1 september 1853 – De Hoop

Jan van Riebeeck landt op de Kaap, door Charles Davidson Bell

Jan van Riebeeck landt op de Kaap, door Charles Davidson Bell

Even weg uit Lissabon, dat was de moraal van de vorige blogs van Zegelgek. En dan gaan we dus naar Kaap de Goede Hoop. En wie gaf die kaap deze naam? Juist ja, de Portugese koning João II, die het land regeerde in de tijd dat Bartholomeus Dias dit zuidwestelijke uitsteeksel van Afrika als eerste gedocumenteerde westerling rondde. Dias noemde de punt nog Cabo das Tormentas, oftewel Kaap der Stormen, João vond dit te negatief, hij zag niet de problemen van de zeevaarders, maar wel de kansen die deze ontdekking zijn land bood. Vanaf dat moment ging De Kaap door het leven als Cabo da Boa Esperança. Driemaal raden wat dit betekent.

 

Een van de eerste zegels van Kaap de Goede Hoop, de andere waarde was een blauwe 4 pence

Een van de eerste zegels van Kaap de Goede Hoop, de andere waarde was een blauwe 4 pence

De Portugezen deden niet veel met Zuidelijk Afrika, ze hadden hun verversingstations in Angola en Mozambique. Het waren pas eerst de Nederlanders die Kaapstad stichtten als veilige tussenhaven  op de zeeweg naar Indië. Het was toen al weer 1652. De Nederlanders heersten tot 1795 over dit hoekje van Afrika, dat, zodra de Fransen de Republiek kwamen bezetten, overgenomen werd door de Engelsen. Die stonden het vervolgens niet meer af: Kaap de Goede Hoop werd Cape of Good Hope en hoewel de kolonie vooral bekend stond als Cape Colony bleef Cape of Good Hope de officiële naam. Zoals op postzegels.

Een zogenaamde 'Woodblock uit 1861 (Mi 5)

Een zogenaamde ‘Woodblock uit 1861 (Mi 5)

De eerste 47 jaar, van 1853 tot 1900, prijkte De Hoop dan ook op iedere zegel die uitgegeven werd. In eerste instantie waren er natuurlijk de beroemde driehoekszegels met een bijna als Goya’s Maja half liggende vrouw. Daarna, vanaf 1864, stond ze op en ondersteunde het anker als symbool van de zeevaart en had een ram aan haar zijde. Waarom die ram erbij stond is niet erg duidelijk, het gaat waarschijnlijk om het symbool van daadkracht, autoriteit en leiderschap, iets wat De Kaap als zelfverklaarde belangrijkste Zuid-Afrikaanse kolonie wilde uitstralen. Aan het eind van de 19e eeuw was er nog een derde type met een vergelijkbaar thema, maar dan zonder ram.

Tweede tekening in een uitvoerng van 1884 (Mi 34)

Tweede tekening (met geit) in een uitvoerng van 1884 (Mi 34)

De driehoekszegels, ze spreken tot ieders verbeelding. Het was sowieso al een uniek formaat, maar wel efficiënt – het drukpapier kon mooi in vierkanten opgedeeld worden met tegen elkaar liggende driehoeken – en dat alles weer uit de keuken van Perkins, Bacon & Co in Londen, waar William Humphrys (1794-1865) als graveur de scepter voerde over deze uitgifte. Het ontwerp kwam van Charles Davidson Bell (1813-1882), een Schot die op 17-jarige leeftijd emigreerde naar de Kaap en daar met name kunstenaar was. Hij legde de diverse bevolkingsgroepen vast in tekeningen en schilderijen, maar zijn meest zichtbare kunstwerkjes zijn de postzegels. Ook de tweede versie van De Hoop, tussen 1864 en 1902 uitgegeven, was van zijn hand.

De Hoop voor de Tafelbaai uit 1893 (Mi 41)

De Hoop voor de Tafelbaai uit 1893 (Mi 41)

Vanwege hun populariteit werden de driehoeken al gauw vervalst. Er zijn tientallen voorbeelden, die meestal makkelijk te herkennen zijn, maar soms ook geniepig in elkaar steken. Wat zeker geen vervalsingen zijn, zijn de zogenaamde Woodblocks: vanwege een tekort werden in 1861 door een lokale drukkerij houten stempels gemaakt, waarmee postzegels konden worden gedrukt. Deze werden voor korte tijd gewoon aan het postkantoor verkocht en gebruikt. Kort na de introductie bleek er een schip uit Engeland te zijn aangekomen met nieuwe voorraad, waarna de Woodblocks weer uit de handel gehaald werden.

 

Afbeeldingen van de driehoekszegels komen van deze site, overigens zijn deze echt!