James Madison Buchanan (1803-1876)

James Madison Buchanan (1803-1876)

De geschiedenis van de Amerikaanse postzegel begint in Baltimore, Maryland…. Volgens sommige bronnen dan (andere geven herfst 1845), maar het is niet onwaarschijnlijk.

Op 1 juli 1845 trad in de Verenigde Staten een wet in werking die het gebruik van postzegels mogelijk maakte. Pas eerst twee jaar later werd dit federaal aangepakt, maar in 1845 was het nog persoonlijk initiatief dat de doorslag gaf. Baltimore, de grootste stad van Maryland, trapte waarschijnlijk af met een simpel strookje papier waarop de waarde ‘5 Cents’ of ’10 Cents’ stond en erboven de handtekening van de postmeester, de van overheidswege aangestelde baas en organisator van het lokale postbedrijf. De man in kwestie heette in Baltimore James M. Buchanan en die werd zo een klein stukje van de wereldgeschiedenis.

James Madison Buchanan werd geboren in 1802 of 1803, dat weet men niet heel erg precies, in Pikesville, een tamelijk onopvallend voorstadje van Baltimore, dat op 9 september 2001 toevallig in het nieuws kwam omdat er een snelheidsovertreding begaan werd door een van de hoofdverdachten van de aanslagen in New York twee dagen later.

Buchanan had, samen met zijn tijd- en naamgenoot James Buchanan, de 15de president van de Verenigde Staten, een gemeenschappelijke stamvader in Robert Buchanan (ca 1462-1518), die clanleider was in de streek rondom Loch Lomond in Schotland. De nazaten van zijn zonen trokken verschillende kanten op. Die van John, voorvader van de president, die als voorganger van Abraham Lincoln nog wel eens verweten wordt de voornaamste aanstichter van de Amerikaanse Burgeroorlog te zijn, kwamen in Ulster terecht en het was James Buchanan Sr., de vader van de president, die pas eerst de oversteek van Ierland naar Amerika waagde. Een andere zoon van Robert was William. Deze bleef trouw aan Schotland maar zijn nazaat George vertrok in 1723, 25 jaar oud, uit Edinburgh naar Baltimore. George’s kleinzoon was dus James M. Buchanan.

James M. was zijn hele leven aan Baltimore verbonden, hij ging er naar school, studeerde er rechten, werd er advocaat en na een arbeidzaam leven tenslotte begraven in 1876. Omdat hij politieke belangstelling had voerde hij campagne voor Andrew Jackson, de 7de president van de Verenigde Staten, die mede dankzij hem in 1828 verkozen werd voor het hoogste ambt. Toen James K. Polk in 1845 president werd, werd Buchanan postmeester van Baltimore. De Postmaster-General in Polk’s kabinet was Cave Johnson (1793-1866), die er eer in

Washington zegel uit New York, 1842

Washington zegel uit New York, 1842

schiep de posterijen te hervormen zoals Engeland dat gedaan had. Voordat de eerste Amerikaanse postzegels in 1847 na lange discussie verschenen begon het met een van staatswege gelegaliseerde proefneming door postdiensten in een aantal steden, om te beginnen Baltimore en New York, de stad die in 1842 al aan het pionieren gegaan was met het aanmaken van onofficiële postzegels met de beeltenis van George Washington.

In de loop van 1845 en 1846 startten tal van steden met een postsysteem gebaseerd op voorafbetaling van de porto. Een deel daarvan deed dat door het uitgeven van postzegels. Dit waren vaak simpele waardecijfers zoals in

  • De zeer zeldzame Blue Boy

    Alexandria (Virginia), deze heeft vanwege de blauwe kleur van het papier, de bijnaam Blue Boy gekregen, deze wordt beschouwd als de zeldzaamste van de Postmeesterzegels. Er waren echter ook zegeltjes op rozeachtig papier, deze zijn minder zeldzaam.

  • Boscawen (New Hampshire), niet meer dan een stukje papier met een stempeltje met de tekst PAID 5 CENTS, naar een ontwerp van postmeester Worcester Webster (1794-1856). Het zegeltje gebruikte hij in eerste instantie om een brief te sturen naar een 14-jarig (vermoedelijk) achternichtje. Er is nog maar 1 envelop met een gebruikt zegel bekend.
  • Lockport (New York), een stempelvormig zegel met ingeschreven waarde, ook van deze is er nog maar 1 bekend.
  • Providence (Rhode Island) had zwarte zegeltjes met daarin tekst ‘POST OFFICE PROV. R.I. FIVE (of TEN) CENTS. Hiervan zijn er nog een aantal bekend.

Maar Brattleboro (Vermont), Millbury (Massachusetts), St. Louis (Missouri) en de stad New York hadden hun eigen ontwerpjes die de komende weken aan bod komen.

 

Brievenbus in Basel (ca 1845)

Brievenbus in Basel (ca 1845)

Kort na de invoering van de postzegel kwamen ook de bijbehorende symbolen zoals posthoorns en postduiven als motief voor. Op 1 juli 1845 was het de Zwitserse stad Basel die met de primeur kwam, van de postduif in zijn eenvoudigste vorm, een witte duif met een brief in zijn snavel. Het werd tegelijk de huisstijl van de lokale posterijen, een logo avant la lettre. Voorbeelden van de brievenbus als hierboven zijn nog op enkele plekken in de stad in gerestaureerde vorm te vinden. En de postzegel, in het lokale dialect Basler Dybli genoemd, hoort tot de meest gezochte zegels van de wereld.

Zwitserse Europazegel uit 1979 (Mi 1154)

Zwitserse Europazegel uit 1979 (Mi 1154)

Zegel voor 100 jaar Wereldpostvereniging met links een brievenbus uit Basel (BRD Mi 825)

Het dier

De postduif is niet alleen een postsymbool, maar ook een ‘echte’ vogel. Al in de 16e eeuw wist men van bepaalde duiven dat ze altijd hun weg konden vinden dankzij een ver ontwikkeld oriëntatievermogen en daarom zeer geschikt waren om berichten uit belegerde steden te smokkelen. In latere oorlogen, zoals de Frans-Duitse oorlog van 1870, waren ze vaak van belang om iets over de toestand van een bezette stad en zijn bewoners te weten te komen en ze konden soms een belangrijke rol spelen bij het ontzetten van een stad.

De tamme duiven, waaronder ook de postduiven horen, zijn gedomesticeerde afstammelingen van de wilde rotsduif (Culumba livia), qua naam niet te verwarren met de rossige steenduif (Columbina talpacoti). Ze komen op postzegels vooral als symbolische voorstelling voor, bijvoorbeeld bij jubilea van de Wereldpostvereniging of regionale organisaties als de Arabische Postunie (deel uitmakend van de Arabische Liga).

Zwitserse luchtpostzegel uit 1930 (Mi 245)

Zwitserse luchtpostzegel uit 1930 (Mi 245)

 

Nederlandse postduif uit 1993 (NVPH 1574)

Nederlandse postduif uit 1993 (NVPH 1574)

Baseler duif

De Baselse domineeszoon en architect Melchior Berri (1801-1854) ontwierp het witte duifje in het rode vlak van de postzegel. Op de ook door hem ontworpen afbeelding op de brievenbussen staat de duif in een blauw vlak. Omdat die blauwe kleur ook op de postzegel aanwezig is werd dit de eerste meerkleurige zegel ter wereld. Het duurde lang voor er een tweede meerkleurige zegel verscheen, in veel landen zelfs tot in de 20ste eeuw en dan nog alleen voor hogere waardes van series.

 

Basler Dybli

Basler Dybli

Het wapen van Basel

Een ander element op de postzegel is het wapen van stad Basel, dat een beetje lijkt op een omgekeerde toeter. In werkelijkheid is het echter een kerkelijk symbool, zoals de sleutel op het wapen van Genève. Het is namelijk een deel van een bisschopsstaf en deze komt al sinds de 11de eeuw voor op munten. De vorm is sinds de 13e eeuw niet meer veranderd. Net als in Genève doorstond dit bisschoppelijke symbool de Reformatie, die in Basel in 1528 leidde tot een verbod op het katholicisme. De zetel van het prinsbisdom verhuisde toen met steun van katholieke kantons van het eedgenootschap naar Porrentruy in de Jura,

Grafmonument voor Erasmus in Basel (Wikimedia Commons/Bic

Grafmonument voor Erasmus in Basel (Wikimedia Commons/Bic)

vlakbij de Franse grens. Het huidige bisdom Basel heeft zijn zetel in Solothurn. De Baseler Münster, tot de Reformatie de hoofdkerk van het bisdom, is nog steeds eigendom van de evangelisch-gereformeerde kerk. Opmerkelijk is dat ‘onze’ kritische maar katholiek gebleven humanist Erasmus, die in 1536 in Basel overleed, in deze gereformeerde kerk zijn graf kreeg. En dat is er nog altijd te zien.

 

 

 

 

 

 

 

Wappen_Genf_matt.svg

Het moderne wapen van Genève

 

Nog in 1843 was het de beurt aan een ander Zwitsers kanton om te beginnen met het uitgeven van postzegels. Genève kwam met de ‘Doppelgenf’ en daarmee werd een nieuw thema toegevoegd aan de nog korte reeks, bestaande uit ‘Staatshoofden’ (koningin Victoria) en ‘Cijfers’ (de eerste zegels van Zürich en Brazilië). Genève koos voor de heraldiek met het stadswapen.

Een korte geschiedenis…

Na een geschiedenis als Romeinse vestingstad en vervolgens een positie als belangrijke stad in Bourgondië, het Frankische Rijk en het Heilig Roomse Rijk werd de strategisch aan de Rhône gelegen stad Genève met het omliggende gebied in de vroege 16e eeuw als kanton aan het Zwitserse eedgenootschap toegevoegd om uit handen te blijven van de Savooise hertog Karel III. Deze wilde de stad inlijven om zo zijn invloed tegen het Habsburgse Rijk en Frankrijk te kunnen vergroten.

Johannes Calvijn (1509-1564), een portret toegeschreven aan Hans Holbein de Jongere

Ook binnen het eedgenootschap bleef Genève een eigenzinnig buitenbeentje. Nadat in 1523 de eerste Franse protestantse vluchtelingen de stad inkwamen vestigde zich in 1536 de hervormer Johannes Calvijn er en probeerde er een protestants bolwerk van te maken, nadat dat eerder in Bern en Freiburg niet was gelukt. Binnen 20 jaar stond de stad bekend als het “protestantse Rome” en was het een ware calvinistische vrijstaat geworden. Nog tot 1907 bleven bestuur en religie nauw met elkaar verbonden, hoewel sinds de Franse tijd ook de katholieken al weer wat te zeggen kregen. Het oude bisdom Genève is echter nooit hersteld.

Tegenwoordig onderscheidt Genève zich vooral als een plaats waar internationale organisaties een plaats hebben gevonden. Was het in 1919 de Volkenbond die er zijn hoofdzetel kreeg, na de Tweede Wereldoorlog kwam de Europese vestiging van de VN naar de stad en ook het hoofdkwartier van het Rode Kruis is er.

Vlag en wapen

Het wapenschild en de vlag van Genève zijn hetzelfde en gelden al sinds ongeveer 1440. Het wapen bestaat in feite uit twee halve wapens, met links een halve (tweekoppige) zwarte adelaar met gouden kroon op een geel vlak (‘goud’ in heraldische termen) en rechts een zilveren of gouden sleutel op een rood – ‘keel’ – vlak (dit waren, zoals te raden valt, eerst twee ruggelings geplaatste sleutels). De adelaar verwijst naar het wereldlijke Heilige Roomse Rijk, waar Genève in die tijd als graafschap deel van uitmaakte. De sleutel symboliseert het oude bisdom Genève en is een verwijzing naar St. Petrus, naar wie de kathedraal van de stad vernoemd werd. Deze werd na de hervorming gereformeerd en is dat nog steeds.

Het wapen wordt omlijst door het motto van de stad ‘Post Tenebras Lux’, wat zoveel wil zeggen als ‘na de duisternis komt het licht’, een aan het bijbelboek Job ontleende tekst, die door het calvinistische stadsregime werd geadopteerd. Boven het motto vind je de letters JHS wat een monogram is voor Jezus.

Een oude afbeelding van het Geneefse wapen uit 1708 zoals in bezit van het Historisch Centrum Leeuwarden is hier te vinden.

Doppelgenf

Doppelgenf1

De door Genève uitgegeven postzegel met het stadswapen is in allerlei opzichten een uniek ding. Om wat te noemen: het toont twee dezelfde zegels die voor het lokale verkeer los gebruikt kunnen worden à 5 centimes, wat ook aangegeven wordt met de tekst ‘Port local’. Maar eigenlijk kun je het vooral als één zegel zien dankzij de complete en op het oog ondeelbare schriftband boven de zegels met de tekst ‘10 PORT KANTONAL Cent’

75 jaar later verschijnt het wapen van Genève op een Pro Juventute-zegel (Mi 144)

Wat verder opvalt is dat geen zegel hetzelfde lijkt, de zegels lijken in twee fases gedrukt te zijn met eerst het wapen en dan het kader of andersom. Ook zijn het eerste en het laatste woord van het motto Post Tenebras Lux op de ene zegel beter leesbaar dan het andere. Je ziet ook duidelijke verschillen op de afbeelding afbeelding tussen de grootte van het wapenschild en de afstand van het schild met de schriftband. Kortom een zeer curieuze zegel.

Waarschijnlijk omdat het met dit dubbelzegel wel wat gedoe was besloot men stads- en kantonpost in 1845 gelijk te trekken en nog maar 1 zegel van 5 centimes uit te geven die voor het hele kanton gold.

En daarna

Braziliaans Geitenoog (Mi 6)

1 juli 1844 – Na de Ossenogen komt Braziliïe met de eerste drie waarden van een nieuwe cijferserie, de Inclinados. In het Nederlands worden deze ook wel Geitenogen of Slangenogen genoemd.

1 april 1845 – In Genève wordt de Doppelgenf vervangen door een enkel zegel van 5 centimes geldig in het hele kanton.

1 juli 1845 – Brazilië brengt drie aanvullende waarden van de Geitenogen uit.

 

Het ontwerp van Jan van Krimpen uit 1946 op een kussentje bij Hotel Post Plaza in Leeuwarden (eigen foto)

 

Cijfers en getallen zijn onlosmakelijk met postzegels verbonden. Hoe zie je anders wat je ervoor moet betalen en waarvoor de zegel dient? De waarde geeft immers aan wat het doel van de zegel is, voor wat voor soort post, welk gewicht en niet te vergeten de afstand die het poststuk af gaat leggen. Toch hadden de eerste zegels, de Penny Black en de Topence Blue nog geen waardeaanduiding in cijfers, maar in letters. In 1843 verschenen de eerste zegels met cijfers, niet in Engeland, maar in het Zwitserse kanton Zürich. Of all places…

Tot 1848 was Zwitserland nog geen land met een centrale regering, maar een confederatie, een los samenraapsel van kantons die hun eigen boontjes dopten. Ze werkten samen op basis van de rechten en plichten van het uit de middeleeuwen stammende Eedgenootschap. Deze situatie werd in 1843 onhoudbaar toen door de protestantse leden van dit Eedgenootschap een nieuwe liberale grondwet werd voorgesteld, waar de conservatieve katholieken het niet mee eens waren. Zij richtten de Sonderbund op, een verbond van katholieke kantons, en legden daarmee een bom onder de oude confederatie, de Zwitserse ‘eenheid in verscheidenheid’. Na een reeks van incidenten kwam het in  november 1847 tot een treffen, de Sonderbundsoorlog. Het werd een ongelijke strijd die binnen een maand gewonnen werd door de protestantse kantons. Gevolg van de oorlog was dat de katholieken de oorlogskosten moesten betalen, maar daar stond tegenover dat de vier grootmachten Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland garant stonden voor een nieuwe grondwet, die voor iedereen aanvaardbaar was. Zwitserland werd hiermee een bondsstaat met centraal bestuur.

Zürcher 4 & 6, de eerste cijferzegels (de.wikipedia.org)

Een van de gangmakers van de liberaal-protestantse beweging was het kanton Zürich. Dit was in 1843 een van de belangrijkste en meest geïndustrialiseerde kantons van de Eedgenootschap. Dat bracht, net als in Engeland, het vereenvoudigen van de postdienst en de uitgifte van postzegels met zich mee. Men koos niet voor een symbool van de stad, maar voor een neutraal en effectief ontwerp: een groot cijfer 4 en een groot cijfer 6. In de wandeling heten deze de “Zürcher 4 & 6”. Een nieuwigheid was de vermelding van de kantonnaam Zürich op de zegels en, afhankelijk van de waarde, of deze voor binnen de stad (de 4 rappen) of binnen de

Een van de Ossenogen uit Brazilië

Een van de Ossenogen uit Brazilië

rest van het kanton (de 6) te gebruiken was. Bovendien konden ze samen als 10 rappen gebruikt worden voor aangetekende poststukken, de eerste vermelding van gebruik van postzegels voor dat doel. Het zou bij deze zegels blijven, net zoals bij Genève en Basel, die wat later hun eerste en enige zegels uitgaven.

Der Schwarze Einser (de.wikipedia.org)

Het uitgeven van cijferzegels bleek een goede zet, vele landen zouden het voorbeeld volgen. De eerste in de reeks was al na een paar maanden Brazilië waar op 1 augustus 1843 de eerste postzegels verschenen, ook nog eens de eerste niet-Europese zegels. Vanwege het sierlijke ronde ontwerp met tierelantijntjes worden deze de “Ossenogen” genoemd. Deze zegels vermelden net als in Groot-Brittannië geen landsnaam. Die zou in 1866 pas toegevoegd worden.

Beieren volgde op 1 november 1849 met een ander beroemd cijfer: de “Schwarzer Einser”, bovendien de eerste uitgifte van postzegels binnen de grenzen van het latere Duitse Rijk. Al in 1845 wilde men ermee beginnen, maar uiteindelijk viel het besluit om postzegels uit te geven pas op 22 februari 1849. Men koos hier voor het neutrale cijferontwerp om de simpele reden dat het afbeelden van een regerend vorst in de nadagen van de revolutie van 1848, die ook in München had gewoed, nogal gevoelig lag.

Oostenrijkse portzegel uit 1927 (Michel 148)

Een bijzonder soort cijferzegels zijn de portzegels, die tot doel hebben de kosten van onvoldoende of foutief gefrankeerde poststukken te vereffenen met de ontvanger. Deze zegels werden vanaf ongeveer 1870 in vele landen uitgegeven, Nederland als een van de eersten, voor het overgrote deel met cijferontwerpen. Fraaie ontwerpjes van portzegels komen bijvoorbeeld uit Oostenrijk.

IMG_9252

Selectie van klassieke en moderne Nederlandse cijferzegels, vlnr NVPH-nummers 2251, 2485, 2343, 146, 2135, 2101, 54, 2061, 33, 464 en 1114

Nederland gaf vanaf 1876 cijferzegels uit voor frankering van poststukken, vooral om drukwerken mee te kunnen frankeren en iets later ook briefkaarten. In de loop van de 20ste eeuw veranderde de functie in toenemende mate in een bijplakzegel, zoals op de foto de 10c type Nikkels (NVPH 2135), te gebruiken na tariefswijzigingen. Tegenwoordig zijn alleen zegels voor zakelijk gebruik nog cijferzegels, op de foto zijn dit alle zeges in eurowaarden.