1 juli 1856 – De gekroonde stierenkop

Het wapen van Mecklenburg met kroon en 'slab'

Het wapen van Mecklenburg met kroon en ‘slab’

Soms kom je van die dingen tegen die zo uit het dagelijks leven van vier- of vijfhonderd jaar geleden zouden kunnen zijn. Een uithangbord met een gekroonde stierenkop op bijvoorbeeld een herberg. In werkelijkheid gaat het over het oudste deel van het wapen van Mecklenburg in het noordoosten van Duitsland. In 1856 was het wapenschild van het groothertogdom Mecklenburg-Schwerin zodanig uitgebreid dat de stierenkop er nog maar een stukje van uitmaakte: alle belangrijke steden zoals Schwerin, Rostock en Ratzeburg (tegenwoordig in Sleeswijk-Holstein) wilden ook wel een plekje op het wapen.

Duitse Rijk Mi 426 uit 1928

Duitse Rijk Mi 426 uit 1928

De stier kwam dus uit Mecklenburg. Sommige plaatsen hebben nog een wapen met alleen een stier, zoals Lübz dat in het zuiden van de huidige deelstaat Mecklenburg-Vorpommern ligt. Maar wat heeft Mecklenburg nou met stieren? Dit niet alledaagse wapendier komt al sinds 1219 voor op het banier van de Mecklenburgse vorsten.

Het wapen van Lübz

Het wapen van Lübz

Om even de puntjes op de i te zetten, het gaat niet echt om een stier zoals we die vandaag in de wei zien staan. Op het Mecklenburgse wapen staat eigenlijk een oeros, een wilde en nog uit de prehistorie stammende rundersoort die tot in de late Middeleeuwen veel bejaagd werd, onder andere in het noorden van Duitsland. Men denkt dat het dier in het begin van de 17e eeuw, maar waarschijnlijk eerder, is uitgestorven. Het Heckrund, dat zijn naam ontleent aan de Duitse broers Heck die dit dier fokten, komt nog het meest overeen met wat vroeger een oeros was.

Vanuit de jacht op oerossen zou de ossenkop op het wapen gekomen kunnen zijn. De Germaanse volken schenen hier de gewoonte te hebben om na het slachten van de os de kop te gebruiken om die op hun eigen hoofd te zetten en zo de vijanden schrik aan te jagen. Daar zagen vroege hertogen van Mecklenburg wel brood in en zo zou het dus gebeurd zijn. Heel zeker is het niet, maar het is een mooi verhaal.

Viermaal 1/4 Schilling op de eerste zegel van Mecklenburg-Schwerein (ebay)

Viermaal 1/4 Schilling op de eerste zegel van Mecklenburg-Schwerin (ebay)

Op 1 juli 1856 verschenen de eerste postzegels in Mecklenburg-Schwerin. Het zouden er totaal maar 8 worden, maar alle tonen de stierenkop, net zoals de 6 zegels die vanaf 1864 in Mecklenburg-Strelitz uitgegeven werden. Een bijzonderheid was dat de eerste zegel uit vier kleine zegeltjes bestond. Dit had te maken met het feit dat Mecklenburg nog de Schilling hanteerde als munteenheid, waar het grootste deel van Noord-Duitsland gebruik maakte van de Taler, onderverdeeld in 30 Silbergroschen, die gelijk waren aan 48 Schillinge. Vanwege deze onhandige omrekeningsfactor waren zegels van een kwart Schilling dus hard nodig om bij te kunnen plakken en zo kon je voor een hele Schilling er tegelijk 4 kopen. Mecklenburg-Strelitz, dat een veel nauwere band met Pruisen had, hanteerde voor zijn 6 postzegels overigens wel de Silbergroschen.

Duitse Bondsrepubliek Mi 1661 uit 1993 met het wapen van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern

Duitse Bondsrepubliek Mi 1661 uit 1993 met het wapen van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern

Als ontwerper staat voor alle Mecklenburgse postzegels, zowel van Schwerin als Strelitz, Adolf Otto (1830-1907) te boek. Otto, zoon van een begrafenisondernemer, kwam uit Güstrow, waar hij op jonge leeftijd in de leer ging bij een meestergraveur. In 1849 vestigde hij zich als graveursgezel in Frankfurt am Main, om na enkele jaren weer terug te keren in Güstrow, samen met zijn in Frankfurt ontmoete en niet onbemiddelde vrouw Catharina Löhrl. Met die bruidsschat kon hij zelfstandig graveur en drukker worden in zijn geboortestad.

Het bijzondere van Adolf Otto was niet alleen dat hij verantwoordelijk was voor alle Mecklenburgse postzegels, maar ook voor de eerste vier zegels van een totaal ander land, namelijk Transvaal! Hoe hij aan die opdracht gekomen is wordt uit de archieven echter niet meer duidelijk. Later bleek dat veel van de grote hoeveelheid vervalsingen van de eerste Transvaalse zegels – echte zegels zijn schaars! – gewoon ook bij Otto uit zijn drukkerij kwamen en via een Hamburgse handelaar de wereld ingestuurd werden. Te zijner tijd kom ik daar nog wel op terug.

Een priester op de barricaden, daarover de volgende keer.