29 juli 1851 – Koning Friedrich August II van Saksen

Verre voorvaderen van Friedrich August II op de Fürstenzug in Dresden

Verre voorvaderen van Friedrich August II op de Fürstenzug in Dresden

De eerste zegels voor ‘gewoon’ gebruik in Saksen verschenen tegelijk met de wapenzegel voor drukwerken. Deze toonden het portret van koning Friedrich August II.

Friedrich August II op een lithografie uit 1850

Friedrich August II op een lithografie uit 1850

Saksen Mi 7

Saksen Mi 7

Friedrich August werd geboren op 18 mei 1797 in Pillnitz als zoon van prins Maximiliaan van Saksen. Dat hij ooit op de troon zou komen was aanvankelijk vrij onwaarschijnlijk, want bij zijn geboorte zat zijn oom Friedrich August III nog op de troon als keurvorst (vanaf 1815 koning Friedrich August I). Deze had weliswaar geen mannelijke nakomelingen, maar genoeg broers om hem op te volgen. Maximiliaan was nummer vijf van het gezin en hij werd pas kroonprins toen zijn twee oudere broers Karl en Joseph jong stierven en Anton zijn oudste broer (in 1827) was opgevolgd. Anton had echter ook geen kinderen, zodat Maximiliaan kroonprins werd. Hij wilde echter, nadat hij van de Parijse revolutie van 1830 had vernomen, geen koning worden en deed op 1 september van dat jaar officieel afstand van zijn rechten als kroonprins, zodat diens zonen in aanmerking begonnen te komen. Van die zonen was Friedrich August de oudste. Bij het overlijden van Anton in 1836 werd hij dus de nieuwe koning. Voor die tijd was hij al een soort van mede-regent naast zijn oom.

Standbeeld op de Neumarkt in Dresden

Standbeeld op de Neumarkt in Dresden

Friedrich August stond als tamelijk liberaal bekend al gaf hij pas in 1848 toe aan de heersende trend om ministeriële verantwoordelijkheid in te voeren en overheidscensuur op te heffen. De gebeurtenissen in de andere delen van Duitsland gingen hem echter te ver: het voorstellen van een grondwet voor een verenigd Duitsland door het Frankfurter Parlement was hem een doorn in het oog en daarom besloot hij het Saksische parlement, dat wel wilde instemmen met die grondwet, maar weer te ontbinden. Het gevolg was de Mei-opstand van 1849, waarin radicalen uit Dresden, gesteund door onder andere hofkapelmeester Richard Wagner en diens goede vriend, de Russische anarchist-to-be Michail Bakoenin, na 6 dagen ongelijke strijd verslagen werden door het Saksische en door Friedrich August te hulp geroepen Pruisische leger.

Barricaden in Dresden tijdens de Mei-opstand (C.W. Aridt)

Barricaden in Dresden tijdens de Mei-opstand (C.W. Aridt)

Zijn optreden in 1849 maakte Friedrich August tijdelijk minder populair, maar omdat de meeste opstandelingenleiders Duitsland al of niet gedwongen verlaten hadden (Wagner bijv. vluchtte via Zwitserland naar Beieren en werd daar de beroemde componist die we kennen, Bakoenin kwam in de voorloper van de Goelag-archipel terecht), kon hij in 1850 weer onder het volk verschijnen.  De oude werd hij echter nooit meer, de laatste jaren voor zijn dood trok hij zich steeds meer terug en besteedde veel tijd aan zijn grootste hobby, het verzamelen van bergplanten, waarvoor hij regelmatig naar Tirol reisde. Op een van deze reizen kwam hij noodlottig aan zijn eind. Op 8 augustus 1854 viel hij uit zijn koets en kwam onder de hoeven van een van de paarden terecht. Zwaargewond werd hij naar een herberg gebracht waar hij na korte tijd overleed. Gezien zijn teruggetrokken toestand van de laatste jaren is er gesuggereerd dat het zelfmoord was. Omdat ook hij – na twee huwelijken – kinderloos was gebleven werd zijn jongere broer Johann de nieuwe koning. Daarover later.

Volgende keer verkent Zegelgek het Britse koloniale imperium met een bezoek aan Trinidad.