Oso y Madroño op Puert del Sol in Madrid (foto Adire Steenbrink, mei 2014)

Oso y Madroño op Puerta del Sol in Madrid (foto Adrie Steenbrink, mei 2014)

Speciaal voor Madrid verschenen er in 1853 stadspostzegels. Dat waren ook de enige die er ooit uitkwamen. Ondanks de vrij grote oplage van ruim 250.000 voor de zegel van 1 Cuarto zijn het tamelijk zeldzame zegels die lastig te vinden zijn.

Het moderne wapen van Madrid

Het moderne wapen van Madrid

Vruchten van de aardbeiboom

Het onderwerp van de zegel is natuurlijk typisch Madrileens: De Beer bij de Aardbeiboom, ook het onderwerp van het wapenschild van de Spaanse hoofdstad. Op de foto kun je hem zien op het centrale plein van de stad, de Puerta del Sol, waar in 1967 het beeld, gemaakt door Antonio Navarro Santafé (1906-1983), onthuld werd.

Wanneer de beer (feitelijk een berin) in het wapen van Madrid verscheen is niet bekend, maar de boom kwam er in de 13de eeuw bij vanwege een simpel economisch conflict tussen het wereldlijke en het geestelijk gezag over wie het eerste recht had op de land- dan wel de tuinbouwproducten. Het kwam erop neer dat de geestelijkheid het te zeggen zou krijgen over de producten van het land en de gemeenschap over de vruchten van de bomen. Nadat dit afgesproken was besloten de vroede vaderen van de stad hun aanwinst in het stadswapen onder te brengen en de beer daar letterlijk de vruchten van te laten plukken.

De aardbeiboom (arbutus unedo) is een bekende in het gehele Middellandse Zeegebied, maar komt ook voor in China. De naam is afgeleid van de vruchten, die zeer veel op aardbeien lijken en ook eetbaar zijn, maar dan smaken naar vijgen. Ze worden onder andere in likeuren en in jam verwerkt. Het was de Zweedse en in Nederland welbekende botanicus Carl von Linné alias Linnaeus die de boom zijn Latijnse naam gaf. De aardbeiboom is familie van de heide en die kunnen we in Nederland dan weer in bloei zien in augustus!

Stadpostzegel van 1 cuarto (Mi 23)

Stadpostzegel van 1 cuarto (Mi 23)

Zegel voor de postzegeltentoonstelling ESPAÑA 2000 uit Monaco (Mi 2519)

Zegel voor de postzegeltentoonstelling ESPAÑA 2000 uit Monaco (Mi 2519)

Deze lokaal in Madrid gebruikte postzegels werden bij koninklijk besluit uitgegeven om het steeds intensievere briefverkeer binnen de stad beter te kunnen reguleren. Als ontwerper werd aangezocht de Barcelonees Bartolomé Tomás Coromina Subirá (1808-1867), die in 1849 ook de zegels met het portret van koningin Isabella II had gemaakt. In eerste instantie was er de zegel van 3 cuartos (een cuarto is 1/ 4 real), maar deze werd op 15 oktober 1853 vervangen door een zegel van 1 cuarto die stond voor het gewone brieftarief. Deze zegel was geldig tot 31 oktober 1854, waarna de stadspostzegels niet meer gebruikt konden worden en er weer gewoon plaatjes van koningin Isabella II gebruikt moesten worden.

Vreemd genoeg is de beer van Madrid verder nooit meer op postzegels verschenen, behalve één keer in Monaco, in 2000.

Volgende keer ontmoet Zegelgek een opmerkelijk staatshoofd: de koning van Hawaii.

 

 

Portret van Napoleon III ca 1860 (onbekende fotograaf)

En hoe was het intussen in Frankrijk? In 1849 waren ze begonnen met de Cereszegels en dat beantwoordde precies aan de staat van het land zoals dat nu nog is: wanneer we een republiek zijn gebruiken we uitsluitend symbolische voorstellingen voor onze frankeerzegels en geen portretten van levende staatshoofden. Vrijheid, gelijkheid en broederschap en verder geen gemeier. Toch waren er twee uitzonderingen. Zo was er in de Tweede Wereldoorlog ene Philippe Pétain, leider van het collaborerende Vichy-regime, maar toen was Frankrijk niet haar aloude zelf. De andere keer was in de tweede helft van 1852 en dat was de opmaat voor een staatkundige verandering later dat jaar. De leider toen was Louis Napoleon, president van de Franse Republiek, die toen al droomde dezelfde status te bereiken als zijn roemruchte oom zo’n 50 jaar eerder.

Napoleon werd geboren op 20 april 1808 als Charles-Louis-Napoleon Bonaparte, zoon van Louis-Napoleon, toen koning van Holland, en Hortense de Beauharnais, zus van Joséphine, die op haar beurt met keizer Napoleon getrouwd was. Louis en Hortense kregen, ondanks hun beroerde huwelijk, drie zonen, waarvan Charles (roepnaam Louis) de jongste was. Hij zou zijn beide broers ruim overleven en werd in 1832, toen ook de kinderen van de gewezen keizer Napoleon ‘op waren’, erfopvolger van de Bonapartes. Toen het zover was zou hij zijn kans grijpen, maar zijn eerdere pogingen een staatsgreep te ontketenen in 1836 en 1840 zouden mislukken. Na de tweede poging werd hij zelfs opgesloten in het kasteel van Ham in Noord-Frankrijk, sinds de Eerste Wereldoorlog nog slechts een ruïne.

Victor Hugo in ballingschap op Jersey

Victor Hugo in ballingschap op Jersey

De revolutie van 1848 bracht Louis Napoleon een legale gelegenheid om aan de macht te komen. Na de afzetting van Louis Philippe kwamen er verkiezingen voor de Assemblée Nationale. Aanvankelijk had Louis Napoleon niet zoveel succes, maar dat verbeterde snel. Toen de grondwet vereiste dat er presidentsverkiezingen kwamen wist hij niet alleen de populaire republikein Adolphe Thiers, maar ook de schrijver en politicus Victor Hugo aan zich te binden. De toch nog vrij grote aanhang die de Bonapartes hadden zorgden er verder voor dat Louis de eerste, en naar zou blijken enige, president van de Franse Tweede Republiek werd.

De eerste afbeelding van Napoleon III (Mi 9)

De eerste afbeelding van Napoleon III (Mi 9)

Een periode van drie jaar geruzie tussen de eigengereide president en de Nationale Vergadering volgde. Thiers en Hugo kregen er in toenemende mate spijt van hun lot aan dat van Louis-Napoleon verbonden te hebben. De laatste werd zelfs een openlijke tegenstander en ging later in ballingschap. Op 2 december 1851 barstte tenslotte de bom: de president pleegde een staatsgreep tegen de Nationale Vergadering en hief die tijdelijk op. Daarna kwam er een (zeer waarschijnlijk) gemanipuleerd referendum om de staatsgreep goed te keuren. In 1852 begon Louis Napoleon aan de grondwet te sleutelen zodat hij de oppositie kon inbinden en staatshoofd voor het leven kon worden. De nieuwe Nationale Vergadering bestond voortaan voor het overgrote deel uit medestanders. En alsof dat nog niet genoeg was besloot de president keizer te willen zijn van het Tweede Franse Keizerrijk. Op 2 december 1852, een jaar na de staatsgreep, werd president Louis-Napoleon keizer Napoleon III.

Noord-Korea Mi 2603 uit 1984

Noord-Korea Mi 2603 uit 1984

Als keizer hield Napoleon III van aanpakken. Een van zijn projecten was een grondige verbouwing van Parijs die door Baron Haussmann werd ondernomen. Parijs werd een voor die tijd moderne stad met brede boulevards, warenhuizen, banken als de Crédit Lyonais en de Société Générale en natuurlijk de Opéra die in ‘Napoleon III stijl’ werd uitgevoerd. Verder werd het spoorwegnet grondig gemoderniseerd en uitgebreid en werden de havens van Le Havre en Marseille aangepakt zodat Frankrijk via de scheepvaart met de rest van de wereld verbonden kon zijn. Napoleon III was dan ook de grootste sponsor van het Suezkanaal, dat tussen 1859 en 1869 gegraven werd. In eigen land stond hij, om de oppositie gedeisd te houden, diverse liberale ontwikkelingen toe.

In 1853 trok hij samen met het bevriende Engeland op tegen de Russen, die de Turken onder druk hadden gezet om meer invloed op de Balkan te krijgen: de Krimoorlog was geboren en werd een grote overwinning voor de geallieerden. De in 1855 aangetreden Russische tsaar, Alexander II, besloot de vrede te accepteren en sloot tevens een bondgenootschap met de Fransen zodat die vrede voor enige tijd gegarandeerd zou zijn. Ook trok Napoleon zich het lot van de Italianen aan en besloot hulp te bieden aan de Sardijnse koning Victor Emanuel II. Hoewel de Franse deelname aan de Italiaanse onafhankelijkheidsoorlog maar een verdeeld succes was – Venetië werd bijvoorbeeld niet op de Oostenrijkers veroverd – leverde het wel gebiedsuitbreiding op met onder andere het gebied rond Nice en kon Victor Emanuel zich in 1861 tot koning van Italië laten kronen. Bovendien wist Napoleon ook Oostenrijk in zijn kamp te krijgen. Een ander gevolg was dat Napoleon, die gruwelde van het aantal slachtoffers in met name de Slag bij Solferino, een zeer enthousiast supporter van de ideeën van Henri Dunant werd om een internationale zorgorganisatie te stichten: het Rode Kruis.

De eerste zegel van Nieuw-Caledonië

De eerste zegel van Nieuw-Caledonië

Napoleon III met lauwerkrans van D-A Barre (Mi 29)

Napoleon III met lauwerkrans van D-A Barre (Mi 29)

Tot zover kon het buitenlands beleid van Napoleon dus als een succes beschouwd worden, maar een poging om in Mexico een gelijkgestemde monarchie overzee te stichten werd een faliekante mislukking omdat niet alleen de Mexicanen ertegen waren, maar ook de Amerikanen, die juist de Burgeroorlog achter de rug hadden. De Fransen werden verdreven en de keizer, Maximiliaan I, een broer van de Oostenrijkse keizer Franz Joseph, werd door de Mexicaanse troepen voor het vuurpeloton gebracht.

Een ander probleem dat optrad was de groeiende invloed van Pruisen als grootmacht. Onder leiding van de Pruisische kanselier Otto von Bismarck werd de weg ingeslagen naar Duitse eenheid, maar hij vond daarbij in de eerste plaats Oostenrijk op zijn weg. In 1867 versloegen de Duitse legers de Oostenrijkers en daarmee was een bondgenoot van Frankrijk uitgeschakeld. Ondertussen probeerde Bismarck met succes de andere bondgenoten van Frankrijk zoet te houden en deed voorbereidingen om het in zijn ogen te machtige Frankrijk een lesje te leren. Een stok werd gevonden in de troonsopvolging van Spanje, waar Leopold van Hohenzollern-Sigmaringen, verwant aan de Pruisische koning Wilhelm I, de troon aangeboden kreeg. Frankrijk voelde zich aan twee kanten bedreigd en wist te bewerkstelligen dat Leopold zich terugtrok als kandidaat, maar maakte daarna een grote diplomatieke fout door de Franse ambassadeur in Pruisen, graaf Benedetti, naar Bad Ems te sturen, om Wilhelm, die hier voor een korte vakantie was, duidelijk te maken dat Frankrijk niet nog eens Pruisische inmenging in Spanje zou accepteren. Wilhelm accepteerde de Franse beweegredenen, maar stuurde Bismarck wel een telegram – bekend als de Emser Depêche – om over het gebeurde te vertellen. De IJzeren kanselier op zijn beurt wist het verhaal zo te verdraaien dat Benedetti de Pruisische koning openlijk had beledigd en dat als Frankrijk oorlog wou het dat ook zou krijgen: op 19 juli 1870, zes dagen na het fatale telegram, verklaarde Frankrijk Duitsland de oorlog. Het werd de ondergang voor Napoleon III: binnen twee maanden waren de Franse legers verslagen terwijl de bondgenoten geen vinger uitstaken. De keizer werd gevangen gezet op een kasteel in de buurt van Kassel en week, toen hij na het tekenen van de vrede vrijgelaten werd, uit naar Engeland, waar hij zijn laatste jaren sleet op een landhuis bij Chislehurst aan de zuidoostkant van Londen. Op 9 januari 1873 overleed hij er. Zijn echtgenote Eugenie Montijo richtte in 1879 een mausoleum op voor hun in Zuid-Afrika gesneuvelde zoon in Farnborough in Hampshire en liet ook de resten van haar man daar bijzetten. In 1920 werd zij er ook zelf bijgezet.

Mozambique gaf in 2012 een serie en velletje uit geheel gewijd aan Napoleon III (Mi Block 590)

Mozambique gaf in 2012 een serie en velletje uit geheel gewijd aan Napoleon III (Mi Block 590)

Op 12 augustus 1852 werd de toen nog toekomstige keizer voor het eerst afgebeeld op een postzegel. Net als de Cereszegels werd het ontwerp geleverd door Jacques-Jean Barre, die simpelweg de beeltenis van de landbouwgodin veranderde door dat van het staatshoofd. Vanaf 1853 werd de tekst REPUB FRANC vervangen door EMPIRE FRANC. In 1862 verschenen de eerste getande zegels. Vanaf 1863 verscheen een nieuwe serie, ontworpen door Désiré-Albert Barre (1818-1878), zoon van Jacques-Jean. Na 1870 werd Napoleon III nog een enkele keer herdacht, vooral in landen waar commerciële massa-uitgiftes aan de orde van de dag waren. Voorbeelden zijn Noord-Korea en Mozambique. Ook was zijn portret te vinden op de eerste zegel van Nieuw-Caledonië in 1860, waar toen een zelfstandige postdienst werd ingericht. Dit werd in 1960 herdacht met een zegel in gelijke tekening.

Volgende keer gaat Zegelgek naar de stadspostzegels van Madrid kijken.

De rode Scinde Dawk (Mi 1)

De rode Scinde Dawk (Mi 1)

Nadat in Europa, Zuid-Amerika, Noord-Amerika en Australië al zo’n 250 postzegels waren verschenen, werd het tijd voor achterlopers Azië en Afrika om ermee te beginnen. Ook hier liepen de Britse koloniale autoriteiten voorop: in Afrika was het de Kaapkolonie die in 1853 startte en in Azië begon het een jaar later, want de eerste officiële Indiase zegels waren er in 1854 met het vertrouwde portret van koningin Victoria. Daarvóór echter, in 1852, was er al een experiment op basis van het al eeuwenoude bodesysteem in de Indusvallei in het huidige Pakistan, de Scinde Dawk, met andere woorden de Post van Sindh. Het werd uitgevoerd door rennende bodes die een soort van estafettesysteem onderhielden tussen de belangrijke plaatsen in het district, met name Karachi en Hyderabad, maar ook daarbuiten.

Sir Henry Bartle Frere

Sir Henry Bartle Frere

De Witte Scinde (Mi 2)

De Witte Scinde (Mi 2)

Dat het vanaf 1852 anders ging was te danken aan Henry Bartle Frere. Deze kreeg in 1850, dankzij zijn connecties – hij was de schoonzoon van de gouverneur van Bombay – zijn eerste diplomatieke baantje: hij werd commissaris van Sindh, een district dat in 1753 onder bestuur van de East India Company (EIC) was gekomen. Hij zag het bodesysteem met lede ogen aan en besloot de inefficiënte organisatie te veranderen. De bodes werden vervangen door paarden of kamelen en er werd één tarief ingesteld, van een halve anna. Deze moest – Bartle Frere was een groot bewonderaar van Rowland Hill! – vooruit betaald worden en dat vereiste de invoering van postzegels. De eerste zegel verscheen op 1 juli 1852 en was een reliëfdruk in rode was, die gebruikt werd om brieven te verzegelen. Dat voldeed niet, de was verkruimelde tijdens het vervoer en hele exemplaren zijn dan ook zeer zeldzaam. Het gevolg was dat men ander, wat dikker papier ging gebruiken waar het zegelbeeld droog in gestempeld werd. Ook dit had zijn nadeel, want de zegel was, wanneer op een brief geplakt nauwelijks te onderscheiden. Het werd dus tijd voor een derde poging die het beter deed. Dit keer werd aan De La Rue in Londen gevraagd in blauw papier te stempelen. Dit had wel het gewenste succes, maar ondertussen zat de Brits-Indische overheid niet stil en toen in 1854 de eerste Victoriazegels vanuit Calcutta over heel Brits-Indië verspreid werden ging dat gepaard met een resoluut intrekken van het lokale initiatief van Sindh. Met andere woorden: de blauwe versie is bijna net zo zeldzaam als de rode.

De Blauwe Scinde (Mi 3)

De Blauwe Scinde (Mi 3)

Het ontwerp is zeer eenvoudig en bestaat uit het koopmansteken van de EIC, een hartvorm met daarin de initialen van de compagnie, waaronder de waarde ½ ANNA en eromheen de lands- en gebruiksnaam SCINDE DISTRICT DAWK (Sindh District Mail). Het was min of meer de laatste stuiptrekking van de East India Company, die in 1600 was opgericht en in 1874 definitief opgeheven werd. In 1858 werden de bestuursactiviteiten al gestaakt, nadat in 1857 een grote opstand was uitgebroken en de compagnie daar niet goed op gereageerd had in de ogen van ‘Londen’. Vanaf dat jaar werd Brits-Indië rechtstreeks vanuit Engeland bestuurd.

Wapen van de EIC in de nadagen

Wapen van de EIC in de nadagen

De EIC was naast de VOC het machtigste handelsimperium van de wereld. Ze was op 31 december 1600 opgericht als gevolg van het verslaan van de Spaanse Armada in 1588. Britse kooplieden zagen immers hun kans schoon om eerder door Spanje en vooral Portugal beheerste zeeën te gaan bevaren en hun handelspositie verder te ondermijnen. De in 1602 opgerichte VOC probeerde daar met succes een stokje voor te steken en vooral in de eerste jaren stonden de twee compagnieën elkaar regelmatig naar het leven. Door het grotere succes van de VOC in de handelsoorlog om de Oostindische specerijen werden de invloedssferen wat meer afgebakend en gingen de Britten zich meer toeleggen op de handel in zijde, katoen en opium uit India en China. Ook kwam er voorzichtig wat onderlinge handel op gang: de Hollanders betrokken bijvoorbeeld opium via de Britten. Uiteindelijk ging de VOC veel sneller ten onder dan de EIC. Onze compagnie werd in 1798 failliet verklaard, de EIC hield het, zoals gezegd, 76 jaar langer vol.

Volgende week ontmoet Zegelgek de zoon van het konijn van Holland.

 

( Afbeeldingen zegels en portret van Frere komen van Bron, wapen EIC van Bron )

Het wapen van Bourbons Parma

Het wapen van Bourbons Parma

Het Huis van Bourbon kent een lange geschiedenis. In de 10e eeuw begon dat met Hugo Capet, een Bourgondische hertog die tot koning van Frankrijk werd gekozen, nadat de laatste Karolingische koning overleden was. Alle navolgende koningshuizen van Frankrijk, Valois, Orléans en Bourbon, stamden in de mannelijke lijn af van Hugo Capet.

De eerste Bourbon-koning was Hendrik IV, de grootvader van Lodewijk XIV. Deze wist in 1700 een kleinzoon als Filips V op de Spaanse troon te krijgen toen de laatste Habsburgse koning, de zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapte Karel II overleden was. Filips was getrouwd met de erfdochter van Parma, Elisabeth Farnese en werd zo dus de eerste Bourbon-hertog van Parma. Afgezien van een korte periode van Habsburgse heerschappij bleef Parma zodoende in handen van de Bourbons. Tot 1859 want toen ging Parma op in het nieuw te vormen koninkrijk Italië.

Parma Mi 1

Parma Mi 1

Al in de 12e eeuw voerden de Capetingse koningen van Frankrijk een wapen met 27 hele en wat halve lelies op een blauwe achtergrond, later werden het er gewoon 3. De legende zegt dat de lelie bij de Frankische koning Clovis hoorde, hij zou het symbool van de Maagd Maria hebben gekregen bij zijn kroning, waarmee aangetoond kon worden dat de macht rechtstreeks van God zou komen.

Parma Mi 9

Parma Mi 9

In 1852 verschenen dan ook in Parma postzegels. Het zouden er totaal 16 worden in drie types, waarvan de eerste twee centraal de Bourbonlelie tonen. De eerste zegels geven als landsnaam ‘Stati Parm’, op de latere zegels staat Duc di Parma Piac Ecc, waarmee ook Piacenza wordt genoemd, dat sinds 1545 van het hertogdom uitmaakte. De Ecc staat voor ‘et cetera’, en dat staat hier voor Guastalla, Borgotaro en Borgo San Donnino, samen met Parma en Piacenza waren dit sinds 1833 de vijf provincies van het hertogdom.

Na 1859 kwam de fleur-de-lys nog regelmatig op postzegels voor. In Frankrijk zie je hem vooral op de zegels met stads- en streekwapens terugkomen, zoals die tussen 1940 en 1965 als frankeerzegels verschenen. Daarnaast is de fleur-de-lys het internationale symbool van de scouting. Een kleine selectie van Franse postzegels zie je hier:

Frankrijk Mi 617, 850, 786,  1025 en 1223

Frankrijk Mi 617, 850, 786, 1025 en 1223

Volgende keer een uitstapje naar de eerste postzegels van India

.

Het wapen van groothertogdom Oldenburg tussen 1816 en 1867

Het wapen van groothertogdom Oldenburg tussen 1816 en 1867

Het groothertogdom Oldenburg in Noord-Duitsland was een van de vele creaties van het Congres van Wenen in 1815. Het was een hele promotie voor de Oldenburgers want voor de Franse bezetting was het een eenvoudig hertogdom en voor 1773 zelfs niet meer dan een graafschap, gelieerd aan het hertogdom Holstein-Gottorp en daarmee eigendom van het Deense koningshuis.

Het (nog ridderlijke) wapen van de graven van Oldenburg

Het (nog ridderlijke) wapen van de graven van Oldenburg

Het wapen van Delmenhorst

Het wapen van Delmenhorst

Oldenburg gaf naam aan een oud grafelijk geslacht waaruit tegenwoordig de Deense koningen nog stammen. Het huis zelf stierf weliswaar in mannelijke lijn al in 1667 uit, maar twee eeuwen daarvoor in 1448 was wel de Deense koning Christiaan I, die meteen ook koning van Noorwegen en Zweden was, eruit voortgekomen. Het wapen, 5 horizontale banden in de heraldische kleuren goud-keel-goud-keel-goud maakt nog altijd deel uit van het wapen van koningin Margaretha II. Het is dus ook onderdeel van het wapen van het groothertogdom zoals op de eerste postzegels van Oldenburg te zien is.

Het wapen van Oldenburg bestaat op de postzegel uit twee delen, maar in werkelijkheid zijn het er vijf. Op de zegels die vanaf 1859 werden uitgegeven zijn die allemaal te zien. Naast het wapen van het Huis Oldenburg vind je dat van het graafschap Delmenhorst, een gouden kruis op een azuren veld. Het graafschap Delmenhorst ligt min of ingeklemd tussen Oldenburg en de stad Bremen. In Delmenhorst bevond zich een burcht van de graven van Oldenburg die van 1281 tot 1447 hun eigen graafschap Delmenhorst bestuurden. Daarna fuseerden ze weer.

Het wapen van Birkenfeld

Het wapen van Birkenfeld

In de onderste helft precies nog zo’n kruis, maar dan met een mijter. Dit was het wapen van het in 1803 opgeheven prinsbisdom van Lübeck. Dit werd, hoewel enkele honderden kilometers ervandaan gelegen, vanaf 1773 onderdeel van het nieuwgevormde hertogdom. Dit had te maken met een ruil, opgezet door de Russische tsarina Catharina II, zelf een Duitse prinses en getrouwd met de Holsteinse prins Peter, die gedurende 7 maanden in 1762 tsaar Peter III was. Hij werd door zijn echtgenote afgezet en (waarschijnlijk in haar opdracht) vermoord. Hun zoon Paul, als erfprins van Holstein-Gottorp en nominaal graaf van Oldenburg, zou Oldenburg overdragen aan de prinsbisschop van Lübeck die weer uit een andere Holsteinse lijn stamde. Hierdoor werd Oldenburg formeel losgemaakt van Denemarken.

De eerste zegel van Oldeburg, met nog een half wapenschild

De eerste zegel van Oldenburg, met nog een half wapenschild

Het deel rechtsonder is het wapen van het Prinsdom Birkenfeld, een smalle strook land in de huidige deelstaat Rheinland-Pfalz. Dit gebied werd bij het Congres van Wenen toegewezen aan Peter I van Oldenburg wegens verdienste in de strijd tegen Napoleon. Aanvankelijk was hij er niet blij mee, gezien de afstand tot zijn hoofdstad, maar hij besloot het aan te nemen, omdat hij anders ook geen groothertog kon worden.

Ten slotte vind je nog een wapenleeuwtje onderin, dit hoort bij de heerlijkheid Jever, tegenwoordig hoofdstad van het district Friesland binnen de deelstaat Nedersaksen en toentertijd in het noorden van Oldenburg gelegen.

Oldenburg Mi 6, nu met het volledige wapen

Oldenburg Mi 6, nu met het volledige wapen

Op 5 januari 1852 kwamen de eerste zegels van Oldenburg uit. De zegels werden ontworpen en gedrukt bij de in 1599 opgerichte grafelijke drukkerij, in 1789 overgenomen door Gerhard Stalling  (1757-1818), die zijn naam eraan verbond. Inmiddels stond zoon Johann Heinrich Stalling (1798-1882) aan het roer en hij bracht een belangrijke ontwikkeling in door samen te gaan werken met de tot dan toe in Brussel gevestigde Carl Senefelder (1786-1836), de broer van Alois Senefelder, de uitvinder van de lithografie (steendruk). Aldus werd de drukkerij van Stalling een van de belangrijkste lithografische drukkerijen in Duitsland. De postzegels van Oldenburg van de uitgiften tussen 1852 en 1859 zijn dan ook alle lithografieën.

Tot in de jaren 60 was drukkerij en uitgeverij Stalling een grote naam in Oldenburg en verre omstreken. Daarna kwam de klad erin en nadat in 1977 de laatste erfgenaam overleden was ging het snel bergafwaarts. In 1983 werd het bedrijf failliet verklaard. Een doorstart heeft nog tot 2005 bestaan.

Volgende keer een ander wapensymbool: de lelie.