29 juli 1851 – Het wapen van Saksen

Het wapen van deelstaat Saksen

Het koninkrijk Saksen begon op 29 juni 1850 met het uitgeven van postzegels. Dit was, in navolging van Beieren, met een cijferzegel, die qua ontwerp sterke gelijkenis toonde met het Beierse ontwerp van Johann Peter Haseney (1812-1869) uit 1849. Hier vinden we als ontwerper ene ‘Scheele’.

Beieren Mi 2 en Saksen Mi 1, qua compositie vrijwel gelijk

Beieren Mi 2 en Saksen Mi 1, qua compositie vrijwel gelijk

Deze zegels van 3 pfennig werden gebruikt om drukwerken mee te frankeren, deze hadden een speciaal lager tarief en in het geval van Saksen waren ze meestal voorzien van een ‘kruisband’. De zegel werd op het hechtpunt van de kruisband geplakt, wat verklaart dat de meeste beschadigd werden bij het loshalen ervan. De ‘Sachsendreier’ zoals het zegel in de wandeling heet zou maar heel tijdelijk zijn, maar toch duurde het nog ruim een jaar voordat de tweede postzegel van Saksen zou verschijnen. Wederom een 3 pfennig-zegel voor drukwerken, met nu het Wapen van Saksen als onderwerp. Dit keer kwam het ontwerp uit de doos van drukkerij J.B. Hirschfeld, gevestigd in de tweede stad van het land, Leipzig. Deze, oorspronkelijk Cramersche Buchdruckerei geheten onderneming, was in 1800 overgenomen door Joachim Bernard Hirschfeld. Over hem, zijn familie en drukkerij is verder weinig bekend.

Koninkrijk Saksen Mi 2

Koninkrijk Saksen Mi 2 

Het gekozen ontwerp was het wapen van Saksen, bestaande uit 10 afwisselende stroken zwart en geel (goud), omgeven door een groene ruitenkrans. Je komt dit ook nu nog tegen als wapen van de deelstaat Sachsen en als deel van de deelstaat Sachsen-Anhalt.

Het begon in de 11de eeuw, toen dit wapen gevoerd werd door de graven van Ballenstedt, een stadje in de Harz. Zij waren de voorvaders van de Askaniërs, een geslacht dat – met tussenpozen – vanaf  1112 tot 1422 over het toenmalige hertogdom Saksen heerste. Het wapen zou in 1180 omgord zijn met een ruitenkrans door keizer Frederick Barbarossa (1122-1190, keizer vanaf 1155). Deze had graaf Bernhard van Anhalt op de Saksische troon gezet, nadat hij de vorige hertog, Hendrik de Leeuw (1129-1195), had afgezet wegens diens weigering steun te verlenen tijdens een veldtocht in Lotharingen.

Russische bezettingszone Mi 76 uit november 1945

Russische bezettingszone Mi 76 uit november 1945

Bernhard van Anhalt (1140-1212) was de jongste zoon van Albert de Beer (1100-1170), die zelf kort hertog van Saksen was geweest, maar een akkoord had gesloten met Hendrik de Leeuw over de verdeling van gebieden in Saksen en Anhalt, waarbij Albert Anhalt verder zou besturen. Door de zet van Frederik Barbarossa, die in Albert en Bernhard wél trouwe volgelingen had, kwam Saksen dus weer in handen van de Askaniërs. Toen Bernhard als dank zijn geelzwarte wapenschild kwam presenteren aan Frederik, omhuldde de keizer het met de wijnruitkrans die hij op zijn hoofd had als bescherming tegen de felle zon. Vandaar dus.

In 1422 stierf het Huis van Askanië uit en werd opgevolgd door het Huis van Wettin, die de Saksische landen inclusief het wapen overnamen. De Wettindynastie bestuurde tot 1918 het koninkrijk, dat in 1815 op het Congres van Wenen de opvolger was van het vroegere hertogdom.

De koning van Saksen was in 1851 Friedrich August II. Over hem gaat het de volgende keer.