Het offer aan Ceres door Jacob Jordaens uit 1618 (Prado, Madrid)

Het offer aan Ceres door Jacob Jordaens uit 1618 (Prado, Madrid)

Frankrijk was nog aan het nahijgen van de revolutie van 1848 die koning Louis Philippe van Orléans tot aftreden had gedwongen. Er was een republiek gekomen, de tweede, onder leiding van Louis Napoleon Bonaparte, de zoon van Lodewijk Napoleon, ‘onze’ koning van 1806 tot 1810. De republiek pakte enkele dingen aan, zoals het opstellen van een postwet en de uitgifte van postzegels. Maar wat zet je er nu op? Het werd het symbool van de voorspoed dankzij de goede oogst, de Romeinse godin Ceres.

Ceres in Cáceres

Ceres in Cáceres

Ceres is een van de vele godheden in de Romeinse mythologie, en wordt vergeleken met de Griekse Demeter. Zij geldt als de gever van het spelt aan de mensen, zodat ze altijd te eten zouden hebben. Toen ze in 496 voor Christus een hongersnood zou hebben voorkomen in de nog jonge Romeinse Republiek werd ze een van de centrale godheden, vereerd op de Aventijn. Dit verklaart waarschijnlijk dat de Fransen– en later de Portugezen – haar als republikeins symbool kozen.

Standbeeld van Ceres van Rubens uit 1615 (SU, Mi 5721)

Ceres werd vele malen afgebeeld in de kunst. Wellicht het fraaiste schilderij is er een van Jacob Jordaens in het Prado, voorstellende Het offer aan Ceres dat je hierboven ziet. Ook tijdgenoot Rubens en eerder Rafaël portretteerden Ceres. Ze heeft meestal een kleine korenschoof in haar handen of een hoorn des overvloeds, zoals te zien is bij het Ceresbeeld in het Spaanse stadje Cáceres, dat slechts bij toeval een deel van de naam deelt met de godin. In haar haar draagt ze vruchten zoals druiven.

De eerste Franse zegels met het portret van Ceres werd ontworpen en gegraveerd door de huisgraveur van de Monnaie de Paris, Jacques-Jean Barre, die daar werkzaam was van 1842 tot zijn dood in 1855. De eerste zegels waren een zwarte van 20 centimes en een zeldzame oranjerode van 1 franc, welke op 1 december 1849 vervangen werd door karmijnen exemplaar.

De eerste Franse postzegel (Mi 3

De eerste Franse postzegel (Mi 3)

Van 1852 tot 1870 maakte president Louis Napoleon (vanaf 1853 keizer Napoleon III) de dienst uit op de postzegels, maar na het verlies van Frankrijk in de Frans-Duitse oorlog werd de Derde Republiek uitgeroepen en de eerste jaren zie je Ceres weer terugkomen. Vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog verschenen er ook zegels met Ceres, maar haar symbolische rol werd daarna overgenomen door de Mariannes in vele ontwerpen.

Het bleef niet beperkt tot Frankrijk met Ceres, want er is geen land ter wereld dat zoveel afbeeldingen van de godin heeft uitgegeven als Portugal en zijn koloniale rijk. Ook hier als republikeins symbool, want na het afzetten van de jonge koning Emanuel II in 1910 werd hier de republiek uitgeroepen. In 1856 verschenen er in de Argentijnse provincie Corrientes ook zegels met de afbeelding van Ceres, die overigens een zeer grote gelijkenis hebben met de Franse zegels. België gaf in 1932 enkele zegels met Ceres uit, maar dan meer in haar ‘echte’ rol als godin van de oogst en vruchtbaarheid. Van recentere datum is de Oekraïense frankeerserie uit 1992.

En als je een bordje havermout hebt bij het ontbijt, denk dan ook even aan Ceres. Het Engelse woord cereals is immers van haar naam afgeleid.

Ceres als schegbeeld met sikkel (Groenland Mi 253)

Beeldje van Ceres in Archeon (eigen foto, 8-1-2017)

 

.

Benjamin Franklin op 72-jarige leeftijd, door Joseph-Siffred Duplessis (1778)

Op 1 juli 1847 werd in de Verenigde Staten de postbezorging federaal geregeld. Tot die tijd was het aan de lokale postmeesters om te bepalen of ze aan de vooruitbetaling van de verzending mee wilden doen. Er waren in principe twee tarieven, die van 5 cents tot een afstand van 300 mijl en 10 cent daarboven. De volgende tariefstap was die van 20 cent voor afstanden boven 3000 mijl maar dat kwam eigenlijk niet voor. Dus kwamen er twee zegels uit, een van 10 met het portret van George Washington en een van 5 met dat van Benjamin Franklin.

Franklin was een van de mannen – in een tijd dat vrouwen nog lang niet mee mochten doen in Amerika – die aan de wieg stonden van de Verenigde Staten. In 1847 werd hij zelfs gekend als het onmiskenbare opperhoofd van al die Founding Fathers, maar zoiets doe je natuurlijk niet in je eentje…

Franklin als drukkersleerling en boekdrukker

Zegel uit 1993 bij de opening van het nieuwe Amerikaanse Postmuseum (Mi 2390)

Zegel uit 1993 bij de opening van het nieuwe Amerikaanse Postmuseum (Mi 2390)

Hij is geboren – volgens de Gregoriaanse kalender – op  17 januari 1706 in Boston als 15e van 17 kinderen een behoorlijk aantal, ook voor die tijd. Zijn voornaam duidt er al op dat hij de jongste was, maar er kwamen er nog twee dus, dit waren echter meisjes. Zijn vader Josiah kwam uit Ecton, een dorpje aan de oostkant van Northampton in Engeland en emigreerde in 1682 met zijn gezin naar Amerika. Franklins moeder was Abigail Folger, Josiah’s tweede vrouw, met wie hij in 1677 getrouwd was.

Hoewel Benjamin zijn school niet afmaakte bleek het een pienter en leergierig jongetje. Hij ging werken bij zijn oudere broer James, die een drukkerij had en leerde daar het vak. Ook ging hij stukjes schrijven in James’ krant, stiekem en onder pseudoniem, want James wilde niet dat zijn toen 15-jarige broertje zich daarmee bezig hield. Een jaar later had Ben zelfs de leiding van de krant, toen James enkele weken gevangen zat wegens het publiceren van de gouverneur niet welgevallige stukken. Nog een jaar later ging Benjamin met de verworven kennis naar Philadelphia met de bedoeling daar zijn eigen drukkerij op te zetten. Dat ging niet van een leien dakje want zijn baas daar gaf hem niet de kans en raadde hem aan naar Londen te gaan. Zo geschiedde, maar na terugkeer in Philadelphia stichtte hij in 1728 zijn eigen drukkerij en uitgeverij daar.

In 1730 trouwde Franklin met Deborah Reed (1708-1774), die hij in 1723 had leren kennen. Ze zouden drie kinderen krijgen, waarvan er twee volwassen werden. Zijn zoon William (1730-1813) werd gouverneur van de kolonie New Jersey, maar hij bleef in de onafhankelijkheidsoorlog aan de kant van de Britten staan en vluchtte na het verlies naar Londen waar hij overleed.

Franklin als wetenschapper en filosoof

Zegel bij Franklins 250ste geboortedag (Mi 694)

Zegel bij Franklins 250ste geboortedag naar een schilderij door Benjamin West uit 1813 (Mi 694)

Prokop Diviš met zijn uitvinding op een Tsjechoslowaakse zegel uit 1954 (Mi 867)

Na de verkoop van de drukkerij in 1750 ging Franklin zich vooral aan zijn grootste hobby wijden: hij was namelijk een enthousiast wetenschapper die vooral geroemd is om zijn publicaties over elektriciteit. Hij staat wereldwijd bekend als de uitvinder van de bliksemafleider, een feit dat overigens ook geclaimd werd door de Tsjechische priester en natuurwetenschapper Prokop Diviš (1698-1765). Beide hebben echter belangrijke dingen aan de ontwikkeling bijgedragen. Daarnaast vroeg Franklin uit principe nooit een patent aan.

Franklin ontwikkelde onder andere ook de glasharmonica en de bifocale brillenglazen en schreef talloze artikelen van meer filosofische aard zoals over het bevolkingsvraagstuk, waar later ook Thomas Malthus mee bezig zou zijn en waar zijn werk vaak mee vergeleken wordt. Tijdens zijn inzet als Amerikaans ambassadeur in Frankrijk assisteerde hij de broers Montgolfier bij hun ontwikkeling van de luchtballon. Verder was hij een behoorlijk musicus en componist en de eerste schaakspeler van naam in Amerika.

Franklin als diplomaat en politicus

In 1778 sloten Frankrijk en de USA een vriendschapsverdrag: Lodewijk XVI overhandigt ambassadeur Franklin de ondertekende documenten (Mi 1339)

In 1757 werd Franklin ingezet als vertegenwoordiger voor de kolonie Pennsylvania in Londen, dit was zijn eerste diplomatieke baan. In 1765 was hij nauw betrokken bij de onderhandelingen over de versoepeling van de Stamp Act, maar de Engelse halsstarrigheid op dit punt dreef hem in het kamp van de opstand. Vanaf dat moment zette hij zich volledig in voor de Amerikaanse zaak. Toen de opstand in 1775 uitgebroken was werd Benjamin lid van de ‘commissie van vijf’ met o.a. de toekomstige presidenten John Adams en Thomas Jefferson, om de onafhankelijkheidsverklaring voor te bereiden. Op 4 juli 1776 was het zover: de 13 koloniën verklaarden zich vrij van Engeland.

Na terugkeer uit Frankrijk in 1785 was de inmiddels bijna 80-jarige Franklin nog betrokken bij de ontwikkeling en ondertekening van de Amerikaanse grondwet in 1787. De ‘enige president van de Verenigde Staten die nooit president werd’ overleed in zijn huis in Philadelphia op 17 april 1790, 84 jaar oud.

 

 

Franklin op postzegels

De eerste federale postzegel

De eerste federale postzegel

Een van de zgn. Big Bens uit 1918 (Mi 247)

Hoewel Benjamin Franklin postmeester van Philadelphia was in de tijd van de Postmaster Provisionals, deed die stad niet mee met de uitgifte van eigen postzegels. Dat de federale posterijen zijn portret gebruikten was nog niet helemaal vanzelfsprekend. Postmaster-General Cave Johnson stelde namelijk voor de recent overleden oud-president Andrew Jackson voor de 5 cents zegel te gebruiken, maar op het laatste moment werd het toch Franklin, die immers de eerste Postmaster-General was geweest – hiertoe was hij in 1753 benoemd in alle Amerikaanse koloniën – en vanwege zijn rol bij de onafhankelijkheid van het land. Het werd het begin van een lange rij, meer dan 130 zegels gewijd aan Benjamin Franklin zijn inmiddels verschenen, alleen al in de Verenigde Staten. De laatste uitgifte was in 2006 bij zijn 300ste geboortedag, zegels die zijn belangrijke verdiensten als staatsman, wetenschapper, boekdrukker en postmeester benadrukken.

Serie ter gelegenheid van Franklins 300ste geboortedag (Mi 4065-4068)

Serie ter gelegenheid van Franklins 300ste geboortedag in 2006 (Mi 4065-4068)

Frederick N. Palmer (1814-1886)

Frederick N. Palmer (1814-1886)

Het laatste stukje over de tijd van de Amerikaanse postmeesters gaat over een van de meest gezochte zegels van het stel, de Postmaster Provisional van Brattleboro in de staat Vermont. En wel omdat de postmeester, tevens ontwerper van de zegel zo’n opmerkelijk figuur was. In zijn leven was hij namelijk arts, homeopaat en kaakchirurg, musicus en muziekdocent, boekverkoper en dus ook postmeester. En daar was hij allemaal best goed in. Welkom in het leven van Frederick Niles Palmer.

Frederick werd geboren in Boston op 19 maart 1814, als nazaat van een van de eerste kolonisten die in 1621 vanuit het Engelse Plymouth vertrokken om zich te vestigen in Massachusetts, William Palmer.

Frederick verhuisde al toen hij 3 was en nadat zijn vader overleden was naar Bangor in de staat Maine. Hij studeerde rechten en geneeskunde en toen hij 22 was en afgestudeerd vestigde hij zich in Brattleboro, een kleine stad in Vermont met tegenwoordig 12.000 inwoners en op zo’n 250 kilometer van Boston. Hij leefde op kamers bij de rechter Asa Keyes, waar hij naast het opbouwen van een praktijk rustig kon werken aan het componeren van muziek, zijn grootste passie. Hij produceerde een zestal langzame walsen en een polka, maar bovenal werd hij verliefd op Asa’s dochter Ellen en in 1840 trouwden ze. Ze zouden 3 kinderen krijgen.

In de jaren daarna ging het vlot met de carrière van Frederick en in 1845  kreeg hij dankzij zijn schoonvader de prestigieuze baan van postmeester. Voor die tijd had hij al een redelijke tandartsenpraktijk opgebouwd, maar door zijn nieuwe baan had hij daar geen gelegenheid meer voor.

Brattleboro provisionalMet de wetgeving van president Polk in de hand besloot Palmer tot het aanmaken van postzegels. Het werden zwarte rechthoekige zegels met een formaat dat zo in een notenbalk kon passen, het zegeltje was namelijk “1 balk hoog en 1 maat lang”.  Een buurtgenoot, Thomas Chubbuck, maakte de gravure van het plaatje, waarvoor hij een koperplaat van 10 zegels vervaardigde. Palmer zelf plaatste zijn initialen in het middenkader: FNP. Hoewel er uiteindelijk zo’n 500 zegels gedrukt zijn werden er maar weinig gebruikt en voor de eerste uitgiftedag van de federale zegels op 1 juli 1847 moesten de restanten van de postmeesterzegels officieel vernietigd worden. Toch gaat er een verhaal dat juist in Brattleboro er een tekort van 5c-zegels met het portret van Benjamin Franklin was en dat de zegels van Palmer daarom langer gebruikt zouden zijn. Enig bewijs ontbreekt.

Hoe ging het verder met Frederick Palmer? In het laatste jaar van zijn postmeesterschap zette hij in een deel van het postkantoor een boekhandel op waar hij de nieuwste werken verkocht. Daarnaast ging hij zich weer op de muziek richten, niet meer als componist, maar als muziekdocent, iets wat hij met liefde deed.

De SS John Brooks in 1864 op de Potomac, waterverf door Edward Lamson Henry (1841-1919), collectie The Museum of Fine Arts, Boston

Na het overlijden van zijn eerste vrouw vertrok hij uit Brattleboro en keerde terug naar Boston. Daar leefde hij een rustig leven temidden van kinderen en kleinkinderen en zo zou dit verhaal afgelopen kunnen zijn ware het niet dat Frederick Palmer zo’n mysterieuze dood is gestorven…

Het was 10 mei 1886 en Palmer ging een wandelingetje maken met zijn vierjarige kleinzoon Wendell Smith. Hij zou binnen een half uur terug zijn, beloofde hij, maar het liep allemaal anders af. De wandeling eindigde op het stoomschip John Brooks dat in de Burgeroorlog soldaten vervoerde op de Potomac en sindsdien een pakketdienst verzorgde tussen de havens van Boston en Portland. In de avond van die 10de mei werden de oude Frederick en zijn kleinzoon aangetroffen op het dek van het schip, naar men zegt had de bejaarde man Wendell mee naar buiten genomen omdat die zich niet lekker voelde. Vanaf dat moment gaan er verschillende versies van het verhaal rond, maar zeker is dat opa en kleinzoon al of niet samen overboord geslagen zijn en nooit meer terug gevonden…

Het wapen van de staat Missouri in 1876

Heraldiek op Amerikaanse postzegels kun je met een lampje zoeken, zeker op lokaal niveau. In de periode van de postmeesterzegels kwam de Amerikaanse stad St. Louis in Missouri op initiatief van postmeester John M. Wimer (1810-1863) er wél mee en meteen maar met drie verschillende waardes, van 5, 10 en 20 dollarcent. Het zijn de St. Louis Bears, herkenbaar aan de grizzlies die het wapen dragen. En dat doen ze nog steeds, want Missouri associeert zich graag met de dieren. Of dat terecht is is een beetje de vraag, want de grizzly is hier al heel lang niet meer gezien. De welbekende zwarte beren lopen nog in een groot deel van de Verenigde Staten rond en Missouri heeft nog een vrij grote populatie, maar de grizzlies leven alleen in het uiterste noordwesten. Een heel enkele keer worden ze waargenomen aan de bovenloop van de rivier de Missouri, ver weg van de monding, in de staat Montana…

Postmeester John M. Wimer

STLouisbears (2)

De St. Louis Bears van november 1845

Enfin, het wapen van de staat Missouri wordt dus al of niet terecht door grizzlies gedragen. Het is een van de oudste staatswapens, zelfs veel van de oorspronkelijke 13 staten, de Engelse ex-koloniën, hadden er geen. Het wapen werd gemaakt om te vieren dat Missouri op 10 augustus 1821 werd toegelaten tot de Unie, als 24ste staat. Ook daar zijn ze trots op. Op de postzegels staan ze weliswaar niet, maar het officiële wapen en de vlag tonen beide 24 sterren.

Het ontwerp van het wapen is toegeschreven aan de federale rechter Robert William Wells (1795-1864). Deze was uit Virginia afkomstig, maar vestigde zich als jurist in het plaatsje St. Charles, iets ten noorden van St. Louis, kort voordat Missouri tot de Unie toetrad. In 1821 schetste hij het en op 11 januari 1822 werd het ontwerp al aangenomen.

Aan de rechterkant tekende hij het symbool van de Unie, de “bald eagle” (witkopzeearend) die het Uniewapen vasthoudt. Op de zegels komt dit niet erg uit de verf, het lijken meer een soort boompjes.

Aan de linkerkant zie je een maansikkel en nog een grizzly, de maansikkel herinnert aan de nog jonge staat, klaar om te groeien tot een volwaardige staat van de Unie, de grizzly als symbool voor de kracht en moed van de inwoners. Missouri wilde met deze symbolen duidelijk maken dat hun toetreding tot de Unie verdiend was. Dat blijkt ook uit de tekst om het wapen heen: ‘United we stand, divided we fall’. Geheel conform dit principe sloot Missouri zich aan bij de Unie in de Burgeroorlog, maar niet iedereen was daar gelukkig mee en dat kwam de staat op een drie jaar durende guerillaoorlog te staan, liggende in het front tussen de Noordelijke en Zuidelijke legers die beide door de staat van manschappen voorzien werden. Genoemde John M. Wimer sloot zich bij de Zuidelijken aan en sneuvelde in 1863.

Een ander staatsmotto vinden we onder het wapen, in het Latijn: ‘Salus Populi Suprema Lex Esto’, wat zoveel betekent als ‘Laat het welzijn van het volk de hoogste wet zijn’. Dit is ontleend aan de Romeinse redenaar Cicero in het derde boek van zijn werk De Legibus. Dit motto wordt ook gebruikt door een aantal plaatsen in Engeland en het wordt zelfs vermeld als motto van de kamerfractie van het Vlaams Belang, al zullen ze daar in hun opinie vast niet het héle Vlaamse volk mee bedoelen…

vlag Missouri

De vlag van Missouri (1976, Mi 1226)

De zegels werden niet erg populair, een groot deel van de oplage kwam in handen van enkele bedrijven, die ze aan hun personeel ter beschikking stelden. Pas in 1873 ontdekte men het bestaan van de zegels en sindsdien zijn er een aantal gevonden, gebruikt en ongebruikt. Vooral de 20 cents zegel is zeldzaam, omdat deze op afstanden van meer dan 3000 mijl te gebruiken was. St. Louis lag wel ver buiten het gebied waar de andere ‘Postmaster Provisionals’ werden uitgegeven, maar ook weer niet zover dat het gebruik van de 20 cents gerechtvaardigd was.

Wat overblijft is een aantal bijzondere zegels, niet alleen vanwege hun unieke ontwerp, maar ook omdat geen zegel hetzelfde is omdat ieder exemplaar apart gegraveerd is. Eigenlijk raar dat de Amerikaanse posterijen dit stukje postgeschiedenis nooit herdacht heeft. Verder dan een afbeelding van de staatsvlag, waarin het wapen centraal staat in het rood-wit-blauwe dundoek, in series uit 1976 en 2009, komt het niet. Nog niet…

Molen de Washington aan de Broersvest in Schiedam, ca 1900

Zomaar een molen in Schiedam, maar wat voor een! Dit is Molen De Washington, niet lang voordat hij gesloopt werd na een bestaan van niet veel meer dan 110 jaar. De molen werd in 1792 gebouwd, in het vierde jaar van het presidentschap van zijn naamgever, de eerste president van de Verenigde Staten van Amerika, George Washington. Nadat de gemeente Schiedam het gebouw in 1903 gekocht had werd het weldra afgebroken, want men wilde de Broerssingel dempen en er een moderne rijweg op aanleggen. Ook toen al… In het wegdek van het fietspad is de plaats waar de molen stond in stippen weergegeven, een klein eerbetoon aan een van de vele verdwenen Schiedamse molens.

Washington provisional uitgegeven juli 1845 in New York

George Washington, een begrip in de gehele wereld, en de meest afgebeelde man op Amerikaanse postzegels. Dat begon al vroeg, in New York om precies te zijn, in 1842, toen de postmeester op eigen houtje postzegels voor de stadspost liet aanmaken. Ze staan, afgezien van de Amerikaanse Scott catalogus, nergens vermeld. Dat veranderde in 1845, toen postzegels mochten uitgegeven worden op basis van een wet die dat mogelijk maakte. New York was er kort na 1 juli 1845 bij en natuurlijk was het Washington die weer op mocht draven om model te staan. Vanaf 1847 was hij ook niet weg te slaan uit de reeks staatslieden die op de federale zegels geportretteerd werden. Toen de onderwerpen in het begin van de 20ste eeuw wat gevarieerder werden werd dat wat minder. In 2011 verscheen het vooralsnog laatste portret van Washington, ontworpen naar een van de bekendste portretten, gemaakt 2 jaar voor zijn dood door Gilbert Stuart (1755-1828), die er overigens om bekend stond dat hij tergend langzaam werkte en dat Washington dit portret ook nooit gezien heeft. Het in 1799 nog niet voltooide schilderij bleef dat tot 1860 toen Rembrandt Peale (1778-1860) het net voor zijn overlijden afmaakte. Je kunt er trouwens goed op zien dat Washington een groot probleem met zijn gebit had: al voor zijn aantreden als president had hij vrijwel geen tand meer in zijn mond!

De laatste Washington-zegel tot nu toe (Mi 4676)

De laatste Washington-zegel tot nu toe uit 2011 (Mi 4676)

George Washington werd geboren op 22 februari 1732 in Westmoreland County in Virginia, in een huis aan de Popes Creek, een zijwater van de rivier de Potomac. Het huis was zo’n 15 jaar eerder gebouwd op de plantage die al in 1657 in bezit gekomen was van George’s overgrootvader John (1633-1677). Deze kwam toen net uit Engeland, waar de vooruitzichten op een carrière vanwege het regime van Oliver Cromwell minimaal waren. De verre voorvaderen van de Washingtons waren Vikingen, stamhoofden op de Orkney eilanden, die zich later in Lancashire vestigden.

Portret uit 1797 door Gilbert Stuart, voltooid door Rembrandt Paine

In de Franse en Indiaanse oorlog, die van 1754 tot 1757 werd uitgevochten tussen de Engelse en de Franse kolonisten in Noord-Amerika vocht George mee aan Engelse zijde. Deze oorlog ging in feite om aanspraken in het gebied waarin nu de staat Ohio ligt. De Engelsen zouden de Fransen vernietigend verslaan en een groot deel van het Franse gebied ten zuiden van de Grote Meren opeisen, tot bijna Golf van Mexico toe.

In 1759 trouwde George met de niet onbemiddelde weduwe Martha Dandridge en vestigde zich op Mount Vernon in het vlak bij het huidige Washington DC gelegen Alexandria. Als er niets tussen was gekomen zou George zijn verdere leven hier gesleten hebben als planter, maar het liep even anders.

Trouwportret van George en Martha uit 1759

Detail uit het trouwportret van George en Martha uit 1759 (Manama Mi 795)

In 1765 vaardigde de Engelse regering de Stamp Act uit: alle min of meer officiële stukken moesten gedrukt worden op speciaal “gestempeld” papier, op kosten van de gebruikers geïmporteerd uit Londen, wat dus een verkapte belastingheffing was. Dit zinde de kolonisten in het geheel niet, met name omdat ze geen vertegenwoordiging hadden in het Engelse parlement en dus feitelijk hier niet over mee konden beslissen. Washington sloot zich aan bij de koloniale oppositie.

De relatie tussen Engeland en zijn belangrijkste kolonie bekoelde nog verder na de Boston Tea Party op 16 december 1773, toen kolonisten een schip vol thee in de haven van Boston weigerden te ontladen en in plaats daarvan de lading in het water dumpten. De repressieve maatregelen van de Engelsen leidden mede tot het uitbreken van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Deze duurde van 1775 tot 1783 en kende successen voor beide partijen, maar uiteindelijk zag Engeland in dat ze de oorlog niet zouden kunnen winnen tegen de rebellen, die en passant op 4 juli 1776 de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen, en besloten vrede aan te bieden om de almaar oplopende kosten te bedwingen. George Washington, in de oorlog gestaag gepromoveerd tot generaal, keerde weer terug naar zijn plantage, maar werd in 1787 naar de Constitutionele Conventie geroepen, waar hij gezien zijn staat van dienst tot voorzitter werd verkozen. Toen de grondwet was aangenomen en er zoals afgesproken een president nodig was om de unie van 13 voormalige koloniën te leiden, was Washington ook de aangewezen persoon, en de enige die met 100% van de stemmen gekozen werd.

Charles Willson Peale (1741-1829): Washington bij Princeton, waar hij de Britten op 3 januari 1777 verslagen had (Monaco Mi 527 uit 1956)

Charles Willson Peale (1741-1829): Washington bij Princeton, waar hij de Britten op 3 januari 1777 verslagen had (Monaco Mi 527 uit 1956)

George Washington was 8 jaar president en bouwde in die tijd aan de nieuwe staat als politicus van een nieuwe generatie, waar in binnen- en buitenland met bewondering (maar in conservatieve kringen ook met argwaan) naar werd gekeken. Gijsbert Karel van Hogendorp, lid van het driemanschap dat aan de wieg stond van het Koninkrijk der Nederlanden, kwam bijvoorbeeld de kunst bij hem afkijken en was een graag geziene gast op Mount Vernon. Washington wordt tot de 3 succesvolste presidenten gerekend, samen met Abraham Lincoln en Franklin D. Roosevelt. Na zijn presidentschap keerde hij weer terug naar zijn plantage, waar hij op 14 december 1799 overleed aan (waarschijnlijk) een ernstige keelontsteking en hoge koorts, die door de nog weinig geavanceerde medische kennis van die dagen verkeerd behandeld werd. Op Washington’s eigen verzoek werd aderlating toegepast, maar dit heeft naar alle waarschijnlijkheid het overlijden versneld. Hij werd begraven op Mount Vernon.

Polen was het eerste ‘buitenland’ dat Washington afbeeldde bij zijn 200ste geboortedag in 1932 (Mi 271)

Washington is op vele manieren geëerd. Al in 1791 stonden de staten Virginia en Maryland een stuk van hun grondgebied aan de Potomac af voor de stichting van de stad Washington. In 1846 werd het noordwestelijke deel van de Verenigde Staten ingericht als Washington Territory, waarvan het westelijke deel nu bekend is als de staat Washington, die in 1889 toetrad tot de unie. Verder zijn er nog meer dan 250 dorpen en steden naar hem vernoemd, vijf bergen en vele tientallen andere geografische objecten en instellingen. Zijn portret staat op het bankbiljet van 1 dollar en op de quarter, de munt van 25 dollarcent.  Zoals gezegd ook op vele postzegels, meest portretten, maar ook veel herdenkingszegels over zijn optreden in de Onafhankelijkheidsoorlog. Het 2de eeuwfeest van de onafhankelijkheid werd bovendien in 1976 in vele landen gevierd, met in een aantal gevallen ook hier een portret van George Washington, hoewel hij nauwelijks betrokken was bij dit feit.