Guyana Mi 16 uit 1862

Een van de meest tot de verbeelding sprekende schepen die ooit op postzegels verschenen was de Sandbach, namelijk op die van Brits Guyana, buurland van Suriname. Zeilschepen hadden de postzegels van voor 1860 al wel gesierd, maar een naam kregen ze toen pas en nog een eind de 20ste eeuw in was dit het voornaamste ontwerp. Overigens lijkt het ontwerp van 1853 sterk op de Sandbach-zegels, alleen is het scheepje gespiegeld.

De Sandbach werd in 1825 gebouwd voor de rederij Sandbach, Tinne & Co in Liverpool. Het was voor die tijd een enorm schip, bedoeld voor de koloniale handel tussen Guyana en het moederland. Tot 1874 bleef het schip in bedrijf. Tot dat jaar toe was het nog rendabel om het laden en lossen 15 kilometer voor de kust plaats te laten vinden, omdat de Sandbach te groot was om de ondiepten  voor de kust te bevaren. Daarna kwamen er lichtere schepen die door konden varen.

De Sandbach kwam in 1878 onder de slopershamer en daarmee was een roemrucht schip verloren gegaan, maar tot 1927 was het wel de vaste verschijning op de postzegels.

De rederij McInroy, Sandbach & Co werd in 1792 te Demerara opgericht in 1792 door de Schot James McInroy (1759-1825) en drie partners waaronder Samuel Sandbach (1730-1800). Al gauw kwam Samuels neef, eveneens Samuel geheten (1769-1851) in de zaak. Deze benaderde de Haagse ondernemer Philippe Frédéric Tinne om partner te worden. Aldus werd de Liverpoolse vestiging gedoopt tot Sandbach, Tinne & Co. En hiermee is ook de Nederlandse inbreng verklaard.

Tinne was een ware avonturier. Hij werd op 18 november 1772 geboren als zoon van Johan Abraham Tinne (1742-1808), een vurig orangistisch regent en particulier secretaris van de raadpensionaris Laurens van de Spiegel. Dit baantje nam Philippe van zijn vader over, maar dankzij de Franse tijd werd het hem te heet onder de voeten en hij emigreerde naar Demarara, toen nog onder Nederlands bestuur, maar bezet door de Britten. Tinne was later nog betrokken bij de definitieve overdracht van het gebied aan het Verenigd Koninkrijk.

Nederland gaf in 2013 een postzegel uit voor Alexandrine Tinne (NVPH 3048)

In Demerara was Tinne bevriend geraakt met Samuel Sandbach en samen zetten ze de Liverpoolse vestiging van de rederij en handelsfirma op die hun naam zou dragen. Het werd een groot succes en na het overlijden van zijn eerste vrouw Anna Rose ging hij terug naar Den Haag om zich er te vestigen in het oude huis van de 17e eeuwse regenten Reinier en diens zoon Adriaan Pauw, Herengracht 17. Hij hertrouwde met Henriëtte van der Capellen (1796-1863), die hofdame was van koningin Sophie, en samen kregen ze nog een dochter, de ontdekkingsreizigster en fotografe Alexandrine. Tinne overleed in 1844.

Aan de familie Tinne herinnert nu nog de Anglican Church of St. John and St. Philip aan de Ary van der Spuijweg in Den Haag. Deze werd aanvankelijk in Bezuidenhout gesticht door Philippes in Engeland geboren zoon John Abraham ter herdenking aan diens in de Sahara vermoorde halfzus. Na de bombardementen van 1945 werd de kerk nabij de Scheveningseweg herbouwd.

Guyana Mi 61 uit 1882

De eerste Sandbachzegels waren ook de eerste getande zegels van Guyana. Wie de ontwerper was is niet bekend. De Sandbach wordt, net als bij het onbekende schip in 1853, omgeven door het motto van de kolonie Damus Petimusque Vicissim (wij geven en verwachten iets terug). De serie begon met een 1 cent in 1860 en daar kwamen tot 1863 nog diverse waardes bij. Opvallend is het gebruik van Romeinse cijfers op de hogere waarden, VIII, XII en XXIV cents, een nieuwtje dat voor zover bekend nergens navolging kreeg. Hoewel dit in Spanje al in 1850 gebruik werd, tonen ook de zegels van Guyana het jaartal, in de hoeken van deze zegels vind je een 1, een 8, een 6 en een 0. Overigens werden jaarcijfers ook in 1853 al toegepast.

Treinen op postzegels horen tot de populairste verzamelthema’s. De eerste stoomlocomotief was er al in 1860, in New Brunswick. Samen met een andere toen bekende stoomboot én een troonopvolger komt deze de volgende keer aan de beurt.

 

Het wapen van huis Sayoye 

Een van de simpelste wapenvormen is het rechtopstaande kruis. Het land dat hiermee als tweede – na Zwitserland – op de proppen kwam, als thema op postzegels, was Modena aan het eind van 1859. Modena als staat was toen de facto al opgeheven, want de laatste hertog, Francesco V, was in juni naar Wenen gevlucht. In december gingen Parma, Toscane en Modena op in de Verenigde Provincies van Midden-Italië, in maart van het volgende jaar waren ze lid van het koninkrijk Italië. En daar hoorde het wapen van Sardinië-Piedmont bij: een wit kruis op een rood vlak, afgeleid van het regerend koningshuis, dat van Savoye. Net als in Zwitserland, maar dan een beetje anders.

Modena Mi 7 (bron)

In Zwitserland gaat het kruis terug op de alleroudste ridderverhalen, en dat is niet zoveel anders dan de andere plaatsen in Europa die een kruis gingen voeren. Als toppunt van ridderlijkheid ging men namelijk op kruistocht tegen willekeurig welke ketterse gemeenschap ook.

Italië Mi 60 uit 1891

Het hoogtepunt van de kruistochten lag tussen de 11e en de 15e eeuw en de bekendste zijn natuurlijk die naar het Midden-Oosten, waar men een aanvankelijk geslaagde poging deed om Jeruzalem en andere vermeend heilige plaatsen van het christendom op de daar heersende moslimleiders te veroveren. Het was een soort kolonialisme avant la lettre. Andere kruistochten bestreden de heidenen in het Baltisch gebied, waar met name Denemarken zich berucht mee maakte, en in Zuid-Frankrijk hielden ook de Albigenzen, ook wel Katharen genoemd, er een zodanig afwijkende mening over het christendom op na, dat deze met geweld de kop ingedrukt moest worden. De beroemde vestingstad Carcassonne is hier nog een bewijs van. En het woord ‘ketter’ is inderdaad afgeleid van Kathaar.

Mi 364 uit 1931, hier het wapen omgeven door de fasces van het Mussolinibewind

De eerste, die namens het graafschap Savoye het kruis voerde was vermoedelijk graaf Amadeus III. Deze was op ongeveer 8-jarige leeftijd de baas geworden als opvolger van zijn overleden vader Umberto II. Het kereltje had het hoog in de bol en dat was koning Lodewijk VI de Dikke van Frankrijk een doorn in het oog: hij zette alles op alles om Savoye in Franse handen te krijgen en wist voor dat doel een huwelijksovereenkomst te bewerkstelligen met Amadeus’ zus Adélaide. Een voormalig kruisvaarder, de priester Pierre l’Hermite, kwam om te bemiddelen en als Amadeus beloofde bij een volgende kruistocht aan de zijde te staan van Lodewijk dan zou hij Savoye mogen houden. Amadeus beloofde het en hield woord: in 1147 trok hij aan de zijde van zijn neef, koning Lodewijk VII de Jongere, sinds 1137 opvolger van zijn overleden vader, op naar het Heilig Land.

Mi 1060 uit 1960, een van de schaarse voorbeelden van het koninklijk wapen na 1946

De Tweede Kruistocht werd een ramp en geen van de doelen werd gehaald. De legers van Lodewijk en Amadeus werden bijna compleet uitgeroeid in Anatolië en koning en graaf wisten ternauwernood te ontsnappen naar Cyprus. Amadeus werd daar ziek en overleed in 1148. Hij werd begraven in Nicosia en in Savoye opgevolgd door zijn 12-jarige zoon Umberto III.

Het graafschap Savoye werd in 1416 een hertogdom tijdens de regering van Amadeus VIII, die later gekroond werd als (de laatste) tegenpaus Felix V. In 1713 – bij de Vrede van Utrecht, na de Spaanse Successieoorlog – kwamen de hertogen van Savoye in het bezit van het koninkrijk Sicilië, in 1720 geruild met Sardinië. Het wapen van Savoye overleefde dit allemaal en werd in 1946, bij het einde van het koninkrijk Italië, afgeschaft.

De zegels van Modena werden al gauw gevolgd door eenzelfde ontwerp uit Toscane. Daarna duurde het tot 1891 voordat Italië vooreerst een zegel van 5 centesimi met het landswapen uitbracht. Vanaf 1903 zie je het kruis regelmatig als deel van de afbeelding verschijnen, vanaf 1923 samen of afgewisseld met de fascistische symbolen door Mussolini ingevoerd. Het spreekt voor zich dat na 1946 er geen wapens meer getoond worden, uitzonderingen daargelaten.

Soms is het aandeel Nederland op buitenlandse zegels groter dan je denkt: volgende keer het fregat Sandbach!

 

Portret van de juist overleden ex-koning uit 1878

Het koninkrijk Hannover was op de kop af een jaar geleden aan de beurt bij Zegelgek, toen met het wapenschild, voor het grootste deel overgenomen van dat van Groot-Brittannië en Ierland, uitgegeven in 1850. In 1853 kwam daar een tamelijk eenvoudige cijfertekening bij, maar in 1859 kwam bij het cijfer een portret van koning Georg V en in 1860 een vierde ontwerp, een posthoorn.

Georg was de laatste koning van Hannover. Hij werd als Georg Friedrich Alexander Karl Ernst August geboren als enig kind van Ernst August, toen nog gewoon de vijfde zoon van de Engelse koning George III en als het echt niet anders kon diens opvolger daar. Hier stak zijn drie dagen oudere nicht Victoria een stokje voor, door net 18 te worden op het moment dat de versleten koning William IV overleed: Ernst August werd als een losbol beschouwd die men liever niet op de Britse troon zag. Daarentegen was hij de eerste in lijn voor Hannover vanwege de in geheel Duitsland nog geldende Salische wetgeving.

Georg werd geboren in Berlijn op 27 mei 1819, drie dagen na Victoria. Als lid van het Britse koningshuis groeide hij afwisselend in Engeland en in Hannover op. Als jongen van tien werd hij door ziekte blind aan zijn linkeroog en een ongeluk vier jaar later kostte hem ook het licht in zijn andere oog. Desondanks wilde zijn vader er, toen hij eenmaal koning was, niet van weten hem buiten staatszaken te houden en stoomde hem klaar voor een eventueel koningschap. In zijn vrije tijd was Georg een groot muziekliefhebber, die zelf ook vaak achter de piano te vinden was.

Munt met beeltenis van Georg V uit 1865. Het muntmeestersteken B onder de hals is van Theodor Wilhelm Bruël, de naam van Brehmer staat er vlak boven in de hals.

Hij trouwde op 18 februari 1843 in Hannover met de 1 jaar oudere Marie van Saksen-Altenburg (1818-1907) en zij betrokken een paleis in de Calenberger Neustadt in die stad. Hier werden hun drie kinderen geboren, een zoon Ernst August (1845-1923) en dochters Frederica (1848-1926) en Marie (1849-1904).

In 1851 stierf Ernst August en het moment was dus gekomen om koning van Hannover te zijn. Het land werd na 1848 in liberale zin geleid, maar in 1855 maakte Georg, in principe als autocraat opgevoed, daar een eind aan en herstelde een eerdere grondwet uit 1840. De kabinetten vanaf 1855 bestonden uitsluitend uit adellijke heren die de koning geen strobreed in de weg legden: zijn wil was wet en zij voerden het uit. Dit leidde tot een min of meer achterlijk beleid, Georg hield persoonlijk de industrialisering van zijn land (en in ieder geval zijn hoofdstad) tegen, zodat er maar geen arbeidersstand met de in zijn gedachten bijkomende nadelen zou ontstaan! Het nog primitieve spoorwegnet werd pas eerst rond 1865 uitgebreid en mijnbouw, die in heel Duitsland al tot bloei gekomen was, kwam er toen ook pas.

Hannover Mi 14 uit 1859

Georg had vanaf het begin van zijn regering, in tegenstelling tot zijn vader, een broertje dood aan de Pruisische overheersingsdrang binnen de Duitse bond. Toen in 1866 Pruisen hem probeerde te dwingen neutraal te blijven in de oorlog tegen Oostenrijk, weigerde hij pertinent, ondanks dat de Pruisische koning Wilhelm I van moederszijde een volle neef was. Dit leidde tot zijn afzetting in juni van dat jaar. In september werd het koninkrijk door Pruisen geannexeerd en de koning vluchtte naar Wenen, waar in 1867 ook zijn gezin arriveerde. Later verhuisde hij naar Parijs, waar hij vergeefs campagne voerde voor herstel van zijn rechten als koning van Hannover. Op 12 juni 1878 overleed hij in zijn woning aan Rue de Presbourg, die met Rue de Tilsit een cirkel vormt om de huidige Place Charles de Gaulle en de Arc de Triomphe. Hij werd bijgezet op Windsor Castle. Zijn weduwe en zoon Ernst August bleven in het Oostenrijkse Gmunden wonen en stierven daar vele jaren laten. Alle oudste mannelijke nazaten van Georg heten overigens Ernst August. De huidige ‘troonpretendent’ werd in 1954 geboren in Hannover en is in 1999 getrouwd met prinses Caroline van Monaco. Ook zijn zoon (van 1983, uit zijn eerste huwelijk) draagt de naam.

Het portret van Georg V op de postzegels werd gemaakt door Heinrich Friedrich Brehmer (1815-1889), die vooral gewaardeerd werd als medailleur van het koninkrijk: de beeltenis komt dan ook exact overeen met die van de munten van die dagen. Georg kijkt, zoals op bijna alle van hem gemaakte portretten en foto’s (voor de kijker) naar links. Net als alle postzegels van Hannover kwamen ze uit de boekdrukkerij van Culemann. In totaal verschenen er tot 1864 8 zegels met Georg’s gezicht erop. De laatste zegels hebben een doorsteek voor eenvoudiger scheiding.

1859 was ook het jaar van de eenwording van Italië. In Modena verschenen er in oktober al postzegels met het Italiaanse landswapen. Daarover de volgende keer.