1 januari 1850 – Koningin Isabella II

Koningin Isabella II in 1852 door Franz Xaver Winterhalter (1805-1873) (Koninklijk Paleis Madrid)

Zuid-Europa moest tot 1850 wachten tot de eerste postzegels er verschenen. Net als eerder in het Verenigd Koninkrijk en in België was het regerend staatshoofd de eerste die werd afgebeeld. Dit was koningin Isabella II van Spanje en zij zou, tot ze in 1868 afgezet werd, het belangrijkste onderwerp zijn op de postzegels in Spanje en enkele Spaanse koloniën zoals de Philippijnen, Fernando Poo (het huidige eiland Bioko, wat hoort bij Equatoriaal Guinea) en Spaans-Westindië (Cuba en Puerto Rico).

Maria Isabella werd geboren op 10 oktober 1830 in Madrid als dochter van koning Ferdinand VII en zijn vierde vrouw Maria Christina van de Twee Siciliën. De eerdere huwelijken van Ferdinand hadden geen overlevende kinderen opgeleverd zodat Isabella zijn oudste kind was. Hij zou al in 1833 overlijden maar hij had al voor die tijd onder druk van zijn vrouw besloten om de Salische wetgeving aan de kant te zetten, zodat zijn oudste dochter op de troon kon komen. Zodoende werd het nog geen driejarige meisje onder regentschap van haar moeder de Spaanse koningin. Dit tot grote woede van Ferdinands broer Carlos, die er vast op gerekend had dat hij de koning zou worden. Carlos liet het er niet bij zitten en startte de Eerste Carlistische oorlog, die hij zou verliezen omdat het grootste deel van het leger aan de kant stond van Isabella. Dit was waarschijnlijk uit opportunisme, want met een vrouw aan de macht zouden de militairen meer macht hebben was de gedachte en dat was dan ook precies wat zou gaan gebeuren en wat Isabella (mede) een slechte reputatie zou geven.

Op 13-jarige leeftijd werd Isabella volwassen verklaard, dit omdat er voortdurend gedoe was over haar regentschap: haar moeder had na de oorlog haar taken overgedragen aan generaal Baldomero Espartero (1792-1872) maar deze werd in 1843 afgezet door het Spaanse parlement, de Cortes.

Francisco de Asis de Bourbon, hertog van Cadiz door Federico de Madrazzo (1815-1894)

De volgende hobbel die genomen moest worden was het huwelijk van de jonge koningin. Dit was niet bepaald een interne aangelegenheid omdat Frankrijk en Engeland graag bepaalde kandidaten aan Isabella zagen gekoppeld en beide landen het niet met elkaar eens konden worden welke. Uiteindelijk haalde Frankrijk een kleine overwinning. Isabella zou trouwen met haar neef Francisco, de hertog van Cadiz en haar zus Luisa Fernanda met Antoine van Orleans, de jongste zoon van koning Louis-Philippe. Beide huwelijken zouden ongelukkig worden en Frankrijk werd er flink mee in verlegenheid gebracht. Isabella zou pas na haar scheiding in 1874 een vriendschappelijke relatie met haar ex gaan ontwikkelen.

Met Francisco had Isabella 12 kinderen waarvan er 5 volwassen werden. Het is tot op de dag van vandaag twijfelachtig of Francisco wel de echte vader was want er gingen sterke geruchten dat hij of homoseksueel of anders wel impotent zou zijn. En Isabella haatte hem toen nog zozeer dat ze regelmatig minnaars opzocht die dus net zo goed de echte vader(s) konden zijn.

Couppleger Juan Prim (1814-1870)

In de 25 jaar dat Isabella op de troon zat werd het Spaanse hof geteisterd door paleisintriges, samenzweringen en toenemende militaire invloed. De koningsgetrouwe militairen wisten uiteindelijk de progressieve partij buiten te sluiten, waarmee ze feitelijk hun eigen vonnis en dat van de koningin ondertekenden, want juist deze partij wist in 1868 onder leiding van Juan Prim en met behulp van een paar door hem in vertrouwen genomen militairen een revolutie – een zogenaamde Pronunciamento – te ontketenen die Isabella naar Frankrijk deed vluchten. In 1870 werd ze door de tijdelijke junta gedwongen haar aftreden te tekenen, kort waarna ze werd opgevolgd door de weinig succesvolle Amadeus van Savoye die na ruim twee jaar totaal gedemoraliseerd aftrad en naar zijn vaderland Italië terugkeerde. Spanje werd nu een echte republiek, maar toen deze 1874 alsnog ten onder ging als gevolg van de slechte militaire prestaties in de Derde Carlistenoorlog werd Isabella’s oudste zoon Alfonso de nieuwe koning. Een periode van relatieve rust brak aan.

De eerste Spaanse postzegel. Tot 1862 zou de landsnaam achterwege blijven.

Op 1 januari 1850 kwamen de eerste zegels met het portret van de 19-jarige koningin uit, ontworpen door de Barcelonees Bartolomé Tomás Coromina Subirá  (1808-1867). In Madrid waren de zegels zelfs al op 30 december 1849 verkrijgbaar. De waardes waren 6 cuartos en 5 en 6 reales, in maart aangevuld met een 12 cuartos en een 10 reales, waarbij een real gelijk stond aan 8 ½ cuartos. In 1864 werd de real gaandeweg vervangen voor de escudo, die gelijk stond aan 10 reales. In 1872 werd het decimale stelsel pas echt ingevoerd met de peseta bestaande uit 100 centimos die tot de invoering van de euro in gebruik is geweest.

Zegel uit de serie van 1851 (Mi 8)

Deze zegels hebben de twijfelachtige eer de eerste vervalste ter wereld te zijn. In april 1850 werd er een inval gedaan in een drukkerij in Murcia waar postzegels gefabriceerd werden die met hulp van een postbeambte uit Alicante verspreid werden. De boeven waren al voor het eind van de maand gepakt en berecht. Het had wel tot gevolg dat al in 1851 een nieuwe serie Isabella’s werd gemaakt, hetgeen jaarlijks herhaald werd tot 1856. Na haar aftreden verscheen haar portret nog maar zelden op postzegels, een enkel portret in een schilderijenserie in Cuba en Spanje, herdenkingen van de eerste postzegel in 1950 en zegels voor de Dag van de Postzegel in een aantal jaren rond 1970 daargelaten.

Hoe liep het tenslotte af met Isabella?  Zij sleet de rest van haar leven in Parijs en kwam, afgezien van enkele korte bezoeken aan haar vaderland, nooit meer over de grens. Ze overleed op 10 april 1904 waarna haar lichaam werd bijgezet in het Escorial.  Haar ex Francisco, eveneens naar Frankrijk uitgeweken, overleed twee jaar eerder in Isabella’s bijzijn.

Leeuwen en adelaars, de bekendste heraldieke beesten, komen volgende keer aan bod.