1 april 1851 – De Deense regalia

Proefdruk op karton van M.W. Ferslew

Proefdruk op karton van M.W. Ferslew (1850)

In Denemarken duurde het tot 1904 voordat er een staatshoofd geëerd werd met een postzegel. Voor die tijd waren er maar twee onderwerpen, waardecijfers en een deel van de koningsregalia, te weten de kroon, de scepter en het zwaard. Een rijksappel hoort ook tot het symbolische setje, maar in Denemarken werd die niet afgebeeld. Je moet bij andere landen overigens met een lampje zoeken naar andere voorwerpen als de kroon, hoewel scepters nog wel eens worden afgebeeld.

Set van Deense regalia

Set van Deense regalia

De kroon is onlosmakelijk met het koningschap verbonden met name in Europa. De kroon is zowel een werelds als een religieus symbool. Werelds want de gekroonde krijgt er in de hoogte een stukje bij en meestal een gouden. Religieus omdat de macht, zeker bij christenen, altijd van boven komt en dus alleen door een vertegenwoordiger van god bevestigd kan worden. Dat laatste is tegenwoordig wel anders, in veel landen is de scheiding tussen kerk en staat volledig en ook daar waar volgens de grondwet een staatsgodsdienst bestaat wordt de kroon niet meer door het religieuze opperhoofd uitgedeeld. Zoals in Denemarken, dat al sinds 1848 geen kronen meer op hoofden zet, terwijl de lutherse aartsbisschop dat nog wel zou kunnen doen: de Deense koning is immers nog steeds hoofd van de staatskerk. De toestemming om te regeren komt echter niet meer van god, maar gewoon uit het parlement. De kroon blijft lekker in de kluis, wordt op een tafel gelegd, zoals in Nederland de credenstafel, of bestaat helemaal niet, zoals in België. De Deense kroon wordt alleen getoond bij het overlijden van de monarch, dus niet bij de inhuldiging van de opvolger.

Kop van de Deense scepter

Kop van de Deense scepter

De kroon is ontstaan als diadeem, een al of niet versierde hele of halve ring om het hoofd. Op de diadeem zijn meestal beugels bevestigd om verschil te maken met lager geplaatsten die ook een diadeem hadden, zoals sommige hertogen. De meeste kronen hebben 8 beugels, want hoe meer beugels hoe meer macht. De beugels komen samen in de rijksappel, die daarmee alsnog terugkomt. De rijksappel staat voor de wereld, waarop een kruis staat dat de religieuze verbintenis tussen koning en god aangeeft. Denemarken heeft ook nog een losse rijksappel.

Ontwerp van Josias Buntzen uit 1858 op basis van het oorspronkelijke zegel (Mi 7)

Ontwerp van Josias Buntzen uit 1858 op basis van het oorspronkelijke zegel (Mi 7)

De scepter is een tweede koninklijk symbool. Het is een aan de kop versierde staf en is mogelijk ontstaan uit de knots, het slagwapen. De Deense scepter heeft een van de fraaiste versieringen bestaande uit leliebladen, een kroon en een in verhouding tot die kroon grote rijksappel. De scepter die in de koninklijke schatkamer in Slot Rosenborg wordt bewaard werd in 1648 voor het eerst gebruikt bij de kroning van Frederik III. Wie hem maakte is niet meer bekend.

Het laatste attribuut wat tot de regalia wordt gerekend is het rijkszwaard. Dit staat voor de beschermende rol van de koning, maar hij kan er ook gepaste straffen aan onwillige onderdanen mee uitdelen. In sommige landen wordt het rijkszwaard nog regelmatig uit de kast gehaald. In Engeland jaarlijks bij de opening van het parlementaire jaar en in Nederland speelt het bij de inhuldiging als enige nog een actieve rol. Het Deense zwaard speelt dat dus niet. Het werd in 1643 vervaardigd als huwelijkscadeau van Christiaan IV voor zijn zoon en de latere koning, de reeds genoemde Frederik III.

Mi 13 uit 1864

Mi 13 uit 1864

Onze Lieve Vrouwe van Hasselt door Jean Del Cour, Belgische kerstzegel uit 1967 (Mi 1493)

Onze Lieve Vrouwe van Hasselt door Jean Del Cour, Belgische kerstzegel uit 1967 (Mi 1493)

De eerste postzegel van Denemarken verscheen op 1 april 1851 naar een ontwerp van Martinus William Ferslew (1801-1852), die sinds 1839 aan het hof als graveur verbonden was. In 1842 richtte hij tevens een drukkerij op, die na zijn dood door zijn zoon als C. Ferslew & Co werd voortgezet. Die breidde de drukkerij uit met een uitgeverij. In 1948 werd het bedrijf bij gebrek aan opvolging opgeheven.

De eerste zegels tonen kroon, scepter en zwaard in een lauwerkrans. Het ontwerp werd na de dood van Ferslew voortgezet door Josias Buntzen (1802-1864), die er kleine wijzigingen op maakte. Na de dood van Buntzen kwam er nog een geheel ander ontwerp, niet meer op een klein vierkant zegeltje, maar in het meer gangbare rechtopstaande formaat. Na 1870 verdwenen de regalia van de postzegels om er in Denemarken, afgezien van de kroon, niet meer terug te keren.

Volgende keer een prins-gemaal, een ontdekkingsreiziger en een echt dier!