De vlag van Sicilië

De vlag van Sicilië

Eigenlijk zou het Koninkrijk van de Twee Siciliën al vroeg in de jaren 40 van de 19e eeuw begonnen zijn met postzegels uitgeven. Een van oorsprong Zwitserse architect en directeur van een textielfabriek in Salerno, Amy Autran geheten, stelde in 1841 al voor om een postsysteem naar Engels model in te voeren. De autoritaire vorst Ferdinand II zag er echter niet veel in en het plan werd uitgesteld.

Een Keltische spiraaltriskele

Een Keltische spiraaltriskele

In het najaar 1847 brak de revolutie in het koninkrijk uit en nadat Ferdinand het leger opdracht had gegeven de opstand neer te slaan waren de rapen gaar: op 12 januari 1848 werd in Napels het startschot gegeven voor een reeks revoluties door heel Europa, die het hele jaar de naam ‘revolutiejaar’ gaven. Toen de rust was weergekeerd was er ook in Napels en Palermo een liberale grondwet en een parlement. Geruzie over onderdelen maakte dat de grondwet nooit in werking getreden is.

Toch gebeurde er wel iets: in 1849 kwam het voorstel van Autran opnieuw in beraad en dit keer mocht deze zich er persoonlijk mee bemoeien. Hij liet een portret van de vorst maken, maar na 4 jaar waren de zegels dankzij allerlei door Ferdinand opgeworpen obstakels nog altijd niet van de persen gerold en verdween het ontwerp in de kast. Autran week uit en van hem hebben we niets meer vernomen.

Napels 1

Napels 1

Op 9 juli 1957 kwam er echter een decreet dat er toch postzegels moesten komen, een serie voor Napels en de provincies op het vasteland van Italië en een serie voor Sicilië, die overigens in alle delen van het koninkrijk gebruikt konden worden. De Siciliaanse zegels met portret van koning Ferdinand verschenen eerst een jaar later.

Man 2, met de triskele links onderin.

Man 2 uit 1964, met de triskele links onderin.

Voor het ontwerp en druk van de Napolitaanse zegels werd de lokale ondernemer Joseph Masini gevraagd. Hij maakte een ontwerp met drie toepasselijke elementen: een paard, staande voor Napels, waar het geroemde Napolitaner ras vandaan kwam, de triskelion voor Sicilië en drie Bourbonlelies die stonden voor het koningshuis waar Ferdinand II toe behoorde. Er kwamen gelijk zeven verschillende zegels in dezelfde kleur lilaroze

De driepas (vanuit het Grieks triskelion) hoort in dit geval bij Sicilië, maar de symboliek zelf kom je op de hele wereld tegen, zoals de drie draaisymmetrische spiralen in de Keltische wereld. De Siciliaans-Griekse toont de naast de drie benen ook een vrouwenhoofd. Dit is een Medusakop, die de vorige keer al ter sprake kwam, een iets andere lezing is dat drie benen de drie hoeken van het eiland voorstellen en dat iedere hoek geregeerd werd door een van de Gorgonen: Medusa, Stheno en Euryale. Hoewel de laatste twee onsterfelijk warden, wist Perseus Medusa te verslaan en als afschrikwekkend voorbeeld kwam haar slangenkop in het midden te staan. De Normandiërs, nazaten van de Vikingen, die in de 11e eeuw hun kampen opzetten op Sicilië, vonden het zo’n treffend teken, dat ze het mee naar huis namen en het schonken aan het eiland Man, dat het nog steeds in het hedendaagse wapen en vlag voert, maar dan zonder Medusakop.

Volgende keer gaat Zegelgek terug naar Peru.

Het wapen van de stad Moskou toon prominent St. Joris

Het wapen van de stad Moskou toont prominent St. Joris en zijn draak.

Enkele weken geleden vermeldde ik Sint-Joris al, onherkenbaar afgebeeld op de stadspostzegel van Tiflis. Aan het eind van het jaar gebeurde dat nog eens en ook weer onherkenbaar dankzij de reliëfdruk, op de eerste zegels van Rusland. Deze toonden het wapen van het tsaristische rijk en dat bleef – op uitzonderingen na – tot het einde in 1917 het geval.

Het simpele wapen van Rusland bestaat uit een dubbelkoppige adelaar die een schild houdt met Sint-Joris erop, dit was zeker al vanaf 1589 het geval tot 1917 en sinds 1993, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, weer. Alleen is het volgens de officiële lezing niet meer Sint-Joris, maar ‘zomaar’ een ridder die een draak doodt, om er de scheiding van kerk en staat mee aan te geven.

Hoe komt die Joris nu aan zijn draak? Joris, beter bekend als Gregorius van Cappadocië, leefde in de 3e eeuw, hoewel er, net als met koning Arthur, veel twijfel is over zijn bestaan. Zijn vader kwam uit het in het oosten van Turkije gelegen Cappadocië, maar Gregorius werd geboren in Palestina, waar zijn moeder woonde. Net als zijn vader ging hij het leger in en maakte carrière in het leger van de Romeinse keizer Diocletianus, een van de laatste christenvervolgers. Toen de keizer besloot het in zijn ogen te gevaarlijk wordende christendom te bestrijden en het leger opdracht gaf christenen te doden ging Gregorius tegen zijn bevel in en dat zou tot zijn vroegtijdige dood geleid hebben op 23 april 303, nu zijn feestdag. Wat men weet is dat er op die datum inderdaad een soldaat door marteling om het leven kwam en dat enkele jaren later de christen geworden keizer Constantijn de Grote een kerk aan ‘een groot strijder’ voor zijn nieuw verworven geloof liet wijden. Pas later werd hier een zekere Gregorius aan gekoppeld en werd zijn heldenverhaal opgetekend, dat wil zeggen afgekeken van het klassieke verhaal van Perseus die Medusa versloeg en zijn (toekomstige) echtgenote Andromeda beschermde tegen het zeemonster Cetus.

De eerste zegel van Rusland, december 1857

De eerste zegel van Rusland, december 1857

In het verhaal trekt Gregorius naar het huidige Libië, waar toen nog draken leefden. De draak in dit geval leefde in een meer in de buurt van de fictieve plaats Silene. De heidense bewoners van het stadje hadden wat te stellen met het monster. Elke dag offerden ze twee schapen, maar toen de schapen op waren kwamen de kinderen aan de beurt en het lot bepaalde wie aan de draak gevoed zou worden.

Rusland Mi 19 uit 1866, deze keer met 'herkenbare' Gregorius.

Rusland Mi 19 uit 1866, deze keer met ‘herkenbare’ Gregorius.

Op zekere dag was de dochter van de plaatselijke koning het slachtoffer. De man was radeloos en bood zijn gehele vermogen aan degene die de draak onschadelijk kon maken. Maar niemand meldde zich en het meisje werd verkleed als bruid naar het ondier gestuurd. En wie kwam daar toevallig langs op zijn paard? Juist, Gregorius! Hij sloeg een kruis, verwondde het beest met zijn lans, bond de gordel van het meisje haar bruidskleren om de nek en sleepte het bijna overwonnen dier naar Silene om het aan de bewoners te laten zien. Hij wilde niet de beloning van de koning, maar zou het beest doden als hij en zijn heidense onderdanen beloofden christen te worden en dat werden ze maar al te graag.

De eerste beeltenissen van Gregorius en de draak verschenen in de vroege 11e eeuw op ikonen, en de Russische heerser Jaroslav de Wijze was in die tijd de eerste die Gregorius als patroonheilige koos, later nagevolgd door grote heersers als Alexander Nevski. Ook in andere delen van de wereld drong de legende door, zoals in Engeland waar koning Richard Leeuwenhart met Gregorius, in het Engels George, hetzelfde deed als Jaroslav twee eeuwen eerder. St. George is nog altijd de Engelse patroonheilige.

Finland Mi 57 uit 1901 (Finland gaf van 1891 tot 1917 Russische zegels met eigen kenmerken uit)

Finland Mi 57 uit 1901 (Finland gaf van 1891 tot 1917 Russische zegels met eigen kenmerken uit)

Het eerste initiatief voor Russische postzegels kwam uit 1851, toen Alexei Charukovski, hoofd van de posterijen van de spoorwegen, op onderzoek gestuurd werd in West-Europa. Door tussenkomst van de Krimoorlog lag het project enige tijd stil, maar daarna werd er weer vaart achter gezet. In eerste instantie zou Rusland een bijzondere primeur hebben: Charukovski bedacht dat een zegel beter rond kon zijn zodat ze beter op de brieven zouden kleven. Bovendien moesten ze geperforeerd worden en dat zou de eerste ronde en getande postzegel geven. Het ontwerp werd echter niet goedgekeurd en de eerste echte ronde getande postzegel kwam voor zover ik weet uit Frankrijk in 1998 voor het daar georganiseerde WK voetbal.

In oktober 1856 werd Franz Kepler, hoofd van de staatsgraveerinrichting, gevraagd een ontwerp te maken. Hij koos voor het Russische wapen op een relatief smal en staand formaat en een jaar later keurde tsaar Alexander II de afbeelding goed voor zegels van 10, 20 en 30 kopeken. Technische problemen zorgden er vervolgens voor dat de eerste postzegel van 10 kopeken, uitgegeven op 10 december 1857 volgens de Juliaanse kalender, ongetand bleef. Vanaf januari 1858 werden de drie voorgestelde waardes getand uitgegeven.

Nog meer heraldiek komt uit Napels, waar na lang verzet in 1858 de eerste zegels verschenen. Daarover volgende keer.

De stoomzeilschepen Chile en Peru

De stoomzeilschepen Chile en Peru

In 1857 gaf Peru zijn eerste postzegels uit. Eigenlijk waren die er al in 1847, maar omdat het even ‘snel en goedkoop’ moest werden de ongebruikte voorraden van een in Peru en Chili actieve scheepvaartmaatschappij gebruikt: de PSNC, Pacific Steam Navigation Company.

Wheelwright en de SS Chile op een postzegel van Chili uit 1966 (Mi 650)

Wheelwright en de SS Chile op een postzegel van Chili uit 1966 (Mi 650)

De PSNC was in Londen opgericht in 1838 door de Amerikaanse ondernemer William Wheelwright (1798-1873). Wheelwright werd geboren in Massachusetts en kwam al op jonge leeftijd in aanraking met de zee omdat zijn vader een succesvol reder was. Al op 19-jarige leeftijd was hij kapitein op zijn eigen schip. Dankzij een schipbreuk voor de kust van Rio de la Plata kwam hij in Zuid-Amerika terecht: in Buenos Aires wist hij zich een positie te verwerven op een vrachtschip naar Valparaiso in Chili en daarmee was zijn belangstelling voor de Zuid-Amerikaanse westkust gewekt. Na zes jaar reizen langs de kusten van het continent keerde hij terug naar zijn geboorteplaats in Massachusetts. Maar niet voor lang: na zijn huwelijk vertrok hij met zijn echtgenote naar Zuid-Amerika, om zich te vestigen in Valparaiso en daar een kleine vrachtdienst te starten, die de kustplaatsen in Chili bediende.

Ramón Castilla op een Peruaanse zegel uit 1957 (Mi 562, bron)

Ramón Castilla op een Peruaanse zegel uit 1957 (Mi 562, bron)

In 1835 bedacht Wheelwright een plan om Chili te verbinden met Europa. De Chileense regering zag hier wel wat in en zo trok hij naar Londen om de zaak te bespreken en fondsen te werven. In 1838 leidde dit tot de oprichting van de PSNC, een bedrijf dat tot 1984 onder die naam over de wereldzeeën voer en daarna opging in Furness Withy, een in 1878 opgericht scheepvaartbedrijf, dat tegenwoordig onderdeel is van het Duitse Oetker-concern, jawel, die van de bakpoeders en diepvriespizza’s! Dat de PSNC een sterk merk was blijkt uit het feit dat oud-werknemers en hun gezinsleden nog jaarlijks in het tweede weekend van maart bijeenkomen.

José Davila Condemarín (Mi 561, bron)

Tot 1868 voer de PSNC nog uitsluitend tussen Valparaiso en Callao in Peru en sloeg goederen over op andere schepen richting Europa, iets wat een sterke impuls gaf aan de economieën van Chili, Peru en in mindere mate Ecuador. Vanaf 1868 werd de droom van Wheelwright werkelijkheid met een directe lijndienst vanuit Liverpool.

In 1840 waren de eerste schepen gereedgekomen, de stoomzeilschepen Peru en Chile, beide gebouwd op de werf van Curling & Young in Londen en onderwerp van de postzegels, die in 1847 uitsluitend voor gebruik op deze schepen waren bestemd, maar geen succes waren. Naast de Chile en Peru kwamen er veel meer schepen die kortere of langere tijd voor de PSNC voeren. De Chile werd in 1852 verkocht aan de Chileense staat, de Peru verging het slechter. In datzelfde jaar 1852 liep het op de klippen voor de Chileense kust. Helaas zijn meer gegevens niet bekend.

De eerste Peruaanse zegel uit 1857

De eerste Peruaanse zegel uit 1857 met hierop de SS Peru

In 1857 wilde, in navolging van Chili, de Peruaanse generaal en president Ramón Castilla (1797-1867) ook een eigen postdienst. Een vroegere minister, maar inmiddels rector van de universiteit van San Marcos, José Dávila Condemarín (1799-1882), werd aangezocht om het postsysteem te herstructureren en te moderniseren naar Europees model. Postzegels waren nog niet voorhanden, deze zouden pas in maart 1858 verschijnen, maar in de tussentijd lag er nog wel een grote stapel van de in opdracht van Wheelwright door Perkins, Bacon & Co – medefirmant Joshua Butters Bacon was een volle neef van Wheelwright! – geproduceerde PSNC-zegels in de kluizen. Deze mochten voor de periode van 3 maanden gebruikt worden en moesten daarna vernietigd worden, wat in 1860 gebeurde.

In 1957 werd het eeuwfeest van de eerste Peruaanse postzegels gevierd met een serie van 10 zegels die ook aandacht besteedt aan de initiatiefnemers en de opvolgers uit 1858. Ook in 2007 en 2008 werden de eerste postzegels herdacht. Chili eerde William Wheelwright met twee zegels in 1966 bij de 125ste verjaardag van de aankomst van de SS Chile in het land in 1840.

Bij de stadszegel van Tiflis had ik het al even over St. Joris en zijn draak. Hij is het centrale motief in de heraldiek van diverse landen en ook van het Russische tsarenrijk. Daarover volgende keer.

Het wapen van Württemberg van 1817 tot 1918

Het wapen van Württemberg van 1817 tot 1918

Het koninkrijk Württemberg, in het zuidwesten van Duitsland en tegenwoordig met het voormalige groothertogdom Baden een bondsstaat vormend, gaf zijn eerste postzegels in 1851 uit. Dit waren 5 cijferzegels. In 1857 werd een nieuw ontwerp gemaakt met het wapen van het koninkrijk, een geel (‘gouden’) vlak met drie hertengeweien links en drie leeuwen rechts. De zegels waren er in diverse Kreuzerwaarden en kleuren en vanaf 1860 getand. Het einde kwam bij het invoeren van de Reichsmark in 1875, waarna het land weer terugkeer naar cijferzegels. Net al Beieren mocht Württemberg zijn eigen postzegels blijven uitgeven, maar in Stuttgart duurde dat tot 1902, vanaf wanneer er alleen nog dienstzegels uitkwamen.

Het zegel van graaf Ulrich I van Württemberg, ca 1260

Het zegel van graaf Ulrich I van Württemberg, ca 1260

Het op de zegel moeilijk herkenbare wapen in reliëfdruk bestaat dus uit geweien en leeuwen. De leeuwen voeren terug op het oude hertogdom Schwaben, dat een groot gebied omvatte van de Elzas tot in Beieren en in het zuiden tot aan de huidige Italiaanse grens in Zwitserland. De geweien zijn echter specifiek voor Württemberg – in de Middeleeuwen waarschijnlijk nog een enorm jachtgebied! – en ze stonden dus in de 13e eeuw al op het wapen, totdat in 1445 het graafschap fuseerde met het aan de andere kant van de Rijn gelegen Montbéliard (Duits: Mömpelgard) dat op het schild twee vissen voerde. Dankzij de verheffing tot hertogdom en diverse uitbreidingen werd het wapen van Württemberg een allegaartje van uiteindelijk wel 17 verschillende deelwapens. In 1817 werd het echter vereenvoudigd tot wat het tot het einde van het koninkrijk (1918) zou blijven.

Württemberg Mi 7 (of 12) uit 1857 (of 1859)

Württemberg Mi 7 (of 12) uit 1857 (of 1859)

De eerste vermelding van de drie zogenaamde Hirschstangen is uit 1228 en het ging vermoedelijk om het teken van Konrad I van Grüningen, graaf van het gebied rondom Markgröningen, nu een nog zeer middeleeuws aandoend stadje zo’n 15 kilometer ten noorden van Stuttgart. Grüningen zou het wapen weer van andere graafschapjes in de buurt overgenomen hebben en zo komt de 12e eeuw in beeld, maar feit is dat al enkele tientallen jaren later de Württembergse graaf Ulrich I het als zijn zegel voert.

De vierkante postzegels die in 1857 werden uitgegeven waren naar een ontwerp van P. Reusch en ze werden in vellen van 60 gedrukt bij de drukkerij die ook de treinkaartjes drukte en dat bleef zo. Voor de getande versies was een perforatiemachine in Wenen aangeschaft en deze werd ook voor de zegels van Baden gebruikt. Het apparaat stond in Karlsruhe en werd tot 1865 gebruikt voor de postzegels van Württemberg. In dat jaar kwam er in Stuttgart een doorsteekmachine uit Berlijn, zodat de zegels vanaf dat jaar een lijndoorsteek hebben. In 1874 nam de boekdrukkerij van Metzler de productie over en deze tandde ook de zegels weer. Toen waren de wapenzegels al weer 6 jaar ‘met pensioen’. Alleen in 1873 kwam er nog een zegel met de extreme waarde van 70 Kreuzer uit speciaal voor zware pakketten, deze werd nooit aan het loket verkocht.

Na 1873 zien we geen heraldische geweien meer op postzegels. Vanaf dan moeten we het af en toe doen met echte geweien, zoals uit Hongarije.

Hongarije Mi 2088 uit 1964 met het embleem van de Hongaarse jagersvereniging

Hongarije Mi 2088 uit 1964 met het embleem van de Hongaarse jagersvereniging

 

Zeilschepen zonder naam hebben we wel eens gezien, maar de eerste schepen mét een naam komen uit Peru.

 

Het wapen van Tiflis vanaf 1843

Het wapen van Tiflis vanaf 1843

Tiflis, hoofdstad van Georgië, gelegen aan de bovenloop van de Koera, midden in de Kaukasus. Het klinkt allemaal heel exotisch en alles doet vermoeden dat het een zeer oude stad is, maar dat is het nét niet. Ze werd pas gesticht – volgens de legende – in 458, vermoedelijk door de Iberische koning Vachtang I Gorgassali (letterlijk Vachtang met de wolfskop), die haar naar de zwavelhoudende warmwaterbronnen Tblisi noemde. Zo heet de stad officieel ook sinds 1936, maar voor het algemeen begrip noemen we haar Tiflis.

Sovjet-Unie Mi 2156: herdenking stichting Tiflis (bron)

Sovjet-Unie Mi 2156: herdenking stichting Tiflis (bron)

Tiflis werd in 1122 hoofdstad van de verenigde Georgische staat. Aanvankelijk waren er twee koninkrijken: Colchis en Iberia (ook wel Kartli geheten), gelegen grofweg in het westelijk dan wel het oostelijk deel van Georgië. Rond 900 was er voor het eerst sprake van een Georgische staat, maar de grote bloei kende deze pas in de 12e en vroege 13e eeuw onder koning David IV, bijgenaamd De Bouwer, en de nog altijd hooggeprezen koningin Tamar. Daarna kwam het land achtereenvolgens onder invloed te staan van het Mongoolse, Ottomaanse en Perzische Rijk. Dit ging zo ver dat het land weer opgesplitst werd in de oude koninkrijken Kartli (met hoofdstad Tiflis), Kakheti (met hoofdstad Gremi, later Telavi) en Imereti (met hoofdstad Kutaisi). Kartli en Kakheti gingen in 1762 samen verder maar werden in 1801 geannexeerd door het Russische Rijk, Imereti volgde in 1810. Vanaf dat moment trachtten de Russen met wisselend succes de veroverde gebieden te russificeren. In 1828 werd er een postdienst naar Russisch model opgezet tussen Jerevan in Armenië en Tiflis.

Armenië Mi 485: 175 jaar postdienst Jerevan-Tiflis (bron)

Armenië Mi 485: 175 jaar postdienst Jerevan-Tiflis (bron)

De russificatie ging in de jaren 50 van de 19e eeuw in een stroomversnelling met de aanstelling van de succesvolle militair Alexander Baryatinsky (1814-1879), een goede vriend van tsaar Alexander II. In 1856 was Baryatinsky, na het onderdrukken van diverse opstanden in de regio, leider geworden van het leger in de Kaukasus. In die rol bracht hij de rest van het gebied tussen Batoem en Bakoe onder Russisch gezag. Verder werd een zekere edelman Nikolai Semenovitsj Kakhanov aangesteld om de posterijen op orde te brengen. Deze bracht in 1857 een rapport uit aan Baryatinsky waarin hij de deplorabele staat van het systeem beschreef en een oplossing voorstelde: in Tiflis zou het postsysteem op dezelfde manier georganiseerd moeten worden als reeds gebruikelijk in Moskou, Sint-Petersburg en Warschau. Er werden kosten noch moeite gespaard om de poststations te vernieuwen en ook werden er tientallen nieuwe koetsen besteld en nieuwe afgiftepunten voor post ingericht. Nieuw voor Tiflis was dat er ook een postzegel kwam.

Stadszegel van Tiflis, 1857

Stadszegel van Tiflis, 1857

Deze postzegel is nu een van de zeldzaamheden van de filatelie. De waarde ervan was 6 kopeken, goed voor een brief binnen de stad, voor vervoer buiten de stad – met name naar Kodzhory, de zomerresidentie van Baryatinsky en zijn opvolgers – moesten er drie gebruikt worden. Je kon ze alleen met 5 tegelijk kopen, iets wat al gauw het systeem de das om deed, want de meeste bewoners van Tiflis hadden daar geen 30 kopeken voor over, als ze dat al konden betalen.

Georgië Mi 255: 140 Jaar stadspost Tiflis (bron)

Georgië Mi 255: 140 Jaar stadspost Tiflis (bron)

Een ander nadeel van het zegel was dat men reliëfdruk gebruikte: in feite was het zegel een kleurloos droogstempel en hierdoor kon het niet goed gegomd worden met als gevolg dat tijdens het vervoer de zegels gewoon loslieten. Al met al bleef het systeem amper een jaar in dienst – op 1 maart 1858 werd de verkoop gestaakt – en zijn er weinig van de postzegels in het verkeer gekomen. Er zijn er nog slechts 3 van bekend, waarvan één in het Berlijnse postmuseum schijnt te zijn. In 2008 kwam bij een veiling een exemplaar onder de hamer en bracht €480.000 op!

Het getoonde wapen is dat van Tiflis, zoals dat gold vanaf 1843. Bovenin zien we een huisje op een berg en aan de andere kant een rivier. De herkomst van deze delen is niet erg duidelijk maar het kan de bergachtige omgeving en de rivier Koera zijn. Het middenschild is wel duidelijk, hierop vinden we de patroonheilige van Georgië – en waarnaar het land genoemd is! – Sint Joris, die de draak verslaat. De onderste helft toont een Mercuriusstaf.

Volgende keer een bezoekje aan Stuttgart!