23 april 1851 – De bever, de prins en de ontdekker

De Amerikaanse bever (Castor canadensis), foto van stevehdc

De Amerikaanse bever (Castor canadensis), foto van stevehdc

Het eerste dier dat niet als symbool op een postzegel verscheen was een bever. Dat gebeurde op de eerste zegels van de Britse kolonie Canada, als deel van een serie van zes waarvan verder drie zegels koningin Victoria afbeeldden, een haar echtgenoot prins Albert en een de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier. De serie was in 1857 voltooid.

Canada was in 1851 nog niet het land dat we nu kennen, maar een deel van de Britse koloniën in Noord-Amerika. Andere koloniën waren het in het oosten gelegen New Brunswick, Nova Scotia, Newfoundland en Prince Edward Island. In 1858 werd de in het westen gelegen kolonie British Columbia gesticht, in 1866 samengevoegd met Vancouver Island. De ‘rompkolonie’ Canada was in 1841 uit Opper- en Neder-Canada gevormd om de wrijving tussen de Engels- en Franstaligen op te heffen. Het was ook de eerste Britse kolonie die een vorm van verantwoordelijk bestuur kreeg met een eigen parlement dat geleid werd door twee premiers, een Franstalige en een Engelstalige, en dat verantwoording aflegde aan de gouverneur-generaal in plaats van direct aan de koningin. Dit systeem was succesvol en legde de basis voor de confederatie die op 1 juli 1867 inging. Hierin vormden in principe alle Canadese koloniën het huidige land Canada, al duurde het tot 1949 voordat als laatste Newfoundland was toegetreden.

De bever

Canada had als dierensymbool niet een of ander heraldisch beest, maar een bever (castor canadensis). Dit was dan ook het dier waar de economie tot dan toe op dreef. Waren er geen bevers, dan zou er werkelijk niets te beleven zijn in het woeste en ledige gebied dat Canada toen was. De bever werd namelijk geroemd om zijn pels door de kolonisten en om zijn vlees door de oorspronkelijke indiaanse bevolking. Geen wonder dat op zeker moment er bijna geen een meer te vinden was. Toen men besloot op te houden met de beverjacht kon de populatie zich met enige hulp goed herstellen en momenteel leven er naar schatting 15 miljoen bevers in Canada. Er mag dan ook op bescheiden schaal weer op gejaagd worden omdat in sommige opzichten de bever een schadelijk dier is: de dammen die ze aanleggen verstoren de zalmentrek en veroorzaken soms overstromingen. Daarnaast zijn omgeknaagde bomen weinig meer waard voor de houtproductie. Daartegenover staat dat beverdammen erosie kunnen voorkomen.

Mi 269 bij het eeuwfeest van de beverzegel van 1851

Mi 269 bij het eeuwfeest van de beverzegel van 1851, Mi 269

De Canadese bever leeft allang niet meer alleen in Canada, maar dankzij uitzetprogramma’s leven ze ook op Vuurland en in een deel van de Andes, in Finland en grote delen van Rusland.

De postzegel was een ontwerp van de uit Schotland afkomstige Sandford Fleming (1827-1915), die naast de postzegel een bijzondere wetenschappelijke erfenis heeft achtergelaten.

Prins Albert

Op 1 mei 1851 kreeg prins Albert als echtgenoot van koningin Victoria een postzegel. Canada was daarmee het enige gebied wat hem bij leven afbeeldde. Tot 1859 waren er drie zegels met zijn portret, Newfoundland gaf er in 1866 nog een uit, maar dat was al postuum.

Prins Albert van Saksen-Coburg en Gotha was geboren op 26 augustus 1819 op Kasteel Rosenau in de buurt van Coburg. In 1839 trouwde hij met zijn nicht Victoria, die toen zelf ook pas net 20 was. Het was een bijzonder gelukkig huwelijk en het feit dat Albert in 1861 al overleed, 42 jaar jong, had een grote impact op de koningin. Ze hadden samen 9 kinderen, die alle volwassen werden.

Jacques Cartier

De serie werd in 1855 uitgebreid met het portret van Jacques Cartier. Deze was op 23 september  1491 geboren in het Bretonse vissersstadje Saint-Malo en hij zou daar ook op 1 september 1557 overlijden. Net als van bijna alle jongens uit Saint-Malo zou ook Jacques’ leven op zee afspelen. Hij sloot zich dan ook aan op de vissersvloten die uitvoeren in de richting van Newfoundland, dat in 1497 (her)ontdekt was door de Genoees Giovanni Caboto, die in Frankrijk bekend was als Jean Cabot. Ook zou hij op de Normandische vissersvloot van Dieppe naar Brazilië gevaren hebben. Toen de Normandiërs echter door de Portugezen de toegang tot ‘hun’ visgronden werd ontzegd, zocht de Franse koning  François I mogelijkheden om in het noorden meer invloed te krijgen en hij vond, mede dankzij diens netwerk – hij was in 1520 getrouwd met Catherine des Granches, dochter van een notabele uit St. Malo – , in Cartier de juiste man om naar Canada af te reizen om gebieden te ontdekken en te claimen uit naam van Frankrijk. Op 20 april 1534 voer Cartier opnieuw naar de Nieuwe Wereld, niet meer als visser maar als ontdekker.

Cartier, naar een gravure van Pierre-Louis Morin uit 1854 (toegeschreven)

Op deze eerste reis bracht Cartier de achter Newfoundland gelegen St. Lawrencebaai in kaart en maakte als eerste Europeaan kennis met de daar levende Indianen, de Micmacs. Op 24 juli zette hij voet op het Canadese vasteland bij het stadje Gaspé en claimde dat voor Frankrijk door er een kruis in de grond te planten. In augustus keerde hij terug naar St. Malo, met twee zonen (of neven) van het lokale stamhoofd Donnacona. Deze zouden op de tweede reis zeer waardevol worden voor Cartier.

Op deze tweede reis, begonnen op 19 mei 1535, deed Cartier waar hij het meest beroemd mee is geworden: hij voer van de St. Lawrencebaai een grotere inham in en ontdekte dat dat de monding van een rivier was, de St. Lawrence. Gezien de breedte van deze rivier, aan de monding meer dan 30 kilometer, meende hij dat er wellicht een noordwestelijke doorvaart gevonden kon worden. Hij kwam tot Hochelaga, een kleine nederzetting van de Irokezen aan de voet van de heuvels waarvan hij er eentje Mont-Royal noemde. Het dorpje werd de basis van de stad Montreal. In 1536 keerde Cartier terug in St. Malo in de veronderstelling dat hij de oostkust van Azië had gevonden. Hij werd er een beroemd man mee en het is de reden zijn afbeelding op een van de eerste Canadese postzegels 320 jaar later.

Er werd nog een derde reis uitgezet, dit keer met het oogmerk om edelmetalen te vinden. De Spanjaarden hadden in Midden- en Zuid-Amerika zo’n succes met de vondst van goud en (voornamelijk) zilver dat de jaloerse koning François Cartier er nog eens op uitstuurde om de door Donnacona voorgespiegelde rijkdommen te vinden. De reis werd een mislukking: men vond slechts pyriet en kwarts, die toen waardeloos geacht werden. Er is nog een Frans spreekwoord ‘Faux comme des diamants du Canada’, oftewel ‘Vals als Canadese diamanten’.

Herdenkingen van Cartier uit Frankrijk (1934, Mi 293) en Canada (1984, Mi 905)

Volgende keer bezoeken we Dresden.