd pas in de jaren 60 ontsloten. De afgebeelde locomotief reed dan ook buiten de kolonie. Velen dachten dat het de Ossekeag No. 9 was, maar nader onderzoek is gaan wijzen naar de Coos, een in 1850 gebouwde lok die voor de nog altijd bestaande Atlantic & St. Lawrence Railroad reed in Maine, New Hampshire, Vermont en een deel van Quebec.

Het stoomschip Washington

Mi 8 met (waarschijnlijk) de SS Washington (bron)

Ook de naam van het schip was voor de experts niet eenduidig af te leiden, maar de meerderheid is het er inmiddels wel over eens dat het de Washington zou moeten zijn. Deze was in 1847 gebouwd en deed voor de Ocean Steam Navigation Company tot 1857 dienst als de eerste grote postschip tussen de Verenigde Staten en Europa: in 2 weken tijd voer het van New York naar Southampton en van daar in nog eens twee dagen naar Bremerhaven. In 1857 voer het nog een tijdje op Nicaragua alvorens het werd verkocht aan de Pacific Mail Steamship Company, die het van 1860 tot 1864 inzette tussen San Francisco en Panama. Een aardig filatelistisch artikel over de Washington is hier te vinden.

Het tweede deel van het verhaal gaat over het onderwerp van de 17 cent zegel: kroonprins Edward.