Koning Willem III op latere leeftijd (detail van portret op Paleis Soestdijk)

Koning Willem III op latere leeftijd (detail van portret op Paleis Soestdijk)

Bij de vele veranderingen die in Europa optraden na het revolutiejaar 1848 hoorde in diverse staten het instellen van een postwet, die voorafbetaling van de verzending van post regelde tegen uniforme tarieven. Nederland volgde deze ontwikkeling in 1850 en op 1 januari 1852 waren de eerste postzegels verkrijgbaar. Net zoals elders was gebruik nog niet verplicht, maar naar mate de tijd vorderde werd wel steeds meer gebruik gemaakt van de zegeltjes met het portret van koning Willem III.

Prins Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk werd geboren op 19 februari 1817 in een vleugel van wat nu het Paleis der Natie is in Brusselse Wetstraat. Dit gebouw fungeerde als zetel van de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden zoals Nederland en België samen heetten tussen 1815 en 1831.

Willem was als eerste zoon de natuurlijke troonopvolger van zijn vader, die in 1840 koning Willem II zou worden. Het was een eigenzinnige en niet heel intelligente jongen, die er zo zijn eigen ideeën op na hield over hoe hij het zou aanpakken als hij koning zou worden. Daarin werd hij niet bepaald bijgestuurd, gesteund of gestimuleerd door zijn vader, die in vrijwel alles het laatste woord had en zijn zoon nauwelijks bij regeringszaken betrok.

In 1849 overleed Willem II, die ondertussen in 1848 een liberale grondwet had toegestaan, die de macht van de koning dusdanig inperkte dat Willem III aanvankelijk overwoog om dan maar helemaal geen koning te worden. Zoals bij vele gelegenheden later zou hij zich toch in zijn lot schikken en daarmee haalde hij de opmerkelijk lange regeringsperiode van 41 jaar.

In 1839 was hij getrouwd met prinses Sophie van Württemberg, een intelligente en belezen vrouw en de tegenpool van haar man. Ze zouden drie zonen krijgen, die geen van alle in staat zouden blijken om het koningschap over te nemen: Willem was zo nodig nog eigenzinniger dan zijn vader verkoos zich na het zoveelste conflict terug te trekken in Parijs waar hij in 1879 overleed, Maurits stierf al op 6-jarige leeftijd aan een hersenvliesontsteking en Alexander was een depressieve alleenstaande man die in 1884 op 32-jarige leeftijd aan tyfus overleed in Den Haag. Vanaf 1855 leefden Willem en Sophie gescheiden.

De eerste zegel van Curaçao uit 1873

… en de eerste zegel van Curaçao uit 1873

De eerste postzegel van Nederland

De eerste postzegel van Nederland…

Na het overlijden van Sophie in 1877 moest Willem, om het Koninklijk Huis niet in een crisis te storten, op zoek naar een echte prinses. Hij had weliswaar ten minste tien buitenechtelijke kinderen, maar daar kon geen koning uit voortkomen. Een reisje naar Arolsen in het vorstendom van Waldeck en Pyrmont bracht uitkomst, hij maakte er kennis met de zussen Marie en Emma, die allebei wel in de smaak vielen. De keuze zou ten slotte vallen op de 20-jarige Emma. Na het huwelijk in 1879 werd op 31 augustus 1880 prinses Wilhelmina geboren. Geruchten over geslachtsziekten bij de bejaarde koning hebben altijd twijfels laten rijzen over of hij werkelijk de vader van de prinses was. Hij was echter wel verguld met zijn dochtertje.

Op 23 november 1890 overleed Willem III op Paleis het Loo na een omstreden leven van 73 jaar. Zoals gezegd was dat ook politiek omstreden. Met vrijwel iedere regeringsleider en iedere liberaal had hij wel ergens ruzie over, met name met J.R. Thorbecke, de grote man achter de liberale grondwet van 1848, die tot zijn dood in 1872 meermalen regeringsleider was. Na 1860 kwam er een iets betere verstandhouding tussen de mannen, maar vooral in de periode dat de besluiten als gevolg van de nieuwe grondwet genomen werden kwam het vaak tot ruzie waarin Willem na een boze bui toch maar weer inschikte en de wetten ondertekende. Zo ging het ook met de Postwet, maar met enkele alternatieve voorstellen van koninklijke wege kwam die er toch.

Jubileumzegel 100 jaar onafhankelijkheid uit 1913 (NVPH 96)

Jubileumzegel 100 jaar onafhankelijkheid uit 1913 (NVPH 96)

De ontwerper van de zegels was de Duitse immigrantenzoon Johan Wilhelm Kaiser, een leerling van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij inmiddels docent was geworden. Hij was lid van een familie die uiteenlopende vormen van kunst en wetenschap bedreef. Zijn broer Frederik was sterrenkundige aan de Leidse universiteit (waar de Kaiserstraat naar hem vernoemd is), zijn zoon Louis (1864-1915) was een erkend pionier in de gynaecologie, zijn dochter Aletta was getrouwd met natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hendrik Antoon Lorentz (die op zijn beurt weer gestudeerd had bij Frederik), zijn zoon Johan Willem (1847-1920) werd kunstschilder en zijn kleinzoon, ook een Johan Willem, een zoon van Louis, kreeg in de jaren 50 enige bekendheid als spiritualist en metgezel/mentor van ene Greet Hofmans. En zo was de cirkel met het Koninklijk Huis weer rond…

Kaiser, die inmiddels al tal van gravures op zijn naam had staan, kreeg in 1851 de opdracht. Voor de technische kant van de postzegels werd Jacob Wiener aangezocht, die al enkele jaren ervaring had met de vervaardiging van de eerste Belgische postzegels. Kaiser zou ook de zegels van 1864 voor zijn rekening nemen en de eerste uitgifte van Nederlands-Indië, eveneens uit 1864.

Na 1890 was het bijna afgelopen met postzegels van Willem III, die tot dan toe op het merendeel van de postzegels van Nederland, Nederlands-Indië, Curaçao en Suriname had gestaan. Alleen op de Jubileumzegels van 1913 werd hij nog afgebeeld, en er waren reproducties van de eerste zegels bij o.a. de Amphilexuitgifte in 1967.

150 Jaar postzegels in Indië (Indonesië Mi 3122-24)

150 Jaar postzegels in Indië (Indonesië Mi 3122-24)

Volgende week nog een stukje Noord-Duitsland.

 

Het wapen van Pius IX

Het wapen van Pius IX

Met het begin van 1852 waren er een drietal landen en een ‘bedrijf’ die met postzegels begonnen. Het bedrijf in kwestie was het familiebedrijf van Thurn und Taxis, dat de post in de Duitse staten al sinds eeuwen verzorgde en daar nu postzegels voor ging uitgeven, overigens uitsluitend cijferzegels. Daarnaast waren het Braunschweig met een Saksenros, Nederland én de Kerkelijke Staat die aan de start stonden. Volgende week dus op Zegelgek’s podium onze eigen Willem III.

Ook de Kerkstaat bediende zich in de korte periode van zijn ‘postzegelbestaan’ – van 1852 tot 1870 – van één onderwerp, namelijk het pauselijk wapen. De basis daarvan bestond uit twee onderdelen, de tiara en de sleutels van Petrus. Joseph Ratzinger, de ‘gepensioneerde’ paus Benedictus XVI verving de tiara door een mijter, maar daarvoor maakte die tiara deel uit van het wapen sinds de eind 13de-eeuwse paus Benedictus VIII.

Kerkstaat Mi 25

Kerkstaat Mi 25 (nadruk)

Tiara’s werden al gedragen door koningen in het oude Mesopotamië, hier komt het woord ook etymologisch vandaan. Wanneer de eerst paus ermee gekroond werd is niet bekend, maar dit is waarschijnlijk al in de 11de of 12de eeuw gebeurd. Iedere paus tot aan Paulus VI had zijn eigen tiara en van een aantal zijn ze nog bewaard gebleven. Die van Paulus VI bevindt zich in een kerk in Washington. Sinds 1978 worden pausen nog uitsluitend met een mijter ingewijd. Dit komt vooral omdat de tiara staat voor de wereldlijke macht van de paus en dus alleen in niet-liturgische gevallen gedragen werd.

Portzegel van Vaticaanstad (Mi 8)

Portzegel van Vaticaanstad (Mi 8)

De tiara bestaat uit een hoge kap van wit email omgeven door drie kronen, die de drie taken van de paus verbeelden. Ten eerste zijn rol als priester en leider van alle gelovigen van de Kerk van Rome. De middelste verbeeldt de rol als leraar en daarmee als hoofd van alle priesters en bisschoppen. De derde is de koninklijke rol, want de paus was natuurlijk ook staatshoofd van de Kerkelijke Staat die al in de 8ste eeuw bestond en in zijn grootste vorm het gebied van Rome tot Ancona en vandaar richting noordwesten Bologna en Ravenna omvatte. Hoewel de Kerkelijke Staat van 1870 tot 1929 niet bestond bleef de derde kroon behouden. Daarna werd de paus staatshoofd van zijn eigen 44 hectare grond, bekend als Vaticaanstad. De tiara wordt, net als de meeste kronen afgesloten door een kleine (wereld)bol en een kruis.

Kerkstaat Mi 9 (http://www.italianstamps.co.uk/states/papal/)

Kerkstaat Mi 9 (bron)

De sleutels zijn de gouden en zilveren exemplaren van Petrus, een van de 12 apostelen en de eerste paus. De gouden sleutel verbeeldt de toegang tot de hemelse, de zilveren tot die van de wereldlijke macht van de paus. Ze worden samengebonden door een rood koord. Sinds de middeleeuwen ligt op de sleutels het persoonlijke wapen van de paus, zoals hierboven te zien dat van Giovanni Maria Mastai-Ferretti alias Pius IX, die de kerk leidde van 1846 tot 1878.

Zuid-Afrika Mi 970

Zuid-Afrika Mi 970

Op 1 januari 1852 ging de postdienst van de Kerkelijke Staat in werking. De grote man achter deze dienst en de postzegels was de camerlengo van de Pius IX, Tommaso Riario Sforza (1792-1857), die die de zegels door een onbekende kunstenaar liet ontwerpen. Pius had aangegeven dat het ontwerp zo eenvoudig mogelijk moest zijn en niet zijn portret of persoonlijk wapen mocht bevatten en zo geschiedde. De serie bestond gelijk maar uit 9 verschillende waardes, variërend van ½ tot 8 Bajocchi, in ook 9 verschillende omlijstingen van het wapen: rechthoekig, rond, elliptisch, zeshoekig of in het geval van de 8 Baj ‘ingebogen vierkant’. De zegels werden op verschillende kleuren papier gedrukt. Dit maakt de serie met de monotone ontwerpjes toch uniek en wat vrolijker.

Na de opheffing van de Kerkelijke Staat in 1870 werd het pauselijk wapen nog maar mondjesmaat toegepast. De eerste serie zegels van het Vaticaan in 1929 toont ze nog en later komen ze, al of niet voorzien van het persoonlijke wapen wel weer voor bij onder andere de bezoeken van Johannes Paulus II aan andere landen, zoals in 1995 aan Zuid-Afrika.

Narcissen, het symbool van Wales

Narcissen, het symbool van Wales

Soms verwacht je lokale onderwerpen of juist iets heel algemeens. In de meeste Britse kolonieën is meestal het laatste het geval met koningin Victoria of de vorige keer besproken Britannia, terwijl New South Wales met de Sydney Views en de kolonie Canada met zijn bever juist iets heel lokaals hadden. In New Brunswick en Nova Scotia zat het er tussenin, de eerste zegels tonen een kroon en heraldische bloemen. Maar wat voor bloemen? Juist: de Britse en niet iets van Canada zelf!

New Brunswick Mi 3 en Nova Scotia Mi 4

New Brunswick Mi 3 en Nova Scotia Mi 4

Het formaat is sowieso al bijzonder. Waar bijna iedere postzegel tot dat moment min of meer voldoet aan de in 1840 vastgestelde maten, ca 2 bij 1 ½ centimeter en opstaand, hebben er het hier over vierkante zegels die op hun punt staan, iets wat buitengewoon apart was. Bij mijn weten was de volgende die zoiets deed in de jaren 30 van de 20ste eeuw de Sovjet-satelliet Tannu-Touva, ergens bij de grens met Mongolië.

De Britse bloemen dus, welke zijn het? Laten we onderaan beginnen met Wales, hier zien we de narcis zoals hierboven gefotografeerd in het eigen perk. Op de zegel lastig als narcis te herkennen, vanwege de vreemde ronde bladeren, maar het is er toch een, want de deze letterlijke ‘huis-tuin-en-keukenbloem’ is de nationale bloem van Wales. Aanvankelijk was het geen narcis, maar meer een prei, die volgens de Welshe patroonheilige St. David op de helmen van zijn soldaten geprikt moest worden opdat zij herkend zouden worden als die van zijn leger in de slag tegen de Saksen die toen net bezig waren zich meester te maken van de Britse eilanden in de 6e eeuw. Ieder jaar op 1 maart, de naamdag van de heilige, worden de prei en/of de narcis nog gedragen.

De shamrock als beeldmerk (naast de harp) van Ierland

De shamrock als beeldmerk (naast de harp) van Ierland

Een stapje naar links zie je de klaver. In Ierland zullen ze je raar aankijken als je de nationale blaadjes ‘clover’ noemt, waar de Ierse benaming de ‘shamrock’ is, afgeleid van het Keltische ‘seamair óg’ (jonge klaver). Ook het gebruik van dit symbool gaat terug op dat van de nationale patroonheilige, St. Patrick, die in de 5de eeuw actief was met het kerstenen van de heidense volken in Ierland. Hij gebruikte het plantje naar men zegt om uit te leggen hoe de Heilige Drie-eenheid  in elkaar stak en dat sloot nauw aan bij het begrip van zijn gehoor: in het Keltische heidense geloof stond het cijfer 3 al als bijzonder bekend, wat het eenvoudiger maakte om de Ieren het christelijke geloof bij te brengen. Hoewel de shamrock als Ierse nationale bloem al in de 16de eeuw in gedichten werd vermeld is het pas in 1675 voordat er een link wordt gelegd met St. Patrick. Op 17 maart, St. Patrick’s Day, lopen ook de Ieren met het klaversymbool op hun kleren.

Schotse distel met kroon

Schotse distel met kroon

Geheel rechts op de postzegel zit de Schotse distel. Ook deze heeft de Schotten gered naar men zegt, als was het een paar eeuwen later dan in Wales en Ierland: in de 13e eeuw deed de Noorse koning Haakon IV een allerlaatste Scandinavische poging om invloed te krijgen op de Britse eilanden. Op zekere nacht wilde hij een poging doen een Schots legerkamp te overvallen en stuurde een paar verkenners om te controleren of de kust echt veilig was. Een van deze soldaten trapte echter in een distel en schreeuwde het uit van de pijn. Gevolg was uiteraard dat de Schotten gewekt werden en vervolgens Haakon en zijn leger de aftocht deden blazen. Nooit heeft er meer een Noor met oorlogszuchtige bedoelingen een voet durven zetten in Schotland. Of het waar is is natuurlijk niet bekend, maar zeker is dat een generatie na Haakon IV de Schotse koning Alexander III de distel als zijn persoonlijk symbool ging beschouwen. De belangrijkste Schotse ridderorde is de ‘Order of the Thistle’. De distel is verder het beeldmerk van de beroemdste encyclopedie ter wereld, de Encyclopædia Britannica, die in 1768 in Edinburgh het levenslicht zag, maar overigens sinds 1901 in de Verenigde Staten wordt uitgegeven.

De Tudor Rose, sinds 1487 de Engelse heraldische bloem

De Tudor Rose, sinds 1487 de Engelse heraldische bloem

En dan nog even naar boven, want daar vind je de Engelse roos. Dit verwijst naar het symbool van de Engelse middeleeuwse koningen. De roos die nu nog als bloemsymbool wordt gebruikt is de ‘Tudor Rose’, dit was de roos van koning Henry VII Tudor, die in 1485 de laatste Plantagenet-koning Richard III had verslagen. Hiermee kwam er een eind aan de War of the Roses, een al sinds 1455 uitgevochten oorlog tussen de rivaliserende koningshuizen van York, getooid met witte rozen, en Lancaster, dat de rode roos voerde. Inzet was de erfenis van het oude koningshuis Plantagenet, waar beide partijen meenden recht op te hebben. Henry was een Welshe edelman die via moederszijde verwant was aan de Lancasters. Toen hij op het toneel verscheen bleek hij onmiskenbaar over de sterkste legers te beschikken. Toen hij Richard III verslagen had en koning was geworden besloot hij – in 1486 – te trouwen met een lid van de rivaliserende partij, Elizabeth van York, waarmee de vrede definitief bezegeld was. Henry koos als symbool voor een mengvorm van de beide rozen, een rode roos met een wit hart.

Na deze botanische studie gaan we op auditie bij de paus.

Aramda Monument in Plymouth (Wikimedia Commons/Mageslayer89)

Armada Monument in Plymouth (Wikimedia Commons/Mageslayer89)

“Rare jongens, die Romeinen”, het is de welbekende uitspraak van de Franse stripheld Obelix als trouwe metgezel van hoofdpersoon Asterix. Een ding wat de Romeinen gelukt is – en wat alleen de Deense Vikingen daarna nog lukte (even los gezien van de volksverhuizingen) – was de eilanden die we kennen als de Britse, grotendeels te veroveren. De Romeinen noemden de eilanden Britannia, in navolging van de Griekse ‘ontdekker’ Pytheas van Massalia, die hier al in 325 v.Chr. rondvoer.

Munt met portret van Antoninus Pius en aan de keerzijde Britannia uit AD 154

Munt met portret van keizer Antoninus Pius en aan de keerzijde Britannia uit AD 154

Trinidad Mi 3

Trinidad Mi 3

De Romeinen veroverden geleidelijk aan vanaf 43 v.Chr. het merendeel van het eiland. Verder dan Schotland kwamen ze niet en het is daar waar ze de bekende grensmuur, de Hadrian’s Wall, bouwden. Ook stichtten ze enkele kleine kolonies in Ierland. Vijf eeuwen later was het allemaal weer gedaan. De hoge kosten van het onderhoud van het rijksdeel aan de overkant van het Kanaal en de steeds frequentere aanvallen op de grenzen van volken als de Picten in het huidige Schotland, deden de laatste Romeinse legioenen besluiten terug te keren naar het zuiden. Naast de naam Britannia hadden ze ook de symboliek geïntroduceerd, zoals op munten te zien is.

De naam Britannia bleef hangen, het gaf kennelijk identiteit aan een aantal min of meer naamloze volken die op de eilanden leefden. De middeleeuwse geschiedschrijvers maakten althans gretig gebruik van de naam. Wat later, in de tijd van koningin Elisabeth I, werd de symboliek van Britannia weer opgepakt, een vrouwelijke gestalte, gewapend met een drietand, geflankeerd door een leeuw en voorzien van het vlaggenschild met de Engelse vlag. Deze werd later vervangen door de Union Jack. Vanaf 1672 verscheen Britannia weer op munten en dat tot op de dag van vandaag: in 2015 werd een nieuwe munt van 2£ geslagen met haar beeltenis. In de 18de eeuw werden daar nog lofdichten als het onofficiële volkslied Rule Britannia! aan toegevoegd.

Barbados Mi 10

Barbados Mi 10

Groot-Brittannië Mi 141 uit 1913

Groot-Brittannië Mi 141 uit 1913: koning George V en Britannia, rijdend op drie zeepaarden

De eerste postzegels met de beeltenis van Britannia verschenen in 1851 op het eiland Trinidad, dat later met Tobago werd samengevoegd. Hier zien we een afwijkende beeltenis: de drietand is vervangen door een speer, de leeuw door een zeilschip en handelswaar. In navolging van Trinidad kregen Barbados in 1852 en Mauritius in 1858 ook Britannia-zegels in dezelfde uitvoering en daarom zijn dit de eerste zogenaamde ‘key type stamps’, zegels met hetzelfde ontwerp en onderwerp uitgegeven in verschillende landen of gebieden. Nergens anders dan op Trinidad werd het onderwerp echter zo vaak gebruikt. Wat verder bij alle drie de eilanden opvalt is dat de kleur van de zegel de waarde bepaalt, er staat namelijk geen waardeaanduiding in. Deze werd pas toegevoegd in de jaren 60 van de 19e eeuw.

Nadat in Trinidad & Tobago in 1922 de laatste serie zegels met Britannia verscheen, kwamen er niet veel meer uit. Buiten de Britse gebieden was er één ander land met een afbeelding van Britannia: in Luxemburg werden de geallieerde bevrijders geëerd met een serie postzegels waarop de Britse Britannia op een van de zegels prominent in beeld is.

Luxemburg Mi 345 uit 1945

Luxemburg Mi 345 uit 1945

Een ander Brits ‘key type’ verscheen in enkele Canadese koloniën, maar daarover de volgende keer.