Het grootzegel van de VS, met prominent in het midden het wapenschild

Het grootzegel van de VS, met prominent in het midden het wapenschild

Een beetje afkijken kunnen ze wel in St. Louis, maar ze waren wel als eerste met de afbeelding van het Amerikaanse wapenschild, net als de adelaar een prominent deel van het grootzegel.

Het kader van USA Mi 3, een portret van Franklin werd als voorbeeld genomem

Het kader van USA Mi 3, een portret van Franklin werd als voorbeeld genomem

Eigenlijk een zeer simpel schild, maar er zit veel in dat ook de Amerikaanse vlag kenmerkt. Als belangrijkste de afwisselend rood en witte strepen. Het enige afwijkende is dat het wapen 7 witte en 6 rode strepen heeft en de vlag juist andersom. Dat schijnt met een heraldische orde te maken te hebben die voor de vlag niet gold. Ze staan uiteraard, net als de pijlen in de klauw van de adelaar, voor de 13 koloniën die in 1776 voor de onafhankelijkheid kozen. Daarboven een blauw vlak, het schildhoofd, net als op de Amerikaanse vlag. Men heeft ervoor gekozen dit leeg te laten en de 13 sterren boven de kop van de arend te zetten. Het schild van de Amerikaanse Senaat heeft wel 13 sterren in het schildhoofd. Overigens is het een keuze, op de zegel van St. Louis staan ook 13 sterren in het hoofd.

St. Louis Mi 2, het enig bekende losse exemplaar (bron)

St. Louis Mi 2, het enig bekende losse exemplaar (bron)

De rode kleuren in vlag en wapen hebben te maken met de Engelse kleur van de marinevlag, rood. Om de afscheiding te vieren werden hier witte strepen doorheen geweven. Het blauwe vlak was een ‘wegpoetsing’ van Union Jack die op iedere Engelse koloniale vlag de linkerbovenhoek siert.

In St. Louis werd het kale wapenschild zonder adelaar, spreuk en sterren op een carrier stamp gezet. Het kader was afgekeken van een andere (federale) postzegel met het portret van Benjamin Franklin uit 1851, de vulling daarvan van de roulerende 3 cents munten van die dagen, een wapen in een zespuntige ster. Ook die heeft iets met de heraldiek te maken, de 13 sterren in het grootzegel zijn immers in een stervorm geordend en wel een zespuntige, anders kan dit niet.

3=cents munt uit 1854. De ster met het wapen was het voorbeeld voor de St. Louiszegel

3=cents munt uit 1854. De ster met het wapen was het voorbeeld voor de St. Louiszegel

De zegels van St. Louis zijn uiterst zeldzaam. De afgebeelde is de enige losse zegel die bekend is. Een aantal andere zijn nog op brief te vinden, de eerste daarvan werd aangetroffen op een Valentijnsbrief van 13 februari 1857 aan een zekere Miss Scoot.

Incidenteel komt het schild zonder tierelantijnen nog weleens voor op een postzegel, zoals op enkele luchtpostzegels uit de jaren 30.

USA Mi 400 en 401 nav de opening van de luchtdienst tussen Manila en Hongkong

USA Mi 400 en 401 nav de opening van de luchtdienst tussen Manila en Hongkong (bron)

De volgende keer komt de eerste postzegel van het Russische tsarenrijk aan bod en die kwam uit Tiflis.

Haliaeetus leucocephalus

Soms zou ik dat ook weleens willen, de wereld bekijken als een adelaar in de lucht. In de Verenigde Staten hadden ze dat al vroeg door. Waar vele landen tot vervelens toe hun ‘platgeslagen’ heraldische wapenleeuwen en -adelaars bleven exploiteren, riep men de adelaar in Amerika tot leven. In 1857 vloog de majestueuze vogel voor het eerst op, niet op een federale zegel, maar op een Carrier Stamp van Louisville, de grootste stad in de staat Kentucky.

De Bald Eagle, in het Nederlands Witkopzeearend (of Amerikaanse zeearend) en in het Latijn Haliaeëtus leucocephalus is een – inmiddels weer – vrij veel voorkomende vogelsoort in de Verenigde Staten, Canada, Alaska en het noorden van Mexico. De vogel broedt met name in waterrijke gebieden, aan de westkust, in de streek van de Grote Meren tot aan Newfoundland en in Florida en voedt zich zoals te verwachten is, vooral met vis. De vogel onderscheidt zich van zijn Afrikaanse soortgenoot door een volledig gele snavel. Verder is de opvallende witte kop een belangrijk kenmerk, het verklaart ook de Engelse naam, waar ‘bald’ oorspronkelijk niet voor ‘kaal’ stond maar juist voor ‘wit’.

Barack Obama tijdens zijn NSA-speech op 17 januari 2014. Naast het presidentieel grootzegel zijn ook de vlaggen van adelaars voorzien.

Barack Obama tijdens zijn NSA-speech op 17 januari 2014. Naast het presidentieel grootzegel zijn ook de vlaggen van adelaars voorzien.

De bald eagle werd in 1782 officieel geïntroduceerd als het wapendier van de pas jonge Verenigde Staten. Men wilde zich spiegelen aan de Romeinse Republiek en zo werd een adelaar opgenomen in het wapen en het grootzegel, met in zijn klauwen links een olijftak en rechts 13 pijlen, staande voor de vereniging van de 13 ex-Engelse koloniën, afgekeken van het wapen van ‘onze’ Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar de leeuw er 7 draagt! In zijn snavel draagt hij een tekstlint met het motto van de USA ‘E pluribus unum’ (Uit velen één). Tot op de dag van vandaag is dit het grootzegel van de Amerikaanse president en prominent aanwezig op onder andere de katheder tijdens zijn officiële speeches.

Louisville Mi 1

Louisville Mi 1 (ebay)

De grote mannen achter de onafhankelijkheidsverklaring, Franklin, Jefferson en Adams, waren aanvankelijk (in 1776) ook voor een nieuw wapen verantwoordelijk. Ze kwamen er niet helemaal uit en drie ontwerpcomités verder (in 1782) was het Charles Thomson, secretaris van het Congres, die de puzzelstukjes van zijn voorgangers bij elkaar legde en het maakte wat het nu is.

Hoe de witkopzeearend symbool werd van de Amerikaanse posterijen is niet makkelijk te vinden, een logo met een gestileerde adelaar werd pas in 1970 geïntroduceerd bij de vorming van de United States Postal Service (USPS) en in 1993 vervangen door het huidige. Vóór 1971 was er een officieel departement van posterijen, dat als logo de postruiter van de vorige aflevering had. Feit is wel dat de eerste ‘bewegende’ adelaar werd afgebeeld in Louisville.

Zegel ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid in 1980 (Mi 1438, bron)

Zegel ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid in 1980 (Mi 1438, bron)

Er waren twee lokale postbedrijven actief in Louisville: van de drie zegels met opvliegende adelaar was er eentje van Wharton in blauwgroen, de andere twee, in zwart en blauw, van Brown & McGill. Alle zegels werden verkocht voor de niet erop aangegeven 2 cents. Van de Whartonzegels zijn in archieven nog diverse complete vellen over. Op veilingen aangeboden stukken zijn meestal gebruikt in het voorjaar van 1860.

Over de personen Wharton, Brown en McGill en hun ondernemingen heb ik niets zinnigs kunnen vinden helaas, alle drie de namen komen in Louisville ruimschoots voor, dus dat biedt weinig aanknopingspunten.

Naast de postruiter en de opvliegende adelaar was ook het Amerikaanse staatswapen zelf onderwerp van een Carrier stamp in 1957. Volgende keer gaat het daarover.

Amerikaanse frankeerzegels met prominent aanwezige adelaars (Mi 1196 uit 1975 en 1508 uit 1981)

Amerikaanse frankeerzegels met prominent aanwezige adelaars (Mi 1196 uit 1975 en 1508 uit 1981)

 

NB Een bijzonder aardig overzicht van de geschiedenis van de Amerikaanse posterijen vind je in http://about.usps.com/publications/pub100.pdf

 

De Kleine Postruiter van Suske en Wiske uit 1990 in een 'filatelistische' uitgave (bron)

De Kleine Postruiter van Suske en Wiske uit 1990 in een ‘filatelistische’ uitgave (bron)

Om een poststuk van A naar B te krijgen moet je het ergens mee vervoeren. In de 19e eeuw was de keus eenvoudig, het kon te paard, met de koets en met de trein. Maar eerder was het vooral de bode te paard die de poststations af reed. Zeker als het snel moest.

Voor de geschiedenis van de postruiter moeten we ver terug. Ieder zich respecterend wereldrijk, zoals het Perzische rijk van Cyrus en Darius rond 500 voor Christus, had een systeem van bodes te paard om de boodschappen van de heerser te verspreiden over het volk en (vooral) het leger en andersom kon de koning ook meer te weten komen over de toestand in het rijk. Andere communicatie was er niet, alle kleitabletten en rollen papyrus moesten op die manier overgebracht worden. Zo deden de Egyptenaren en de Romeinen het ook en zo bleef het nog lang gaan. De Romeinen legden voor het eerst ook wegen aan om in principe legers sneller te kunnen verplaatsen, maar ook het postvervoer had daar baat bij.

Zegels ter viering van 500 Jaar postverbindingen, in 1990 uitgegeven door DDR. BRD, Berlijn (afb. Mi 860, België en Oostenrijk (afb. Mi 1978)

Zegels ter viering van 500 Jaar postverbindingen, in 1990 uitgegeven door DDR. BRD, Berlijn (afb. Mi 860), België en Oostenrijk (afb. Mi 1978), naar een gravure van Albrecht Dürer.

Thurn und Taxis Mi 25 uit 1859

Thurn und Taxis Mi 25 uit 1859

In 1490 werd in het rijk van Rooms-koning (en aankomend keizer) Maximiliaan een nieuwe trend ingezet: georganiseerd postvervoer binnen de Habsburgse landen. Zo’n systeem was hard nodig want het rijk lag met zijn Spaanse en Oostenrijkse bezittingen nogal onhandig om Frankrijk heen en om iets van Brussel naar Madrid te krijgen kon niet rechtstreeks maar moest via een stad als Innsbruck. Nu was er een familie uit de buurt van Bergamo die in de 13e eeuw al wat ervaring had: Amadeo Tasso uit het dorpje Camerata Cornello had rond 1290 een postdienst opgezet die poststukken vervoerde tussen Milaan, Venetië en Rome. Met die naam en faam in de achterzak werden ze opgemerkt door Maximiliaan, die zijn regering in Innsbruck had gevestigd en
van daaruit wilde communiceren met zijn kinderen en landvoogden elders in het rijk. Janetto de Tasso, in het Duits Janetto von Taxis, werd hiervoor in 1490 aangezocht en samen met zijn broer Francesco (Franz) en zijn neef Johann Baptista nam hij de opdracht aan. Franz bleek hierin het meest ondernemend en al in 1496 was de dienst tussen Mechelen en Brussel naar Innsbruck en Wenen in bedrijf. Dit was het begin van een enorm Europees netwerk dat tot 1866 standhield. Vanaf 1850 verzorgde de familie von Thurn und Taxis (sinds 1650 mochten zij zich zo noemen), alleen nog de post van al die Duitse staten die geen eigen postdienst hadden opgezet en gaven daar ook postzegels voor uit.

Postruiter op Baltimore Mi 8 uit 1857

Postruiter op Baltimore Mi 8 uit 1857 (bron)

Vanaf ongeveer 1740 werd er voor het eerst met koetsen gewerkt, maar het vervoer te paard behield een nostalgische lading die vele malen afgebeeld is op postzegels. De eerste keer dat zo’n postruiter werd afgebeeld was in Baltimore in de staat Maryland waar de lokale postdienst een Carrier Stamp uitbracht met een nogal wijdbeens galopperend paard. Dat was in 1857, maar veel van de gebruikte exemplaren blijken uit 1859 te zijn. Er waren een zwarte en een rode, allebei met een waarde van 1 cent. Wie de zegels gemaakt heeft is niet bekend, meestal zijn sommige Amerikaanse veilingsites daarover goed geïnformeerd, maar hier geen spoor van informatie. Maar het is in ieder geval een aardig zegeltje en zeker niet heel zeldzaam. Wat interessant is: tot 1971 was deze postruiter het logo van het Amerikaanse departement van Posterijen.

Opvliegerige types die adelaars, ofwel hoe een Carrier Stamp het icoon van de Amerikaanse posterijen leverde. Daarover volgende keer.

 

Portret van koning Oscar uit 1855 door Augusta Åkerlöf (1829-1878)

Portret van koning Oscar uit 1855 door Augusta Åkerlöf (1829-1878)

Keizer Napoleon komt nog wel eens voorbij op dit medium, en nu weer als ‘aanrichter’ van een nieuw Zweeds koningshuis, namelijk dat wat nog steeds het land regeert.

In Zweden regeerde Karl XIII sinds 1809. Hij was een oom van de afgezette koning Gustav IV Adolf, voor wie hij al regent was tijdens diens minderjarigheid. Toen Gustav zelf ging regeren ging het echter al gauw mis en dat begon met zijn huwelijk met de Badense prinses Frederica, waarmee hij beoogde de diplomatieke banden met de Franse Republiek en Rusland te verbeteren. Dat ging eventjes goed, maar toen Frankrijk dankzij een staatsgreep onder leiding van Napoleon kwam te staan, keerde Gustav zich tegen de keizer en sloot zich met Rusland aan bij de Derde Coalitie. Rusland werd echter verplicht vrede met Frankrijk te sluiten en dat bracht de koning in een lastig parket, want nu moest hij de Fransen gaan steunen tegen Engeland. Om Zweden onder druk te zetten bezetten de Russen Finland en dat was de druppel voor de Zweden. Gustav kon zich er niet tegen verzetten en in maart 1809 werden hij en zijn gezin afgezet en verbannen naar Duitsland. Om te voorkomen dat Gustavs zoon, eveneens Gustav geheten, wraak zou nemen werd ook hij vervallen verklaard van de troon. De enige troonopvolger die nog mogelijk was bleek de kinderloze oom Karl te zijn, inmiddels 61 jaar oud en weinig energiek. Het enige waar hij zich om bekommerde was wie zijn opvolger zou zijn. Hij koos eerst, op voorspraak van zijn voornaamste generaal (en couppleger) Georg Adlersparre voor de Deense prins Christian-August, die namens zijn geboorteland gouverneur in Noorwegen was. Deze viel, waarschijnlijk als gevolg van een hartaanval, op 28 mei 1810 van zijn paard en zo moest een nieuwe troonopvolger gevonden worden. De Zweedse baron Carl Otto Mörner legde in Parijs contact met de inmiddels door Napoleon in de adelstand verheven Franse generaal Jean-Baptiste Bernadotte, en hoewel de Zweden daar in eerste instantie niet voor waren, accepteerden ze hem schoorvoetend.

J-B Bernadotte als luitenant in 1792 (Louis-Félix Amiel (1802-1864))

J-B Bernadotte als luitenant in 1792 (Louis-Félix Amiel (1802-1864))

Bernadotte was getrouwd met Desirée Clary, een koopmansdochter uit Marseille, en enkele maanden verloofd geweest met Napoleon Bonaparte, voordat die koos voor Joséphine de Beauharnais. Haar zus Julie, met wie ze een zeer goede relatie had, was echter getrouwd met Napoleons broer Joseph en als schoonfamilie van de Bonapartes bleef ze dus wel ‘in beeld’ , en zo kwam ze in het vizier van Bernadotte, met wie ze in 1798 trouwde. Ze kregen één zoon, de op 4 juli 1799 in Parijs geboren Joseph François Oscar. Napoleon werd zijn peetoom.

Oscar kwam als elfjarige in 1810 samen met zijn ouders naar Stockholm. Zijn moeder was zeer gehecht aan Parijs en keerde gauw terug. Zij stapte pas in 1822 over haar heimwee heen en vestigde zich in haar nieuwe vaderland, toen haar man al vier jaar officieel koning Karl XIV Johan van Zweden en Noorwegen heette.

De troonopvolger was een pienter kereltje. Hij was de Zweedse taal al gauw machtig en had belangstelling voor – met name – sociale en politieke wetenschap, wat hem het erelidmaatschap van de Zweedse Academie van Wetenschappen opleverde. In 1823 trouwde hij met Josephine van Leuchtenberg, een kleindochter van Josephine de Beauharnais uit haar eerste huwelijk.

Josephine van Leuchtenberg (Axel Nordgren (1828-1888))

Josephine van Leuchtenberg (Axel Nordgren (1828-1888))

Na het overlijden van zijn vader werd hij op 8 maart 1844 koning van Zweden. Het eerste wat hij deed was een wet opstellen die de kroonlanden Zweden en Noorwegen, waarover hij enkele korte periodes onderkoning was geweest, gelijkwaardig maakte, waarbij onder andere de Noren hun eigen vlag en wapen mochten voeren. Dat betekende veel voor Noorwegen, in 1873 zou het leiden tot een eigen, tamelijk zelfstandige regering in Christiania (Oslo) en in 1905 tot de definitieve onafhankelijkheid. Overigens is Oscar nooit tot koning gekroond in Noorwegen. Dat had te maken met het feit dat Josephine katholiek was en de lutherse bisschop van Nidaros, Hans Riddervold, daarom de ceremonie niet wilde begeleiden.

Oscar I op een postzegel (Mi 4)

Oscar I op een postzegel (Mi 4)

Tijdens de Krimoorlog wist Oscar de neutraliteit van Zweden te behouden, hoewel Rusland dat liever anders zag. In 1855 werden dan ook verdragen gesloten met Engeland en Frankrijk om de broze neutraliteit te garanderen.

Koning Oscar was zijn hele leven enigszins ziekelijk, in 1850 kreeg hij een lichte beroerte, in 1852 tyfus. Beide wist hij te overleven, maar in 1857 moest hij afstand doen van regeringszaken toen een hersentumor geconstateerd werd. Vier dagen na zijn 60ste verjaardag, op 8 juli 1859, overleed hij daaraan. Zijn oudste zoon volgde hem op als Karl XV.

De postzegels met het portret van Oscar I in Noorwegen zijn de enige 4 die er bestaan. Zweden zelf kwam pas in 1885 met een koninklijk portret, namelijk van zijn kleinzoon Oscar II (Karl XV werd sowieso in beide landen overgeslagen). In december 1856 verschenen een 4 en een 8 Skilling, in januari en juni van het volgende jaar gevolgd door een 2 en een 3 Skilling, zodat alle gangbare tarieven afgedekt waren. Ze horen tot de eerste getande zegels ter wereld, Engeland was Noorwegen in 1854 voorgegaan, Zweden in 1855. Er is verder niet bekend wie de zegels heeft ontworpen, wel weten we dat ze veel beter werden ontvangen dan de wapentekening van 1855.

De komende weken keert Zegelgek terug naar de Amerikaanse Carrier Stamps.