Portret van Thomas Jefferson door Rembrandt Peale, 1800

Portret van Thomas Jefferson door Rembrandt Peale, 1800

Thomas Jefferson was pas weer eens in het nieuws: op 14 mei 2016 werd op een veiling in Texas 6875 dollar geboden op 14 haren die op zijn overlijdensdag, 4 juli 1826, van zijn hoofd werden geknipt.

4 juli 1826 was een beetje een rare dag. Natuurlijk was het feest: 50 jaar eerder was de onafhankelijkheid uitgeroepen van de 13 voormalige Britse koloniën en Jefferson was daar instrumenteel in: hij zette de eerste versie van de onafhankelijkheidsverklaring op papier. Eigenlijk zou John Adams dat doen, maar die dacht dat Jefferson er beter in was. Later zouden de mannen elkaars tegenstanders worden en tenslotte weer verzoend worden. En dat was net op tijd, want Adams overleed slechts enkele uren na Jefferson, op die rare 4e juli 1826.

Thomas Jefferson was geboren op 13 april 1743 – volgens de in Engeland en zijn koloniën toen nog gebruikelijke Juliaanse tijdrekening was dat op 2 april – op het landgoed Shadwell, midden in de oudste kolonie Virginia. Zijn vader, Peter Jefferson, had het land rondom Shadwell in 1734 verworven voor zijn plantage en noemde het naar het plaatsje, nu een deel van Londen’s East End, waar zijn aanstaande vrouw, Jane Randolph, in 1721 geboren was. Ze trouwden in 1739.

Jefferson’s voorvaderen kwamen uit Suffolk in Engeland. Zijn betovergrootvader Samuel Jefferson had zich in de vroege 17e eeuw gevestigd op het West-Indische eiland St. Christopher, ook wel bekend als St. Kitts. Later vestigde hij zich in Virginia, waar hij een van de medestichters van Yorktown was, maar overleed op Antigua. De latere generaties vestigden zich definitief in Virginia.

Martha Wayles Skelton, een op basis van beschrijvingen in 1965 gemaakt portret. Uit haar tijd zijn geen afbeeldingen.

Martha Wayles Skelton, een op basis van beschrijvingen in 1965 door George Geygan gemaakt portret. Uit haar eigen tijd bestaan geen afbeeldingen.

Thomas was het derde kind uit het gezin en na hem zouden er nog zes volgen, mogelijk nog een paar meer, daar zijn de stambomen het niet allemaal over eens. Het was in ieder geval een buitengewoon begaafd kereltje dat al op 18-jarige leeftijd afgestudeerd was op het College of William & Mary in Williamsburg. Hij sprak toen vloeiend Grieks, Latijn en Frans, was geheel bijgepraat in de geschiedenis, filosofie, wis- en natuurkunde en speelde viool tussendoor. De volgende stap was natuurlijk een juridische carrière en op 24-jarige leeftijd had hij zijn eigen praktijk.

In 1768 startte de bouw van zijn beroemde residentie, Monticello, waar hij de rest van zijn leven zou wonen en waar hij gestorven en begraven is. In 1772 trouwde hij er met zijn achternichtje Martha Wayles Skelton, met wie hij 6 kinderen zou krijgen, waarvan er 4 slechts enkele jaren leefden. Martha overleed in 1782, 33 jaar oud. Jefferson zou, precies zoals zijn vrouw wilde, niet meer hertrouwen, maar hield er later wel nog enkele losse relaties op na.

Tegelijk met de opbouw van zijn juristenpraktijk maakte hij ook kennis met de politiek. Toch duurde het tot 1775 voor hij echt in het voetlicht zou treden, als lid van het Second Continental Congress, dat na herhaalde onenigheid met de Engelsen de onafhankelijkheid van het moederland zou voorbereiden. Het geruzie van de voorgaande jaren was inmiddels in de Onafhankelijkheidsoorlog uitgemond, die tot 1783 zou duren, toen Engeland besloot de kostbare strijd te staken en formeel afstand deed van de 13 koloniën.

Monticello op een postzegel uit 1956 (Mi 669)

Monticello op een postzegel uit 1956 (Mi 669)

De onafhankelijkheidsverklaring was een kolfje naar Jefferson’s hand en hij schreef, als lid van een comité van vijf wijze mannen, waaronder ook John Adams en Benjamin Franklin, in 17 dagen tijd het hele document. Nadat het was gereviewd en gecorrigeerd werd het op 28 juni 1776 goedgekeurd en op 4 juli door het Congres aangenomen, waarmee de Verenigde Staten zich officieel onafhankelijk hadden verklaard. Op 2 augustus volgde de officiële ondertekening door de 56 leden van het Second Continental Congress.

Het duurde nog tot 1787 voordat de 13 voormalige koloniën het eens konden worden over een grondwet en nog twee jaar voordat George Washington op basis daarvan de eerste president zou worden. Tot die tijd was er het Congres waarin de afgevaardigden van de min of meer zelfstandige staten met elkaar samenwerkten. Jefferson werd zelf gouverneur van Virginia in 1780 en 1781. Nadat de vrede gesloten was werden Adams, Franklin en Jefferson uitgekozen om naar Europa te gaan om handelsverdragen te sluiten. De inmiddels bijna 80-jarige Franklin trok zich al gauw terug zodat Jefferson de eerste man was voor Parijs. Hij bleef er tot september 1789 en was getuige van de Franse Revolutie.

Terug in Amerika werd hij de eerste officiële Secretary of State (minister van Buitenlandse Zaken) onder president Washington. Dit bleef hij tot 1793, toen hij opgevolgd werd door zijn achterneef Edmund J. Randolph. Het was toen overigens nog een betrekking waarbij je kans maakte om later president te worden: naast Jefferson, waren James Madison, James Monroe, John Quincy Adams, Martin van Buren en James Buchanan eerder Secretary of State. Als het Hillary Clinton lukt om president te worden in 2016 dan zal zij niet alleen de eerste vrouw zijn, maar ook na 170 jaar de eerste voormalige minister van Buitenlandse Zaken, die het hoogste ambt bekleedt.

In 1796 deed Jefferson voor het eerst mee met de presidentsverkiezingen en verloor nipt van zijn oude vriend, maar inmiddels politiek tegenstander geworden John Adams. Zoals toen nog wel gebruikelijk werd de verliezer vice-president. De politiek van president Adams was echter niet populair en bij de verkiezingen van 1800 leed hij een flinke nederlaag tegen zijn rivaal uit Virginia: Thomas Jefferson werd president en zijn running mate Aaron Burr de nieuwe vice-president.

The Library of Congress is gestoeld op Jefferson's omvangrijke persoonlijke bibliotheek (Mi 1583 uit 1982)

The Library of Congress is gestoeld op Jefferson’s omvangrijke persoonlijke bibliotheek (Mi 1583 uit 1982)

Het presidentschap van Jefferson was een groot succes. Een van de belangrijkste dingen die zijn regering tot stand bracht was de Louisiana Purchase. Het idee was dat de Verenigde Staten het gebied rondom New Orleans zouden kopen van Napoleon om de Franse invloed hier wat te temmen. De Franse keizer hapte toe en besloot zelfs afstand te doen van aanspraken op het totale gebied, dat tot in het huidige Canada reikte. Hij kon immers het geld voor zijn kostbare oorlogvoering goed gebruiken. De aanwinst van het nieuwe gebied betekende ook dat de Amerikanen expedities uit konden zetten om dit deel van het continent in kaart te brengen. De belangrijkste daarvan was de Lewis & Clark Expedition met de bedoeling een doorgang te vinden naar de Grote Oceaan.

De presidentsverkiezingen van 1804 werden een enorm succes voor Jefferson: hij wist maar liefst 15 van de toen 17 staten achter zich te krijgen. De tweede termijn verliep echter niet zo succesvol als de eerste, mede door een al eerder broeiend conflict met zijn inmiddels ex-vicepresident Burr. Het voorkwam niet dat in 1808 zijn partijgenoot James Madison ook met grote voorsprong president werd.

Jefferson Memorial in Washington DC (Mi 1127 uit 1973)

Jefferson Memorial in Washington DC (Mi 1127 uit 1973)

Jefferson bestede de laatste 17 jaar van zijn leven aan de wetenschap. In 1819 werd de door hem voorgestelde University of Virginia gesticht. In die jaren verzoende hij zich ook weer met John Adams, nadat diens vrouw Abigail daar het initiatief voor had genomen. In juni 1826 werd Jefferson ziek, mede door zorgen over zijn schulden. Hij zou de problemen niet meer te boven komen en overleed op Monticello.

5 cents zegel met portret van Jefferson uit 1856 (Mi 5, bron)

5 cents zegel met portret van Jefferson uit 1856 (Mi 5, bron)

Dat Jefferson gauw op postzegels zou komen was wel te verwachten. In 1855 kreeg de drukkerij van Toppan Carpenter & Co uit Philadelphia de opdracht een proef te sturen voor een zegel van 5 cent met het portret van de oud-president. Waarschijnlijk was een zekere E. Pitcher verantwoordelijk voor het ontwerp, maar zeker is dit niet. Op 1 januari 1856 kwamen de zegels mogelijk al in de verkoop, maar het duurde tot 24 maart van dat jaar voor er één gebruikt werd aangetroffen, met name vanwege het ongebruikelijke tarief, dat slechts gebruikt kon worden op per packet steamer te vervoeren post naar Europa en eventueel verder en dat was alleen nog maar om de brief op zo’n boot te krijgen, want de ontvanger betaalde voor het overige vervoer, dus het nut van de zegel was twijfelachtig. Het is dan ook de duurste waarde van de serie die al in 1851 was begonnen met portretten van Franklin en Washington. In 1857 werd de serie heruitgegeven, maar dan getand. Deze zegels werden vaker gebruikt, vooral ook omdat nieuwe postverdragen met onder andere Frankrijk ervoor zorgden dat niet de ontvanger meer betaalde voor een groot deel van het vervoer, maar alleen de afzender, en dus de waarde van 5 cent nuttiger ingezet kon worden.

Jefferson verscheen nog vele malen op postzegels, maar in 1993 voor het laatst.

Frankeerzegel met het portret van Jefferson uit 1938 (Mi 414), 1954 (Mi 654) en 1968 (Mi 940)

Frankeerzegels met het portret van Jefferson uit 1938 (Mi 414), 1954 (Mi 654) en 1968 (Mi 940)

In augustus gaat Zegelgek weer verder met stieren temmen.

Johann van Saksen in 1870 (Louis Ferdinand von Rayski)

Johann van Saksen in 1870 (Louis Ferdinand von Rayski)

Op 8 augustus 1854 was de Saksische koning Friedrich August II overleden aan de gevolgen van een ernstig ongeval: hij was in Tirol uit zijn koets gevallen en onder de hoeven van de paarden gekomen. Nakomelingen had hij niet, wel een broer: Johann en deze werd dan ook gekroond als de nieuwe koning van het land, dat gezien zijn positie tussen Pruisen en Oostenrijk-Hongarije een steeds belangrijker rol ging spelen in de relatie tussen de twee rivalen.

Johann was geboren op 12 december 1801 in Dresden. Als zesde kind uit het huwelijk van zijn ouders was de kans dat hij koning zou worden minimaal. Johann ging weliswaar de politiek in en fungeerde als een soort van minister van financiën van zijn eigen broer, maar deed ook heel andere dingen: als vertaler van klassieke werken werd hij bekend onder de naam Philalethes, wat Grieks is voor ‘vriend van de waarheid’.*) Zijn vertaling van Dante’s Divina Comedia is nog altijd de leidende in Duitsland.

Saksen Mi 11

Saksen Mi 11 (bron: ebay)

In 1854 werd hij dus koning. Hij was in de politiek inmiddels een ervaren rot en kende de weg in het parlement. Hij wist van Saksen een voor die tijd moderne staat te maken door onder andere de uitbreiding van het spoorwegnet en sterke verbetering van het onderwijs. Ook knoopte hij handelscontacten aan met Frankrijk, erkende als een van de eerste vorsten het nieuwe koninkrijk Italië en ging zich sterk maken voor de Duitse eenheid. Alleen was dat niet op de manier die Bismarck in zijn hoofd had, want Johann wilde buurland Oostenrijk-Hongarije daar ook graag bij hebben. Toen de IJzeren Kanselier in 1866 besloot Oostenrijk aan te vallen om de Pruisische bedoelingen duidelijk te maken, had Johann weinig keus en sloot zich bij het leger van keizer Franz Joseph aan. Na het Oostenrijkse verlies bleek Bismarck gelukkig vergevingsgezind en Saksen werd – anders dan het ook Weensgezinde koninkrijk Hannover – niet geannexeerd door Pruisen, maar kwam weg met een ‘verplicht’ lidmaatschap van de Noordduitse Bond.

Na de stichting van het Duitse Rijk leefde Johann niet lang meer. Hij overleed op 29 oktober 1873 op het buitenpaleis Pillnitz aan de Elbe bij Dresden en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Albert.

In de periode van 1855 tot 1863 verschenen 6 zegels in evenzoveel verschillende waardes. Ze werden ontworpen en gegraveerd door een zekere Ulbricht waarover ik geen informatie heb kunnen vinden en gedrukt door de Dresdener hofboekdrukkerij van C.C. Meinhold und Söhne. Carl Christian Meinhold (1740-1827) had deze drukkerij in 1768 van Johann Conrad Stössel overgenomen en er in 1777 zijn eigen naam aan verbonden. Naast alle Saksische postzegels tussen 1850 en 1863 had hij ook de eerste Saksische grondwet uit 1831 gedrukt en uitgegeven en was gespecialiseerd in muziekwerken. In 1863 werd de postzegelproductie overgedaan aan Giesecke & Devrient in Leipzig (tegenwoordig München), nog altijd een bekende drukkerij en een soort van staatsdrukkerij in de DDR-tijd. Meinhold bleef nog tot 1946 bestaan en drukte later vooral kinder- en jeugdliteratuur.

Volgende keer springt Zegelgek naar het jaar 1856 in Amerika.

Het koninklijk slot van Pilnitz aan de Elbe

Het koninklijk slot van Pilnitz aan de Elbe

*) Zo betekent filatelie overigens ‘vriend van de vrijheid van lasten’:  een brief wordt gefrankeerd – letterlijk ‘vrijgemaakt’ – met een af te stempelen zegel. Deze postzegel zorgt er dan voor dat zonder verdere lasten de brief bezorgd kan worden op de bestemming en de ontvanger deze dus kosteloos kan ontvangen. In het Duits heet een postzegel Freimarke en dat dekt filatelistisch gezien de lading een stuk beter! Ook aardig om te weten is dat in Nederland veel van de eerste postzegels werden ontwaard met een stempel ‘FRANCO’, om aan te geven dat het poststuk vrijgemaakt was.

Pedro V, door een onbekende fotograaf, ca 1860

Pedro V, door een onbekende fotograaf, ca 1860

15 november 1853 was een dag van rouw in Portugal. De geliefde koningin Maria was overleden en de eerste opvolger was haar oudste zoon, nog slechts 16 jaar oud.

Pedro was de vijfde van die naam. De eerste Pedro regeerde tien jaar in de veertiende eeuw. Daarna volgden er nog drie tussen 1700 en 1826. Pedro IV, zijn opa, regeerde in dat laatste jaar slechts 7 weken over Portugal, liet de troon toen aan zijn dochter Maria en keerde terug naar Brazilië waar hij keizer Pedro I was, aldus zijn vaderland in een burgeroorlog stortend.

Portugal Mi 10 uit 1856: Pedro V met golvend haar.

Hij werd geboren als oudste zoon van Maria en Ferdinand op 16 september 1837 in het Palácio das Necessidades in het westen van Lissabon, sinds de jaren 50 van de vorige eeuw huist hier het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Necessidades staat in het politieke jargon gelijk aan Whitehall voor de Britten.

Stephanie van Hohenzollern-Sigmaringen, echtgenote van Pedro V

Stephanie van Hohenzollern-Sigmaringen, echtgenote van Pedro V

Pedro werd dus al koning toen hij net 16 jaar was en regeerde samen met zijn vader het land. Waar zijn moeder veel gedaan had om de gezondheidszorg op een hoger peil te brengen, pakten Fernando en Pedro de infrastructuur aan. Pedro bleek een veelbelovend koning te zijn en dat verklaart ook zijn bijnaam O Esperançoso oftewel de Hoopvolle. Hij was, net als zijn moeder, zeer populair, maar helaas ging het al gauw mis…

Hij trouwde in 1858 met prinses Stephanie van Hohenzollern-Sigmaringen en dit was van het begin af een sprookjeshuwelijk, ware het niet dat de jonge koningin twee dagen na haar 22ste verjaardag overleed aan difterie, voordat er überhaupt sprake was van een troonopvolger.

Pedro besloot nog maar even vrijgezel te blijven, maar had zelf niet veel langer te leven, omdat hij in 1861 ten prooi viel aan tyfus of cholera, vijf dagen voor zijn 15-jarige broer Fernando en zes weken voor zijn 19-jarige broer João. De tweede zoon van Maria en Fernando, Luis, werd de nieuwe koning. Dit was echter een besluiteloze, apolitieke en impopulaire koning en Portugal was bij diens dood in 1889 weer een paar stappen achteruitgegaan in ontwikkeling.

Mi 903 bij het eeuwfeest van de filosofische faculteit uit 1961.

In de periode van 1 februari 1855 tot zijn dood zes jaar later verschenen er 7 postzegels met zijn portret. In de ontwerpen is duidelijk de hand van Fernando de Borja Freire (1791-1869) te zien, eenvoudig omdat precies dezelfde kaders werden gebruikt. Er waren twee types, één met sluik haar en één uit 1856 met golvend haar. De 25, aanvankelijk in blauw, werd vervangen door een roze exemplaar in 1858. Dat waren gelijk de laatste zegels met zijn portret bij leven.

Portugal herdacht zijn jong gestorven koning nog een enkele maal, zoals bij het eeuwfeest van de filosofische faculteit van de universiteit van Lissabon in 1961, door Pedro enkele maanden voor zijn dood geopend.

Een andere personeelswisseling volgde na een noodlottig ongeluk, daarover de volgende keer.

Koning Olaf's dood, geschilderd door Peter Nicolai Arbo in 1859

Koning Olaf’s dood, geschilderd door Peter Nicolai Arbo in 1859

Het jaar 1855 zag weer een aantal nieuwe landen in de postzegelwereld en twee andere kregen nieuwe staatshoofden om te bespreken. Onder de nieuwe landen hoorden Zweden en Noorwegen. En hoewel Noorwegen deel uitmaakte van Zweden waren ze net een paar maanden eerder, met het Noorse wapen.

Het Noorse wapen toont zoals dat van vele landen een leeuw. Maar deze heeft iets speciaals, namelijk een zilveren bijl in de poot. Tot 1949 bleef deze wapenleeuw een bekende verschijning.

Het wapen van Noorwegen

Het wapen van Noorwegen

Hoe is de bijl in de poot van de leeuw gekomen? Dat gebeurde in de Middeleeuwen, toen Noorwegen nog een zelfstandig land was. Koning Erik II eerde er in 1280 zijn voorvader Olaf II mee, die gesneuveld was in de Slag bij Stiklestad op 29 juli 1030. Olaf Haraldsson was in 1028 gevlucht naar Rusland voor de machtige Noorse edelen onder leiding van Knut de Grote, voor die tijd al koning van Denemarken en Engeland. Hij keerde aan het hoofd van een christelijk Zweeds leger terug, maar de edelen hadden een leger heidense boeren verzameld om de indringer tegen te houden en Olaf moest de strijd met zijn leven bekopen. Zijn volgelingen beschouwden hem direct als martelaar en zetten een proces tot heiligverklaring in gang. Deze propaganda leidde er bovendien toe dat na Knut’s dood in 1035 de edelen niet diens tirannieke zoon Sven maar liever Olaf’s buitenechtelijke zoon Magnus zagen als de nieuwe koning. De slag bij Stiklestad was dus in zekere zin toch gewonnen en markeert de herwonnen onafhankelijkheid van Noorwegen. Hij wordt in de geschriften van de IJslandse geschiedschrijver Snorri Sturleson uit het begin van de 13e eeuw uitvoerig beschreven, waarbij de bijl natuurlijk een van de hoofdrollen speelt. De slag wordt overigens in Stiklestad, zo’n 80 kilometer ten noorden van Trondheim, sinds 1954 jaarlijks nagespeeld op 29 juli.

Noorwegen zou tot 1350 onafhankelijk blijven. Toen trad de Kalmar Unie in werking waarbij Denemarken, Zweden en Noorwegen als gelijkwaardige landen door één koning of koningin geregeerd werden. Toen deze unie uiteenviel in 1536 werd Noorwegen als provincie van Denemarken tot 1815 vanuit Kopenhagen geregeerd, daarna vanuit Stockholm, maar dan wel met een eigen grondwet. In 1905 zou de politieke scheiding een feit worden en de Deense prins Carl als Haakon VII koning zijn van het weer geheel zelfstandige land.

De eerste zegel van Noorwegen

De eerste zegel van Noorwegen

Latere versies van de Noorse leeuw

Latere versies van de Noorse leeuw (Mi 106 uit 1922 en Mi 347 met waardeopdruk uit 1949)

In 1854 werd ook in Noorwegen een postwet ingevoerd die het mogelijk maakte dat er voor één tarief brieven tot 1 lot (van 15,6 gram) door heel het toenmalige land gestuurd konden worden. Het afgesproken tarief was 4 skilling. Er kwam dus maar 1 zegel, want verdere ambities hadden de Noren voorlopig nog niet. Van alle mogelijke ontwerpers die werkzaam waren in Christiania, de voormalige naam van Oslo, werd Nils Andreas Harbou Zarbell gekozen, geboren in Hurum in de provincie Buskerud in 1805. Hij was een gewone handwerksman maar nam de opdracht graag aan. Hij stelde voor een portret van koning Oscar I te maken, maar dat werd afgewezen. Hij maakte een tweede – vierkant – ontwerp, nu met het wapen van Noorwegen. Alleen het formaat werd nu nog aangepast naar het gangbare rechthoekige en vervolgens naar de boekdrukkerij van Wulfsberg gebracht om uitgevoerd te worden. Deze drukkerij was in het begin van de eeuw opgericht door de lutherse dominee Niels Wulfsberg (1775-1852), die een belangrijke inspirator was geweest voor de hierboven genoemde Noorse grondwet en oprichter van het nog steeds bestaande dagblad Drammens Tidende. Zijn zonen Jacob (1809-1882) en Christian August (1811-1884) hadden na zijn dood de drukkerij overgenomen en laatstgenoemde was verantwoordelijk voor de drukplaten van de eerste postzegels. Het zou de enige ongetande postzegel van Noorwegen worden. Een in 1854 in Engeland genomen proef met getande zegels zou zich langzamerhand over de wereld gaan verspreiden en Noorwegen en Zweden waren de eerste volgelingen.

Zover was het nog niet in Portugal, maar daar was wel een ‘personeelswisseling’ geweest dus kwam er een nieuw portret op de postzegels. Daarover volgende week.