1 maart 1843 – Cijfers en getallen

Het ontwerp van Jan van Krimpen uit 1946 op een kussentje bij Hotel Post Plaza in Leeuwarden (eigen foto)

 

Cijfers en getallen zijn onlosmakelijk met postzegels verbonden. Hoe zie je anders wat je ervoor moet betalen en waarvoor de zegel dient? De waarde geeft immers aan wat het doel van de zegel is, voor wat voor soort post, welk gewicht en niet te vergeten de afstand die het poststuk af gaat leggen. Toch hadden de eerste zegels, de Penny Black en de Topence Blue nog geen waardeaanduiding in cijfers, maar in letters. In 1843 verschenen de eerste zegels met cijfers, niet in Engeland, maar in het Zwitserse kanton Zürich. Of all places…

Tot 1848 was Zwitserland nog geen land met een centrale regering, maar een confederatie, een los samenraapsel van kantons die hun eigen boontjes dopten. Ze werkten samen op basis van de rechten en plichten van het uit de middeleeuwen stammende Eedgenootschap. Deze situatie werd in 1843 onhoudbaar toen door de protestantse leden van dit Eedgenootschap een nieuwe liberale grondwet werd voorgesteld, waar de conservatieve katholieken het niet mee eens waren. Zij richtten de Sonderbund op, een verbond van katholieke kantons, en legden daarmee een bom onder de oude confederatie, de Zwitserse ‘eenheid in verscheidenheid’. Na een reeks van incidenten kwam het in  november 1847 tot een treffen, de Sonderbundsoorlog. Het werd een ongelijke strijd die binnen een maand gewonnen werd door de protestantse kantons. Gevolg van de oorlog was dat de katholieken de oorlogskosten moesten betalen, maar daar stond tegenover dat de vier grootmachten Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland garant stonden voor een nieuwe grondwet, die voor iedereen aanvaardbaar was. Zwitserland werd hiermee een bondsstaat met centraal bestuur.

Zürcher 4 & 6, de eerste cijferzegels (de.wikipedia.org)

Een van de gangmakers van de liberaal-protestantse beweging was het kanton Zürich. Dit was in 1843 een van de belangrijkste en meest geïndustrialiseerde kantons van de Eedgenootschap. Dat bracht, net als in Engeland, het vereenvoudigen van de postdienst en de uitgifte van postzegels met zich mee. Men koos niet voor een symbool van de stad, maar voor een neutraal en effectief ontwerp: een groot cijfer 4 en een groot cijfer 6. In de wandeling heten deze de “Zürcher 4 & 6”. Een nieuwigheid was de vermelding van de kantonnaam Zürich op de zegels en, afhankelijk van de waarde, of deze voor binnen de stad (de 4 rappen) of binnen de

Een van de Ossenogen uit Brazilië

Een van de Ossenogen uit Brazilië

rest van het kanton (de 6) te gebruiken was. Bovendien konden ze samen als 10 rappen gebruikt worden voor aangetekende poststukken, de eerste vermelding van gebruik van postzegels voor dat doel. Het zou bij deze zegels blijven, net zoals bij Genève en Basel, die wat later hun eerste en enige zegels uitgaven.

Der Schwarze Einser (de.wikipedia.org)

Het uitgeven van cijferzegels bleek een goede zet, vele landen zouden het voorbeeld volgen. De eerste in de reeks was al na een paar maanden Brazilië waar op 1 augustus 1843 de eerste postzegels verschenen, ook nog eens de eerste niet-Europese zegels. Vanwege het sierlijke ronde ontwerp met tierelantijntjes worden deze de “Ossenogen” genoemd. Deze zegels vermelden net als in Groot-Brittannië geen landsnaam. Die zou in 1866 pas toegevoegd worden.

Beieren volgde op 1 november 1849 met een ander beroemd cijfer: de “Schwarzer Einser”, bovendien de eerste uitgifte van postzegels binnen de grenzen van het latere Duitse Rijk. Al in 1845 wilde men ermee beginnen, maar uiteindelijk viel het besluit om postzegels uit te geven pas op 22 februari 1849. Men koos hier voor het neutrale cijferontwerp om de simpele reden dat het afbeelden van een regerend vorst in de nadagen van de revolutie van 1848, die ook in München had gewoed, nogal gevoelig lag.

Oostenrijkse portzegel uit 1927 (Michel 148)

Een bijzonder soort cijferzegels zijn de portzegels, die tot doel hebben de kosten van onvoldoende of foutief gefrankeerde poststukken te vereffenen met de ontvanger. Deze zegels werden vanaf ongeveer 1870 in vele landen uitgegeven, Nederland als een van de eersten, voor het overgrote deel met cijferontwerpen. Fraaie ontwerpjes van portzegels komen bijvoorbeeld uit Oostenrijk.

IMG_9252

Selectie van klassieke en moderne Nederlandse cijferzegels, vlnr NVPH-nummers 2251, 2485, 2343, 146, 2135, 2101, 54, 2061, 33, 464 en 1114

Nederland gaf vanaf 1876 cijferzegels uit voor frankering van poststukken, vooral om drukwerken mee te kunnen frankeren en iets later ook briefkaarten. In de loop van de 20ste eeuw veranderde de functie in toenemende mate in een bijplakzegel, zoals op de foto de 10c type Nikkels (NVPH 2135), te gebruiken na tariefswijzigingen. Tegenwoordig zijn alleen zegels voor zakelijk gebruik nog cijferzegels, op de foto zijn dit alle zeges in eurowaarden.