1 juli 1852 – Scinde Dawk

De rode Scinde Dawk (Mi 1)

De rode Scinde Dawk (Mi 1)

Nadat in Europa, Zuid-Amerika, Noord-Amerika en Australië al zo’n 250 postzegels waren verschenen, werd het tijd voor achterlopers Azië en Afrika om ermee te beginnen. Ook hier liepen de Britse koloniale autoriteiten voorop: in Afrika was het de Kaapkolonie die in 1853 startte en in Azië begon het een jaar later, want de eerste officiële Indiase zegels waren er in 1854 met het vertrouwde portret van koningin Victoria. Daarvóór echter, in 1852, was er al een experiment op basis van het al eeuwenoude bodesysteem in de Indusvallei in het huidige Pakistan, de Scinde Dawk, met andere woorden de Post van Sindh. Het werd uitgevoerd door rennende bodes die een soort van estafettesysteem onderhielden tussen de belangrijke plaatsen in het district, met name Karachi en Hyderabad, maar ook daarbuiten.

Sir Henry Bartle Frere

Sir Henry Bartle Frere

De Witte Scinde (Mi 2)

De Witte Scinde (Mi 2)

Dat het vanaf 1852 anders ging was te danken aan Henry Bartle Frere. Deze kreeg in 1850, dankzij zijn connecties – hij was de schoonzoon van de gouverneur van Bombay – zijn eerste diplomatieke baantje: hij werd commissaris van Sindh, een district dat in 1753 onder bestuur van de East India Company (EIC) was gekomen. Hij zag het bodesysteem met lede ogen aan en besloot de inefficiënte organisatie te veranderen. De bodes werden vervangen door paarden of kamelen en er werd één tarief ingesteld, van een halve anna. Deze moest – Bartle Frere was een groot bewonderaar van Rowland Hill! – vooruit betaald worden en dat vereiste de invoering van postzegels. De eerste zegel verscheen op 1 juli 1852 en was een reliëfdruk in rode was, die gebruikt werd om brieven te verzegelen. Dat voldeed niet, de was verkruimelde tijdens het vervoer en hele exemplaren zijn dan ook zeer zeldzaam. Het gevolg was dat men ander, wat dikker papier ging gebruiken waar het zegelbeeld droog in gestempeld werd. Ook dit had zijn nadeel, want de zegel was, wanneer op een brief geplakt nauwelijks te onderscheiden. Het werd dus tijd voor een derde poging die het beter deed. Dit keer werd aan De La Rue in Londen gevraagd in blauw papier te stempelen. Dit had wel het gewenste succes, maar ondertussen zat de Brits-Indische overheid niet stil en toen in 1854 de eerste Victoriazegels vanuit Calcutta over heel Brits-Indië verspreid werden ging dat gepaard met een resoluut intrekken van het lokale initiatief van Sindh. Met andere woorden: de blauwe versie is bijna net zo zeldzaam als de rode.

De Blauwe Scinde (Mi 3)

De Blauwe Scinde (Mi 3)

Het ontwerp is zeer eenvoudig en bestaat uit het koopmansteken van de EIC, een hartvorm met daarin de initialen van de compagnie, waaronder de waarde ½ ANNA en eromheen de lands- en gebruiksnaam SCINDE DISTRICT DAWK (Sindh District Mail). Het was min of meer de laatste stuiptrekking van de East India Company, die in 1600 was opgericht en in 1874 definitief opgeheven werd. In 1858 werden de bestuursactiviteiten al gestaakt, nadat in 1857 een grote opstand was uitgebroken en de compagnie daar niet goed op gereageerd had in de ogen van ‘Londen’. Vanaf dat jaar werd Brits-Indië rechtstreeks vanuit Engeland bestuurd.

Wapen van de EIC in de nadagen

Wapen van de EIC in de nadagen

De EIC was naast de VOC het machtigste handelsimperium van de wereld. Ze was op 31 december 1600 opgericht als gevolg van het verslaan van de Spaanse Armada in 1588. Britse kooplieden zagen immers hun kans schoon om eerder door Spanje en vooral Portugal beheerste zeeën te gaan bevaren en hun handelspositie verder te ondermijnen. De in 1602 opgerichte VOC probeerde daar met succes een stokje voor te steken en vooral in de eerste jaren stonden de twee compagnieën elkaar regelmatig naar het leven. Door het grotere succes van de VOC in de handelsoorlog om de Oostindische specerijen werden de invloedssferen wat meer afgebakend en gingen de Britten zich meer toeleggen op de handel in zijde, katoen en opium uit India en China. Ook kwam er voorzichtig wat onderlinge handel op gang: de Hollanders betrokken bijvoorbeeld opium via de Britten. Uiteindelijk ging de VOC veel sneller ten onder dan de EIC. Onze compagnie werd in 1798 failliet verklaard, de EIC hield het, zoals gezegd, 76 jaar langer vol.

Volgende week ontmoet Zegelgek de zoon van het konijn van Holland.

 

( Afbeeldingen zegels en portret van Frere komen van Bron, wapen EIC van Bron )