De Marzocco op het Piazza della Signoria in Florence

Je hebt het als Italiaanse kunstenaar ver geschopt als een van de Teenage Mutant Ninja Turtles naar je genoemd is. Eentje heet er dan ook Leonardo, een ander Michelangelo, een derde Raphael. Maar wie was die vierde? Dat is dus Donatello en hoe je het ook wendt of keert: hij is met afstand de minst gevierde van de vier kunstenaars die naam gaven aan de vier in 1984 bedachte strip- en gamehelden. Toch was hij de grootste kunstenaar van zijn tijd, de eerste ware beeldhouwer van de Renaissance.

Portret van Donatello bij zijn 500ste overlijdensdag in 1966 (Tsjechoslowakije Mi 1601)

Portret van Donatello bij zijn 500ste overlijdensdag in 1966 (Tsjechoslowakije Mi 1601)

Donatello werd in 1386 geboren als Donato di Nicollò di Betto Bardi in Florence. Dat was een aardige mondvol, dus zijn vrienden noemden hem Donatello. Zijn vader was een wolkammer, maar Donato ging de kunst in. Hij vervaardigde met zijn vermoedelijke leermeester Lorenzo Ghiberti (1378-1455) beeltenissen op de deuren van het Baptisterium van de Dom van Florence en later maakte hij diverse beelden voor de pleinen van de stad, waaronder de Marzocco, waar ik nog op terug kom. Rond 1430 kwam hij, net als Michelangelo twee eeuwen later, in de gunst van de familie De’ Medici, die toen opkwamen als machthebbers van de stad. Cosimo de’ Medici (1389-1464), die wel de eerste ‘de facto’ heerser van de stad was, gaf Donatello de opdracht voor een bronzen beeld van David. Donatello kweet zich uitstekend van zijn taak. Hij maakte een beeld met een sterke erotische uitstraling, wat zeer waarschijnlijk het gevolg was van zijn eigen homoseksualiteit. Het is zijn belangrijkste werk.

Werken van Donatello, links St. Joris (Italië Mi 982), rechts een altaarstuk uit Padua (Mi 1214)

Werken van Donatello, links St. Joris (Italië Mi 982), rechts een altaarstuk uit Padua (Mi 1214)

Donatello werkte in de jaren 30 van de 15e eeuw enkele jaren in Rome en van 1443 tot 1453 in Padua, daarna werkte hij nog aan een opdracht voor de Dom van Siena. Hij overleed op 13 december 1466, ongeveer 80 jaar oud in zijn geboortestad.

De Marzocco

De Marzocco was, hoewel niet het belangrijkste, wel een van de weinige werken van Donatello, die de postzegel haalde. En dat al in 1851, toen het groothertogdom Toscane zijn eerste zegels uitgaf. Het is een leeuw met een schild waarop een leliesymbool. Dit laatste is het kenmerk van de Florentijnse republiek – en tegenwoordig nog aanwezig in het wapen van de stad – dat ontstaan was uit het markgraafschap Toscane in 1115 en in 1532 opging in het erfhertogdom Florence. De lelie was eerst een witte in een rode achtergrond en werd in de 12e eeuw al gebruikt door de Ghibellijnse regering van de republiek. Toen in 1252 hun erfvijanden, de Guelfen, de macht overnamen behielden ze de lelie maar wisselden ze de prompt de kleuren om. De leeuw werd in de 14e weeuw als wapendrager geïntroduceerd, het geheel werd de Marzocco genoemd. Dit woord, mogelijk afgeleid van de Romeinse oorlogsgod Mars, werd de strijdkreet van de Florentijnse troepen.

Toscane Mi 6

Toscane Mi 6

In ongeveer 1418 werkte Donatello aan het beeld, wat toen een vervanger moest worden van een eerder beeld dat verloren was gegaan. Het werd gemaakt voor het klooster waar paus Martinus V tijdelijk woonde. Deze kon, terugkerend van het concilie van Konstanz, namelijk niet direct naar het door burgeroorlogen verscheurde Rome doorreizen. In 1812 werd het beeld verplaatst naar het Piazza della Signoria, en staat nu vóór het Palazzo Vecchio, tussen de Neptunusfontein van Ammannati en een (kopie van) een ander werk van Donatello, Judith en Holofernes. In 1885 werd het vervangen door een zandstenen kopie, terwijl het origineel nu in het Bargello-museum staat.

Op de postzegel is de leeuw voorzien van een kroon. Deze hoort er niet bij, maar werd toegevoegd om de koninklijke staat van het groothertogdom uit te drukken. Over wie de zegels ontworpen heeft wordt niets gezegd, ook niet door doorgaans goed ingevoerde sites. De eerste 8 zegels verschenen vanaf 1 april 1851 tot in 1852. Later in de jaren 50 kwamen kwamen er nog een paar bij, maar in 1859 was het afgelopen met de Marzocco op postzegels. Toen trad de groothertog, Leopold II, af en kwam er nog een afscheidsserie met het Italiaanse wapenschild, voordat Toscane definitief in het koninkrijk Italië opging.

In vergelijking met de andere ‘turtles’ is het aantal postzegels met werken van Donatello zeer klein en blijft beperkt tot enkele exemplaren uit Italië, Vaticaanstad, Ghana en Antigua. Tsjechoslowakije eerde de kunstenaar in 1966 als enige met een portret. Ver onder de maat, maar ja…, we hebben gelukkig de Turtles nog.

De Teenage Mutant Ninja Turtles met linksboven Donatello (Grenadinen van Grenada Mi 4518-21)

De Teenage Mutant Ninja Turtles met linksboven Donatello (Grenadinen van Grenada 2009, Mi 4518-21)

Scandinavië trapte ook op 1 april 1851 af.

Koning Victor Emanuel II van Sardinië naar een portret van Perrini

Koning Victor Emanuel II van Sardinië naar een portret van Perrini, ca 1850

In 1851 was Italië net als Duitsland nog verdeeld in een aantal zelfstandige staten. De belangrijkste daarvan waren het Koninkrijk der Twee Siciliën, dat naast Sicilië zelf ook de onderkant van de Italiaanse laars omvatte, de Kerkstaat, bestuurd door de paus zelf, en het kleinere Toscane, Modena en Parma. Het gebied van Lombardije en Venetië was toen nog onder bestuur van Oostenrijk.

In het noordwesten van Italië en in een deel van Zuidoost-Frankrijk lagen het hertogdom Savoye en het prinsdom Piedmonte met hoofdplaats Turijn en belangrijke plaatsen als Aosta en Nizza (Nice). Ze werden bestuurd door het Huis van Savoye. Na de Vrede van Utrecht, als besluit van de Spaanse Successieoorlog, werd ook het eiland Sicilië, eerder door de Spaanse Habsburgers bestuurd, aan hertog Victor Amadeus II toegewezen, die daarmee koning werd. Het was een ongelukkige constructie, die niet alleen door de Spaanse Bourbon-koning Philips V werd betwist, maar ook door paus Clemens IX. In 1717 brak dus weer een oorlog uit, waarin Spanje het opnam tegen een coalitie van Frankrijk, Engeland, Oostenrijk, de Republiek en later ook Savoye zelf. Spanje verloor en bij de Vrede van Den Haag in 1720 werd Oostenrijk de nieuwe baas op Sicilië waarbij Savoye gecompenseerd werd met het eiland Sardinië. Vanaf dat moment was Victor Amadeus II koning van Sardinië, dat tot de Franse verovering 1798 van die stad bestuurd werd vanuit Turijn.

Na 1814 werd in het Congres van Wenen de situatie van voor 1798 bevestigd. Bovendien werd de voormalige stadstaat Genua aan het gebied toegevoegd, wat het koninkrijk economisch geen windeieren legde. Aanvankelijk werd het door conservatieven bestuurd, maar in 1848 kwam hier relatief makkelijk een liberale grondwet tot stand. Doordat het in Oostenrijk er veel heftiger aan toe ging zag het koninkrijk Sardinië bovendien zijn kans schoon door de grote buur de oorlog te verklaren om zo Lombardije en hoofdstad Milaan te kunnen veroveren. Dat liep niet goed af, maar de kiem voor verdere ambities was al wel gelegd.

Victor Emanuel II op een frankeerzegel uit 1863 (Mi 19)

Victor Emanuel II op een frankeerzegel uit 1863 (Mi 19)

In 1849 werd Victor Emanuel II opvolger van zijn afgetreden vader Charles Albert, die later dat jaar zou overlijden. Hij was op 14 maart 1820 geboren in Turijn, en omdat zijn vader aanvankelijk geen troonopvolger was groeide hij rustig op. Dat veranderde in 1831 toen Charles Albert alsnog koning werd en de opleiding van de nieuwe kroonprins grondig werd aangepakt. Victor Emanuel was al gauw geïnteresseerd in politiek en in een militair leven. In de vergeefse oorlog tegen Oostenrijk vocht hij voor zijn vaders claims en toen hij eenmaal zelf koning was zette hij diens politiek voort en wist door het herstel van een (wankele) vriendschap met Oostenrijk van dat keizerrijk afgedwongen te krijgen dat hij de liberale grondwet mocht behouden. Dit maakte hem in het koninkrijk een populair figuur – hij werd wel de ‘king gentleman’ genoemd – en dat zou hem in zijn streven naar Italiaanse eenheid zeker helpen.

De helden van de Risorgimento: Victor Emanuel II, Garibaldi, Cavour en Mazzini (1959, Mi 1044)

De helden van de Risorgimento: Victor Emanuel II, Garibaldi, Cavour en Mazzini (1959, Mi 1044)

In 1852 stelde hij Camillo Benso di Cavour aan als premier. Ze waren niet bepaald vrienden, maar Cavour was wel een drijvende kracht achter de Italiaanse eenwording (Risorgimento), al hoefde dat van hem zich slechts te beperken tot Noord- en Midden-Italië. Als een van de manieren om de aandacht van de Europese grootmachten te trekken, trok Cavour Sardinië de Krimoorlog in. De winst aan de zijde van onder andere Frankrijk en Engeland vergrootte de populariteit van Victor Emanuel in een groot deel van Italië en bracht hem ook aanzien bij de mede-geallieerden. Toen hij in 1859 met hulp van Frankrijk alsnog Lombardije en de belangrijke industriestad Milaan veroverde was dat de aanzet tot verdere eenwording: Parma, Modena en Toscane sloten zich zonder verzet aan bij Sardinië. De Fransen trokken zich echter terug uit de strijd en kregen als dank Nice en het grootste deel van Savoye, maar het eenwordingsproces was inmiddels in volle gang. Guiseppe Garibaldi versloeg – tegen de zin van Cavour, maar met instemming van Victor Emanuel – de tegenspartelende Siciliaanse koning Frans II in 1861 en daarmee was geheel Italië, op een strook land rondom Rome na, verenigd. Florence werd in 1865 de nieuwe hoofdstad. De paus zou uiteindelijk in 1870 verslagen worden, waarna Rome de definitieve hoofdstad werd.

Deel van Il Vittoriano op een zegel van 1964 (Mi 1170)

Deel van Il Vittoriano op een zegel uit 1964 (Mi 1170)

De laatste 8 jaar van zijn leven waren niet zijn populairste, dit werd vooral geweten aan het feit dat hij nooit Victor Emanuel I van Italië wilde zijn, maar zijn Sardijnse volgnummer II behield, wat hem de naam van veroveraar en niet van vereniger gaf. Daarnaast was zijn tweede zoon Amedeo verwikkeld in de troonsopvolging van Spanje (zie het artikel over Isabella II), wat mogelijk ook de Italiaanse koning geraakt zal hebben.

Il Vittoriano, het monument voor Koning Victor Emanuel II en de Risorgimento van architect Guiseppe Sacconi)

Il Vittoriano, het monument voor Koning Victor Emanuel II en de Risorgimento van architect Guiseppe Sacconi)

Op 9 januari 1878 overleed Victor Emanuel, 57 jaar oud, als gevolg van een longontsteking (of mogelijk malaria) na een jachtpartij in de buurt van Rome. De paus, die hem in 1861 geëxcommuniceerd had wegens de inname van grote delen van de Kerkstaat, wilde de terminaal zieke koning vergeven, maar de gezanten die de boodschap over kwamen brengen, werden geweigerd. Hij werd begraven in het Pantheon en te zijner ere is nog een enorm monument voor hem en zijn verdiensten als ‘opdrachtgever’ van de Risorgimento te vinden bij Piazza Venezia. Victor Emanuel werd opgevolgd door zijn oudste zoon Umberto.

De eerste postzegels van Sardinië met het portret van Victor Emanuel II verschenen op 1 januari 1851 in 3 waardes, een zwarte 5, een blauwe 20 en een roze 40 centesimi. Als ontwerper wordt genoemd Francesco Matraire, die een drukkerijtje dreef in Turijn. De Sardijnse autoriteiten wilden aanvankelijk in Parijs een ontwerp laten maken, maar kosten en tijdgebrek deden hen besluiten naar Matraire te gaan, een man met een goede staat van dienst. Matraire stelde ook voor om voor de vervolgzegels vanaf 1853 gebruik te maken van reliëfdruk om vervalsers het nakijken te geven. Matraire verzorgde tot in 1863 ontwerp en druk van alle zegels van Sardinië en de eerste zegels van Italië. Daarna werd de postzegelproductie – na een korte periode van uitbesteding aan De la Rue in Londen – overgenomen door de Officina Carte Valori (vrij vertaald ‘staatsdrukkerij van waardepapieren’) in Turijn, in 1928 werd deze drukkerij verplaatst naar Rome.

De volgende keer behandelt Zegelgek een van de leden van de Teenage Mutant Ninja Turtles. De wat…??

De Mercuriusfontein in Leeuwarden (1921, Gustav Adolf Bredow)

Van alle Romeinse godheden is de verreweg het meest op postzegels afgebeelde Mercurius, maar eigenlijk is dat niet in zijn oorspronkelijke Romeinse verschijning, maar in die van zijn Griekse evenknie Hermes.

Hermes Ingenui, een Romeinse kopie van een Grieks beeld (Vaticaans Museum)

Hermes Ingenui, een Romeinse kopie van een Grieks beeld (Vaticaans Museum)

Mercurius werd, net als Ceres, bij het begin van de Romeinse Republiek geïntroduceerd als god van de graanhandel. Naarmate de tijd vorderde kreeg hij meer taken, zoals god van de handel in het algemeen, van de daarmee samenhangende winst, van de reizigers en zelfs de dieven. Toch komt dat alles nooit terug op postzegels, want daar zie je vrijwel zonder uitzondering enkele attributen van Hermes, de Griekse godheid die als de ‘bode der goden’ diende: de gevleugelde helm, de caduceus (de Mercurius- of Hermesstaf, in het Grieks kerykeion) en ook niet onbelangrijk de vleugels aan de voeten of sandalen. Bij de verovering van Griekenland in de 2e eeuw voor Christus werden deze zonder meer door Mercurius overgenomen. Vandaar dat ik het verder over Hermes zal hebben.

Hermes op een Griekse postzegel uit 1901 (Mi 128), naar een beeltenis van de Vlaams-Italiaanse beeldhouwer Giambologna

Hermes was de zoon van oppergod Zeus en de bergnimf Maia, zelf weer een dochter van de titaan Atlas, die voor straf de hemel op zijn schouders moest nemen. Zeus moest haar, vanwege haar verlegenheid, diep in een grot van de berg Cyllene op de Peloponnesus verleiden, zo vertelt Homerus ons. Het resultaat was Hermes. Al direct na zijn geboorte was het een bedrijvig ventje, binnen een dag had hij de lier uitgevonden, door snaren te spannen op een schildpaddenschild, en om zijn honger te stillen had hij een vijftigtal runderen gestolen van notabene zijn halfbroer Apollo. Toen Zeus dat bemerkte bemiddelde hij tussen zijn zonen en kreeg Apollo zijn kudde terug. Apollo op zijn beurt was verrukt over de door Hermes gemaakte lier en ruilde zijn kudde en staf tegen het instrument, wat daarmee tot zijn attributen ging horen.

Om Hermes een taak te geven werd hij door Zeus benoemd tot zijn bode, die boodschappen moest overbrengen tussen de leden van de oppergod’s inmiddels enorme godenfamilie. Het belangrijkste attribuut voor die taak was de van Apollo gekregen staf, die was omwonden door twee slangen, die, zoals één van de verhalen gaat, door Hermes gescheiden werden toen ze in gevecht waren geraakt. Later kwamen daar nog vleugels bij, om de gevleugelde snelheid van Hermes mee aan te geven. Zo kreeg hij ook vleugels op zijn hoofddeksel en aan zijn sandalen.

Hermes bindt zijn sandalen (Griekenland Mi 167)

De helm is gebaseerd op de ‘petasos’, een in Thessalië door boeren gedragen zonnehoed.  Aan de hoed was vaak een ‘chlamys’, een mantel, verbonden om het ontblote bovenlijf tegen de zon te beschermen. Deze wordt ook door Hermes gedragen. De gevleugelde helm is het meest op postzegels afgebeelde attribuut.

De eerste Oostenrijkse krantenzegel met beeltenis van Mercurius (Mi 6)

De gevleugelde sandalen tenslotte verbeelden Hermes’ snelheid en behendigheid. Vaak ook zijn de vleugels direct aan de voeten gebonden. De sandalen werden in verband gebracht met een opdracht die Hermes van Zeus kreeg om de reus Argos te doden. Argos bewaakte namelijk de koe die hij van Zeus’ ‘wettige’ vrouw Hera had gekregen. De koe was in werkelijkheid de mooie nimf Io, waar Zeus verliefd op was geworden, wat hij echter voor Hera wilde verbergen. Hermes benaderde Argos, een reus met 100 ogen waarvan er altijd twee geopend waren, als geitenhoeder en speelde een liedje op zijn fluit waardoor zelfs de laatste wakende ogen dichtvielen. Nu kon Hermes toeslaan, hem de kop afhakken en de koe bevrijden. Hera kon dit niet aanzien en schonk de 100 ogen aan de veren van de pauw. Ook verjoeg ze de koe, het beest rende de zee in die nu nog bekend is als de Ionische zee. En Hermes? Die bond zijn sandalen volgens enkele verhalen en verdween snel van het toneel.

In zijn Romeinse gedaante als Mercurius beeldde Oostenrijk in 1851 als eerste land de godheid af op zogenaamde krantenzegels, bedoeld om kranten, die een speciaal tarief genoten, mee te frankeren. Oostenrijk was het eerste land ter wereld dat krantenzegels uitbracht. Het thema werd tot na de Eerste Wereldoorlog gebruikt: in het begin van de jaren 20 werd het krantentarief afgeschaft.

Voorbeelden van andere postzegels met Mercurius (Frankrijk Mi 376, Suriname NVPH Lp1 (met posthoorn!), Nederland NVPH Lp7 en België Mi 331)

Griekenland volgde in 1861 met Hermes-zegels, nu als frankeerzegels. Hermes was tot 1924 verreweg het meeste afgebeeld, in een serie van 1911 bindt hij zelfs zijn sandalen. In de moderne tijd komt Hermes nog vaak op Griekse postzegels voor met name als mythologisch figuur, waar elders in de wereld hij (meest als Mercurius) vooral als bode met zijn attributen wordt afgebeeld, of zelfs met een posthoorn…

Volgende keer een koning van een klein land dat groot werd.

Wapen van Hannover op Slot Celle (http://www.dr-bernhard-peter.de/Heraldik/seiten/welfen3.htm)

Wapen van Hannover op Slot Celle (Bernhard Peter)

Een ander product van het Congres van Wenen was het koninkrijk Hannover, dit was vóór de Franse bezettingstijd, van 1803 tot 1814, het keurvorstendom Hannover, een samenraapsel van Brunswijkse vorstendommetjes met als hoofdstad, je raad het al, Hannover. Aan het hoofd van het keurvorstendom stond een keurvorst, die het recht had de keizer van het Heilig Rooms Rijk te kiezen. Nu dit in 1806 was opgeheven werd de keurvorst een koning.

De eerste zegel van Hannover met bovenin het wapenschild,gedragen door leeuw en eenhoorn (http://catalogue.klaseboer.com/vol1/html/gstathan.htm)

De eerste zegel van Hannover met bovenin het wapenschild,gedragen door leeuw en eenhoorn (klaseboer)

De keurvorsten en koning waren tot 1837 niet alleen staatshoofd in Hannover, maar ook in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland. Dit kwam vanwege het feit dat ‘onze’ koning-stadhouder Willem III geen kinderen had en men in Londen persé geen katholieke vorst meer wilde. Om dit uit te sluiten vond men een troonopvolger in Georg Ludwig van Brunswijk-Lüneburg, een achterkleinzoon van koning Jacobus I van Engeland. Hij was eigenlijk, dankzij alle katholieke Stuarts die er nog rondliepen, nummer 52 of daaromtrent in de lijn van troonopvolging.

Deze situatie veranderde met het aantreden van koningin Victoria. Zij kon Hannover niet erven vanwege de in Duitsland nog algemeen geldige Salische wetgeving, dus werd haar jongste oom Ernst August de nieuwe koning daar. Hij nam als landswapen alles mee wat zijn voorgangers al hadden. Het wapenschild van het koninkrijk Hannover bestaat dan ook grotendeels uit Britse symbolen. In 1850 werd dit vrijwel onherkenbaar bijeengepriegeld boven een waardeschild op de eerste postzegel.

Een traditionele harp (BRD Mi 785)

Een traditionele harp (BRD Mi 785)

Het wapen bestaat uit drie schilden. Het onderste schild is het wapen van het Verenigd Koninkrijk met linksboven en rechtsonder de leeuwen van Engeland, rechtsboven de gekaderde leeuw van Schotland en linksonder de harp van Ierland. De harp hoort tot de oudste muziekinstrumenten ter wereld en werd al in de 13e eeuw verbonden aan de legendarische koningen van Ierland, hoewel er geen sluitende verklaring is waarom. Zeker is dat er in de Keltische wereld een sterk op een klassieke harp gelijkend instrument was, kleiner, meer driehoekig van vorm, moeilijk en vooral voor doorzetters bespeelbaar, wat wellicht mede de bijzonderheid ervan bepaalde. Ten tijde van de Engelse heerschappij was de harp getooid met een rondborstige vrouw, een soort van schegbeeld zoals je op klassieke schepen wel ziet, bedoeld om zeemonsters en andere watergedrochten mee af te leiden en zo een behouden vaart af te dwingen.

Het tweede – middelste – wapen was dat van het keurvorstendom en koninkrijk. Het is gedeeld in drie delen, de bovenste twee stellen de leeuwen van links Brunswijk en rechts Lüneburg voor, het onderste deel is gereserveerd voor een zilveren paard, het zogenaamde Saksenros, nog altijd het staatswapen van de deelstaat Niedersachsen, welke grotendeels het grondgebied van het oude koninkrijk omvat. Ook de rechterhelft van het wapen van Nordrhein-Westfalen – het Westfaalse deel – toont een Saksenros, omdat dat ook Westfalen tot het historische domein van het Saksische volk hoort. Een wat meer opgedirkt Saksenros vinden we in het wapen van ons eigen Twente en in de clubvlag van de bekende voetbalclub uit Enschede.

Wapenschilden van Niedersachsen, Twente en Nordrhein-Westphalen

Wapenschilden van Niedersachsen, Twente en Nordrhein-Westphalen

Het ontstaan van het Saksenros is net zo in nevelen gehuld als dat van de Ierse harp. Er zouden verwijzingen kunnen zijn naar de vijfde-eeuwse Saksische hoofdmannen met de namen Hengist en Horsa, die aan het hoofd van hun troepen naar Engeland overstaken en daar het koninkrijk Kent stichtten. Een andere legendarische Saksische ruiter was Widukind, een grote tegenstander van Karel de Grote, die uiteindelijk de Saksen onderwierp en liet kerstenen. En met Karel komen we toevallig uit op het kleine ‘bovenste’ schildje in het wapen van het koninkrijk Hannover, want dit toont zijn keizerskroon, als stichter van het Heilig Rooms Rijk.

Onder het wapen vind je de wapenspreuk van het koninkrijk, ‘Suscipire et Finire’, wat betekent ‘Ondersteunen en Voltooien’. Deze spreuk werd in Nederland ook door het in 1984 opgeheven Opleidingscentrum Officieren van Speciale Diensten (OCOSD) gevoerd. In Hannover had dit motto uiteindelijk een wat wrange bijsmaak: een jaar voor zijn afzetting stelde koning Georg V de Ernst-August-orde in om verdienstelijke personen te kunnen onderscheiden. In 1866 was het hele koninkrijk echter ‘Finire’, toen het door Pruisen werd bezet als gevolg van Hannovers alliantie met Oostenrijk, wat Bismarcks streven om tot één Duits Rijk te komen in de weg stond…

Het wapen wordt gedragen door links de Engelse leeuw en rechts door de Schotse eenhoorn. De eenhoorn was van oorsprong een Babylonisch symbool, maar de Keltische mythologie wist er ook wel raad mee. De Schotse koning William I voerde het in de 12e eeuw al in zijn banier. De eenhoorn straalt naast onschuld en zuiverheid ook kracht en mannelijkheid uit. Overigens werd de eenhoorn ook als een gevaarlijk dier gezien, wat wordt uitgedrukt door de ketenen om zijn borst.

De eerste zegel van Hannover werd ontworpen door Anton Jürgens (1823-1883), over wie verder niet veel bekend is. Nog minder is bekend over degene die de drukplaten maakte, dit was ene Friedrich Fickenscher. De zegels werden gedrukt bij drukkerij Culemann, een in 1799 in Königslutter door Friedrich Bernhard Culemann (1770-1845) gesticht bedrijf, in 1809 naar Hannover verplaatst.

Aanvankelijk mocht de zegel met de waarde van 1 Guter Groschen alleen in het binnenlands verkeer gebruikt worden. Dit veranderde met de toetreding van Hannover op 1 juni 1851 tot de Duits-Oostenrijkse postvereniging.

Volgende week gaat Zegelgek een stukje de ruimte in.

Het wapen van Hannover

Het wapen van Hannover

Het wapen van Schleswig-Holstein ca 1900

Het wapen van Schleswig-Holstein ca 1900

Van 1848 tot 1851 voerde Friedrich Wilhelm IV samen met een aantal leden van de Duitse Bond oorlog tegen Denemarken. De reden was de status van de hertogdommen Schleswig en Holstein. Dit was een gebied met een gemengde bevolking van Denen en Duitsers, dat in het Congres van Wenen in 1815 bestuurlijk aan Denemarken was toegewezen, met als hertog de Deense koning. Holstein was daarbij met zijn Duitstalige meerderheid ook nog lid van de Duitse Bond. Het was een broeierige situatie die in 1848 tot een uitbarsting zou komen.

Wilhelm Ahlmann

Wilhelm Ahlmann

De maartrevolutie in 1848 gaf de Duitse nationalisten in Holstein de hoop dat zij de situatie in hun voordeel konden beslissen. De net aangetreden Deense koning Frederik VII had daar een iets andere mening over, hij wilde best Holstein aan de Duitsers overlaten, maar hij kon niet toestaan dat Schleswig Duits zou worden. Hierop besloten de Duitsers de wapens op te pakken, maar het conflict escaleerde al vrij gauw toen onder andere Zweden, Rusland en Groot-Brittannië zich voor de Deense zaak wilden inzetten en Oostenrijk zich niet achter de Duitse eisen wilde scharen. Pruisen, dat aanvankelijk op eigen houtje de Holsteinse kant had gekozen kwam in een moeilijk parket. Onder druk van de grootmachten en vanwege de Deense onwil om met het Frankfurter Parlement tot een vergelijk te komen, bewerkstelligde koning Friedrich Wilhelm IV in augustus 1848 een wapenstilstand. In 1849 ging het vechten echter gewoon weer door, omdat zowel Denemarken als de Duitse nationalisten in Schleswig-Holstein hun claims bleven volhouden en het Frankfurter Parlement in de kwestie besluiteloos was gebleken. Ze kregen hulp uit Pruisen en Saksen, maar de Denen waren in dit deel zeer succesvol en aan het eind van het jaar kwam er een tweede wapenstilstand gevolgd door een vredesverdrag in 1850 in Berlijn, mede ingegeven door het feit dat als Rusland of Frankrijk zich ermee zouden bemoeien het conflict ernstig zou escaleren.

Burg Schaumburg (rinteln.de)

Burg Schaumburg (rinteln.de)

De Holsteiners wilden echter de oorlog voortzetten en deden dat ook, nu zonder hulp. In het voorjaar van 1851 moesten ze erin berusten dat de situatie van voor de oorlog hersteld werd en Denemarken beide hertogdommen onder zijn eigen grondwet zou besturen. Dit bleef zo totdat in Pruisen Wilhelm I en Otto von Bismarck aan de macht waren gekomen en de Denen op hun beurt op hun plaats wezen. Dit was in 1864.

Tegen het einde van de eerste oorlog verschenen de eerste postzegels van Schleswig-Holstein, maar ze zouden alleen op postkantoren in Holstein komen en tenslotte bij het einde van de schermutselingen  teruggetrokken worden. Het initiatief kwam van de Kielse universiteitsdocent Wilhelm Ahlmann (1817-1910), die ook leider was van de voorlopige regering van Schleswig-Holstein. Hij was een van de mensen die aan de wieg stonden van de Duits-Oostenrijkse postunie, die op 1 juli 1850 ingegaan was om het postvervoer in de Duitstalige gebieden in Europa te reorganiseren onder andere door het invoeren van standaardtarieven. Al in maart was besloten dat er postzegels zouden komen en in de zomer was de drukkerij van Köbner & Lehmkuhl in Altona er druk mee, met name omdat voor het eerst in de geschiedenis reliëfdruk werd gebruikt voor het middenstuk. Vanaf 15 november mochten de zegels verkocht en gebruikt worden.

De eerste zegels, met een wapenschild in reliefdruk

De eerste zegels, met een wapenschild in reliefdruk

Het ontwerp was van Christian Dietrich Claudius (1819-1907), een medailleur en graveur uit een bekende kunstenaarsfamilie en achterneef van de Holsteinse dichter Matthias Claudius, die later twee keer op zegels van de Bondsrepubliek zou worden herdacht. Hij nam het toenmalige wapen Schleswig-Holstein als onderwerp. Links zijn twee blauwe leeuwen op een gele (‘gouden’)  achtergrond te zien, ontleend aan het Deense wapen. Rechts zie je een wit (‘zilveren’) zogenaamd ‘netelblad’ op een rode achtergrond. Het netelblad was al in de 12de eeuw te zien op het wapen van de graven van Holstein-Schauenburg, die huisden in het tegenwoordig in de bondsstaat Niedersachsen gelegen Slot Schaumburg op de Nesselberg aan de Weser bij Rinteln. Waarschijnlijk kozen ze dit wapensymbool om hun weerbaarheid mee te onderstrepen.

Tegenwoordig is het netelblad in de wapenschilden van tal van plaatsen in Niedersachsen en Schleswig-Holstein te zien, zoals de stad Kiel. Maar ook plaatsen buiten deze deelstaten voeren het in hun wapen, zoals Recklinghausen in het Ruhrgebied.

Duitse postzegels met het wapen van Schleswig-Holstein (1994, Mi 1715) en het portret van Matthias Claudius (1990, Mi 1473)

Moderne wapenschilden van Schleswig-Holstein, Kiel en Recklinghausen

Moderne wapenschilden van Schleswig-Holstein, Kiel en Recklinghausen

Later in de maand begon nog een Duits koninkrijk met eigen zegels, daarover volgende week.