1 juni 1855 – Koning Johann van Saksen

Johann van Saksen in 1870 (Louis Ferdinand von Rayski)

Johann van Saksen in 1870 (Louis Ferdinand von Rayski)

Op 8 augustus 1854 was de Saksische koning Friedrich August II overleden aan de gevolgen van een ernstig ongeval: hij was in Tirol uit zijn koets gevallen en onder de hoeven van de paarden gekomen. Nakomelingen had hij niet, wel een broer: Johann en deze werd dan ook gekroond als de nieuwe koning van het land, dat gezien zijn positie tussen Pruisen en Oostenrijk-Hongarije een steeds belangrijker rol ging spelen in de relatie tussen de twee rivalen.

Johann was geboren op 12 december 1801 in Dresden. Als zesde kind uit het huwelijk van zijn ouders was de kans dat hij koning zou worden minimaal. Johann ging weliswaar de politiek in en fungeerde als een soort van minister van financiën van zijn eigen broer, maar deed ook heel andere dingen: als vertaler van klassieke werken werd hij bekend onder de naam Philalethes, wat Grieks is voor ‘vriend van de waarheid’.*) Zijn vertaling van Dante’s Divina Comedia is nog altijd de leidende in Duitsland.

Saksen Mi 11

Saksen Mi 11 (bron: ebay)

In 1854 werd hij dus koning. Hij was in de politiek inmiddels een ervaren rot en kende de weg in het parlement. Hij wist van Saksen een voor die tijd moderne staat te maken door onder andere de uitbreiding van het spoorwegnet en sterke verbetering van het onderwijs. Ook knoopte hij handelscontacten aan met Frankrijk, erkende als een van de eerste vorsten het nieuwe koninkrijk Italië en ging zich sterk maken voor de Duitse eenheid. Alleen was dat niet op de manier die Bismarck in zijn hoofd had, want Johann wilde buurland Oostenrijk-Hongarije daar ook graag bij hebben. Toen de IJzeren Kanselier in 1866 besloot Oostenrijk aan te vallen om de Pruisische bedoelingen duidelijk te maken, had Johann weinig keus en sloot zich bij het leger van keizer Franz Joseph aan. Na het Oostenrijkse verlies bleek Bismarck gelukkig vergevingsgezind en Saksen werd – anders dan het ook Weensgezinde koninkrijk Hannover – niet geannexeerd door Pruisen, maar kwam weg met een ‘verplicht’ lidmaatschap van de Noordduitse Bond.

Na de stichting van het Duitse Rijk leefde Johann niet lang meer. Hij overleed op 29 oktober 1873 op het buitenpaleis Pillnitz aan de Elbe bij Dresden en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Albert.

In de periode van 1855 tot 1863 verschenen 6 zegels in evenzoveel verschillende waardes. Ze werden ontworpen en gegraveerd door een zekere Ulbricht waarover ik geen informatie heb kunnen vinden en gedrukt door de Dresdener hofboekdrukkerij van C.C. Meinhold und Söhne. Carl Christian Meinhold (1740-1827) had deze drukkerij in 1768 van Johann Conrad Stössel overgenomen en er in 1777 zijn eigen naam aan verbonden. Naast alle Saksische postzegels tussen 1850 en 1863 had hij ook de eerste Saksische grondwet uit 1831 gedrukt en uitgegeven en was gespecialiseerd in muziekwerken. In 1863 werd de postzegelproductie overgedaan aan Giesecke & Devrient in Leipzig (tegenwoordig München), nog altijd een bekende drukkerij en een soort van staatsdrukkerij in de DDR-tijd. Meinhold bleef nog tot 1946 bestaan en drukte later vooral kinder- en jeugdliteratuur.

Volgende keer springt Zegelgek naar het jaar 1856 in Amerika.

Het koninklijk slot van Pilnitz aan de Elbe

Het koninklijk slot van Pilnitz aan de Elbe

*) Zo betekent filatelie overigens ‘vriend van de vrijheid van lasten’:  een brief wordt gefrankeerd – letterlijk ‘vrijgemaakt’ – met een af te stempelen zegel. Deze postzegel zorgt er dan voor dat zonder verdere lasten de brief bezorgd kan worden op de bestemming en de ontvanger deze dus kosteloos kan ontvangen. In het Duits heet een postzegel Freimarke en dat dekt filatelistisch gezien de lading een stuk beter! Ook aardig om te weten is dat in Nederland veel van de eerste postzegels werden ontwaard met een stempel ‘FRANCO’, om aan te geven dat het poststuk vrijgemaakt was.