Koningin Maria II van Portugalin 1852 (William Charles Ross (1794-1860))

Koningin Maria II van Portugal in 1852 (William Charles Ross (1794-1860))

In juli 1853 was Europa in rep en roer: er was oorlog aanstaande. Rusland en het Ottomaanse Rijk hadden een conflict over de bescherming van de orthodoxe minderheid in het Midden-Oosten, waar de Russen zich verantwoordelijk voor voelden. Om de Turken de duimschroeven aan te draaien viel Rusland het onder Turks bestuur staande Moldavië en Wallachije (tegenwoordig grofweg Moldavië en Roemenië) binnen. In oktober brak de Krimoorlog uit, die door de betrokkenheid van Frankrijk, Engeland en Sardinië tot een heuse Europese oorlog uit zou groeien, hoewel voornamelijk uitgevochten op en rond de Krim

In Portugal was het wat rustiger. Zoals gewoonlijk was koningin Maria weer zwanger, voor de elfde keer alweer. Haar voorgaande twee kinderen hadden hun eerste etmaal niet volgemaakt en ook het laatste kind zou dat niet doen. Deze keer werd de 34-jarige moeder zelf ook het slachtoffer.

De 25 Reis uit de eerste serie postzegels van Portugal

De 25 Reis uit de eerste serie postzegels van Portugal.

Maria van Bragança werd geboren op 4 april 1819 in Rio de Janeiro, waar haar vader Pedro Brazilië bestuurde uit naam van koning João VI, die in 1816 naar Lissabon was teruggekeerd. Al op jonge leeftijd kwam ze in een opvolgingscrisis terecht want João had bij zijn overlijden geen troonopvolger aangewezen. Vader Pedro pleegde immers een staatsgreep in 1822 en riep zichzelf uit tot als keizer van Brazilië, dus deze was door zijn vader niet gewenst als koning van Portugal. Ook oom Miguel was uit de gratie van João gevallen en was verbannen naar Oostenrijk. Pedro had echter een idee: als ik mijn dochter Maria nu op de troon van Portugal zet en haar laat trouwen met mijn broer, dan kan ik hier in Brazilië blijven en is Portugal ook onder de pannen. Een rampzalig plan, want Miguel zag dit toch anders: hij zette zijn nichtje resoluut af en ging als absoluut vorst regeren. Van een trouwerij was ook geen sprake.

Groot-Brittannië Mi 6 uit 1847, inspiratiebron van Freire

Groot-Brittannië Mi 6 uit 1847, inspiratiebron van Freire

In 1831 besloot Pedro de claim van zijn nu 12-jarige dochter te komen verdedigen en liet Brazilië aan zijn 6-jarige zoon Pedro Junior, die tot 1889 keizer van het Zuid-Amerikaanse land zou blijven. In Portugal brak een burgeroorlog uit, die na zware strijd met onzekere uitkomst uiteindelijk door Maria en Pedro gewonnen werd. Miguel werd levenslang verbannen uit Portugal en Maria mocht het verder alleen doen. En dat was echt alleen, want haar vader stierf kort na de oorlog als gevolg van tuberculose.

Op 15-jarige leeftijd trouwde Maria met Auguste de Beauharnais, maar kort nadat de 24-jarige bruidegom in Lissabon gearriveerd was werd hij ernstig ziek en stierf. In april 1836 trouwde ze met de 19-jarige Ferdinand van Saksen-Coburg-Gotha, neef van de toekomstige Belgische koning Leopold II, van koningin Victoria én haar man Albert. Na de geboorte van hun eerste kind, de toekomstige koning Pedro V, mocht Ferdinand de koningstitel voeren als Fernando II, maar in de regel bemoeide hij zich niet met politiek en trad slechts als regent op tijdens de vele zwangerschappen die Maria doormaakte.

Jubileumzegel uit 1953 (Mi 816)

Jubileumzegel uit 1953 (Mi 816)

Portugal was na de burgeroorlog tot rust gekomen en had in Maria een populaire vorstin, die in de volksmond ‘a Boa Mãe’ (de Goede Moeder) genoemd werd. Aan haar regering kwam dus kort na de uitgifte van de eerste postzegels al een eind. Deze eerste zegels kwamen met zijn drieën, in waardes van 5, 25 en 100 Reis, later in juli gevolgd door een 50 Reis, alle in een verschillend kader en ontworpen en gegraveerd door Francisco de Borja Freire (1791-1869). Freire liet zich inspireren door de Engelse Victoriazegels uit 1847. Ze werden gedrukt bij de Casa da Moeda, voorloper van de huidige nationale waardepapierendrukkerij INCM, in reliëfdruk.

Dat Maria populair was mag blijken uit het feit dat ze bij ieder jubileum van de eerste postzegels, zowel in 1953 als in 2003 in persona werd afgebeeld.

Hoop doet leven, zullen ze gedacht hebben in een van de eigenzinnigste Engelse koloniën. Daarover de volgende keer.

Jubileumblokje uit 2003, met hologram! (Mi Block 190)

Jubileumblokje uit 2003, met hologram! (Mi Block 190)

Bronnen van de fotos: P 816P-B190GB 6
Een aardig (Portugees) artikel over munten en postzegels met Maria II is hier te vinden.

Columbus op een portret van Alejandro Cicarelli (1849)

Columbus op een portret van Alejandro Cicarelli (1849)

Er zijn van die jaren die een keerpunt in de geschiedenis vormen. Zo wordt 1914 wel eens beschouwd als de eigenlijke overgang naar de 20ste eeuw. En 1492 markeert het einde van de Middeleeuwen. Het was het jaar dat een weverszoon uit Genua uitvoer om Indië te vinden.

Christoffel Columbus, hij is waarschijnlijk de meest op postzegels afgebeelde niet-koninklijke persoon, al komen recentere ‘helden’ – afhankelijk van welke ideologische kant je het bekijkt – als  Lenin, Kennedy en Churchill zeker in de buurt. Een grove telling in de Michel-catalogus geeft ongeveer 600 uitgiften wereldwijd voor de ontdekker – merendeels uit 1992 en de jaren daarvoor – tegen zo’n 500 voor de 35ste president van de VS en zijn communistische tegenpool een halve eeuw eerder.

Columbus werd in 1451 geboren in Genua als Christoforo Colombo. Het beroep van zijn vader (wever) maakte dat we in principe nooit wat van de kleine Columbus gehoord zouden hebben als deze niet een heel andere richting ingeslagen was: hij ging naar zee en monsterde aan op de schepen van de Genoese handelsfirma Centurione, die toen al alle bekende zeeën bevoer. Daarnaast was het een pienter ventje, dus hij klom al snel op en ging zich bemoeien met navigatie en cartografie. Net als zijn jongere broer Bartholomeus trouwens, die zich zelfs in het toenmalige centrum van de zeevarende wereld vestigde: Lissabon. Op 25-jarige leeftijd vestigde Christoffel zich er ook. Vanaf dat moment  begonnen de broers plannen uit te broeden om een zeeweg naar Indië te vinden om daar rijk te worden in de specerijenhandel.

Columbus op een Hongaarse postzegel uit 1948 (Mi 1012)

Columbus op een Hongaarse postzegel uit 1948 (Mi 1012)

Het duurde echter nog even voordat ze een sponsor hadden. De Portugezen waren met andere dingen bezig, zoals de Afrikaanse kust aftasten totdat Indië gevonden was – dit zou in 1488 binnen bereik komen toen Bartholomeus Dias als eerste Kaap de Goede Hoop rondde – en daarnaast was er onder de wetenschappers nog twijfel over de afstand die je westwaarts zou moeten afleggen tot je in Indië was. Kortom, de Portugese koning Joao II vond het plan van de broers om op de bonnefooi naar het westen te varen niet zo’n goed idee. Bartholomeus ging naar Frankrijk en Engeland, maar in deze landen was men nog lang niet toe aan de expedities die later ondernomen zouden worden en wilden er geen geld in steken.

Columbusmonument in Barcelona (Spanje Mi 1535)

Columbusmonument in Barcelona (Spanje Mi 1535 uit 1965)

De Spanjaarden zouden misschien wel toehappen, al was het maar om de rivaliserende Portugezen het nakijken te geven. Enig probleem was dat Ferdinand van Aragón en Isabella ‘de Katholieke’ van Castilië nog bezig waren de laatste moslims uit het al zo’n zeven eeuwen door hen bezette Iberisch Schiereiland te jagen. Pas nadat de Reconquista in het voorjaar van 1492 was voltooid gaf Isabella groen licht voor de expeditie en gaf ze gehoor aan de eisen van Columbus: hij zou de ontdekte gebieden opeisen voor Spanje tegen een honorarium van 10% van de opbrengsten en het gouverneurschap voor hem en zijn nazaten.

Columbusmonument in Huelva (Spanje Mi 1695)

Columbusmonument in Huelva (Spanje Mi 1695 uit 1967)

Op 3 augustus 1492 vertrok de Genoees met drie schepen vanuit het kleine havenplaatsje Palos aan ze zuidwestkust van Spanje. Het eerste doel was de kort tevoren door de Spanjaarden veroverde Canarische Eilanden. Op 6 september was alles klaar voor de oversteek en vertrokken de Santa Maria, de Pinta en de Niña op een gunstige stroming naar het westen. 36 dagen later, op 12 oktober, werd voor het eerst land gezien. Dat had niet veel langer moeten duren, want de veelal bijgelovige bemanning had niet veel vertrouwen meer in de expeditie.

Waar Columbus het eerst landde staat nog steeds niet onomstotelijk vast, maar zeker is dat het een van de Bahama’s is. Hij noemde het eiland San Salvador en sinds 1986 neemt men aan dat dit het huidige Samana Cays is, een onbewoond eiland in het zuidelijk deel van de eilandengroep. Resten van menselijke bewoning uit de tijd van Columbus zijn echter wel gevonden.

Na de ontdekking en naamgeving van andere eilanden van de Bahama’s wordt koers gezet naar Cuba dat op 28 oktober wordt bereikt. Columbus, in de veronderstelling Indië bereikt te hebben, denkt dat het Japan is. Op 5 december volgt Hispaniola (nu Haïti en de Dominicaanse Republiek), waar op eerste kerstdag de Santa Maria aan de grond liep. Met twee schepen en met achterlating van 39 bemanningsleden op Hispaniola om er zich te vestigen vertrok hij in januari 1493 weer naar Europa.

In september van dat jaar vertrok hij weer, dit keer vanaf Cadiz, met 17 schepen en 1200 manschappen. Deze keer kwam hij zuidelijker uit, bij de Bovenwindse eilanden. Op zondag 3 november landde hij op Dominica dat hij naar de dag van de week noemde. Van Dominica ging het noordwaarts. Diverse eilanden kregen hun naam, zoals ook ‘onze’ eilanden St. Eustatius, St. Maarten en Saba, dat zijn naam ontleent aan de bijbelse koningin van Sheba. Op Hispaniola trof hij slechts de restanten aan van het in 1492 gebouwde fort, inclusief de lijken van een deel van de bemanning, terwijl de rest spoorloos was.

De derde reis vond plaats in 1498 en leverde qua ontdekkingen Trinidad en Tobago op en een deel van Venezuela. Deze reis had als doel Santo Domingo, als eerste blijvende nederzetting gesticht door broer Bartholomeus in 1496.

De eerste zegels van Chili

De eerste zegels van Chili

Een laatste reis ondernam Columbus in 1502. Tijdens deze reis werden Jamaica en het vasteland van Midden-Amerika verkend waarbij het huidige Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama werden ‘ontdekt’. Deze reis duurde door allerlei tegenslag maar liefst 2 ½ jaar. Het werd ook een bezoeking voor de nu ruim 50-jarige ondekker, die al langere tijd een uitgeputte indruk maakte. Op 20 mei 1506, anderhalf jaar na afloop van de laatste reis, overleed hij dan ook in Valladolid. Zijn stoffelijke resten bleven tot 1542 in Spanje, daarna werden ze overgebracht naar Santo Domingo, in 1795 naar Havanna en na de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898 weer terug naar Spanje waar de overblijfselen zijn bijgezet in de kathedraal van Sevilla. De Dominicaanse Republiek claimt overigens dat Columbus nog steeds bij hen is, maar aangezien de regering in Santo Domingo geen research op de vermeende resten toestaat, is hier vooralsnog geen bewijs voor.

Zegels uit 1894 (Chili Mi 32 en 33)

Zegels uit 1894 (Chili Mi 32 en 33)

Ondanks dat Columbus uitsluitend in het Caribisch gebied opereerde wordt de landingsdag 12 oktober in geheel Zuid-, Midden- en Noord-Amerika behalve Canada herdacht. Dus ook in Chili. Dit land eerde Columbus zelfs veel meer dan Caribische eilanden waar de goede man wél geweest was. Op 1 juli 1853 was Columbus namelijk het eerste onderwerp van de Chileense postzegels en hij was er niet weg van te slaan tot 1905 en het was zelfs bij wet vastgelegd dat geen andere onderwerpen gekozen mochten worden. Waarom dit was, dat blijft een raadsel.

Wat ook lang een raadsel bleef was wie de zegels heeft ontworpen, maar hier is men in 1988 achter gekomen toen men in de kluizen van het Nationaal Historisch Museum in Santiago een portret van Columbus aantrof, gemaakt door de uit Italië geïmmigreerde schilder Alejandro Cicarelli (1808-1879). Hij had dit portret in 1849 geschilderd en uit alles blijkt dat het als voorbeeld voor de gravure van Charles Henry Jeens (1827-1899) en de drukplaten van de Londense drukkerij Perkins, Bacon & Co heeft gediend. Het portret, dat valt te begrijpen, hangt nu op een ereplaats in het museum…

Nog een technisch aardigheidje uit de doos van Perkins, Bacon & Co was dat de eerste postzegels van Zuid-Australië twee jaar later hetzelfde kaderontwerp hadden als de Chileense zegels, alleen dan met koningin Victoria erin ‘geplakt’. Een typisch gevalletje van hergebruik.

V.l.n.r Isabella en Ferdinand, pater Juan Perez, adviseur van Columbus, Columbus zelf en 2 van de 3 gebroeders Pinzón (Vicente en Martin), naaste medewerkers van Columbus. Deel van een Spaans postzegelboekje uit 1987 (Boekje Mi-MH 5 met zegels Mi 2800, 2801, 2803 en 2804)

Zegelgek blijft nog even hangen in Lissabon, want ook Portugal ging op 1 juli 1853 postzegels uitgeven.

 

 

 

 

 

Foto van Kamehameha III uit 1853 door Hugo Stangenwald (1829-1899)

Een nog vrij jong koninkrijk in de Grote Oceaan was in 1853 Hawaii. Het rijkje van 137 eilanden en eilandjes was in 1810 pas verenigd onder Kamehameha de Grote, die de tegenstellingen tussen de diverse stamhoofden wist op te lossen en in zijn eentje ging regeren.

Hawaii, het werd door de Spanjaarden mogelijk al gezien, maar die lieten het letterlijk links liggen, zoals de eerste bewoning van de eilanden pas eerst plaats had gevonden tussen de jaren 400 en 700, toen Polynesische immigranten er zich vestigden. Later kwamen de Tahitianen en die stichten hun eigen eilandrijkjes, die bleven bestaan totdat Kamehameha ze onder één bestuur bracht. In de tussentijd was James Cook er aan land geweest, hij moest het door inschattingsfouten jegens de diep bijgelovige bevolking met de dood bekopen. Tot zover zou het koninkrijk geïsoleerd gebleven kunnen zijn, maar na Cook kwamen er meer passanten, waaronder missionarissen die, op voorspraak van Kamehameha, de bewoners het christendom bijbrachten.

Mi 6 uit 1853. Deze werd speciaal voor post naar de VS uitgegeven, wat blijkt uit de tariefaanduidingen aan de zijkanten.

Kamehameha III werd als Kauikeaouli geboren op 11 augustus 1813 als zoon van de (waarschijnlijk) al bijna 80-jarige Grote Kamehameha en een van diens vele vrouwen. Na het overlijden van zijn vader toen hij 6 was werd die nog opgevolgd door een 16 jaar oudere halfbroer maar deze overleed al op 28-jarige leeftijd. Kauikeaouli werd dus al op 11-jarige leeftijd gekroond tot koning. Hij zou tot zijn dood op 15 december 1854 de eilanden regeren en zou het land omvormen tot een voor die dagen moderne constitutionele monarchie. Hierbij werd hij geholpen door de Amerikaanse missionaris William Richards (1793-1847).

Hawaii Mi 3 uit 1851

Een andere hervorming, die in 1851 doorgevoerd werd, was de invoering van een postsysteem. Niet zozeer vanwege de eigen behoefte, maar vooral van die van de missionarissen, die het thuisfront van hun ervaringen op de hoogte wilden stellen. Het begon met enigszins provisorische cijferzegels, maar in 1853 kwamen er portretten van de bijna 40-jarige koning. Het zouden de enige 2 zegels (in de waardes van 5 en 13 cents) zijn die ooit met zijn portret zouden verschijnen. Misschien een beetje opmerkelijk want de koning in kwestie heeft Hawaii een eind vooruit gebracht. Het motto van de huidige Amerikaanse staat – “Ua mau ke ea o ka ‘aina i ka pono”, wat zoveel betekent als ”Het bestaan van het land wordt voortgezet in rechtvaardigheid” – is ook van hem afkomstig. Hij sprak dit uit in 1843 toen de eilanden kortstondig door de Britten bezet waren geweest. Toch kon hij niet voorkomen dat buitenlandse mogendheden, zoals ook Frankrijk en de VS, steeds grotere belangstelling voor het eilandenrijk toonden.

Kauikeaouli was, zoals het een christen betaamt maar met één vrouw getrouwd en had slechts twee kinderen, die hij allebei overleefde. Als opvolger koos hij zijn neef en aangenomen zoon Alexander Liholiho, die begin 1855 Kamehameha IV werd. Kauikeaouli overleed waarschijnlijk aan de gevolgen van zijn drankzucht.

Een van de meest gevierde en op postzegels afgebeelde personen is Columbus. In 1853 was het uitgerekend het niet door hem ontdekte Chili waar hij voor het eerst werd afgebeeld. Daarover de volgende keer.